Arie Slob: Gods akker is groter dan het Binnenhof

Arie Slob: ‘Er is de ruimte en het vertrouwen om de verantwoordelijkheid over te dragen.’ Politiek
Arie Slob: ‘Er is de ruimte en het vertrouwen om de verantwoordelijkheid over te dragen.’ | beeld Sjoerd Mouissie
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Arie Slob wordt maandag 54 jaar; de leeftijd waarop zijn vader overleed. Vandaag kondigt hij zijn vertrek uit de politiek aan. ‘Ik wil gewoon weer eens iets in de kerk kunnen doen, verjaardagen vieren en op vakantie gaan zonder telkens te worden gestoord.’

Den Haag

Halverwege het gesprek springt Arie Slob op, loopt naar het prikbord naast zijn bureau, en pakt een zelfgeschreven kaartje met in het Engels de Bijbeltekst uit 1 Johannes 3 vers 18. ‘Kinderen, we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig, met daden.’ De ChristenUnie-fractievoorzitter vindt het fijn dat zijn partij niet meer als links wordt aangeduid, maar hij heeft zelf weinig met die termen. ‘Prima hoor, als mensen energie in een discussie over links of rechts willen steken. Maar het gaat om onze daden; daar zullen we op worden afgerekend. Dat heeft me altijd gemotiveerd ook debatten te voeren waar geen media-aandacht voor is.’

Na ‘veertien jaar topsport’ kondigt de ChristenUnie-voorman vandaag zijn vertrek uit de landelijke politiek aan. De afgelopen acht jaar was hij fractievoorzitter, met een onderbreking toen André Rouvoet in 2010 terugkeerde in de Kamer. Sinds Rouvoets afscheid in 2011 is Slob behalve fractievoorzitter ook partijleider. ‘Weet je wanneer ik echt ben gaan voelen hoe zwaar deze positie is? Een tijdje terug, nadat ik mijn besluit om te vertrekken had genomen. Ik realiseerde mij wat voor zware taak er op de schouders van mijn opvolger komt te liggen. Als partijleider ben je soms eenzaam, bedacht ik. Al die jaren heb ik mijn verantwoordelijkheid goed kunnen dragen, en nog steeds. Ik slaap goed, ik heb altijd de kracht gekregen dit werk te doen. Ik weet ook dat veel mensen zich met mij verbonden voelen, meeleven en meebidden. Maar er zijn momenten dat alles is besproken, en de gezichten zich jouw kant op draaien ... En dan moet je wel een keuze maken.’

U gaat het missen?

‘Dat zal ik moeten ervaren. Het zal in elk geval wel rustiger worden, maar dat geldt volgens mij voor zo’n beetje alle banen buiten het Binnenhof. Ik kijk ernaar uit om weer thuis te zijn op de momenten waarop andere mensen ook gewoon thuis zijn. Er zal in zekere zin een last van me af vallen, want de laatste jaren stond ik vaak in de volle wind. Je moet voortdurend op het scherp van de snede opereren, en je bewust zijn van je strategische positie – die we nog altijd hebben. Daarom is het ook een zware beslissing, want ik voel me met al m’n vezels verbonden aan de ChristenUnie. Tegelijk besef ik steeds meer dat we maar voorbijgangers zijn. We moeten ons als Kamerleden niet laten aanpraten dat we de belangrijkste mensen in Nederland zijn, of dat we onmisbaar zijn.’

Waarom vertrekt u nu?

‘Na de Statenverkiezingen afgelopen voorjaar ben ik gaan nadenken over de vraag: wie gaat de ChristenUnie de komende jaren leiden? De uiteindelijke conclusie was dat ik dat niet zal zijn. Ik denk dat de partij er klaar voor is; ik heb er hard aan gewerkt dat er mensen zijn die het over kunnen nemen. Ik geniet enorm van het team dat ik om mij heen heb. Deze periode is daarin heel bijzonder, met allemaal Kamerleden die in de voorste linies meedraaien. Daardoor is er de ruimte en het vertrouwen om de verantwoordelijkheid over te dragen. Toen ik in 2007 voor het eerst fractievoorzitter werd, bestond onze kersverse regeringsfractie naast mijzelf uit vijf nieuwkomers. Toen ik in 2011 opnieuw fractievoorzitter werd, waren we toch wat gebutst. We zijn gaan zoeken, en hebben de goede balans gevonden. Ook is dit jaar de grondslag van de partij met brede steun gewijzigd. We zijn nu echt een brede unie van christenen. Ik vind het geweldig dat we bijvoorbeeld in Utrecht een Statenlid hebben van de Gereformeerde Gemeenten, en in Enschede een katholiek raadslid. Dus denk ik dat nu het goede moment is, zodat ook mijn opvolger meters kan gaan maken in zijn nieuwe rol. Als ik nu door zou gaan, zou ik de verplichting voelen ook na de volgende Kamerverkiezingen – op z’n laatst in maart 2017 – nog een paar jaar te blijven.’

Is er ook een persoonlijke reden voor uw vertrek?

‘Volgende week maandag worden mijn tweelingzus en ik 54 jaar. Dat ervaar ik als een beladen leeftijd, want het is de leeftijd waarop mijn vader overleed. Daar komt bij dat ik nu al jarenlang doordeweeks een soort lat-relatie met mijn vrouw Marjette heb. Dat is gelukkig altijd goed gegaan; ze heeft mij volop gesteund. De kinderen zijn inmiddels de deur uit, maar nu wil ik gewoon weer eens iets in de kerk kunnen doen, verjaardagen bezoeken die ik anders aan me voorbij moest laten gaan, en op vakantie gaan zonder telkens te worden gestoord.’

