Luister naar

Een bijna-moord in joods Amsterdam

Nieuws
Jaap Colthof wordt niet alleen gedreven door historische belangstelling, maar ook omdat hijzelf een telg van de familie Hirsch is. Dat maakt zijn boek over de joodse aanslagpleger Samuel Abraham Hirsch, naast een serieuze studie ook een persoonlijk document.
Bart Wallet
vrijdag 23 november 2018 om 03:00
Een bijna-moord in joods Amsterdam
Een bijna-moord in joods Amsterdam uit besproken boek

In het Amsterdamse pand waar tegenwoordig theater De Kleine Komedie is gevestigd, was vanaf 1856 de Schotse Zendingskerk te vinden. Twee jaar na de opening, op een warme zomerse zondag, de 1e augustus 1858, was dominee Carl Schwartz net begonnen aan het openingsgebed. Op dat moment stoof een vijftienjarige jongen de kansel op, hij probeerde het deurtje open te rukken en toen dat niet lukte stak hij de predikant enkele malen met zijn mes. Kerkgangers stormden naar boven en wisten de jongen te bedwingen, die ondertussen schreeuwde: ‘Ik ben een Israëliet’ en: ‘Die proselietenmaker moet weg.’

De jongen was niet zomaar een jongen en de dominee niet zomaar een dominee. De aanslagpleger, Samuel Abraham Hirsch, was de jongere broer van de belangrijkste Amsterdamse rabbijn op dat moment, rabbijn Joseph Samuel Hirsch. De dominee, Carl August Ferdinand Schwartz, was een joodse bekeerling tot het christendom en vervolgens door de Schotse Free Church naar Amsterdam gezonden als ­‘jodenzendeling’. Amsterdam had een van de grootste joodse gemeenschappen in Europa en was daardoor een geliefde plek voor missionarissen, die vooral uit het buitenland kwamen. Zij verspreidden missionaire pamfletten bij het uitgaan van de synagogen, zetten een missionaire kleuterschool op voor joodse kinderen, hadden een eigen orgaan (De Heraut) en organiseerden op sjabbat en zondag speciale kerkdiensten gericht op een joods publiek.

De zendingsactiviteiten wekten veel weerstand op, geregeld kwam het tot opstootjes en op de zondagmorgen in 1858 kwam het tot de moordaanslag op Schwartz. De dominee overleefde het en de dader werd veroordeeld tot een stevige gevangenisstraf. Maar wat bewoog Hirsch, die bekendstond als een rustige, zachtmoedige jongen en uit een vooraanstaande religieus-joodse familie kwam, tot zijn plotselinge daad?

Jaap Colthof, ontwikkelingspsycholoog, af­komstig uit een bekende Nederlands-joodse familie en woonachtig in Jeruzalem, dook in deze kwestie. Hij wil begrijpen wat Hirsch ­bewoog, hoe de zendingsactiviteiten in de ­Nederlandse samenleving werden beoordeeld en hoe het joods-religieuze klimaat in het land was. Daarbij wordt hij niet alleen gedreven door een oprechte historische belangstelling, maar ook omdat hijzelf een telg van de Hirsch-familie is. Dat maakt Colthofs boek, naast een serieuze studie, ook een persoonlijk document, waarbij hij eigen oordelen niet schuwt en geregeld de link tussen ‘toen’ en ‘nu’ legt.

Hirsch, die van een bijna-moordenaar uiteindelijk uitgroeide tot een breed gewaardeerd geleerde in de joodse studies aan het Londense Jews’ College, is een van de twee hoofdpersonen van Colthofs eerste historische boek. De andere is eveneens ‘in de familie’, Abraham Prins, de vrome leider van het orthodoxe smaldeel in het vroeg-negentiende-eeuws joods Amsterdam. Via deze twee personen wil Colthof een beeld schetsen van het religieuze klimaat onder de Amsterdamse joden. Dat doet hij op een bijzonder onderhoudende wijze, in een pittige stijl, waarbij anekdotes afgewisseld worden met bredere analyses.

toonaangevend

De keuze voor deze twee hoofdpersonen is een gelukkige, omdat via hen zich een breed perspectief ontvouwt op de Amsterdamse orthodoxie. Prins wordt aan het einde van de achttiende eeuw als weesjongen opgevangen in het gezin van de Amsterdamse rabbijn Izaak Lemgo en krijgt zodoende een stevige joodse scholing. Opvallend is dat Prins gegrepen werd door de kabbala, de joodse mystieke leer. Die was in Amsterdam omstreden en slechts een klein aantal orthodoxe joden wijdde zich aan kabbalistische studie. Prins zei zelfs zijn gebeden volgens de kabbalistische ritus, de zogenaamde ‘noesach sfard’. Via Lemgo leerde Prins ook de leden van de Amsterdamse opperrabbinale dynastie kennen: van vader op (schoon)zoon bekleedden leden van de familie Löwenstamm de zeer prestigieuze positie van opperrabbijn van de Asjkenazische gemeente van Amsterdam.

In de bestaande geschiedschrijving wordt vaak een tamelijk pessimistisch beeld geschetst van de joodse kennis en vroomheid rond het jaar 1800. Het idee is dat de echte joodse geleerden in Oost-Europa zaten en dat joden hier zich meer met handel en het pure overleven bezighielden. Terecht trekt Colthof tegen deze visie ten strijde. Amsterdam behoorde tot de toonaangevende centra van joodse geleerdheid en rabbijnen als Sjaoel Amsterdam en Izaak Lemgo waren invloedrijk en gezaghebbend. Prins probeerde aan deze erfenis trouw te blijven en ontwikkelde zich tot een soort joodse ‘antirevolutionair’: hij wilde de gevolgen van de Franse en Bataafse Revoluties in joodse kring bestrijden, de moderniteit buiten de deur houden en vooral ook waarschuwen tegen de opkomst van het nieuwe liberale jodendom. Zijn internationale campagne tegen de liberale joden, samen met zijn vriend Herschel Lehren, kon rekenen op steun van de belangrijkste West- en Oost-Europese rabbijnen.

