Sluiten

ND.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Nederlands Dagblad

Peter Hovestadt: ‘Ik zie niet tegen de operatie op, nee. Het is genade dat God die zorg wegneemt.’ |beeld David van Dam

Peter Hovestadt dankt voor zijn ziekte

Midden in het leven werd Peter Hovestadt omvangen door de dood, vond rust en dankt nu God voor zijn ziekte.

Op 4 juli kreeg Peter Hovestadt zijn doodsbericht: maag-slokdarmkanker. 'Een groot, kwaadaardig gezwel. Inoperabel. De dokter in Tiel bood me geen enkel perspectief.' Een dag later vond hij rust. In de Bijbel. 'Lof en dank aan Jezus Christus. Hij verleent een zondaar als ik genade. Sinds 4 juli ben ik blij. Onherkenbaar blij. Het klinkt misschien vreemd: maar ik kan God danken voor mijn ziekte.'

Hovestadt groeide op in het Zeeuwse Wemeldinge in een gezin van zes kinderen. 'Drie jongens, drie meisjes. Ik was de jongste', vertelt hij in zijn riante bungalow aan de Achterweg in het verstilde Betuwse Rumpt - waar hij al een jaar of 20 woont. 'Vader was van gereformeerd-synodale huize, moeder oudgereformeerd. Na hun huwelijk gingen ze samen naar de Gereformeerde Gemeenten.'

Hovestadt is een onderhoudend verteller en schetst beeldend het leven in het streng gereformeerde gezin. 'Moeder was uitermate godsdienstig, ze sloeg op dat gebied wel eens door. Ze zocht vertwijfeld naar haar zielenheil en deed er alles aan om de zaligheid te beërven. Ze las veel en vaak in de Bijbel. En in de oudvaders: Wilhelmus a Brakel, Van der Groe, Erskine, noem maar op. Ik heb ze zelf ook allemaal gelezen. Vader had een zaak en was in handel en wandel zeer rechtschapen. Hij steunde de kerk waar hij kon en was zeer meelevend. Hij sprak nooit over godsdienstige zaken, maar handelde er wel naar.'

tikje beklemmend

Hovestadt vertelt verder over vroeger, terwijl hij koffie serveert. Hij wil geen kwaad woord horen over zijn ouderlijk huis, maar typeert zijn jeugd toch als 'een tikje beklemmend'.

'Soms zelfs wat extreem. 's Zondags drie keer naar de kerk, buiten spelen was er niet bij en veel ondeugender dan 'Peerke en zijn kameraden' mochten we niet lezen.' De sfeer bij de familie aan vaders kant was opgewekter, herinnert hij zich. 'Daar gingen ze vrolijk lachend naar de kerk en zongen ze zelfs gezangen.'

Zijn oudste broer verzette zich tegen de regeltjes. Peter zelf was in de puberteit wel wat opstandig, en zocht later zijn eigen weg, maar bleef altijd trouw 'kerks'. Sterker nog: zestig jaar lang begeleidde hij als organist talloze erediensten. Pas onlangs nam hij vanwege zijn ziekte afscheid. 'Ik maak graag mooie, goede muziek. Die psalmen zijn zo mooi', zegt hij bijna liefkozend. 'Maar', veert hij op, 'er is meer. De geestelijke kant. Met mijn spel had ik de mogelijkheid God te loven. Daar bad ik vooraf ook altijd voor: 'Here, mag ik zo spelen dat het tot eer van U is'. De meeste musici zijn ijdel. Ik ook. Maar ik heb geprobeerd dat te beteugelen. Het was niet mijn bedoeling uitbundig op het orgel te timmeren, maar mensen door de innigheid van mijn spel dichter bij God te brengen.'

Verlosser, Vriend, o hoop, o lust

Hij gaat op zoek naar een bandje en laat Verlosser, Vriend, o hoop, o lust horen - lied 452 dat hij speelde tijdens een van zijn afscheidsdiensten in de kerk. Teer begeleidt het orgel de gemeentezang. 'Prachtige tekst, hè?', geniet Hovestadt. Maakt vlug een kopietje en wijst de woorden bij. Een zondaar, een verlost', o Heer, en nu geen zondaar meer. 'Dat lied vertelt het verhaal van mijn leven.'

