Sluiten

ND.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Nederlands Dagblad

Historicus Wouter Beekers: Christenen laten zich snel in de verdediging dringen. We mogen wel eens fel zijn: hier staan we voor en zo willen we het.’ |beeld Rufus de Vries

‘Er is een nieuwe schoolstrijd nodig’

AMSTERDAM - Willen christelijke scholen blijven bestaan, dan moeten ouders de barricaden op, zegt Wouter Beekers. Vandaag verdedigt de historicus aan de Vrije Universiteit zijn proefschrift over de geschiedenis van de volkshuisvesting in Nederland.

In zijn boek Het bewoonbare land beschrijft Wouter Beekers (1979) anderhalve eeuw geschiedenis van de sociale woningbouw. Die geschiedenis wordt gekenmerkt door toenemende professionalisering. Daardoor werden woningcorporaties anonieme instellingen die wegdreven van de gemeenschappen waaruit ze ooit ontstonden. Beekers: ‘Het zijn nu winkels van huizen waar goed op gepast moet worden. Dat lukt, zo blijkt uit de recente fraudezaken, slecht. Corporaties hebben zich blindgestaard op professionaliteit.

Het belang om in de maatschappij verankerd te zijn, is vergeten.’Wouter Beekers wijst op de les die christelijke scholen kunnen trekken uit deze geschiedenis: ‘Dat is de les van het hellend vlak. De woningbouwverenigingen waren vroeger diep geworteld in de zuil of gemeenschap. Ze wilden graag iets doen voor de samenleving en daarin samenwerken met de overheid. De verzuilde volkshuisvestingorganisaties zijn in verschillende fases volledig geseculariseerd. Christelijke scholen zitten nu nog in een eerder stadium, maar als zij niets doen, zullen ze helemaal seculariseren.’

gereformeerd huizenblok

Om dat te begrijpen is een geschiedenisles volkshuisvesting nodig. Hoewel de sector volgens Beekers ‘een beetje een PvdA-stempel’ heeft, werd de eerste woningbouwvereniging in 1852 opgericht door protestantse christenen uit de opwekkingsbeweging Réveil. Beekers citeert dominee O.G. Heldring, die al in 1844 tegen de elite klaagde dat de armen in slechte huizen wonen ‘en dat, om uwe rijken wat schoone wandelingen te gunnen!’. Volgens de predikant kwamen tijgers en leeuwen in de dierentuin er beter vanaf met voldoende eten en royale kooien.

Beekers: ‘De protestantse elite deelde een visie en wilde zich committeren aan woningen voor arme mensen. Er waren woonwijken met aparte katholieke, gereformeerde en communistische huizenblokken. De in gebruik name van katholieke of protestantse woningblokken was een gebeurtenis waarbij christelijke liederen werden gezongen. De sociale controle onder de bewoners was groot. Op zondag hing de was niet buiten. De vereniging voerde met huurders gesprekken over het huwelijk of ongewenste zwangerschappen.’

geloof

De woningbouwverenigingen professionaliseerden in verschillende fases. Dat begon al eind negentiende eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog nam het een vlucht toen de overheid moest investeren in de bouw van nieuwe huizen. Ook christelijke woningbouwverenigingen als Patrimonium deden actief mee. Beekers: ‘De nadruk lag op bouwen, bouwen, bouwen. De verenigingen namen afscheid van vrijwilligers en stelden betaalde beroepskrachten en directeuren aan.

Doordat ze staatssteun kregen, werd de financiële steun vanuit de eigen gemeenschap minder belangrijk. De betrokkenheid van leden en democratische besluiten kregen weinig aandacht. Rond 1950 werden woningcorporaties verplicht tot een open toelatingsbeleid. Iedereen was welkom als lid en dus als huurder. Het gevolg was een kloof tussen de gelovige bestuurders en de nieuwe leden voor wie geloof geen rol speelde. Zo’n dertig jaar later was er van een christelijke woningbouwvereniging niets meer over.’

seculariseren

Beekers is beducht dat christelijke organisaties in bijvoorbeeld welzijnswerk en bijzonder onderwijs eenzelfde ontwikkeling gaan doormaken, vooral met de mogelijke komst van een Paars kabinet. Zo’n regering kan scholen verplichten iedereen als leerling – ongeacht de levensovertuiging van de ouders – toe te laten. ‘Die houding had de overheid destijds ook bij woningcorporaties. Ze wilde zeggenschap over wie er in de huizen kwam wonen.

