Sluiten

Nederlands Dagblad

Dossier: Oorlog in Irak - Opinie

Gisteren een vreemde avond. Ik ben veel over mezelf wijzer geworden. Ik keek naar de openingsbombardementen in mijn wagen. Ik heb tien minuten gehuild. Ik stond zelf verbaasd over mijn reactie.

Voor democratisering in het Midden-Oosten is meer nodig dan enkel het verdrijven van de Taliban uit Afghanistan of het regime van Saddam Hussein uit Irak - al is dat een goed begin. Het vraagt tijd en geduld. Haastig uitgeschreven vrije verkiezingen brengen alleen maar meer dictators aan de macht.

Verbaasd kwamen veel reizigers gisteren even na twaalven de NS-stations binnenlopen. ,,Wat is het hier stil. Waarom rijden er geen treinen?'' De drukte van het gewone leven had de mensen even doen vergeten dat het drie minuten stil zou zijn. Deze houding is in hoge mate illustratief voor de wijze waarop men in Nederland en elders in Europa de aanslag in Madrid beleeft.

De hoogste Amerikaanse politieke vertegenwoordiger in Irak, Paul Bremer, is van een ingelast bezoek aan Washington teruggekeerd naar Irak. De regering-Bush wordt in Irak met negatieve ontwikkelingen geconfronteerd, zowel op het vlak van de militaire veiligheid als met betrekking tot de voortgang van het politieke proces.

In een speech in New York heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell de vorige week door Bush gelanceerde ,,voorwaartse strategie voor de vrijheid'' in de islamitische wereld getypeerd als ,,een beleid van verlicht eigenbelang''.

De internationale troepenmacht ISAF in Afghanistan mag nu ook buiten de hoofdstad Kabul gaan werken. De VN heeft daar deze week toestemming voor gegeven. Dat werd hoog tijd, want chaos en anarchie kregen het land steeds meer in zijn greep door toedoen van rivaliserende groepen. Ook de Taliban zijn nog lang niet uitgeschakeld, zoals onderstaand artikel laat zien.

Afhankelijk van de vraag of men vr of tegen de oorlog in Irak was, liggen in verband met het tussentijdse verslag van de Iraq Survey Group twee verleidingen op de loer.

Nederland heeft een troepenmacht van 1100 mannen en vrouwen in Irak om daar vrede en veiligheid te brengen. Zoals de regering zegt, gaat het om een gevaarlijke opdracht. De coalitie van Amerikanen en Britten, waarmee Nederland samenwerkt, ligt voortdurend onder vuur en lijdt aanzienlijke verliezen. Hadden de tegenstanders van de oorlog tegen Irak dan toch gelijk?

Vandaag wordt in de Zuid-Irakese stad Najaf de ayatollah Mohammed Baqer al-Hakim begraven. De 62-jarige sji'itische geestelijke kwam vrijdag met 82 andere mensen om bij een bomaanslag in zijn stad. Het lijkt erop dat terroristen in Irak vooral tekeergaan tegen gematigd geworden islamieten. Het doel is de VS in Irak gehaat te maken. Dat lukt.

Inhoudelijk zei de Amerikaanse president Bush niet veel nieuws, eergisteren in St. Louis, de hoofdstad van de staat Missouri. Hij sprak daar militairen toe. Bush ziet wel in dat de operatie van het Amerikaanse leger in Irak na de bezetting niet florissant verloopt, maar kan niet anders dan het been stijfhouden. Aan de goede wil van de Verenigde Staten twijfelt niemand, maar de problemen in Irak dreigen onbeheersbaar te worden; dat is een somber vooruitzicht met een verkiezingsjaar voor de boeg.

Waarom keren terroristen in Irak zich nu ook tegen de VN? Zij constateren dat de Veiligheidsraad vorige week de vorming van de Iraakse Bestuursraad heeft goedgekeurd en een hulporganisatie in het land heeft opgezet. Daarmee is de VN in hun ogen instrument van de Amerikaanse bezetting geworden.

Deze week zijn de 1100 Nederlandse manschappen in de provincie al-Mutahanna daadwerkelijk deel gaan uitmaken van de in Irak gevestigde stabilisatiemacht. Zo'n twintig landen hebben inmiddels besloten de Amerikaanse en Britse militairen te steunen.

Hun namen staan met bloedrode letters in de geschiedenisboeken: die van despoten als Atila de Hun, Djengiz Khan en Caligula, van religieuze tirannen als de Borgia's, Spaanse inquisiteurs en Khomeiny, van 20e-eeuwse bruten als Hitler, Stalin, Idi Amin en Pol Pot. Hun levensverhalen vormen de nachtfoto's van de mensheid, voorportalen van de hel.