Hebt u uw opvolger aangewezen?

‘Nee, beslist niet. Dat ik nu vertel dat Gert-Jan Segers mij gaat opvolgen, is omdat ik geen verstoppertje wil spelen. De fractie zal hem vandaag kiezen als nieuwe voorzitter. Ik heb mijn mensen betrokken in het denkproces. Je kunt niet zomaar zonder overleg vertrekken. Ik ben onder de indruk hoe de fractie dit heeft opgepakt, want er waren ook emoties. Als je jarenlang zo intensief samenwerkt, ga je je aan elkaar verbonden voelen. Iedereen heeft nagedacht over mijn opvolging, en daarin zijn mensen naar elkaar toegegroeid. Dan komen vanzelfsprekend ook vragen aan de orde als: wat voor type leider zoeken we, kan iemand het aan, en heeft diegene ook zelf het vertrouwen het een langere periode vol te houden? Uit die gesprekken is Gert-Jan als mijn opvolger naar voren gekomen.’

Wat is het hoogtepunt uit uw Haagse loopbaan?

‘Ik vind het lastig één ding te kiezen. Dat de ChristenUnie in 2007 is gaan regeren, met zoals gezegd vijf nieuwe mensen in de fractie, was behalve heel kwetsbaar ook heel bijzonder. We zijn als kleinste regeringspartij tot op het laatst de stabiele factor geweest, en daar kijk ik met veel voldoening op terug. In 2010 verloor de christelijke politiek fors. Wij een beetje, het CDA heftig. In 2012 verloor het CDA opnieuw en vervolgens maakte Andries Knevel zijn drieluik ‘Tweede Kamer zonder God?’ Er ontstond een tobberige sfeer. Zo van: we kunnen ons wel terugtrekken. Dat heeft mij juist extra gemotiveerd. Christenen moeten niet aan tobberigheid ten onder gaan. Ik ben ervan overtuigd dat je altijd mogelijkheden hebt om iets met het evangelie te doen. Of dat nu in de Tweede Kamer is, of waar ook. Het zit niet in het getal. Er gingen daarna allerlei deuren open: Lenteakkoord, Herfstakkoord, deelakkoorden over specifieke thema’s: er werd volop naar onze wensen geluisterd. Ik heb dat als een knipoogje van Boven ervaren.’

En het dieptepunt?

‘Er heerste optimisme bij de vorming van de ChristenUnie; sommige mensen voorspelden flinke zetelwinst. Maar we gingen in 2002 naar vier zetels, en in 2003 naar drie. André Rouvoet, Tineke Huizinga en ik bleven over. We zijn toen zwaar beproefd. Misschien heeft God dat gebruikt om ons klein te houden. Ik heb weleens gezegd: je komt de Tweede Kamer binnen door de voordeur, en verdwijnt door de achterdeur. Dat heb ik zelf meegemaakt in 2002, totdat ik kon terugkeren vanwege het vertrek van Kars Veling – een man aan wie ik persoonlijk veel te danken heb. Maar ook daarna zijn collega’s vertrokken; uit eigen beweging, door tegenvallende verkiezingsuitslagen, of doordat ze niet hoog genoeg op de lijst stonden. Dat heb ik altijd moeilijk gevonden, want ik ben niet goed in afscheid nemen. Maar het heeft voor verschillende mensen ook weer nieuwe wegen geopend. Gods akker is groter dan het Binnenhof.’

verruwing

Is het nog wel een genoegen om Kamerlid te zijn?

‘Ja, nog steeds. Zelfs vandaag, toen ik dit Kamergebouw binnenliep, dacht ik: wat is het een eer en voorrecht dit werk te mogen doen. En wat een zegen dat we hier ook als christenen ons werk kunnen doen. De manier waarop de Kamer functioneert, is niet in alles fraaier geworden. Sinds 2002 is er een behoorlijke verruwing. Kiezers zijn zomaar weer vertrokken, en dat maakt dat sommige fractieleiders er veel scherper in vliegen. Ik vind dat niet altijd een verrijking, zeker niet als de Kamer als “nepparlement” wordt betiteld of er vol op de man wordt gespeeld. Maar ik wil me daar niet boven verheffen, en heb altijd geprobeerd te laten zien dat het ook anders kan. Tegelijkertijd moet ik wel zeggen dat het een stuk democratischer is geworden. Lange tijd hebben we de grote machtsblokken gehad, die vaak geen millimeter ruimte gaven aan de oppositie. Dat is voorbij, en ook naar kleinere fracties wordt nu meer geluisterd. Dat is winst.’

Vanaf 1 december zit u weer in de Zwolse luwte?

‘Dat is wel de stad en de provincie waar Marjette en ik ons al meer dan 25 jaar thuisvoelen. Het is heel apart wat er met je gebeurt, als je je openstelt voor iets nieuws. Ik heb gedacht: waarmee zou ik tevreden zijn? En toen kwam het directeurschap van het Historisch Centrum Overijssel op mijn pad; een functie waarin ik bezig kan zijn met cultureel erfgoed en geschiedenis – ik ben en blijf historicus. En ik loop graag hard. Laat ik het maar eens uitspreken: misschien komt nu toch die hele marathon nog eens in zicht.’ <

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief