Sluiten

Nederlands Dagblad

Dossier: ChristenUnie - Opinie

Voorzichtigheid is nog altijd troef bij het beleid van de ChristenUnie jegens rooms-katholieken. De top laat zich er amper over uit.

De ChristenUnie moet geen ledenpartij worden. Dat levert een verkeerde afspiegeling op van meningen in de breedte van de partij.

Het wordt tijd dat de ChristenUnie - treurend om het stemgedrag van de SGP bij de Eerste Kamerverkiezingen - ophoudt de kool en de geit te sparen en haar ware gezicht laat zien.

Het CDA heeft grote klappen opgelopen en is innerlijk verdeeld, de ChristenUnie en de SGP gaan ruziënd over straat. De christelijke politiek is moreel failliet, oordeelde afgelopen week deze krant. Een lokale D66'er twitterde triomfantelijk: 'De christenen zijn geen vrienden meer.' Stel, we heffen de christelijke politieke partijen op en we beginnen opnieuw. Wat zijn de opties?

Beschamend. Anders kan ik als bestuurslid van een lokale ChristeUnie-kiesvereniging het optreden van mijn eigen partij na de Eerste Kamerverkiezingen niet noemen. De schuld ligt niet volledig bij de SGP.

De christelijke politiek is moreel failliet nu de ChristenUnie en de SGP elkaar niet aan een extra zetel in de Eerste Kamer hebben geholpen, zo stelde het Nederlands Dagblad dinsdag in het commentaar. Maar waarom zouden christenen elkaar moeten helpen als ze verschillende politieke standpunten hebben?

Na het vertrek van André Rouvoet heeft de fractie ingestemd met Arie Slob als nieuwe fractievoorzitter. Een logische en terechte keuze. Maar wat mij bevreemdt, is dat ik steeds weer lees dat Arie daarmee ook de partijleider is. Ik vraag me af of dit enkelvoudig leiderschap verstandig is.

In zijn politieke analyse van 7 mei koppelt Marcel ten Hooven het politiek gebruik van christelijke argumenten of Bijbelse taal aan wereldmijding. Het ChristenUnie-bestuur zou terug willen 'naar de veilige niche van weleer'. Dat het bestuur dat wil hoop en geloof ik niet.

Het Uniecongres van de ChristenUnie zal in het teken staan van de discussie over de koers van de ChristenUnie na de teleurstellend verlopen Kamer- en Provinciale Statenverkiezingen van 2010 en 2011. Advies aan de partij: zoek een breed publiek en sla niet rechtsaf.

De ChristenUnie wil graag meer rooms-katholieke stemmers. Maar dan is het aantreden van Arie Slob als nieuwe politiek leider misschien een goed moment om de discussie aan te gaan over de grondslag. Waarom niet de geloofsbelijdenis van Nicea in plaats van de Heidelbergse Catechismus?

Het kwam niet helemaal als een verrassing, het vertrek van ChristenUnie-fractieleider André Rouvoet.

Naar aanleiding van het evaluatierapport ‘Met hart en ziel’ over de verkiezingscampagne van de ChristenUnie kan gesteld worden dat er eenzijdige aandacht was voor sociale vraagstukken. Het droeg bij aan vervreemding van de achterban.

Sinds een aantal jaren presenteert de ChristenUnie zich als christelijk-sociaal. Ik begin er tegenstrijdige gevoelens bij te krijgen. Niet alleen vanwege de geringe werfkracht of de wat ouderwetsig-ideologische klank.

Na de VVD is het de ChristenUnie die het meest rigoureus en schadelijk ingrijpt in de zorg, stelt het CDA.

Als alternatief voor een regering met de PVV (wellicht een minderheidscoalitie met gedoogsteun van CU/SGP), zou de ChristenUnie al tijdens de komende campagneperiode serieus moeten zoeken naar een pact met (centrum-)links.

In de evaluerende terugblik op het eerste decennium van de ChristenUnie - de fusiepartij van het Gereformeerd Politiek Verbond en de Reformatorische Politieke Federatie - overheersten de afgelopen weken de politiek gekleurde geluiden.

De voorlopers van de ChristenUnie, RPF en zeker het GPV, waren al langer pragmatisch. Dat begon niet pas na de fusie, zoals Gerrit Voerman stelt.

