Sluiten

Nederlands Dagblad

Dossier: Bijzonder onderwijs - Opinie

Als je kind op jonge leeftijd op school al gewend raakt aan ongelovige vrienden, maak je het niet alleen je kind moeilijk, ook als opvoeders wordt het bijzonder zwaar.

In de discussie over de gelijke bekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs en de daarbij behorende rechten en plichten schieten zowel voor- als tegenstanders in een kramp.

De Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) zegt dat onderwijsorganisaties terecht roepen dat de onderwijsvrijheid in gevaar is.

Het beeld, opgeroepen in een commentaar in deze krant, dat onderwijsorganisaties te gauw roepen dat de vrijheid van onderwijs in gevaar is, klopt niet. Het grondwetsartikel waarin dit geregeld is, ligt wel degelijk steeds onder vuur.

Herleeft de schoolstrijd? Telkens weer wordt deze vraag in onderwijsland gesteld. In 1917 regelden de confessionelen en liberalen na decennia van strijd definitief de gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Maar hoe duurzaam is de toen gesloten vrede?

Als gereformeerde of reformatorische scholen iets willen veranderen aan hun grondslag, kijken ze vaak met een beetje angst naar de overheid. Op grond van artikel 23 van de grondwet zou dat niet nodig moeten zijn, zegt Dick Mentink die vorige week afscheid nam als hoogleraar onderwijsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ,,In artikel 23 komen de belangen van liberalen en confessionelen bij elkaar.''

Rooms-katholieke scholen worden bevolkt door leerlingen van verschillende culturen en religieuze achtergronden. Veel scholen worstelen met de vraag hoe ze het 'rooms-katholiek' op de gevel van de school praktisch kunnen vormgeven.

De discussie over de ‘triangel’ gezin-kerk-school focust te eenzijdig op de ontvlechting van deze drie opvoedingsdomeinen. Terwijl vitaal christelijk onderwijs juist behoefte heeft aan een positieve, kritische betrokkenheid van kerk, ouders en maatschappij.

Het personeel maakt de school wat hij in de praktijk is. Gereformeerd-zijn moet vooral van binnen zitten en naar buiten blijken. Toerusting van docenten en het ontwikkelen van leskaternen voor vakken waarbij de levensbeschouwing sterk naar voren komt, kunnen daarbij helpen.

Volgens Piet Dijkstra zijn bestuurder Marnix van Bruggen en directeur Rene Tromp bij hun verdediging van de noodzakelijke veranderingen in de gereformeerde (school)vereniging in West Nederland niet ontkomen aan de valkuil deze principieel te willen motiveren. Met als gevolg een weinig zindelijke discussie die meer overhoop haalt dan nodig is.

Het gesprek over de identiteit van het gereformeeerd onderwijs wordt op veel scholen intensiever gevoerd dan ooit. Daarbij gaat het primair om de vraag wat die identiteit inhoudt en hoe die nog beter kan worden verbonden met de praktijk van alle dag. Dat is wat anders dan de vraag wie je als ouders, kinderen en leraren op scholen toelaat, hoe belangrijk ook.

De deze week nogal heftig aan de oppervlakte gekomen veenbrand over de eigenheid van het gereformeerd onderwijs hangt nauw samen met de ontwikkeling van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Van een gesloten kerkgemeenschap namelijk naar een open kerktype waarin verschillende stromingen ruimte opeisen. Het kan niet anders of dat heeft zijn weerslag op de scholen die uit deze kerken voortkwamen.

Christelijke scholen moeten hun identiteit niet oriënteren op de persoon Christus alleen, maar op de hele Drie-eenheid. Juist daarin onderscheiden christenen zich van aanhangers van andere godsdiensten en filosofieën. Een stem uit het evangelisch onderwijs.

Een fusie vraagt om een herkenbaar profiel. De gereformeerde basisscholen in West-Nederland spraken daarover op een identiteitscongres (Nederlands Dagblad 27 en 30 januari). Jan Bollemaat werd pijnlijk getroffen door de vaststelling ,,dat de hekken niet meer bepalend zijn voor identiteit''. Sinds wanneer is dat het geval?

Studenten en scholieren die naar Den Haag optrekken en meer lesuren eisen van deskundige docenten. Het is alsof een klant aan de slager vraagt of hij ook vlees wil verkopen. Blijkbaar is het met het niveau van het onderwijs zo beroerd gesteld dat leerlingen en studenten zelf al aan de bel trekken.

Het artikel ‘Verbondenheid met Christus is genoeg’ (Nederlands Dagblad 27 januari) verontrustte Anton Breen. Zijn bezorgdheid werd niet weggenomen toen hij gisteren het interview las met Rene Tromp en Marnix van Bruggen, respectievelijk directeur en voorzitter van het centraal bestuur van de scholenkoepel GPO-WN (Gereformeerd Primair Onderwijs-West Nederland). De triangel ‘kerk-school-gezin’ is volgens hem altijd de triangel ‘Christus-school-gezin’ geweest.

