Sluiten

ND.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Nederlands Dagblad

|beeld Nederlands Dagblad / Bert Hagenaars beeld Nederlands Dagblad / Bert Hagenaars

Buffers nemen toe; misschien maar goed ook

DEN HAAG - Ondanks de oproep van premier Mark Rutte om geld uit te geven, blijven Nederlanders sparen. Hoeveel spaargeld hebben Nederlanders? En hoeveel heb je eigenlijk nodig?

Premier Mark Rutte (VVD) en PvdA-leider Diederik Samsom proberen het geld in Nederland weer te laten rollen. De gedachte erachter: het kabinet heeft geen geld, maar wanneer consumenten en pensioenfondsen hun spaarpotjes opentrekken, krijgt de kwakkelende economie alsnog een impuls.

Een van de potjes waar die impuls vandaan zou moeten komen, zijn de spaarpotten van alle Nederlanders. De inhoud daarvan is afgelopen jaren behoorlijk toegenomen. In 2010 stond er bij elkaar 291,5 miljard euro op spaarrekeningen. Dit voorjaar was dat bedrag gestegen tot 329,5 miljard.

Niet vreemd dus dat het kabinet Nederlanders uitdaagt hun geld te laten rollen. Maar dat zal in de huidige slechte en onzekere economische situatie niet snel gebeuren, zegt economisch psycholoog Fred van Raaij, deskundige op het gebied van financiële planning en verbonden aan de Universiteit van Tilburg. In een situatie waarin de werkloosheid stijgt, huizen fors in waarde zijn gedaald en het kabinet miljarden bezuinigt, is dat niet vreemd. ‘Wat politici ook zeggen, een oproep om consumenten meer te laten besteden werkt niet. Het vertrouwen in de economie is zo laag, dat consumenten geld willen vasthouden voor tegenslagen.’

Die onzekerheid gaat zelfs zover dat spaarders geld van spaardeposito’s halen, waar het voor een langere tijd vaststaat tegen een hogere rente, en het op een vrij opneembare spaarrekening zetten, wijst Van Raaij op cijfers van De Nederlandsche Bank. ‘Want dan weten zij zeker dat ze in geval van nood direct iets achter de hand hebben.’

hoeveel spaargeld?

Hoeveel spaargeld heeft de gemiddelde Nederlander? Lezers van het Nederlands Dagblad houden er verschillende buffers op na, blijkt uit reacties na een oproep van deze krant. ‘Als ondergrens houden we 10.000 euro aan’, schrijft iemand. ‘Dit om onverwacht grote uitgaven op te kunnen vangen, zoals het plotseling moeten vervangen van een auto. Alles wat aan het eind van het jaar boven het genoemde bedrag uitkomt, gaat naar de aflossing van de hypotheek.’

Hij is wel bezorgd over hoeveel pensioen er in de toekomst nog zal zijn. Om er gelijk aan toe te voegen: ‘De Bijbel leert ons dat we aan geen ding gebrek zullen hebben. Als ik daar echt op zou durven vertrouwen, zouden we waarschijnlijk veel meer dan we nu doen, weggeven aan goede doelen. En dan zou onze financiële buffer ook een stuk lager zijn.’

Diverse lezers houden een buffer van rond de 10.000 euro aan. Een van hen heeft een potje van 7500 euro. Dat potje is onder andere bestemd voor het vervangen van de wasmachine. ‘Daarnaast is er een reservering voor de auto en het onderhoud van onze eigen woning.’

verschillen

Het totaal van alle spaartegoeden mag dan zijn gestegen, hoeveel geld elk huishouden achter de hand heeft, kan behoorlijk verschillen, zegt Van Raaij. ‘Sommigen kunnen een groot deel van hun inkomen sparen, anderen hebben een minimuminkomen en kunnen niet eens geld opzij zetten.’

Wij hebben helemaal geen financiële buffer, meldt een echtpaar van in de vijftig. Zij werken beiden als taxichauffeur. ‘Het salaris van mijn man gaat op aan vaste lasten en van mijn salaris moeten we leven en benzine kopen. Als we onvoorziene uitgaven hebben, kunnen we geen eten kopen, mits er nog wat fooigeld is.’ Zij zien op hun leeftijd geen kans om van baan te wisselen. ‘We zijn al heel blij dat we een baan hebben.’

Heel anders is de situatie van een lezer zonder kinderen die drieënhalve ton aan spaargeld heeft opgebouwd, onder meer door zuinig te leven, zijn hypotheek af te lossen en een erfenis. Ook stelt hij sparen niet te zien als sluitpost, maar als prioriteit. Hij heeft geen doelbedrag voor ogen. ‘Inmiddels is mijn spaarsaldo zo groot geworden dat het me vrijwaart van zorgen over de crisis. Dat is prettig. Toch spaar ik gewoon verder, want onnodig geld uitgeven brengt geen geluk.’

minimale buffer

Hoe groot moet de financiële buffer zijn? Docent financiële planning Jelle van den Berg van de Erasmus Universiteit adviseert huishoudens een buffer van twee à drie keer een netto maandinkomen. ‘Dat is genoeg om een kapotte wasmachine te vervangen of je autootje te repareren.’