Maar er was meer dan orgelspel. Tijdens zijn arbeidzame leven regen de studies, directietaken en commissariaten zich aaneen. General Manager van een onroerend goedmaatschappij, Directeur Marketing en Publicity van een grote ziektekostenverzekeraar, directeur-eigenaar van een bedrijf dat psychologische testen van personeel uitvoert, commissaris van het Israël Producten Centrum in Nijkerk, Lid van de Raad van Toezicht van het Integraal Kankercentrum Midden Nederland; zo maar een keuze uit de activiteiten van Hovestadt. Daarnaast was hij betrokken bij de oprichting van het Holland Koor, jarenlang bestuurslid van Christenen voor Israël en ondernam hij vele verre reizen. Ook na zijn pensionering was Hovestadt niet te stuiten. Hij schreef boeken, gedichten en sprookjes en produceerde talloze fraaie schilderijen, waarvan sommige zijn woning sieren. 'Ik heb een brede interesse en ja, ik heb inderdaad enige talenten meegekregen', relativeert hij zijn dadendrang.

bij de lunch

Terwijl hij nog vol plannen zat, werd zijn leven de afgelopen maanden volledig op zijn kop gezet. 'Midden in het leven worden we omvangen door de dood. Ik voelde me al maanden niet lekker: slikklachten, maagzuur. Ik kreeg pillen en daarna ging het wel weer aardig. Tot we in april met een klein gezelschap naar de Floriade gingen. 's-Middags bij de lunch wilde het eten niet zakken. Na een paar slokken water zei ik tegen mijn vrouw Marion: dat zit niet goed.'

Op 3 juli kreeg hij een gastroscopie. 'Met een kijkertje gingen ze door mijn slokdarm naar binnen, tot aan de dunne darm. Meteen volgde de uitslag: het was helemaal mis. Ik reed naar huis en voelde nauwelijks angst. Ik dacht: het gaat over iemand anders. Mijn beschermingsmechanisme werkte op volle toeren. 's Nachts drong de verpletterende waarheid tot me door. Ik moest sterven. Ze gaven me twee tot zes maanden: een kleine kans dat ik Kerst zou halen.'

De volgende morgen ging hij naar boven. 'Ik ging bidden. Stamelend, onbeholpen. Geknield, hoewel ik dat anders nooit deed. Here God red me, smeekte ik. Niet van de kanker, nee: mijn ziel moest gered worden. Daarna dacht ik: wat kan ik nog meer doen? Dominees bellen, vrienden misschien? Tot ik me realiseerde dat ik alleen troost bij God kon zoeken.'

gerechtvaardigd

Hovestadt pakte de trouwbijbel van zijn schoonouders. 'Ik durf het bijna niet te vertellen, maar die viel open bij Romeinen 5.' Hij begon te lezen: 'Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof hebben vrede bij God, door onze Here Jezus Christus.' Hovestadt slikt opwellende tranen weg, stopt even met praten en zegt dan: 'God sprak die morgen tegen mij, er groeide een enorme blijdschap in me: ik ben behouden. Later heb ik het nog tientallen keren geprobeerd, maar nooit viel de Bijbel open op diezelfde plek. Ik hou niet van vrome praatjes of wonderlijke bekeringsverhalen: ik moet straks wél voor God verschijnen. Maar: zo is het wel gebeurd.' Beneden was zijn vrouw het met hem eens: 'Je hebt hier zo lang naar gezocht. Dit is je antwoord.'

Maanden later kan Hovestadt het alleen maar beamen. 'Ik verwijt mijn ouders of de kerk echt helemaal niets. Maar het bleef destijds allemaal hangen in de uitverkiezing, waarbij van tevoren is bepaald of je zalig wordt of niet. Ik kende de Bijbel op mijn duimpje - het was van jongsaf mijn troostboek - maar dat redt je ook niet. Uiteindelijk gaat het er om of Jezus koning is in je leven: aanvaard je zijn aanbod van genade?'

Zijn leven lang heeft de inwoner van Rumpt daar naar gezocht. 'Mijn moeder was zo trouw en nauwgezet, maar tot het laatst van haar leven bleef ze tobben: ''Hoor ik er wel bij?'' Voor mij gold hetzelfde. Tientallen jaren ging ik naar diverse kerken, maar de onzekerheid bleef. Een mens gaat verloren. Dat was mijn opvoeding, dat zit in mijn karakter. Ik lijk meer op m'n moeder dan ik ooit dacht. Ik heb de laatste jaren vaak m'n 'Rondje Rumpt' gelopen. Liep in de natuur te bidden: 'Here, ik wil u dienen. Stuur Uw Geest.' Ik ben alleen maar met ijdele zaken bezig, met m'n boekjes en schilderijtjes. Achteraf zeg ik: ik geloofde al zonder dat ik het me realiseerde. Mijn ziekte was nodig om te beseffen: het is ook voor mij. Ik mag bij Jezus horen. Hij is voor mij gestorven en opgestaan.' Hovestadt benadrukt: 'Daar moet het om gaan in je verhaal. M'n carrière, m'n leven - het zal allemaal wel. Het gaat om de eer van God. Zijn Naam zij geprezen dat Hij een zondaar genade verleent.'

positief

Na 4 juli is Hovestadt veranderd. 'Ik ben milder geworden. De scherpe kantjes zijn eraf. Ik ben minder opvliegend en zie eerder de positieve kanten van mensen. Van nature ben ik best ijdel, maar als het nu ergens niet meer om draait, is het wie ik ben of wat ik gedaan heb. Volkomen onbelangrijk. Maar: ik hou wel mijn zonden. Ze zijn vergeven maar zeker niet van de baan.'