De Amerikaanse bewindvoerder in Irak, Paul Bremer, heeft dezer dagen de vorming aangekondigd van een Iraakse overgangsregering met reële uitvoerende bevoegdheden. Die toezegging houdt een koerswijziging in vergeleken met het eerdere Amerikaanse standpunt. Aanvankelijk wilde Washington, voorafgaand aan de activiteiten van een grondwetgevende vergadering en vrije verkiezingen, de Iraki's namelijk alleen maar een adviserende rol geven.

Op z'n vroegst vandaag zal de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties stemmen over de resolutie om de economische sancties tegen Irak, die sinds 1990 gelden, op te heffen. De filosofie achter de nieuwe resolutie is simpel: de strafmaatregelen waren gericht tegen het regime van Saddam Hussein en dat regime bestaat niet meer. Vandaar.

Hoe zou Saddam Hussein de oorlog voeren wanneer hij die met de kennis van nu nog eens kon overdoen? Het internationale kader kon hij onmogelijk verbeteren, want Bush en Blair begonnen de oorlog zonder instemming van de Veiligheidsraad, dus Saddam had het internationale recht waar hijzelf lak aan had, aan zijn kant. Verder had hij grote schulden bij Frankrijk en Rusland. Die landen hadden daarom groot belang bij zijn aanblijven.

Het einde van het regime van Saddam Hussein luidt een nieuw tijdperk in. De westerse media staan vooral vol van het oliepotentieel van Irak. De immense olie- en gasreserves van Irak maken het voor velen een nieuw eldorado. De verwachtingen zijn hooggespannen, te hoog. Cyril Widdershoven denkt dat Irak op korte termijn bij lange na niet de voorspelde zes miljoen vaten olie per dag zal produceren.

De oorlog in Irak mag dan ten einde zijn, als het gaat om de internationale verhoudingen heeft operatie Iraqi Freedom een diplomatiek slagveld achtergelaten: een nog sterker gemarginaliseerde VN dan in het verleden al het geval was, een in zijn tegendeel veranderd 'verenigd' Europa en een NAVO die sommige pessimisten ook al nauwelijks enige toekomst meer toedichten. En dan hebben we het nog maar niet over de transatlantische verhoudingen in zijn algemeenheid, die zelden tevoren zo onderkoeld zijn geweest.

Het nieuwe Irak zal een staatsvorm krijgen die de goedkeuring van Amerika heeft, denkt Ruud van Dijk, als historicus verbonden aan de Universiteit van Wisconsin. Irak is meer dan ooit tevoren Amerika's verantwoordelijkheid, en Washington is vastbesloten deze verantwoordelijkheid te nemen, meent hij.

Van meet af aan hebben de Amerikanen benadrukt dat het Iraakse volk zelf moet beslissen over zijn staatsvorm en politieke systeem. Tegelijk hebben de Verenigde Staten hun voorkeur uitgesproken voor de vorming van een rechtsstaat, waarin elementaire beginselen van democratie en mensenrechten worden geëerbiedigd. Mede in verband met de massale pelgrimstocht van honderdduizenden sjiieten naar de als heilig beschouwde plaats Karbala is de vraag actueel of het eerste wel met het tweede in overeenstemming te brengen is.

Garner schijnt zichzelf drie maanden de tijd te hebben gegeven om de klus te klaren. Welnu, tegen die tijd zal er misschien inderdaad een Iraaks interimbestuur zijn gevormd. Maar het totstandkomen van enig legitiem Iraaks gezag is slechts een onderdeel van wat er allemaal gebeuren moet. Het totale pakket aan taken is zo omvangrijk, dat het buitengewoon onverstandig zou zijn het dringende advies op te volgen dat Arabische leiders de afgelopen dagen hebben gegeven.

De Amerikanen hebben een democratische samenleving met grote individuele vrijheid. Hun daarop gestoelde cultuur is in de hele wereld voelbaar. Hun op vrij ondernemerschap gebaseerde economie is succesvol. Daardoor zijn de Amerikanen rijk en militair oppermachtig. Geen wonder dat veel landen met andere culturen, andere regimes, andere economische systemen en veel minder succes Amerika benijden en vrezen.