Het is voorstelbaar dat de ChristenUnie kritische vragen stelt bij de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Maar de gegeven argumentatie blijft net als voorheen onder de maat.

D66 vormt een minstens even grote bedreiging voor de zaken waar de ChristenUnie aan hecht, als de PVV. Het wordt daarom tijd dat de CU met D66 gaat polariseren.

De jeugdzorg zal vanaf 2010 ingrijpend worden veranderd. De groep die de zorg het minst nodig heeft, wordt nu te snel bediend, terwijl de groep die het meest hulp nodig heeft, onvoldoende wordt geholpen. Dat moet anders, aldus minister André Rouvoet eergisteren in een toespraak aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hieronder een aantal hoofdpunten uit zijn betoog.

Het samengaan van SGP en ChristenUnie is in deze tijd van secularisatie een noodzakelijke aangelegenheid. Dat geldt wel in het bijzonder bij de verkiezingen voor het Europees Parlement.

De breuk tussen ChristenUnie en SGP op Europees vlak was wellicht onvermijdelijk, zeker op termijn, maar zij roept toch gemengde gevoelens op.

ChristenUnie-partijleider sprak in zijn Groen van Prinstererlezing vorige week over het compromis, dat hij als regeringspartij meer dan ooit moet sluiten. Oud-CDA-fractievoorzitter Willem Aantjes steunt hem daarin, maar vindt dat Rouvoet ten onrechte grenzen stelt aan het compromis, zoals bij medisch-ethische kwesties.

In de zevende Groen van Prinstererlezing blikte André Rouvoet woensdagavond terug op twee jaar regeringsverantwoordelijkheid van de ChristenUnie. Hij signaleert dat zijn partij zich ontwikkelt tot een 'getuigende bestuurderspartij'.

Christenpolitici kunnen in onze geseculariseerde samenleving steeds minder uit de voeten met grote woorden uit het verleden. Daardoor dreigt verzakelijking van de christelijke politiek, denkt de Kamper ethicus Ad de Bruijne.

In het Nederlands Dagblad van 30 januari j.l., stond een boeiend artikel van P.H. de Jong. Volgens De Jong is de ChristenUnie afscheid aan het nemen van haar oude herkersteningsideaal, dat vroeger vooral is gepropageerd door de rechtse GPV-theoreticus Bart Verbrugh.

Bart Jan Spruyt stelt dat dat de ChristenUnie het herkersteningsideaal van de oude Abraham Kuyper heeft ingeruild voor een modern links beleid ( Nederlands Dagblad 6 februari). ,,Dit is een groot misverstand'', zegt Wim Rietkerk, CU-raadslid in Utrecht. De visie van de partij is volgens hem hooguit bescheidener geworden.

Ethicus Ad de Bruijne vindt dat de ChristenUnie zich moet 'herbronnen' (Nederlands Dagblad 30 januari). Hij roept de partij op de theologische onderbouwing van de politieke filosofie te herformuleren. Volgens oud-RPF-leider Meindert Leerling is daaraan geen behoefte.

De ChristenUnie maakt zich op voor een nieuwe theologische doordenking van de doelen van de partij. Volgens Bart Jan Spruyt heeft de partij het ideaal van de herkerstening opgegeven en ingewisseld voor een modern links beleid waarin de overheid als laatste redmiddel orde in de chaos van de secularisering moet scheppen.

Er moet een constructieve dialoog op gang komen tussen de ChristenUnie en gelovige homo's. Bestuur en Kamerfractie moeten daartoe de regie hernemen in plaats van te verwijzen naar lokale afdelingen.

Wat een uitgebreide aandacht voor een scriptie van de theologiestudente Marleen Blootens. Het kan niet anders dan dat die ophef er alleen is omdat het over de ChristenUnie en het standpunt ten aanzien van Israël, c.q. Jeruzalem gaat.

Met instemming heb ik het interview met Marleen Blootens gelezen. Zij verwoordt uitstekend de moeite die ook ik heb met het CU-standpunt met betrekking tot de staat Israël.

Het Nederlands Dagblad kopte woensdag met 'RPF won Israëldiscussie van het GPV'. Een hele eer voor theologe Marleen Blootens, die deze mening in haar eindscriptie verdedigt.

