*

aangepast op 17 september 2022 om 07:59

Dit artikel is geschreven door een van onze partners. Daarmee valt het buiten de verantwoordelijkheid van de ND-redactie.

Partnercontent

‘Voor mij zonder mij is tegen mij’

Lokale partnerorganisaties worden steeds meer zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van programma’s. Wat betekent dit voor hen? En wat zijn de uitdagingen?

Onderschrijft u het belang van Shift the Power?

Paul Pantoe Najue, ZOA Liberia: ‘Ja, zeker ook richting vrouwen. Zij werken vaak professioneel, voelen zich verantwoordelijk en houden van transparantie bij hun taken en functies. De macht verschuiven doe je ook door nieuw leiderschap. Zo hebben we discussies binnen focusgroepen, waarbij we uitleggen dat vrouwen prima in staat zijn om dezelfde functies uit te voeren als mannen.’

Ronald Mobisa, Dorcas Kenia: ‘Absoluut. Ieder mens heeft potentie en iedere gemeenschap heeft troeven in handen die binnen de ontwikkelingssamenwerking soms over het hoofd worden gezien. Als ontwikkelingspartners moet je dus je denkwijze veranderen. Als je meer samenwerkt met de lokale bevolking, kun je dat potentieel beter benutten en ontdek je meer mogelijkheden om gemeenschappen te laten floreren. Lokale gemeenschappen moeten zélf de ontwikkelingsagenda gaan bepalen. Daarmee bedoel ik: zelf de problemen in kaart brengen, prioriteiten stellen en een plan van aanpak maken. Als je de lokale gemeenschap die positie geeft, groeit hun aandeel bij het ontwerp, de planning en de uitrol van ontwikkelingsprogramma’s.’ 

David Ugai, Mercy Ships Guinea: ‘Eerlijk gezegd was ik er nog niet zo bekend mee, maar ik heb mij er enigszins in verdiept. Ik denk dat het zeer invloedrijk en nuttig kan zijn om bij ontwikkelingssamenwerking minder top-down te denken en juist meer vanuit de mensen zelf. Dan kun je grotere veranderingen inzetten en blijvend verschil maken.’

Mavalow Christelle Kalhoule, Children Believe: ‘Zeker! Juist op lokaal gebied kunnen we de vicieuze cirkel van armoede doorbreken. Dankzij lokale gemeenschappen beschik je over de juiste kracht om te veranderen. Via nationale organisaties ondersteunt Spong die lokale gemeenschappen. Zo kunnen zij het overheidsbeleid controleren op efficiëntie en anderen bewustmaken om met hun ontwikkeling bezig te gaan. Er zijn geen kant-en-klare oplossingen, dus die ontstaan alleen in samenwerking met lokale belanghebbenden. Thomas Sankara, onze voormalig president, zei ooit: ‘Wat je voor mij doet zonder mij, is tegen mij.’ Het is nu een slogan voor inwoners van Burkina Faso, met name voor de jeugd. Ik denk dat lokale gemeenschappen daarin steeds volwassener worden.’

Hamsale Fufa, ECDD‘Het is essentieel dat de macht steeds meer verschuift van overheid en ngo’s naar de gehandicaptenverenigingen en hun leden. Die verschuiving is laat op gang gekomen, maar echt belangrijk. Bij gehandicaptenverenigingen gaat het over verschillende beperkingen, van visueel tot verstandelijk. Er zijn lokale en nationale verenigingen, met daarbij nog een federatie die meerdere Ethiopische verenigingen verbindt. Het is wijdvertakt. Ik vind het belangrijk dat verenigingen hun rechten kennen en zelf eigenaar zijn van hun toekomst, of het nu gaat om financiering of aanpassing van beleid. Dat versterkt hun betrokkenheid. Andere leden van de gemeenschap, waar nu vaak de macht ligt, zien dan ook dat verenigingen het werk prima zelf kunnen oppakken, zolang ze maar enige ondersteuning krijgen.’


Hoe past u Shift the Power concreet toe?

Ugai: ‘Mercy Ships werkt samen met een tandheelkundige school, de enige openbare in Guinea. Daar komen ook studenten uit Nigeria, Kameroen en Benin. We zoeken uit waar studenten behoefte aan hebben, zowel nu als in de toekomst. We willen hen meer betrekken bij de koers van de school, dus ook bij alle besluiten.’

Fufa: ‘Als ECDD kennen we alle wet- en regelgeving rondom mensen met een handicap. We geven daar ook trainingen over aan leiders van verenigingen. Dat doen we vanuit het Every Life Matters-project, dat SeeYou financiert. Leiders oefenen met andere rollen, leren een actieplan opstellen en zich te beperken tot één lokale uitdaging. Ook geven we tips hoe ze instanties kunnen benaderen om schrijfhulp of gebarentolken in te zetten. Op die manier krijgen mensen met een beperking een betere positie.’

Waar liggen de kansen en uitdagingen rondom Shift the Power?

Najue: ‘Als meer vrouwen op belangrijke posities komen, krijgen we leiders die goede beslissingen kunnen nemen. Ja, goede managers die bereid zijn om te leren. De uitdaging is dat vrouwen vaak economisch zijn achtergesteld; ze voelen zich nog te zwak om beslissingen te nemen. De cultuurbarrière speelt ook mee.’