Overal waar hij de kans krijgt, vertelt Hovestadt van het wonder dat hem is overkomen. Bij zijn ontmoetingen met vrienden en kennissen of tijdens een wandelingetje in Rumpt. ''Wat ben je flink'', zeggen de mensen dan. Maar daar gaat het niet om. God heeft me stilgezet. En dat is met eerbied gesproken rigoureus gebeurd. Nu wil ik zo veel mogelijk mensen van God vertellen. Dat is hét grootste doel in mijn leven geworden.'

astronautenvoedsel

Intussen is de ziekte gebleven. Na een second opinion heeft Hovestadt inmiddels drie zware chemokuren ondergaan. Eind november volgt de operatie, waarbij de slokdarm gedeeltelijk en de maag geheel verwijderd worden. De operatie is een van de zwaarste die in het UMC wordt uitgevoerd en staat maar enkele keren per jaar op de agenda. 'Ik zie er niet tegen op, nee. Het is genade dat God die zorg wegneemt. Als de operatie slaagt, ben ik straks aangewezen op sondevoeding en astronautenvoedsel. Ook dat vind ik niet erg. Nu geniet ik nog van mijn eten, drink koffie en soms een glaasje wijn. Ik heb ook geen pijn. Ik kan niet zeggen hoe goed de Here voor me is.'

Bang voor de dood is Hovestadt niet. 'Ik hoop nog een poosje te mogen leven met mijn lieve vrouw en te genieten van mijn kinderen en kleinkinderen en al het mooie in de natuur. Natuurlijk doet het pijn als je afscheid moet nemen. Dat vind ik erg voor mijn vrouw en kinderen. Ze willen me nog niet missen. Maar als God mij thuishaalt, heb ik daar vrede mee. Daarom bid ik ook niet om genezing. Laatst was er hier in de buurt een gebedsgenezingdienst. Ben ik bewust niet naar toe gegaan. Als God mij wil genezen, neem ik dat aan uit Zijn hand, maar ik wil daar niet zelf naar op zoek gaan. Ik aanvaard wat God voor mij in petto heeft. De laatste tijd kruip ik nogal eens achter mijn pijporgel of piano en speel: 'Wat God doet, dat is welgedaan'. Zo beleef ik het.'


Peter Hovestadt

Pieter Johannes (Peter) Hovestadt (25 maart 1938, Wemeldinge, Zeeland) groeide op in een gezin van zes kinderen, drie jongens en drie meisjes. Hij was de jongste. Na de HBS studeerde hij onder meer economie aan de VU in Amsterdam en de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Als directielid en manager was Hovestadt werkzaam bij diverse bedrijven, waaronder de ziekenfondsen A&O en Agis, en een bedrijf dat zich bezig hield met het testen van groepen personeel en advisering inzake reorganisatievraagstukken.

Maatschappelijk betrokken was Hovestadt in de functie van commissaris van het Israël Producten Centrum in Nijkerk en lid van de Raad van Toezicht van het Integraal Kankercentrum Midden Nederland. Ook was hij betrokken bij de oprichting van het Holland Koor en bestuurslid van Christenen voor Israël.

Peter Hovestadt was meer dan 60 jaar kerkorganist. De laatste jaren bespeelde hij het orgel van vijf kerken in de regio Geldermalsen; onlangs nam hij vanwege zijn ziekte afscheid. Verder schreef hij boeken, gedichten en sprookjes, en maakte schilderijen. Recent verscheen van zijn hand het historisch boekwerkje 'Ian van Bisde, de schrijn van Beesd'. Hovestadt is getrouwd met Marion. Samen hebben ze drie kinderen (38, 33 en 30 jaar oud).Peter Hovestadt

  • 10-11-2012 - 6.00

waardeer:

  • Waardeer dit artikel met 1 ster
  • Waardeer dit artikel met 2 sterren
  • Waardeer dit artikel met 3 sterren
  • Waardeer dit artikel met 4 sterren
  • Waardeer dit artikel met 5 sterren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen.

Reacties (0)