Is de aanduiding 'christelijke politiek' niet te pretentieus? Christelijke politiek moet geen pretentie, maar een intentie zijn, al mag een christen wel met gezag spreken. ,,Men kan er over twisten of de aanduiding 'christelijke politiek' niet te pretentieus is'', zo stelt de hoofdredacteur in het commentaar van 5 juli. En terecht. Christelijke politiek moet geen pretentie zijn, maar een intentie. Het verlangen om enerzijds als christen in de politiek te werken tot de eer van God en anderzijds met de politieke arbeid er aan te werken dat het gehele openbare leven onder het beslag van Gods Woord komt.

DEN HAAG - SGP en Christen-Unie zijn opnieuw in aanvaring gekomen over het debat rond embryoselectie. Op zijn weblog schrijft fractieleider Arie Slob dat de ChristenUnie is teleurgesteld in de ,,onnodig harde'' houding van de SGP. Zijn SGP-collega Bas van der Vlies meent juist dat er bij de ChristenUnie in een principiële kwestie een wissel ,,blijkbaar is omgezet''. Hij stelt dat principiële bezwaren met ,,wortels in de beschermwaardigheid van alle leven, overschaduwd worden door politieke motieven''.

DEN HAAG - Het partijbestuur van de ChristenUnie en het bestuur van de Amsterdamse afdeling reageren verbolgen op de uitlatingen die Yvette Lont in deze krant heeft gedaan.

Als de ChristenUnie genoegen neemt met een commissie of richtlijnen die toelaten dat in individuele gevallen t&243;ch váker embryoselectie wordt toegepast, is de meerwaarde van CU-deelname in het kabinet op dit medisch-ethisch terrein zeer twijfelachtig.

Het politieke debat is de plaats waar moraal en macht elkaar ontmoeten. Elk politiek standpunt is terug te leiden tot een morele overtuiging. Bij de selectie van embryo's kun je van mening zijn dat een embryo beschermwaardig leven is, of dat selectie op ziekterisico's leidt tot een Brave New World. Maar je kunt ook vinden dat de wens van de ouders op een gezond kind ten koste mag gaan van embryo's met een 'verkeerd gen'.

In het commentaar van het Nederlands Dagblad van 16 juni wordt gesteld: ,,Homo’s worden niet uitgesloten van politieke functies.’’ Hoe zit dat met praktiserende homo’s? Door de leden van ChristenUnie werd een amendement aanvaard van de kiesvereniging Nunspeet, om in de gedragscode te verwijzen naar de zogeheten uniefundering en het kernprogramma. In het kernprogramma spreekt de partij uit dat het huwelijk tussen man en vrouw de norm is. Wie durft te beweren dat bij gelijke geschiktheid voor politieke functies praktiserende homo’s niet op voorhand zijn uitgesloten, mag dat waarschijnlijk aan de rechter gaan uitleggen.

De kwestie van de homoseksuele leefwijze is een moeilijk onderwerp. Er is een duidelijk verschil in behandeling van dit onderwerp in de tijd voor en na ongeveer 1960. Ook ik schreef er anders over dan een vorige generatie. Dat kan bij voorbeeld duidelijk worden uit mijn publicatie Hoe gaan wij verder? , waarin ik een advies afdruk dat in 2001 ik, samen met enkele theologen uit de Christelijke Gereformeerde Kerken, heb opgesteld in een geval van twee samenlevende lesbiennes. Het ging erom voor hen een weg te vinden binnen de kerkelijke gemeenschap.

Alhoewel ik op medische gronden tot bijwoning verhinderd was, kan volgens het verslag van het Nederlands Dagblad teruggezien worden op een geslaagd congres. In het bijzonder is stilgestaan bij de gedragscode. Ik heb uit het verslag gelezen dat het amendement-Nunspeet, aangevuld met een voorstel van Barneveld tot wijziging van het kernprogramma, is aangenomen. Daar ben ik erg blij mee. Velen hebben gebeden voor het welslagen van het congres en die gebeden zijn m.i. verhoord. De kwestie heeft in de gedragscode een voor geen tweeërlei uitleg vatbare gunstige invulling gekregen.