Een ander bijzonder aspect dat Colthof naar boven haalt, is de focus van Prins op het Heilige Land. Als kabbalist geloofde hij in een mystieke band met Israël en steunverlening aan joden die daar woonden, zag hij als een voorbereiding voor de komst van de messias. Samen met Lehren en Izak Goedeinde richtte hij in 1809 een zeer invloedrijke organisatie op, de Pekidiem en Amarkaliem. Dit werd de centrale fundraisingsorganisatie van Europese joden ten bate van de joden in de heilige steden Jeruzalem, Hebron, Tiberias en Safed. Uit heel Europa kwam geld naar Amsterdam en daar werd besloten welke synagogen, scholen, wees- en ziekenhuizen ondersteund en gesticht werden in het Heilige Land.

welkome bijdrage

De eerste zeven hoofdstukken cirkelen rond de persoon van Prins, het laatste hoofdstuk gaat over Hirsch en zijn aanslag op Schwartz. De inbedding van dat hoofdstuk in het geheel had wat sterker gekund. Ondertussen is het op zichzelf al een spannend verhaal. Als psycholoog komt Colthof met enkele mogelijke verklaringen voor Hirsch’ daad, maar wellicht de meest overtuigende is ‘gewoon’ historisch: enkele weken voor de moordaanslag werd in Europa bekend dat een joods jongetje, Edgardo Mortara, in de pauselijke staat van zijn ouders was weggenomen omdat de hulp het kind de katholieke nooddoop had gegeven. Het jochie was daardoor katholiek geworden en mocht geen joodse opvoeding krijgen. Het is goed mogelijk dat dit Hirsch tot woede heeft gedreven en dat hij Schwartz als het beste object daarvan heeft beschouwd.

Terecht legt Colthof er de vinger bij dat er in Amsterdam geen pogrom uitbrak na de aanslag. In het vervolg van de dienst bad Isaäc da Costa al voor vergeving, er kwam een ordelijk proces en uitingen van anti-joods geweld bleven achterwege. Dat tekent de sfeer in het Amsterdam van het midden van de negentiende eeuw. Er waren allerlei vormen van sociaal antisemitisme, maar bij geweld werd een lijn getrokken. Ook werd de joodse gemeenschap er niet op aangezien dat de broer van de belangrijkste rabbijn zich vergaloppeerde.

Kortom, Colthof heeft een mooi, goed leesbaar boek geschreven, waarin een verdwenen wereld van Amsterdamse orthodoxe joden tot leven wordt gewekt. Hoewel ik op punten zeker met de auteur door zou willen praten – was de gemeente Adat Jesjoeroen echt een voorloper van het liberale jodendom? Was de vroeg-negentiende-eeuwse gemeenschap wel zo massief conservatief en orthodox? Hecht hij niet te veel gewicht aan het sociaal-economische? – heeft hij een welkome bijdrage geleverd aan de herziening van het beeld van het Amsterdamse jodendom. Amsterdam was ‘een stad en moeder in Israël’, zoals de Hebreeuwse uitdrukking luidt, en was dat mede dankzij mannen als Abraham Prins. Zijn nazaat Colthof heeft hem terecht onder het stof vandaan gehaald. ¦

Van moordenaar tot rabbi. Markante verhalen uit Joods Amsterdam rond 1800

Jaap Colthof. Uitg. Van Praag, Amsterdam 2018. 240 blz. € 19,95

+ goed leesbaar boek over vergeten geschiedenis

- sommige feiten roepen vragen op

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Piet van Midden over het land dat hij liefheeft: 'Israël is een droom die nachtmerrie kan worden'

Predikant en universitair docent Piet van Midden is vaak meer thuis in Israël dan in Nederland. 'Hier neem ik soms een verkeerde afslag of ken een plaatsnaam niet. Dat overkomt me in Israël nooit.'

Afbeelding

Hoe het koloniale verleden doorwerkt in het heden

Nederlands kolonialisme had niet alleen gevolgen voor landen en volken ver weg, maar veranderde ook de Nederlandse samenleving. De bloei van een havenstad als Middelburg was onlosmakelijk met slavernij verbonden, terwijl iemand als Abel Tasman, uit het Groningse Lutjegast, bij..

Afbeelding

De vitale stem van Rushdie

In zijn nieuwe roman Victoriestad keert Salman Rushdie met een sprookjesachtig verhaal terug naar zijn geboorteland India. Rushdie had het manuscript net voltooid toen hij afgelopen zomer werd neergestoken en het zicht aan één oog verloor.

Afbeelding

Eleanor Catton is terug met een ecothriller

Eleanor Catton schreef met Het woud van Birnam een spannende ecothriller, waarin de paden van een miljardair en een activistisch tuinderscollectief kruisen.

Afbeelding

De debuutroman van een vluchtelingenkind. 'Ik ben een geprivilegieerde versie van mijn moeder'

Journalist Maral Noshad Sharifi was vier jaar toen ze Iran met haar moeder ontvluchtte. In haar debuutroman Citroeninkt onderzoekt ze wat een vluchtervaring doet met een kind.

Afbeelding

Een geur van vuilnis en uitwerpselen maakte de kathedraal van Antwerpen letterlijk adembenemend

Prostituees rondom de kerk, lijklucht in de kerk, honden op het altaar: de kathedraal van Antwerpen deed denken aan de tempel die door Jezus gereinigd werd. ‘Slijk, vuilnis, bedorven water, geronnen bloed en uitwerpselen.’