Luister naar

Het vers: Reisgezel (5) van dichter Paul Demets uit zijn bundel De Klaverknoop

Nieuws
Op deze plek bespreekt poëziekenner Jogchum Zijlstra maandelijks een gedicht. Er zijn bundels die langdurig in de buurt blijven, steeds onder handbereik beschikbaar. Af en toe lees je er in, word je geraakt door een formulering of snap je een strofe niet. Je denkt erover na en legt het weer weg. Terug op het bureau, dat wel, nog niet weggeborgen in de boekenkast. Daarvoor is het te vroeg, de bundel is te intrigerend, te beklemmend ook. Ik heb het over De Klaverknoop, de derde en jongste bundel van Paul Demets (1966). Een bundel die zowel aantrekt als afstoot en zich pas stap voor stap geeft waarbij het onbehagen groeit.
Jogchum Zijlstra
vrijdag 4 oktober 2019 om 03:00
Het vers: Reisgezel (5) van dichter Paul Demets uit zijn bundel De Klaverknoop
Het vers: Reisgezel (5) van dichter Paul Demets uit zijn bundel De Klaverknoop Stephan Vanfleteren
De Klaverknoop

Paul Demets. Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam 2018, 74 blz. € 19,99

het gedicht

Dat begint al met de foto op de omslag. We zien een tafeltje met vier stoelen, netjes opgesteld onder een parasol. De avond valt, ergens tussen schemer en donker. Er staat geen wind, het water is rimpelloos. Ogenschijnlijk prima omstandigheden om ontspannen te gaan zitten voor een lange, zwoele avond en starend over het water met een goed glas in de hand het leven te overdenken. Tegelijkertijd voelt het niet helemaal prettig. De lamp onder de parasol verspreidt een wel erg hard roodachtig licht, het strand lijkt nogal modderig en het water ligt vol stenen. Bovendien is er geen levend wezen te bekennen. Het behaaglijke vermengt zich met een gevoel van vervreemding. Het zitje en de parasol hadden zo op een terras aan de vertrouwde Nederlandse kust kunnen staan. De foto is echter genomen in Tripoli, Libanon. Vertrouwd en toch vreemd, herkenbaar en toch anders.

Ook in de titel zit iets ambivalents. De eerste associatie is het voor de hand liggende, uit de Keltische traditie stammende, bekende klavertje vier als symbool voor de perfecte eenheid van voorspoed, vertrouwen, liefde en geluk. En ook in het veel vaker voorkomende klavertje drie hebben de bladeren al sinds de Middeleeuwen een sterke symbolische betekenis: de christelijk geïnspireerde heilige drie-eenheid. In beide gevallen is de knoop, het punt waar de deelbladeren bij elkaar komen, een symbool van kracht en eenheid. Enkele citaten van de befaamde ­psychoanalyticus Jacques Lacan (1901-1981) die in de bundel zijn ­opgenomen openen de mogelijkheid van een andere invalshoek. Ze doen denken aan zijn model van de menselijke geest waarin de dingen denkbeeldig, echt of symbolisch zijn. Dat die drie misschien wel te onderscheiden maar niet te scheiden zijn, benoemde hij als een knoop. De titels van de afdelingen in de inhoudsopgave openen een volgend perspectief: drie deelbladeren als symbool voor een gezin: vader, moeder en kind. De knoop duidt dan op de gezinsband die er hoe dan ook altijd is. In veel gezinnen zal dat een gezonde en als positief ervaren hechte band zijn. Het woord ‘knoop’ roept echter ook een andere en vooral negatieve associatie op: verknooptheid, een band waar je in vast zit, waar je niet uit kunt komen, terwijl je dat misschien wel heel erg graag zou willen. Die gedachte vindt steun in de vorm van de bundel: zeven afdelingen van zeven gedichten die vrijwel steeds even lang zijn. Die strakke compositie bevestigt het gevoel van een keurslijf.

De bundel kent twee delen. Het eerste deel heeft als titel Monade: alleen, uniek. De dichter als eenling, het gezin als unieke vorm. De tweede afdeling heet Nomade. Het verschil tussen beide titels lijkt me vooral te zitten in het afgeslotene (Monade) en meer opengebroken (Nomade). Als we vertrekken uit het gezin, als we gaan zwerven, als alles in beweging komt, lost de verknooptheid zich dan op?

Met deze observaties en gedachten beginnen we te lezen. Al in het eerste gedicht van de eerste afdeling (Moedervlek) blijkt de verhouding tussen de ‘ik’ en zijn ouders nogal benauwend.

Ik houd mij ver van haar, maar ze trekt mij dichterbij.

Wat ze in zich droeg, rust rood als in watten gedoopt

op tafel. De slagader klopt in haar lies. De stift

likt haar lippen. Deze kamer kent geen buiten.

De gordijnen verstikken het licht. We schuiven

aan om niet te verstoffen en serveren wat zij

voor ons verkiest. Op zondag snijdt hij het vlees.

Het lemmet is het verlengde van zijn hand.

De druppel. De brand die hij in zijn vingers voelt.

Dieper kerft hij. Zo geneest hij ons het liefst.

Elk houden we de uiteinden. Ze veegt nog

een vouw uit het laken dat we hebben geplooid.