De oorlog tegen Saddam Hussein zal - zoveel valt nu al wel te voorspellen - de geschiedenis ingaan als de oorlog waarin bijna alles anders ging dan door media en deskundigen was voorspeld. Of misschien ook wel: anders dan hen door de Amerikaanse en Britse legerleiding op de mouw was gespeld.

John Bolton heeft veel mensen de stuipen op het lijf gejaagd. Bolton is de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken voor wapencontrole. Nadat de televisiebeelden uit Bagdad van de val van het standbeeld van Saddam Husayn de wereld waren overgegaan, waarschuwde Bolton ,,dat een aantal regimes uit de ontwikkelingen in Irak de goede lessen moeten trekken, namelijk dat het streven naar massavernietigingswapens niet in hun nationaal belang is''. Eerder had minister van Defensie Donald Rumsfeld Iran en Syrië met name genoemd, toen hij zei dat ,,vijandige daden'' ten behoeve van het Iraakse regime ,,ernstige consequenties'' zullen hebben.

De symboliek was onmiskenbaar. Op een van de meest centrale pleinen in het hart van Bagdad werd een ketting om de nek van een standbeeld van Saddam Hussein gelegd. Het psychologisch effect ervan was dramatisch: in aanwezigheid van de hele internationale pers trokken Iraki's en Amerikanen samen het reusachtige gevaarte omver. Voor de hele wereld werd duidelijk dat het Iraakse regime - hoewel nog niet helemaal verslagen - niet langer de macht heeft zo'n uiterste vernedering te voorkomen.

The Day After, de dag erna, dat was het voornaamste onderwerp van gesprek tussen Bush en Blair, gisteren in het kasteel Hillsborough, zo'n vijftien kilometer ten zuiden van de Noord-Ierse hoofdstad Belfast.

Christenen proberen de oorlog in Irak een plaats te geven in hun geloofsleven. Behalve bidden voor een snelle vrede, voor slachtoffers, soldaten en zelfs Saddam, kan dat ook duiden betekenen.

Amerikaanse tanks lieten zich zien in het centrum van Bagdad, in puin geschoten paleizen van Saddam Hussein werden omsingeld, op wat drie dagen tevoren nog 'Saddam International Airport' heette, landden de eerste troepenversterkingen van de coalitie - maar het Iraakse regime liet het er niet bij zitten.

Christenen proberen de oorlog in Irak een plaats te geven in hun geloofsleven. Behalve bidden voor een snelle vrede, voor slachtoffers, soldaten en zelfs Saddam, kan dat ook duiden betekenen. Waar ligt Iraqi Freedom op de weg van de eindtijd. In Nederland is men daar voorzichtig mee; in de Verenigde Staten zijn er radicalen en gematigden in die duiding. Gisteren de Rapture Index en de terugkeer van Hal Lindsey, vandaag Tim Lahaye en morgen de dubbers, met Marvin Olasky en het breed geschakeerd palet van Christianity Today.

Irak en de eindtijd, dat is een paar apart. De Amerikaanse christelijke auteurs Dyer, Intrater en Walvoord bijten er hun tanden op stuk. Ze falen, Saddam voldoet niet aan zijn profetische taken. Gelukkig hebben we nog tien delen LaHaye. Maar ook De Laatste Bazuin is gebouwd op semi-apocalyptisch drijfzand.

De oorlog tegen Irak is weliswaar geen godsdienstoorlog, maar zij gaat naar het oordeel van velen niet buiten God om. Dan heb ik het niet over Saddam Hussein, die zijn politieke retoriek verpakt in de religieuze taal van de islam. Nee, de oorlog roept ook reacties op van christelijke zijde. Die zijn overigens nogal verscheiden.

Vanochtend, als deze krant in de bus valt, kn de vlag er anders bijhangen, maar vooralsnog liggen de Amerikaanse troepen nog vr de poorten van Bagdad. Niettemin lijkt het erop dat de strijd om de bevrijding van Irak toch nog tamelijk onverwacht een beslissende fase is ingegaan.

Terwijl de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Colin Powell in Ankara met de Turkse regering over de rol van de Koerden in het noorden van Irak sprak, werden de Koerden zelf ongeduldig.

Critici die de oorlog tegen Saddam Hussein opvatten als een breuk zonder precedent in de Amerikaanse traditie, hebben geen oog voor onze geschiedenis. Bedreigingen van onze veiligheid worden daarin het hoofd geboden door militaire macht en een plicht tot het doorvoeren van revolutionaire democratische veranderingen.