Het amendement uit Nunspeet was voor dr. J. Douma reden om toch door te gaan met de CU. Maar wat voegt het toe? Douma geeft in feite toe dat het geen ‘optimale duidelijkheid’ geeft, maar toch kan hij met de CU verder omdat het amendement verwijst naar de uitgangspunten in de uniefundering en het kernprogramma. Echter, aan het begin van deze affaire vormden deze uitgangspunten geen beletsel voor enkele partijprominenten om homoseksuele relaties niet automatisch als een uitsluitende factor voor haar vertegenwoordigers te zien, en de gedragscode gaat daar in mee.

‘Draai van Douma’, zo luidt een kop boven het verslag van het ChristenUniecongres van afgelopen zaterdag in Zwolle (Nederlands Dagblad pagina 1). Voor-alsnog interpreteer ik dat Douma nog niet echt overtuigd is, maar het bestuur van de ChristenUnie het voordeel van de twijfel heeft gegeven.

Henk Medema schrijft in het Nederlands Dagblad van 10 juni dat een christelijke politieke partij een onding is. Hij heeft in wezen gelijk. Zulke partijen hadden niet nodig moeten zijn. Net zo min als christelijke scholen. Maar Medema zal toch weten hoe het in de negentiende eeuw allemaal is gelopen? De staat moest neutraal zijn en de liberalen ontnamen alle van overheidswege opgezette scholen als het ware het predicaat christelijk. Velen - onder wie Groen van Prinsterer - hebben er alles aan gedaan het tij te keren, maar zich uiteindelijk neergelegd bij de next-best oplossing: aparte christelijke scholen.

Prof. dr. G. van den Brink schrijft aan het eind van zijn column in het Nederlands Dagblad van 9 juni over ,,het bij voorbaat buitensluiten van een categorie mensen die vanwege hun geaardheid toch al onevenredig vaak zijn geïsoleerd en gediscrimineerd’’. Laten we de zaak echter wel helder houden.

Wat is winst of wat is verlies? Sommigen zullen zeggen dat het winst is als zaterdag het rapport-Cnossen door het congres van de ChristenUnie wordt overgenomen. Anderen zullen dat zeggen als het rapport wordt verworpen. Een ding staat wel vast, in beide gevallen wordt aan de ChristenUnie aanzienlijke schade toegebracht.

Een vraag als ‘Kan iemand met een homoseksuele relatie een partij als de ChristenUnie geloofwaardig vertegenwoordigen?’ bepaalt ons bij het ‘andere’ van christelijke politiek en bij de beperktheid van ons huidige politieke systeem en de rol van christelijke politieke partijen daarin.

Het is een merkwaardige ervaring om met een groep mensen enkele maanden lang intensief in alle beslotenheid bezig te zijn met de opstelling van een lastig rapport, en dan te zien wat er gebeurt na openbaarmaking. Zo'n stuk komt onmiddellijk terecht in wat de Franse filosoof Paul Ricoeur aanduidde als 'het conflict van interpretaties'.

De ChristenUnie heeft altijd van haar vertegenwoordigers gevraagd dat ze de Bijbel aanvaarden als het gezaghebbende Woord van God. Dat is nu ook nog eens expliciet vastgelegd in een gedragscode. Alleen daarom al is het pijnlijk te moeten ervaren dat juist op dit moment hier en daar de suggestie klinkt dat de ChristenUnie van haar ankers afdrijft.

Het is vrijwel onmogelijk in de samenleving omstreden zaken in de beslotenheid van de eigen kring te bespreken. Dat is de laatste maanden en de afgelopen week wel gebleken uit de argusogen waarmee het homostandpunt van de ChristenUnie van buiten werd bekeken en uit de commotie rond het regeringsstandpunt over de embryoselectie.

In de discussie over erfelijke vormen van borstkanker is het volgens Jan Mol de vraag of embryoselectie de oplossing is. Hij nuanceert een veelgebruikt percentage en wijst op het belang van onderzoek naar preventie en therapie. De afgelopen twee weken stond Den Haag op zijn kop vanwege het debat over de pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) of beter gezegd de verruiming hiervan met de indicatiestelling voor vrouwen met een erfelijke vorm van borstkanker. Het debat werd over de hoofden van deze vrouwen heen gebruikt voor politieke spelletjes. Partijen die voorheen instemden met een moratorium liepen nu te hoop en begonnen met cijfers te strooien, niet gehinderd door enige kennis van zaken.