Het zijn geen gemakkelijke regels. Ze tonen een angstige afstand van de ‘ik’ tot zijn ouders en vooral tot zijn moeder. Het gaat dieper dan het gebruikelijke gevoel van een puber die kritisch naar zijn ouders begint te kijken. Als hij later samen met zijn kinderen zijn ouders bezoekt (in de afdeling Ouderhuis) herhaalt zich het patroon in de volgende generatie, in de relatie tussen oma en kleinkinderen: ‘Ze paraderen, staan//te popelen om te vertrekken uit haar jachtgebied.’ Hoe verhouden we ons tot de ander aan wie we onlosmakelijk verbonden zijn? Demets observeert en benoemt zonder de vraag van een sluitend antwoord te voorzien.

In het tweede deel, Nomade, raken we buiten de directe grenzen van het gezin. In de afdeling Reisgezel maakt de ‘ik’ een tocht door de Alpen met een ‘jij’. En in de laatste afdeling, Eigenheimer, zijn er vreemdelingen, zijn er arbeidsmigranten (‘mannen in busjes’, ‘ze komen in onze huizen’) en is er steeds een ‘wij’ (‘We doen, vinden we, onze plicht.’). De onderliggende vraag blijft dezelfde: hoe verhouden we ons tot de ander en uiteindelijk tot onszelf. En telkens is er dezelfde spanning tussen het vertrouwde en het vreemde, tussen het ontspannende en het beklemmende.

Die dubbelheid komt ten slotte goed tot uiting in het hier afgedrukte gedicht uit de afdeling Reisgezel. De ‘ik’ is samen met een ‘jij’ in Oostenrijk. Een aangename omgeving, een rustig dorp. Je voelt de zomerzon. Geen lelijke flatgebouwen maar de noodzakelijke extra ruimte wordt gezocht onder de huizen. We zien bomen en planten en een lieve grijsaard. Totdat we ons realiseren dat dit Joseph Fritzl is die in 2009 tot levenslang is veroordeeld omdat hij zijn dochter jarenlang opsloot en zeven kinderen bij haar verwekte. Een verknooptheid binnen een gezin in de meest extreme en verwerpelijke vorm. De Klaverknoop is een bundel die veel te denken geeft. Zitten we echt zo vast in gezins- en andere verbanden? Voorlopig nog maar even binnen handbereik. ¦

De berg, dat zwarte schaap, legt zijn gewicht op de huizen.

Om het uur gelui. De wind leunt loom tegen de takken;

de linde draait met haar vingers. Op het plein werd een meiboom

neergepoot. De kruin danst met zijn slingers. Op de balkons

verdringen zich verbena, geranium, petunia. De plantrand

verhindert gemors. Een schnitzel verbruikt. Aardappelsalade,

een Strudel tersluiks. Goed gelaagd kan geen kwaad. Grenen balken

op maat. Een nokkruis maakt het af. Onder de huizen wordt hier gegraven,

gemetseld, cement gemorst. Kelderramen zijn niet nodig.

Liever duisternis. Dezelfde temperatuur altijd, zelfs als het meer

bevroren is. Voor de kinderen wordt goed gezorgd. Die lieve

grijsaard Fritzl, zijn handen nog vol kalk, redde vanmiddag een pad

bloot op het grind. Verstijfd, als waren haar poten gespalkt.

De ondankbare zette het op een brullen toen hij haar verlaten had.

Paul Demets

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Blijf in je eigen blikveld

Plotseling ging op een stille zondag de bel. Terwijl ik naar de deur liep, zag ik een politieagent op de stoep staan. Er verliep misschien maar anderhalve seconde tussen die waarneming en het moment waarop hij zei: ‘Schrik niet meneer, we zijn bezig met een buurtonderzoek in ve..

Afbeelding

Beeldend kunstenaar Marc de Klijn woont en werkt in Israël, samen met zijn vrouw die gedichten schrijft. Wekelijks volgt hij het leesrooster van de synagoge waar een gedeelte uit de Thora, de eerste vijf boeken van Mozes, wordt gelezen.

Afbeelding

Abraham had twee zonen, Izak en Ismaël. Izak is de vader van Jakob, Israël. Ismaël is de vader van … de islamieten. Althans, zo wordt het beweerd, en volgens de schrijver van dit cahier, voorheen gemeentepredikant en studentenpastor in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, zo wo..

Afbeelding

De naam van Rochus Zuurmond (1930-2020) zal bij de wat oudere theologen en predikanten herinneren aan een hoogleraar bijbelse theologie van de Universiteit van Amsterdam.

Afbeelding

Schrijver John Irving is vader van een trans dochter: ‘Juist voor outsiders voel ik empathie’

John Irving (80) schreef al over transgender personen toen die term nog niet eens bestond in De wereld volgens Garp (1978). Toen wist hij ook nog niet dat hij vader zou worden van een trans dochter.

Afbeelding

Kan het moderne humanisme zonder zijn christelijke wortels?

Een notie als erfzonde maakt ons volgens de Nederlands-gereformeerde predikant Jan van Helden alert op het gegeven dat het kwaad altijd weer de kop zal opsteken.