Een lezer hanteert als regel dat van alle extra’s de helft richting spaarpot gaat en de andere helft mag worden uitgegeven. Van huis uit meegekregen, zegt hij. ‘Dwars door alle financiële problemen heen hebben we dit bijna altijd volgehouden.’

Een ander telt meerdere posten bij elkaar op. ‘Rekening houdend met het vernieuwen van de dakbedekking (5000 euro), het vervangen van de cv- ketel (5000 euro), vervanging van mijn achttien jaar oude Mercedes (8000 euro) en de vervanging van wasmachine, wasdroger, tv, vaatwasser, koelkast en een plotselinge fikse reparatie van de auto, kom ik aan een buffer van 20.000 euro.’

bufferberekenaar

Het Nibud adviseert een buffer van minimaal 3550 euro. Wie een koophuis, auto of kinderen heeft, heeft daardoor meer (vaste) uitgaven en moet ook een hogere buffer hebben, redeneert de budgetinstelling.

Op de website van het Nibud staat een ‘bufferberekenaar’ waarmee voor allerlei huishoudens een streefbedrag berekend wordt. Zo heeft een echtpaar met een koophuis en een gezamenlijk netto inkomen van 2800 euro circa 13.000 euro aan buffer nodig. Van Raaij wijst erop dat in het algemeen vaste lasten zoals hypotheekrente en aflossing, kosten van auto, verzekeringspremies, energie, telefoon en internet anno 2013 een groter deel van het huishoudbudget opslokken dan vroeger. ‘Om dat te kunnen bolwerken, heb je dus een grotere buffer nodig.’

Uit het onderzoek van het Nibud en ING blijkt dat huishoudens met kinderen minder geld achter de hand hebben dan huishoudens zonder kinderen. Dat is begrijpelijk, want kinderen kosten geld, maar voor gezinnen met kinderen adviseert het Nibud juist een wat hogere buffer aan te leggen.

Uiteindelijk zijn de geadviseerde buffers relatief, zegt Van Raaij. ‘Een buffer kan helpen voor onvoorziene omstandigheden, maar kan een inkomensdaling bij het verlies van een baan maar een korte periode opvangen. Een buffer van drie maandsalarissen is dan onvoldoende.’

onder water

Door de crisis worden de bestaande financiële buffers waarschijnlijk vaker aangesproken. Bijvoorbeeld als iemand zijn baan heeft verloren en er in inkomen op achteruit gaat, of als woningbezitters extra aflossen op de hypotheek van hun huis dat ‘onder water’ staat. Tegelijk zullen consumenten hun appeltje voor de dorst willen aanvullen door hun hand op de knip te houden (de helft van alle Nederlanders bezuinigt momenteel, meldde ING onlangs), of door bijvoorbeeld hun (in waarde gedaalde) aandelen te verkopen. Per saldo neemt het totaal van al die spaarpotten toe, blijkt uit de CBS-cijfers.

Het feit dat alle spaartegoeden samen stijgen, verhult dat bijna 45 procent van de gezinnen in 2012 minder spaargeld achter de hand had dan de door het Nibud geadviseerde minimum van 3550 euro. Het percentage huishoudens met een te lage buffer zit door de economische crisis in de lift en zal door de fors toenemende werkloosheid alleen maar toenemen, voorspelt VU-econoom Mastrogiacomo.

Dat bijna 45 procent van de huishoudens momenteel onvoldoende tot geen buffer heeft, werpt ook een ander licht op de oproep van premier Rutte om het geld maar te laten rollen. Als deze – toch behoorlijk grote – groep geld opzij zet, gaat het niet om geld dat over is en gespendeerd kan worden om de vaderlandse economie een oppepper te geven. Voor die huishoudens is het simpelweg verstandig beheer van het huishoudboekje.


H-woord zet aan tot sparen

Niet alleen de economische situatie, ook de politieke discussie over de hypotheekrenteaftrek doet burgers geld opzij zetten, blijkt uit onderzoek van econoom Mauro Mastrogiacomo van de Vrije Universiteit. Veel huizenbezitters hebben tussen 2010 en 2012 geanticipeerd op een beperking van het fiscale voordeel: zij hebben gemiddeld 4 tot 6 procent méér gespaard, vier- tot achtduizend euro per gezin. En hoewel de kabinetsplannen voor de hypotheekrente intussen bekend zijn, vragen het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie al om verdere beperkingen. De reactie bij burgers laat zich raden. ‘De onzekerheid over de hypotheekrenteaftrek is hierdoor alleen maar toegenomen’, stelt Mastrogiacomo vast. ‘Burgers willen nog steeds meer sparen.’


NDmeedenken

Over dit artikel werd meegedacht door lezers. Wilt u ook meedenken? Ga naar ndmeedenken.nl of mail naar meedenken@nd.nl.

  • 20-07-2013 - 7.45
  • 22-07-2013 - 21.16

waardeer:

  • Waardeer dit artikel met 1 ster
  • Waardeer dit artikel met 2 sterren
  • Waardeer dit artikel met 3 sterren
  • Waardeer dit artikel met 4 sterren
  • Waardeer dit artikel met 5 sterren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen.

Reacties (0)