Het besluit van het kabinet tot nadere bezinning op de aanvaardbaarheid van embryoselectie om ernstig lijden te voorkomen, heeft de afgelopen dagen opmerkelijk felle emoties opgeroepen. Daar kan men zich vanuit de situatie van vrouwen die niet alleen een erfelijk kankergen bij zich dragen, maar niet zelden ook al familieleden aan die ziekte hebben zien sterven en daarom hun kinderen willen behoeden voor datzelfde lot, veel bij voorstellen.

Natuurlijk was het zeker niet wat staatssecretaris Bussemaker beoogde, maar haar plan om embryoselectie nu ook toe te staan wanneer er bij toekomstige kinderen een kans bestaat op een erfelijke ziekte, is ten diepste de deur openen voor de mens die voor God gaat spelen. En het zijn niet alleen christenen of pro-lifers die dit oordeel over het voornemen van de bewindsvrouw vellen.

Toen Tineke Huizinga aantrad als staatssecretaris voor de ChristenUnie op Verkeer en Waterstaat was de invoering van de ov-chipkaart per 1 januari 2009 een van de grootste uitdagingen én struikelblokken die ze erfde van minister Karla Peijs.

In zijn bijdrage op de opiniepagina van 29 februari spreekt Philip van den Berg van een ‘fluwelen revolutie’ in de ChristenUnie. Wij zijn blij met zijn heldere analyse van de huidige tendens. Ook wij hebben ernstige zorgen over de richting die de ChristenUnie opgaat wat betreft het vasthouden aan Bijbelse principes. Als de levensstijl van vertegenwoordigers van de partij daarmee niet meer in overeenstemming hoeft te zijn, ondergraaft de partij haar eigen fundament. En dan zijn wij bang ons niet langer binnen die partij thuis te voelen.

Marijcke Ockhuisen, Femke Steenstra, Hanny van Veelen

‘Een fraudeur, een verslaafde, een homoseksueel, iemand die zijn gezin intimideert, zijn kinderen mishandelt of misbruikt’: zo stonden ze op een rij en op één lijn in het artikel van Philip van den Berg van 29 februari. Nu doelt mijns inziens het woord homoseksueel in de eerste plaats op een man of vrouw die deze geaardheid (zo u wilt: gerichtheid) heeft - ook als hij of zij er niet toe overgaat, zelfs er niet toe wil overgaan, om in een relatie te leven. Voor zo iemand moet het wel bijzonder schokkend zijn zich geplaatst te zien in zo’n rijtje.

In zijn artikel 'Fluwelen revolutie in de ChristenUnie’ (Nederlands Dagblad 29 februari) veegt Philip van den Berg homoseksuelen categoraal op een hoop met fraudeurs, verslaafden, mensen die hun gezin intimideren, hun kinderen mishandelen of misbruiken.

Er is echt wat veranderd. Dat was de titel die de Volkskrant gisteren plaatste boven een opiniebijdrage van Wouter Bos, waarin de vicepremier het eerste jaar van het kabinetBalkenende IV evalueerde. De kop gaf de essentie van Bos' artikel goed weer, maar ze was ook veelzeggend. Zoals het ook significant was dat Bos het kabinet aanduidde als 'het kabinet Balkenende-Bos'.

Met instemming heb ik de bijdragen gelezen van de heren A. Kadijk (Nederlands Dagblad 24 januari) en Meindert Leerling (Nederlands Dagblad 8 februari) als reactie op het hoofdartikel van 18 januari 2008.

De ChristenUnie moet niet gluren in de binnenkamer van haar partijleden. Maar de partij moet volgens dr. J. Douma wel de ruimte houden om te staan voor haar opvattingen over huwelijk en gezin die 'discriminerend' zijn binnen de Nederlandse politiek.

Aan de vooravond van het kerstreces heeft de fractievoorzitter van de ChristenUnie, Arie Slob, hard uitgehaald naar het kabinet. Slob verwijt, in een vraaggesprek met de Volkskrant , het kabinet verantwoordelijk te zijn voor het negatieve beeld dat is ontstaan.