Dezer dagen vernietigden Britse stoottroepen twee standbeelden van Saddam Hussein in de zuidelijke stad Basra. Dat deed denken aan de 5e maart 1991 in de eerste Golfoorlog, toen een soortgelijke gebeurtenis voor de sjiieten het sein vormde om in opstand te komen.

De Verenigde Staten zijn in de oorlog tegen Irak op een aantal tegenvallers gestuit, waarbij vooral de weigering van Turkije om Amerikaanse grondtroepen op zijn gebied toe te laten, voor aanzienlijke vertraging en gezichtsverlies zorgt.

Eind vorige week, bijna week later dan oorspronkelijk de bedoeling was, kon het eerste voedsel aan de hongerende Irakese bevolking worden uitgedeeld. Toen de beelden op de buis kwamen, ging het velen, denk ik, net als mij. Met een mengeling van afgrijzen en ongeloof zag ik een vrachtwagen vanwaaruit dozen met hulpgoederen in een bijna vechtende mensenmenigte gegooid werden. Alles onder het toeziend oog van het Britse leger.

Vannacht is de oorlog in Irak zijn twaalfde dag ingegaan. Voorafgaande aan de invasie werd door sommige waarnemers luchtigjes de verwachting uitgesproken dat een snelle opmars het moreel van het Iraakse leger binnen korte tijd zou ondermijnen en het regime zou doen imploderen. De Amerikanen en Britten zouden als bevrijders worden binnengehaald. Het tegendeel lijkt inmiddels het geval.

Hoewel het einde van de oorlog in Irak nog niet in zicht is, wordt al wel nagedacht over de vraag hoe het daarnaa verder moet. Wordt met de val van het regime de weg vrijgemaakt voor een stabiel Irak? Volgens Robert Soeterik, antropoloog en verbonden aan Middle East Research Associates in Amsterdam, kan daarvan vooralsnog niet worden uitgegaan.

Vele burgers stroomden de afgelopen dagen de belegerde stad Basra uit. Toch is de vluchtelingenstroom vooralsnog kleiner dan men in de Arabische wereld verwachtte. De kampen in Syrië en Jordanië zijn nog steeds zo goed als leeg.

Imja Nyznayu, hulpverlener in centraal-Azië en daardoor kenner van de situatie in islamitische landen, verbaast zich erover dat vredesdemonstranten ditmaal niet de kant van de zwakkeren kiezen: de lijdende bevolking van Irak. In de ruim dertig jaar van het bewind van Saddam Hussein zijn gemiddeld 250 mensen per dag gedood.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer voelt niets voor een nieuwe wereldorde, waarin de almachtige Verenigde Staten de voorwaarden dicteren waaronder de volkenwereld moet leven. Dat is de boodschap die Fischer dezer dagen in onder meer Der Spiegel geeft. ,,Een wereldorde waarin de supermacht louter op basis van eigen nationaal belang beslist over militaire aanvallen, is eenvoudig onbestaanbaar. Uiteindelijk zullen dezelfde regels moeten gelden voor grote, middelgrote en kleine staten'', aldus de Duitse bewindsman.

De recreatiefaciliteiten zijn voortreffelijk. Onze basis hier biedt zo'n beetje alles wat een willekeurige luchtmachtbasis in de Verenigde Staten ook biedt. Het mediacentrum heeft kranten, paperbacks, films op video/dvd en computers om je e-mail te checken. En natuurlijk telefoons om bemoedigende telefoontjes naar huis te kunnen doen.

Wanneer de Tweede Kamer vandaag over de oorlog in Irak vergadert komt ongetwijfeld de 'kwestie-Blom' ter sprake. Zaterdag verscheen deze Nederlandse verbindingsofficier opeens letterlijk in beeld. Het leidde onmiddellijk tot heftige reacties in de vaderlandse zandbak.

Even lijkt het erop dat wij, televisiekijkers, in een speelfilm terecht zijn gekomen. Camera's maken dat we ons als het ware vlak naast de achter hun zandwal weggedoken Amerikaanse mariniers bevinden. Ons besef 'erbij te zijn' wordt nog versterkt doordat - nota bene - tijdens het gevecht een militair wordt ge‹nterviewd: 'Hoe onderga je wat er nu gebeurt?'

Met statige passen beweegt hij zich voort. Dikke takken kraken als luciferhoutjes onder het gewicht van zijn sterke poten. Zijn ogen spieden vurig tussen het gebladerte. Koning van de bush voelt hij zich. Iedereen noemt hem ook zo, Bush de leeuw, omdat de wildernis zijn onbetwistbare domein is. Zijn verblijfplaats, gebouwd van lichte kalkstenen, wordt door de dierenwereld, met een mengeling van achting en huiver, fluisterend 'het witte huis' genoemd.

