Sluiten

Nederlands Dagblad

Dossier: Jongeren - Gedichtenwedstrijd 2009

Zes jonge dichters over ‘winter’

van onze redactie jong

BARNEVELD – De winnaars van de dichtwedstrijd van het Nederlands Dagblad voor jongeren zijn bekend. Tweehonderd jonge dichters zetten hun gevoelens over het thema ‘winter’ op papier en zes daarvan winnen een prijs.

De speciale jury kreeg bijna tweehonderd gedichten onder ogen. In de categorie 14-16 jaar wint Maud van den Dool de eerste prijs met het gedicht ‘trots van de maker’.

De tweede en derde prijs gaan respectievelijk naar Rozemarijn Rietberg en Jessy Snip.

In de oudere leeftijdsgroep tot twintig jaar krijgt Sanne Boven de eerste prijs. Zij schreef een gedicht met als titel ‘Weg’. De tweede prijs in deze categorie is voor Lydia Bosselaar. Jochem van Eijsden is dit jaar de enige mannelijke winnaar. Hij krijgt de derde prijs.

nd De winnende gedichten, het oordeel van de jury en interviews met de zes jonge winnaars kunt u lezen in het Nederlands Dagblad van zaterdag 28 februari 2009. Vanaf zaterdag 28 februari 2009 kunt u deze krant kopen via de losse verkoop.


Extra: mooie zinnen

In de papieren editie is slechts beperkt ruimte. Als toegift vindt u hier een overzicht van mooie, bijzondere of leuke zinnen die de jury opviel.

‘We lopen samen want in want’ – Remi Janssen, Zwolle

‘De vogels gaan fluiten, de bladeren gaan groeien, de planten gaan groeien en mijn genieten van de natuur groeit mee!’ - Pieter Doornbos, Zuidhorn

‘Lisa heeft een hart met een splinter, bij Lisa is het altijd Winter!!’ – Riëtte Sikkema, Noordhorn

‘Straks gaat het buiten vriezen. ’t Is daarom dat de bomen nu, hun blaadjes gaan verliezen.’ – Derk Buit, Kampen

‘Ik heb geen jas; ik heb geen deken; ik heb geen schoenen; ik heb geen huis; ik heb geen geld; ik heb geen gezelschap; ik heb één ding: ik heb het koud.’ – Hester van Zuijlekom, Enumatil

‘Er is echter één voordeel aan deze dagen; dat ik mijn moeder om snert kan vragen!’ – Anouk van Lenthe, Nieuwleusen

‘Ik kan geen gedichten schrijven, dus doe ik het maar niet. Je hebt in Nederland winter, maar in Sint Jansklooster heb je dat niet.’ – Gerben Lameris, Sint Jansklooster

‘Het is winter, winter is gaaf. En van mijn warme chocomelk neem ik nog een slokje, een hapje van mijn speculaasstaaf. Ah wat jammer, een sneeuwklokje.’ – Job Bareman, Zwolle

‘Ik wil zomer, zon en licht. Zonnebrillen, zandkastelen, ijsjes, jurkjes en het strand. Zwemgebroekte jongens, zongebruinde meisjes lopen samen, hand in hand.’ – Fleur van Huffelen, Nieuwleusen

‘In de winter begint, de winterwereldrit.’ – Ruben Hofma, Tiel

‘In zijn ogen lag sneeuw, in zijn hart was het winter.’ – Rinke Pel, Terschuur

‘Ik verlang naar die tijd, dat ik geen huiswerk had.’ – Marjan Bos, Buitenpost

‘Ik rende naar het raam, ik zag niks, het was wit.’ – Marlotte Lakenvelt, Oldehove

‘Het is winter, oorlogswinter’ – Marleen Hoving, Grootegast

‘Nog 281 dagen, misschien nog wel meer… Wachten op de winter, ik leg me er bij neer.’ – Arjan Vreugdenhil, Lelystad

‘Gedachten blijven  hangen, om plaats te maken voor de kou.’ – Pieter Wolfert, Dirksland

‘De winter is koud, als niemand van je houdt.’- Emmaly Dekker, Vollenhove


Verder viel nog een aantal gedichten op.

Klaas Prins uit Amersfoort schreef een gedicht in het Engels.

Thamar Plantinga uit Zwolle schreef een mooi gedicht over ‘winter’ tussen mensen.

Grietje Vlot uit Urk waagde zich aan een naamdicht. De beginletters van haar gedicht vormen samen de woorden ‘winter’ en ‘zomer’.

Marya Heij uit Oude-Tonge maakte een soort woordweb over een val op het ijs.

Annemirte Stoel uit Niekerk schreef een gedicht met een verrassende wending over een eenzame hond.