De jongerenorganisatie PerspectieF heeft haar opvattingen over het Midden-Oosten vastgelegd in de Scripta Israël. De afgelopen weken verschenen daarop verschillende reacties. Mart Keuning en Arie Kuiper reageren.

Ik heb het artikel ‘Te weinig CU-geluid’ van Harry Roffel gelezen (Nederlands Dagblad 15 oktober) en ook de reactie daarop van Andries van Dijk in de krant van 19 oktober. U zult het vreemd vinden dat ik het als oud-lid van het voormalige convent van de RPF met beiden eens ben.

In het beleid van het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie is volgens Harry Roffel te weinig terug te vinden van de uitgangspunten van de CU (Nederlands Dagblad 15 oktober). Andries van Dijk bestrijdt dat en roept Harry Roffel op de zegeningen te tellen.

Opmerkelijk bericht op 28 september aangaande het verbreken van de lijstverbinding tussen de ChristenUnie en de SGP in Krimpen. Opmerkelijk omdat in de samenwerkingsovereenkomst blijkbaar geen afspraken zijn gemaakt aangaande wat te doen wanneer de fractievoorzitter zou terugtreden. Waren afspraken hierover wel vastgelegd, dan zou een breuk niet nodig zijn geweest.

Verdediging van de positie van christenen, zoals gewetensbezwaarden ambtenaren, door de ChristenUnie is niet verkeerd, maar zulke dingen moeten niet te veel in het centrum van de aandacht komen te staan. De belangrijkste bestaansreden van de partij is een andere. In Het Katern van 18 mei betoogde ik dat de ChristenUnie ontworpen is voor het vaarwater waarin de partij met de toetreding tot het kabinet-Balkenende IV is terechtgekomen. Een aantal lezers reageerde daarop met een ingezonden brief.

De deelname aan een regeringscoalitie heeft de ChristenUnie in ander vaarwater gebracht. Maar de ChristenUnie is wel ontworpen voor deze nieuwe omstandigheden. Het is nuttig eens te kijken naar de bestektekeningen uit de tijd van de fusie van GPV en RPF.

Bij het lezen van het artikel Overbekende valkuilen van prof. George Harinck (Nederlands Dagblad van 5 mei) ben ik geschrokken. Hans Blokland, europarlementarir voor de ChristenUnie, blijkt een verbond te hebben gesloten met dubieuze figuren in het parlement, onder de naam Onafhankelijkheid en Democratie. Deze dubieuze figuren hebben op verschillende momenten blijk gegeven van hun antisemitische opvattingen. Blokland heeft dat op verschillende momenten weggewuifd. Moeten we vermoeden dat hier veel meer onder de oppervlakte schuilgaat? Ik vrees het.

Sytze Faber volgde de ChristenUnie tijdens de formatie van het vierde kabinet Balkenende. De partij doet er goed aan niet alleen verlegen te zijn met de lof die Faber de ChristenUnie toezwaait, maar ook een inhoudelijk debat te voeren over het veranderingsproces dat Faber beschrijft.

Bij de presentatie van het regeerakkoord van het vierde kabinet Balkenende is de ChristenUnie geprezen omdat de partij veel programmapunten terugzag in het akkoord. Yvette Lont is niet onder indruk van het behaalde resultaat.

In het Nederlands Dagblad van 24 april wijst de CDA'er Frank van den Heuvel op de risico's van meeregeren voor de ChristenUnie. Volgens Roel Kuiper zijn de spanningsvelden van de ChristenUnie ook de spanningsvelden van het CDA. Wat let het CDA zich duidelijker uit te spreken over het gewenste beleid?

Een poster van een dame in bikini is de raadsfractie van de ChristenUnie in Utrecht in het verkeerde keelgat geschoten. Tweehonderd vierkante meter reclame voor lingeriebedrijf Hunkemller, tegen de gevel van moederbedrijf Hema. De ChristenUnie in Utrecht protesteert, want deze dame wordt neergezet als ,,lustobject. Bovendien is de reclameuiting een ,,aantasting van het stadsbeeld, vindt de partij, die het stadsbestuur wil vragen de reclame te verwijderen.

