Harry Potter is vijftien in het vijfde boek over zijn jeugd. Stevig aan het puberen dus, met alle verwarrende gevoelens vandien. Hij wil met z'n vrienden optrekken én alleen zijn; hij heeft behoefte aan moederliefde, maar wil niet bemoederd worden; hij krijgt weke knieën van de donkerharige Cho, maar ergert zich aan haar huilbuien. 'Waarom begint ze steeds over een onderwerp dat haar in een menselijke tuinsproeier verandert?' Jeugdvriendinnetje Hermelien legt hem dat in vijf mitrailleurzinnen haarfijn uit. Maar jij begrijpt weer niets van de spanning van een zwerkbalwedstrijd, kaatst Harry later terug.
lees meerBezemstelen voor de deur. Suppoosten met puntmutsen scheuren de kaartjes. Een kale man met sluik wit haar langs de slapen prevelt voor zich uit. De brandweerregels laten alleen geen flakkerende vuurschalen aan de wanden toe. Maar bezoekers krijgen wel een toverdrankje (groene limonade), de bar verkoopt Smekkies en er lopen valkeniers rond met een sneeuwuil en een oehoe op de arm.
lees meer