Mobisa: ‘Dorcas helpt bij het benoemen van plus- en minpunten. Samen met lokale gemeenschappen ontwikkelen we een plan om problemen aan te pakken, zodat zij hun ontwikkelingsagenda zelf kunnen beheren. Sommige lokale organisaties missen een juiste managementstructuur. Daar is begeleiding en ondersteuning nodig. En in sommige gemeenschappen hebben vrouwen een lagere positie, waardoor hun betrokkenheid beperkt is. Dorcas kan helpen om organisaties daar bewust van te maken, zodat vrouwen de ruimte krijgen om zich actiever op te stellen op beslissende momenten.’

Ugai: ‘De mensen die het aangaat hebben de meeste kennis. Je probeert dus te begrijpen welke verwachtingen er zijn. Neem die studenten. Zij vormen een grote groep en je kunt niet iedereen tevreden stellen. Consensus vinden vergt tijd en geduld. Het is de uitdaging flexibel te blijven en bereid te zijn iets aan te passen als het niet werkt. Je hebt betrokken mensen nodig die zich langdurig willen inzetten. Uiteindelijk is het hún systeem.’

Kalhoule: ‘In Afrika voelen regeringen de druk toenemen om duidelijk te kiezen voor ontwikkelingspartners. Het is een win-winsituatie als er een goede samenwerking ontstaat. Dat vraagt altijd om wederzijds respect en meer dialoog, maar zeker ook om meer transparantie en verantwoording.’

Fufa: ‘Door het beleid van de Ethiopische regering hebben gehandicapten meestal geen toegang tot basisvoorzieningen. Mede dankzij het Every Life Matters-project kunnen verenigingen meer leden werven en een betere positie eisen. ECDD bestaat nu 17 jaar en werkt goed samen met overheden en organisaties als SeeYou. We bouwen verder op vertrouwen en ondersteuning.’


Wat beschouwt u als een geslaagde samenwerking?

Najue: ‘Ik merk in gesprekken dat er binnen gemeenschappen nu al meer bereidheid is om vrouwen sterker te maken en een betere positie te geven. Als we die samenwerking met belanghebbenden kunnen verstevigen, komt er meer ruimte voor vrouwen in leidinggevende functies.’

Mobisa: ‘In dat geval worden gemeen-schappen veel meer betrokken bij alle stadia van de ontwikkelingsagenda en krijgen ze de waardigheid die ze verdienen. Een goede samenwerking bouwt verder op reeds bestaande middelen binnen een gemeenschap. Alleen dan breng je een blijvende verandering teweeg.’

Ugai: ‘Samenwerking valt en staat bij voldoende tijd. Organisaties en financiers moeten eerst het perspectief van de lokaal betrokkenen begrijpen. Zelf leer ik ook nog steeds om meer geduld te hebben. Internationale ontwikkelingswerkers zijn gedreven en willen graag helpen, maar soms hebben we de neiging beslissingen te overhaasten. Of we willen ten onrechte eigen ideeën pushen, simpelweg omdat we houden van verandering. Ja, dat is een valkuil.’ 

Conflicten, klimaatverandering en kippen

Paul Pantoe Najue (54) is programmacoördinator vredesopbouw bij ZOA Liberia. ‘Ik ben uitvoerend directeur van Sustaining Peace through Development Initiatives, een lokale ngo die in het leven is geroepen door ZOA Liberia en die gemeen-schappen helpt bij het opbouwen van een inclusieve samenleving. Voornaamste doelen zijn duurzame vrede en ontwikkeling. Onze medewerkers hebben veel ervaring in vredesopbouw, bemiddeling en conflictoplossing. Ik werk veel samen met lokale leiders. Conflicten voorkom je vooral door dialoog. Daarom houden we regelmatig bijeenkomsten, vaak voor specifieke doelgroepen, zoals vrouwen en jongeren.’

Ronald Mobisa (48) is programma-manager bij Dorcas Kenia. ‘Ik houd toezicht op meerdere projecten die wij uitvoeren met lokale organisaties. Een van die organisaties is North Gem Community Development Program. Zij zitten in het westen van Kenia en doen nu drie projecten, onder meer over persoonlijke hygiëne, de bescherming van kinderen en het houden van kippen voor de voedselketen.’

David Ugai (38) is als landsdirecteur verantwoordelijk voor alle projecten van Mercy Ships in Guinea. ‘Ik kom uit de VS en ben onder meer opgeleid als tandheelkundige. Daarom ben ik voor Mercy Ships ook betrokken bij het ontwikkelen van specialistische tandheelkunde. Ik houd toezicht op ons programma en werk aan strategie en planning.’

Mavalow Christelle Kalhoule (46) is regiodirecteur West Africa for Children Believe. ‘Wij zijn een Canadese, op kinderen gerichte organisatie. In juli 2020 ben ik benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van Spong, een netwerk waarvan meer dan 277 maatschappelijke organisaties lid zijn. Woord en Daad is partner van Spong. In Burkina Faso hebben we samen allerlei projecten ontwikkeld, bijvoorbeeld op het gebied van jeugdwerkgelegenheid en klimaat-verandering.’

Hamsale Fufa (38) is ontwikkelings-werker in Ethiopië bij ECDD (Ethiopian Center for Disability and Develop-ment). ‘Vanuit ECDD heb ik in de afgelopen jaren gewerkt aan het project Every Life Matters en het project My body and My Future. Die zijn door SeeYou ondersteund; ECDD is hun partnerorganisatie. In mijn werk breng ik partijen samen. Denk aan ngo’s en overheden. Maar ook OPD’s. Dat zijn gehandicaptenverenigingen, de organisaties van en voor mensen met een beperking.’

tekst Marco van den Berg +++ beeld Dorcas

Partnercontent

meer ‘Partnercontent’

advertentie