Bij de totstandkoming van het kabinet-Balkenende IV is van verschillende zijden opgemerkt, dat de ChristenUnie verreweg het meeste van haar verkiezingsprogramma terugzag in het regeerakkoord. Dat lag in die zin een beetje voor de hand, omdat de kleinste coalitiepartner min of meer een middenpositie inneemt tussen CDA en PvdA. Deelt de CU met de laatsten vooral een sociale agenda, op het vlak van bijvoorbeeld burgerlijke waarden en de buitenlandse politiek is de verwantschap met de christendemocraten weer groter.

Een evangelische kiezer heeft bij de Provinciale Statenverkiezingen op de ChristenUnie gestemd. Hij gunt de CU de extra zetels, maar hoopt dat de partij niet overmoedig wordt door de groeiende kiezersgunst.

De ChristenUnie was bij de verkiezingen van 22 november 2006 de knuffel van velen. Dat een partij z sociaal, groen en toch z principieel kon zijn! Daar kon het CDA nog wat van leren. Maar toen de partij zich naar de macht bewoog, sloeg menigeen de schrik om het hart. Vlak na de verkiezingen leek er nog niks aan de hand. Eimert van Middelkoop - de nieuwe minister van Defensie namens de ChristenUnie - verbaasde zich over het positieve klimaat rond zijn partij.

De ChristenUnie moet eensgezind koers houden of verdeeld ten onder gaan. De keus om rooms-katholieke stemmers in de armen te sluiten, verdient bijval, betoogt dr. Kornelis Mollema, lid van de ChristenUnie.

Als we sommige media moeten geloven staat de ChristenUnie een ware toestroom van rooms-katholieke leden te wachten. En inderdaad lijkt er in dit opzicht niet langer sprake van incidenten, maar van een ontwikkeling.

Met de ChristenUnie in de regering is Nederland niet op weg naar een benauwende middeleeuwse reli-staat. Volgens Michiel Niemeijer heeft de partij alles in huis om het verschil te maken in een nieuwe regering.

In de aanloop tot de verkiezingen van 22 november wordt de ChristenUnie achtervolgd door de ‘beschuldiging’ dat het een linkse partij zou zijn (geworden). Vooral het CDA, al dan niet geplaagd door een slecht geweten, heeft daar een handje van. Daar is men tegenwoordig sowieso niet vies van het inzetten van een ramkoers, daarmee een onverwachte bijdrage leverend aan een verdere verruwing van het politieke handwerk.

De christelijke politieke partijen in Nederland die zich expliciet baseren op de Bijbel, de ChristenUnie en de SGP, groeien verder uit elkaar. Dat is de conclusie uit een breed onderzoek van het Reformatorisch Dagblad onder de gemeenteraadsleden van beide partijen.Vooral de raadsleden van de ChristenUnie die sinds 2002 in de raad zitten, lijken in beweging.

De SGP is in samenwerking met de ChristenUnie op een gemeenschappelijke lijst niet strakker, maar juist soepeler geworden. In meer dan veertig gemeenten wordt in goede harmonie samengewerkt. Alleen, ja, in vier gevallen...

De ChristenUnie steunt de invoering van een systeem voor Actieve Donorregistratie (ADR). Een oplossing voor het tekort aan donororganen is voor veel mensen een zaak van leven of dood. Daarom hebben wij op een constructieve manier meegedacht over een verantwoord systeem voor orgaandonatie

Onze samenleving lijkt verdacht veel op een flipperkast: mensen schieten van links naar rechts en weer terug. Een vlucht naar links als het eigen pensioen in gevaar komt, een ruk naar rechts als een moslimextremist een provocateur vermoordt. Er is een belangrijke overeenkomst tussen linkse en rechtse sentimenten: het beroep dat ze doen op een sterke staat in een maakbare samenleving. Dit beroep kan zelfs de rechtstaat ondermijnen.

Er is kritiek op de keuzes die ChristenUnie-SGP in het Europees Parlement maakt bij de fractievorming (Nederlands Dagblad 22 en 24 juli). Eerste man Hans Blokland heeft zelf ook moeite met de Lega Nord, maar vindt samenwerking met de Italianen in één fractie een noodzakelijke stap.