Als het misgaat met de identiteit op christelijke scholen, kijk dan ook naar de docenten. Die hebben, ook waar de identiteit vervaagd is, kansen genoeg.

Er is alle reden tot zorg over de verwatering binnen de rechterflank van de gereformeerde gezindte. Die ontwikkelingen worden echter niet buiten de deur gehouden door restrictief toelatingsbeleid van reformatorische scholen op concrete punten als tv-bezit, het dragen van een lange broek en opvattingen over medezeggenschap.

Het reformatorische Hoornbeeck College in Amersfoort mag van de Utrechtse voorzieningenrechter wegkomen met zijn besluit een leerling te weigeren, van wie de ouders er een net iets andere levenspraktijk op nahouden dan de school wenselijk acht.

Maandag suggereerde het dagblad Trouw dat scholen van orthodox-christelijke signatuur in extreme mate aan de segregatie in het onderwijs bijdragen. Ongeveer tegelijkertijd startte elders een offensief om meer allochtone studenten van pabo's en lerarenopleidingen aan een stageplaats te helpen. Hier kreeg het gehéle bijzonder onderwijs de zwarte piet toegespeeld: het zou allochtone stagiaires weren.

Christelijke scholen zouden er goed aan doen allochtone kinderen op school toe te laten om zo een bijdrage te leveren aan de integratieproblematiek. Een verrassend pleidooi uit reformatorische hoek.

'Je was gewoon gereformeerd en daar hield je met z'n allen je mond over'. Op deze uitspraak over het gereformeerd onderwijs van dr G. Oosterhuis (Nederlands Dagblad 29 april, pagina 4) wil ik graag ingaan.

Het voorstel van dr. J. Veling om alle scholen bijzonder te maken (Nederlands Dagblad, 14 februari), is een grote bedreiging voor het gereformeerde onderwijs, meent onderwijsjurist mr. J.J. van der Tol, directeur van twee gereformeerde scholen. ,,We laten ons een gave Gods uit handen nemen.''

PvdA, SP, GroenLinks en D66 hebben een initiatiefwet ingediend, die bijzondere scholen wil verplichten tot acceptatie van leerlingen, zoals dat ook voor het openbaar onderwijs geldt. Voortaan zouden zij dus in principe ook leerlingen moeten toelaten, van wie de ouders niet instemmen met de levensbeschouwelijke grondslag van de school. Het 'respecteren' van die grondslag zou voldoende moeten zijn.

De overheid zou het bijzonder onderwijs op religieuze grondslag niet meer moeten financieren, volgens het wetenschappelijke bureau van de VVD. De scheiding tussen kerk en staat wordt opnieuw aangegrepen om straks alles wat met religie te maken heeft te weren uit het publieke leven. Hiermee schiet de VVD uiteindelijk zichzelf in de voet.

Als je een probleem constateert, moet je goed letten op wat de oorzaak is. Er zijn kerken die problemen hebben en er zijn gereformeerde scholen. Maar het één hoeft niet een gevolg van het ander te zijn.

Je kind naar een gereformeerde school, dat betekent in de praktijk: vier kolossale scholengemeenschappen met grote plaatselijke kerken eromheen. Kleine kerkelijke gemeenten in de rest van het land lopen leeg. Volgens Luuk Kiers moet het roer om.

Hangt een doemscenario over het gereformeerd onderwijs na de sluiting van de school in Bloemendaal? Allerminst, de scholengemeenschappen werken juist hard aan de identiteit. Dit raakt leerlingen, docenten en lesmateriaal.

Als de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in deze periode van verwarring teruggaan naar wat hen ten diepste bindt, dan zullen zij niet verdampen. In het Nederlands Dagblad van 26 mei schrijft Jan Wietsma dat hij de sluiting van de vestiging van de gereformeerde scholengemeenschap Guido de Brès in Bloemendaal ziet als een voorbode van een verdampende kerk.

De sluiting van de school in Bloemendaal zou wel eens het voorland kunnen zijn, niet alleen van het gereformeerd onderwijs, maar van de vrijgemaakt-gereformeerde kerken zelf. Zij missen meer en meer een gemeenschappelijke identiteit.

Ongeveer zes jaar terug hebben we vanuit Almere een poging ondernomen om gereformeerd voortgezet onderwijs in Flevoland te krijgen. Dat is toen niet gelukt, omdat het niet mogelijk was het benodigde aantal leerlingen bij elkaar te krijgen.

Het bestuur van de gereformeerde scholengemeenschap Guido de Brs schreef aan alle ouders en verzorgers van haar leerlingen een brief over de voorgenomen sluiting van de school in Bloemendaal. Het Nederlands Dagblad van 17 mei maakte hier melding van.

Het besluit van het Gomarus College in Groningen om leerlingen buiten de gereformeerde gezindte te werven, heeft vragen en zorgen opgeroepen bij ouders. Die zijn verwoord in onderstaand artikel.