Sluiten

Nederlands Dagblad

Dossier: Klassiek Licht - Serie

Het geestelijk sieraad van Christus' bruiloftskinderen van Willem Teellinck is geen boek om in een keer uit te lezen. Vier avondmaalspreken op rij is stevige kost. Toch nam Teellinck mij als 21e eeuwse lezer telkens weer mee in zijn protest tegen vormen van christen-zijn die zich beperken tot uiterlijkheden. Hij verwoordt het gereformeerde geloof tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in kerk en maatschappij.

Groen lezen is goed lezen. Niet alleen omdat zijn stijl moeilijk direct is te behappen, ook in hertaling. Maar ook omdat een aantal aanvankelijke indrukken van Groen van Prinsterer, opgedaan in een christelijk politiek betrokken gezin, niet bleken te kloppen.

Een exemplaar van Wat is de hemel?, de klassieker van K. Schilder, stond in mijn boekenkast sinds 5 september 1987. Ik moet dus 24 geweest zijn toen ik het kocht. Het betrof de tweede druk uit 1954, en blijkens een aantekening voorin betaalde ik er f 9,75 voor tijdens een 'boeldag' in Ermelo.

Het lezen van dit boek is een wonderlijke ervaring. In zekere zin was het de voortzetting van een lang geleden begonnen relatie.

Het is alweer even geleden dat ik Noordmans voor het laatst las. Dat was anders in mijn studietijd te Apeldoorn en de eerste jaren van mijn predikantschap.

Ze waren (of zijn?) 'in': halsbandjes met de letters W.W.J.D., een afkorting van de vraag 'What would Jesus do?'. Het hoort bij de jongerencultuur van vandaag, die hemelsbreed verschilt van die van driekwart eeuw geleden, toen dit boek van Noordmans verscheen.

Groen lezen is goed lezen. Niet alleen omdat zijn stijl moeilijk direct is te behappen, ook in hertaling. Maar ook omdat een aantal aanvankelijke indrukken van Groen van Prinsterer, opgedaan in een christelijk politiek betrokken gezin, niet bleken te kloppen.

Groen van Prinsterers Ongeloof en Revolutie bezit alle kenmerken van een echte klassieker. Het is oud, maar heeft blijvende waarde; en het is geschreven in de taal van vroeger, maar wordt ons vertrouwd bij veelvuldig gebruik.

Van Ruler is voor mij een metgezel geworden in mijn denken. Zijn taal is wat beschouwend, kijkend en observerend - om vervolgens met een paar kanttekeningen een nieuw perspectief te bieden. Of beter: perspectieven aan te reiken die er altijd al in­zaten maar voor mij nieuw waren.

In mijn studententijd verslond ik Van Ruler. Religie en politiek was het eerste boek dat ik van hem las, daarna volgden Visie en vaart en Droom en gestalte. Waarom boeide hij me? Hij zette je in de ruimte van het Koninkrijk van God.

Herman Bavinck verdient het dat in de serie 'Klassiek licht' een deel gewijd is aan zijn werk. De titel Gereformeerde katholiciteit is een goede typering van Bavincks theologie. Hij was overtuigd gereformeerd, maar zijn houding was ontspannen en open.

Voor de theologie van Herman Bavinck (1854-1921) bestaat op dit moment zowel in Nederland als daarbuiten een groeiende belangstelling. Illustratief voor de buitenlandse interesse is het feit dat er onlangs in het Amerikaanse Grand Rapids een meerdaagse conferentie aan werd gewijd. Volgend jaar zal er in Princeton nog zo'n conferentie volgen. Ook wordt gewerkt aan vertalingen.

Het is gek. Toen ik in mijn studententijd Het Calvinisme van Abraham Kuyper las, heb ik me vooral geërgerd. Maar nu ik opnieuw de bundel met de zes Stone-lezingen ter hand nam, heb ik een andere leeservaring gehad. Ben ik nou een neo-calvinist geworden, of heeft Kuyper meer te zeggen dan ik eerst dacht?

In hervormde ogen blijft Abraham Kuyper toch een beetje de radicale, arrogante scheurmaker, die bovendien dacht dat hij over Gods schouder mee kon kijken. Toen ik echter Het calvinisme herlas - de eerste keer was uit een gekoesterde eerste druk - besefte ik opnieuw hoeveel onwaars dat beeld bevat.

Bij zijn aantreden als minister kreeg Ronald Plasterk de vraag of hij na vier jaar ‘Den Haag’ weer terug zou keren naar een bestaan als toponderzoeker. Plasterk maakte duidelijk dat je in de wetenschap niet zomaar een paar jaar uit kunt stappen. Het is als met wielrennen: wie in de beklimming eenmaal moet lossen, haakt voor de top niet meer aan. Het tempo van de ontwikkelingen is in veel wetenschappelijke disciplines nauwelijks meer bij te benen.

J.H. Gunning jr. (1829-1905) was een prominent vertegenwoordiger van de ‘ethische theologie’. Deze richting was in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstaan, toen de vrijzinnigheid snel terrein won en de orthodoxie zich frontaal daartegenover plaatste. Van weerskanten werd met scherp geschoten.

Thomas a Kempis (1379-1471) liet naast zijn bekende boek ook een bekende spreuk na: ‘Met een boekje in een hoekje’. Ik kan me niet anders herinneren dan dat over die spreuk wat schamper werd gedaan. Maar ik geloof dat het goed zou zijn deze spreuk maar eens hartgrondig te omarmen.

Onder de titel ‘Klassiek licht’ geeft het Nederlands Dagblad in de loop van 2008 en 2009 een reeks uit van christelijke boeken van Nederlandse bodem die van grote invloed zijn geweest op het christendom in ons land. Vanaf vandaag staat op deze plaats eens in de twee weken een rubriek waarin plaats is voor reactie op het boek dat op dat moment aan de orde is.