Luister naar

Vers: Doe dat hoofd weg

Nieuws
Jogchum Zijlstra
vrijdag 2 februari 2018 om 03:00
Vers: Doe dat hoofd weg
Vers: Doe dat hoofd weg

Laat ik mij raden? Of laat ik mij kennen, ontleden in meer dan haar en huid, scherpte van nagels en tanden?

Er vliegt een vogel voorbij, vleugels zo wijd dat je zijn slagpennen kunt tellen, maar wie ontrafelt zijn roep?

Iemand kan naakt op spitzen dansen, armen gespreid, en toch zijn ziel verbergen achter een kleine tattoo. Ik heb

kamers met dichte gordijnen en niets te verzwijgen zolders en kelders met sloten en codes die ik licht

verraad door zomaar te blozen. Soms

kraak ik mijn hunker als een walnoot, toon

de helften in mijn handen open: kijk dit ik. En enkel ik ken het onnavolgbare tuimelen in mijn hoofd.

Soms dringt zich de gedachte bij me op dat het lijkt alsof de ene helft van Nederland in therapie is bij de andere helft. Ik geef toe: dit is een wel erg ongenuanceerde reactie op een ervaren overdaad aan zelfbespiegelingen. Het is immers onmiskenbaar zo dat veel mensen serieus last hebben van een ongestructureerde brij aan gevoelens of gedachten. Ze zoeken hulp en hebben die ook nodig. Dat gaat soms met therapie, soms met medicijnen en vaak met een combinatie.

Iedereen die dit weleens zelf of van dichtbij heeft meegemaakt, kent de vragen uit de eerste regel van dit gedicht. Ga ik mee in een analyse die mijn verleden blootlegt? Wil ik mij laten ontleden? En wat zal dat opleveren? Wat is de uiteindelijke zin? Want ‘enkel ik/ken het onnavolgbare tuimelen in mij hoofd.’

Kan poëzie hier een functie hebben? Kan poëzie helpen om het onnavolgbare te ordenen zodat mijn eigen gedachten in ieder geval voor mijzelf te volgen zijn en het tuimelen tot stilstand komt? Gedichten kunnen taal geven aan datgene waar ik zelf (nog) geen woorden voor heb kunnen vinden of inzicht te geven in iets wat ik me nog nooit zo had gerealiseerd. Soms levert het antwoorden op, vaker inzicht gevende vragen. Denken doen we in taal en met taal ordenen en formuleren we onze gedachten. Zo bezien structureert dit gedicht op fraaie wijze de vraag hoe de ‘ik’ zich wil verhouden tot de ander. Dat kan een problematische kant hebben (‘het onnavolgbare tuimelen in mijn hoofd’) maar dat hoeft natuurlijk niet. Je kunt de zichtbare buitenkant benoemen: haar, huid, nagels, tanden. Je kunt de feiten registreren, de slagpennen zijn te tellen. De feiten zijn controleerbaar maar wie ontrafelt de roep van de vogel? Wat wil de ‘ik’ van zichzelf kwijt? Je volledig bloot geven kan immers ook schijn zijn. De ziel kan achter een kleine tattoo verborgen blijven.

Laat ik mij raden of laat ik mij kennen? Wat wil ik van mezelf kwijt? In het reflecteren op deze vragen kan het denken zelf behoorlijk in de weg zitten. In een ander gedicht (Zit), formuleert ze het zo:

Dan heeft ze genoeg van het zitten

met dat weerbarstige hoofd en zich bewijzen

waartoe het moet leiden. Ze wil

bewegen over asfalt en gras, maar

kent enkel die stek waar het lijf

moet beslissen: woede – berusting.

Doe dat hoofd weg.

 

Is het mogelijk dat de ander mij kent? Is het mogelijk dat ik mijzelf ken? Dat zijn grote, filosofische en psychologische vragen die niet eenvoudig zijn te beantwoorden. Maar het zal duidelijk zijn dat het denken, dat het weerbarstige hoofd behoorlijk in de weg kan zitten. Met het problematiseren van het denken en dus van de taal creëert Knibbe ruimte voor de verbeelding. Verbeelding die ze vervolgens loslaat op de taal van het verleden.