In Irak wordt - zoals dat heet - een asymmetrische oorlog gevoerd. Iedereen wist tevoren dat dit het geval zou worden. Maar nu Amerikaanse en Britse militairen met de werkelijkheid ervan worden geconfronteerd, schokt dat gegeven toch. Wat betekent asymmetrie in een oorlog?

Vandaag een leuk compliment gekregen: 'H‚, ik wist niet dat jij een reservist was'. Zo'n boodschap mag ik graag horen. We willen ons graag mengen, eruit zien en handelen als alle anderen, en echt deel van het team uitmaken. En wat voor een team!

Russisch verzet tegen oorlog tweeledig Rusland is tegen de oorlog die de Verenigde Staten momenteel in Irak voeren. Maar Rusland is niet meer de supermacht van voorheen. Toch is een verslechterende verhouding tussen Moskou en Washington minder wenselijk, zeker nu en zeker nu Rusland twee gezichten vertoont inzake Irak: diplomatieke oppositie en - geheime - wapeleveranties door leger en maffia.

Niemand hoeft van ons de Amerikaans-Britse invasie in Irak te omarmen als de enig denkbare of juiste 'oplossing'. Maar wannéér men zich verzet, komt het er wel op aan zindelijk te argumenteren en zich niet te laten meeslepen door simplismen of zich te bedienen van demagogie.

In deze oorlogsdagen wordt - misschien wel meer dan anders, overtuigder ook en met meer klem - gebeden om wijsheid voor de 'groten van deze aarde'. De 'groten': het zijn mensen die afgeschermd en op grote afstand van gewone stervelingen hun bijzondere levens leiden en die ons hoogstens via de televisie als mens zo nu en dan iets naderbij komen.

De oorlog tegen Irak wordt gevoerd in naam van vrijheid en democratie, tegen een dictator die met zijn onderdrukking en demonische politiek een bedreiging voor de regio en de wereldorde vormt. Volgens Bart Jan Spruyt is het niet genoeg te waarderen dat er nog enkele naties zijn die zich dat realiseren en, anders dan Nederlandse politici, hun verantwoordelijkheid hebben genomen.

De oorlog tegen Saddam Hussein en zijn regime is begonnen. Vele Amerikanen, inclusief ikzelf, hadden en hebben nog steeds twijfels over het buitenlands beleid van de regering-Bush, niet het minst met betrekking tot Irak. Nog meer Amerikanen waren uitgesproken ambivalent over de vraag of we daadwerkelijk deze oorlog moesten gaan voeren. Maar de meeste van deze stemmen zullen verstommen en de oorlogsinspanningen steunen.

De CIA meldde eergisteren aan president Bush dat informatie was verkregen over een bijeenkomst van Saddam Hussein met zijn hoogste leiders. Bush aarzelde niet. Zijn hoofddoel in Irak is immers regimewisseling, eenvoudig omdat niet verwacht kan worden dat zonder de val van de Iraakse leiding het land definitief afziet van de productie van massavernietigingswapens.

De oorlog is begonnen en premier Balkenende verscheen ernstig op tv. Hij bevestigde dat zijn regering de Amerikanen politiek steunt, maar dat er van militaire steun geen sprake kan zijn, omdat daarvoor noch in het parlement, noch onder de bevolking brede steun is. Dat klinkt heel redelijk en wijs, maar op die redenering is veel af te dingen, meent generaal-majoor A.J. van Vuren.

Gistermorgen sprak premier Balkenende het Nederlandse volk toe via radio en televisie naar aanleiding van het begin van de oorlog in Irak. Hieronder volgt de tekst van zijn verklaring.

Hieronder volgt de tekst van de toespraak, waarin de Amerikaanse president Bush in de nacht van woensdag op donderdag de oorlog tegen Irak aankondigde.

De Verenigde Staten zullen samen met een coalitie van bereidwillige landen oorlog voeren tegen Irak. Mag dat volgens de regels van het volkenrecht? Of toegespitst op de Organisatie van de Verenigde Naties: mag dat zonder groen licht van de Veiligheidsraad? Ook de politieke vraag is relevant: voelt Amerika zich alleenheerser en zal het zich voortdurend niets aantrekken van wat anderen vinden? Velen beantwoorden de eerste vraag ontkennend en de tweede bevestigend. Maar liggen de zaken niet genuanceerder?