De corporatie mocht christelijk zijn, maar moest iedereen als huurder toelaten. Maar dat is te makkelijk. Een woningbouwvereniging of school staat midden in de gemeenschap. Christelijke identiteit bestaat niet op papier, maar in mensen: bestuurders, werknemers, ouders en leerlingen. Bij acceptatieplicht van alle leerlingen verbrokkelt de gemeenschap rond die school en zal het onderwijs seculariseren. Dan hebben we straks geen christelijke scholen meer.’

barricaden

Beekers luidt de noodklok. Het raakt de VU-historicus dan ook persoonlijk. Zijn kinderen gaan naar een in 1851 opgerichte protestants-christelijke basisschool. De school accepteert alle leerlingen die aangemeld worden, maar wil werken vanuit een voluit christelijke identiteit. ‘De gemeenschap waarin de school ooit ontstond, bestaat niet meer. Het wordt spannend nu de school in een fusietraject zit. Wat blijft er dan over van het christelijke verhaal?’

Maar het gevoel van urgentie dat hij zelf heeft, mist Beekers bij anderen. ‘Ouders van leerlingen op protestants-christelijke, gereformeerde en reformatorische scholen moeten de barricaden op! Er moet een nieuwe schoolstrijd komen. Publieke figuren moeten zich meer uitspreken. CDA en ChristenUnie moeten zich hier veel meer voor inzetten. Mensen met hart voor de zaak moeten brutaler hun punt maken. In de schoolstrijd (waarin tussen 1878 en 1917 gestreden werd voor christelijk onderwijs) werden manifesten geschreven. Nu kun je met sociale media nog veel meer mensen bereiken.

godsdienstvrijheid

Dit gaat ons aan het hart en het zou de samenleving ook aan het hart moeten gaan. We moeten de waarde van de christelijke gemeenschap niet onderschatten. Christelijke organisaties hebben een enorm netwerk van betrokken vrijwilligers. Hier zie je het belang van het maatschappelijk middenveld. Christenen laten zich snel in de verdediging dringen. We mogen wel eens fel zijn: hier staan we voor en zo willen we het.’ En zo spreekt de promovendus in de geest van de oprichter van zijn Vrije Universiteit: Abraham Kuyper.

Deze gereformeerde staatsman richtte omwille van het christelijk onderwijs de eerste politieke partij van Nederland op – de ARP – en gaf de protestantse gemeenschap vorm. Maar Beekers plaatst een nuance: ‘Kuyper brak een lans voor de protestantse ‘kleine luyden’. Die tijd is voorbij. Als we nu opkomen voor godsdienstvrijheid, geldt dat ook voor andere godsdiensten.’

n.a.v. Wouter Beekers: Het bewoonbare land – Geschiedenis van de volkshuisvestingsbeweging in Nederland, ISBN 978946105657, 372 blz. € 24,90

  • 03-10-2012 - 10.01
  • 03-10-2012 - 11.44

waardeer:

  • Waardeer dit artikel met 1 ster
  • Waardeer dit artikel met 2 sterren
  • Waardeer dit artikel met 3 sterren
  • Waardeer dit artikel met 4 sterren
  • Waardeer dit artikel met 5 sterren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen.

Reacties (2)

svanrij (03 oktober 2012 19:10 uur)

Ik vermoed dat er niet genoeg christelijke leerkrachten meer zijn om alle PC-scholen te vullen. De afkalving en ontkerstening is snel gegaan en veel scholen zijn al lang niet doorleeft christelijk meer. Er wordt tegenwoordig op veel PC-scholen nog maar twee keer per week een mager bijbelverhaaltje voorgelezen door leerkrachten die zichzelf niet als christenen zien en de overige tijd 's morgens wordt gestopt in die verhaaltjes sociaal-emotioneel uitleggen. Het christelijke karakter van veel scholen wordt door de ouders gerespecteerd, maar niet onderschreven. Het 'christelijke' in de naam is eigenlijk alleen nog maar nuttig omdat het bij velen toch positief te boek staat wat betreft 'waarden en normen', die onontbeerlijk zijn in de opvoeding van kinderen. Ik sta pal achter het christelijk onderwijs. Maar om dat christelijke onderwijs te beschermen, mogen wat mij betreft best veel schoolverenigingen die 'PC' of 'C' uit hun identiteit verwijderen. Zodat het weer iets gaat betekenen.



Mines (03 oktober 2012 10:10 uur)

Die slotzin legt een bom onder elke barricade.