In een artikel in NRC Handelsblad van mei 2013 vond ze drieëntwintig ‘oerwoorden’ die volgens het onderzoeksteam van de bioloog Mark Pagel zo’n 15.000 jaar geleden de zeven Euraziatische taalfamilies met elkaar verbonden. Deze woorden of betekenissen vormden het uitgangspunt voor Drift, het eerste deel van de bundel. Het zijn termen die te maken hebben met basale functies van het lichaam zoals hand, oog, horen en mond en ook woorden die een relatie uitdrukken: jij, wij, moeder, gij. Hoewel de gedichten in deze afdeling niet allemaal even eenvoudig zijn, weet Knibbe te boeien met haar geserreerde taal.

Zo reflecteert ze op het woord moeder in het gelijknamige, prachtige gedicht, waarin het niet alleen om de eeuwenoude aanduiding van een relatie gaat maar vooral om de bijbehorende oergevoelens: ‘Moeder, maar wat wil dat zeggen? Dat er/een kind is ja, maar kan ze het/redden?’

En in het gedicht dat vertrekt vanuit het oerwoord Gij wordt een beschermgeest aangesproken waarvoor de ‘ik’ zich bij tijd en wijle suf danst ‘rond uw totem’ maar waarin we toch ook de God van de bijbel herkennen: ‘Gij,/jaag vis in mijn netten laat mij niet/in de golven belanden maar straks op het droge’’.

Het tweede deel, Stromen, opent met het hier afgedrukte gedicht. Dan volgen vijf gedichten onder de titel Toom en met gedichten over Orpheus, Sisyphus en Charon zijn we weer in de klassieke Oudheid. Onder de titel Leeftocht staan ten slotte vijftien gedichten die ze schreef in dialoog met de dichteres Miriam Van hee. Het zijn toegankelijke gedichten over reizen, over vertrekken en thuiskomen. Op pad gaan ‘om voor even onthecht/aan gewoonte en afspraak het kleine/verlies aan vastheid te kennen?’ Loskomen, durven loskomen van de vaste plek en de vaste gewoontes. Maar waar de waarde voor de een zit in het reizen is het voor de ander de bestemming. Mensen zijn nu eenmaal verschillend. ‘versta jij de vrede van een verblijf, ik de onrustige/ trek in het lijf?’ Maar uiteindelijk geldt voor iedereen de noodzaak om zich te vestigen, te hechten, een leefomgeving te creëren.

‘Waar je ook bent, men moet zich/ een huishouden maken schreef je.’

As, vuur is als de vogel Feniks. Uit het verleden, uit wat vergaan is, ontstaat iets nieuws, nieuw leven , een herrijzenis. Eerst is er as en dan vuur. Opnieuw schitterende poëzie van Hester Knibbe.

As, vuur.

Hester Knibbe. Uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam 2017. 71 blz. € 17,99

+ toegankelijk

+ schitterend

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Blijf in je eigen blikveld

Plotseling ging op een stille zondag de bel. Terwijl ik naar de deur liep, zag ik een politieagent op de stoep staan. Er verliep misschien maar anderhalve seconde tussen die waarneming en het moment waarop hij zei: ‘Schrik niet meneer, we zijn bezig met een buurtonderzoek in ve..

Afbeelding

Beeldend kunstenaar Marc de Klijn woont en werkt in Israël, samen met zijn vrouw die gedichten schrijft. Wekelijks volgt hij het leesrooster van de synagoge waar een gedeelte uit de Thora, de eerste vijf boeken van Mozes, wordt gelezen.

Afbeelding

Abraham had twee zonen, Izak en Ismaël. Izak is de vader van Jakob, Israël. Ismaël is de vader van … de islamieten. Althans, zo wordt het beweerd, en volgens de schrijver van dit cahier, voorheen gemeentepredikant en studentenpastor in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, zo wo..

Afbeelding

De naam van Rochus Zuurmond (1930-2020) zal bij de wat oudere theologen en predikanten herinneren aan een hoogleraar bijbelse theologie van de Universiteit van Amsterdam.

Afbeelding

Schrijver John Irving is vader van een trans dochter: ‘Juist voor outsiders voel ik empathie’

John Irving (80) schreef al over transgender personen toen die term nog niet eens bestond in De wereld volgens Garp (1978). Toen wist hij ook nog niet dat hij vader zou worden van een trans dochter.

Afbeelding

Kan het moderne humanisme zonder zijn christelijke wortels?

Een notie als erfzonde maakt ons volgens de Nederlands-gereformeerde predikant Jan van Helden alert op het gegeven dat het kwaad altijd weer de kop zal opsteken.