Sluiten

Als u doorsurft op deze website, gaat u akkoord met de plaatsing van cookies. Voor meer informatie, klik hier. [sluiten]

Nederlands Dagblad

De viltige bladeren van een toorts verliezen bar weinig water.


De bladrozet van het vingerhoedskruid ligt ‘s winters plat op de grond.


links: 

De kleine veldkers is een eenjarig plantje, dat in de vroege lente volop bloeit. 

Vingerhoedskruid vormt in mei klokvormige bloemen.


onder: 

Toortsen staan midden in de zomer in volle bloei.

De bladrozet van het vingerhoedskruid ligt ‘s winters plat op de grond. |beeld Kees de HeerVingerhoedskruid vormt in mei klokvormige bloemen. onder: Toortsen staan midden in de zomer in volle bloei. |beeld Kees de HeerDe kleine veldkers is een eenjarig plantje, dat in de vroege lente volop bloeit. |beeld Kees de HeerToortsen staan midden in de zomer in volle bloei. |beeld Kees de Heer

Kees de Heer kijkt naar wintervaste bladrozetten

Tweejarige planten kunnen één keer overwinteren. In hun eerste jaar vormen ze een bladrozet en pas in hun tweede jaar krijgen ze bloeistengels. Hun strategie is een compromis tussen de duurzame aanpak met reservevoorraden van overblijvende planten en het bliksemsnel 'opgaan, blinken en verzinken' van eenjarigen.

Volgens de sterrenkundigen begint de lente pas op 20 maart om 6.14 uur. Astronomen kijken naar de baan van de zon en daarom laten ze de lente beginnen als het middelpunt van de zon de evenaar passeert. Volgens de weerkundigen is de lente al op 1 maart begonnen, want zij hanteren nu eenmaal een definitie waarbij de lente de maanden maart, april en mei omvat.

Als je aan biologen vraagt wanneer de lente begint, kun je heel uiteenlopende antwoorden krijgen. Want vogelliefhebbers letten immers op kwinkelerende vogels en botanici kijken vooral naar de eerste bloemetjes. Maar ik vermoed dat alle biologen nu wel erkennen dat ze genoeg lenteboden zien. Veel vogels zijn al wekenlang aan het baltsen. De grenzen van hun broedterritoria liggen vast en de eerste dieren hebben hun nest al lang gereed.

In de plantenwereld is het eveneens gedaan met de winterrust. Je merkt dat vooral aan bloeiende bomen: hazelaars en elzen hebben hun katjes al laten bungelen. Als je de bodem afspeurt, merk je dat veel kruidachtige gewassen er eveneens prachtig bij staan. Dat geldt natuurlijk voor sneeuwklokjes en krokussen en voor al die andere bol- en knolgewassen die we hebben geïmporteerd om onze tuinen en parken in het voorjaar wat op te fleuren.

Maar we hebben nog veel meer lenteboden. De eenjarige plantjes en de tweejarige planten kondigen eveneens op grote schaal het voorjaar aan.

miezepietertjes

Allerlei eenjarige plantjes bloeien namelijk uitsluitend in het vroege voorjaar. Helaas vallen zij nauwelijks op en menigeen loopt er achteloos aan voorbij. Hun bloemen zijn nu eenmaal minder groot dan die van uitheemse pronkjuwelen. Onze eigen voorjaarsbloeiers zijn miezepietertjes, relatief kleine plantjes met onooglijke bloemetjes. In rijk geïllustreerde tuingidsen zul je ze niet aantreffen, maar hun bloei kondigt wel de lente aan.

Het plantenrijk kent zomerannuellen en winterannuellen. Het gaat in beide gevallen om planten waarvan de levenscyclus nooit langer dan twaalf maanden duurt en die als zaad het onaangenaamste seizoen doorkomen. Deze eenjarige planten ofwel 'annuellen' overbruggen het voor het ongunstige jaargetijde op een radicale en eenvoudige manier: 'wegwezen'.

Voor zomerannuellen is de winter het onaangenaamste jaargetijde. Zij kiemen in het voorjaar en bloeien in de zomermaanden. Voor winterannuellen ofwel voorjaarsannuellen is juist een hete, droge zomer verreweg het grootste probleem. Deze plantjes vind je vooral op dorre zuidhellingen in de duinen, in stuifzanden, tussen straatstenen en op andere relatief warme standplaatsen, waar water doorgaans een zeer schaars goed is. Voor hen levert een koud winterhalfjaar duidelijk minder problemen op dan een droge zomer.

Wij zijn gewend de loop van de seizoenen af te lezen aan de gang van zaken bij loofbomen en andere meerjarige planten, die het juist in de wintermaanden moeilijk hebben. Zij verliezen hun bladeren in de herfst en in het voorjaar lopen de knoppen weer uit en dan gaat alles weer 'normaal'. Maar dat is helemaal niet zo gewoon. Bij tientallen eenjarige kruiden gaat het leven juist 's winters zijn 'gewone' gang. Zij kiemen in de regenrijke herfst. Juist de winter is hun groeiseizoen. Vroeg in het voorjaar komen ze in bloei en de zomer brengen ze door als zaad.

reservevoedsel

Bomen en struiken hoeven niet zo bang te zijn voor een droge zomer. Datzelfde geldt voor de meeste forse, overblijvende planten. Zij beschikken over een uitgebreid wortelstelsel, zodat ze ook in een hete, droge zomer meestal nog wel een watervoorraadje kunnen aanboren. Hun grootste probleem is de winterkou. Bij lage temperaturen ligt het watertransport vanuit de bodem naar de bladeren compleet stil. Als de verdamping via de bladeren dan gewoon door zou gaan, zouden grote planten langzaam doch gestaag uitdrogen. Daarom stoten loofbomen bijtijds hun bladeren af. Meerjarige kruiden volgen een vergelijkbare strategie: in het najaar sterven ze bovengronds af, nadat de belangrijkste stoffen zijn opgeslagen in ondergrondse knollen, bollen of wortelstokken. Hier vinden we dus de strategie van 'inpakken en wegwezen'.

Alle meerjarige planten moeten wel ontzettend veel energie steken in het 'inpakken'. Bomen en struiken moeten hun knoppen zorgvuldig verpakken met schubben, zodat de piepjonge blaadjes niet uitdrogen of bevriezen. Bovendien moeten alle overblijvende planten in hun wortelstelsel voldoende reservevoedsel opslaan. Ze moeten flink investeren in ondergrondse reserves, in bollen, knollen of wortelstokken, anders gaat het vroeg of laat mis.

viltbladeren

De strategie van tweejarige planten hangt daar mooi tussenin. Deze planten investeren niet in knollen of bollen of in een omvangrijk wortelstelsel, waarin jaar-in-jaar-uit forse hoeveelheden reservevoedsel kunnen worden opgeslagen. Na de zaadvorming sterven de planten af en dat is het belangrijkste verschil met overblijvende planten. Het verschil met eenjarige planten is de lange aanloop naar de eerste bloei, die meer dan een jaar duurt. Tweejarige planten hebben in feite twee achtereenvolgende zomers nodig en kunnen de tussenliggende winter dus niet als zaad overbruggen.

Tweejarigen overwinteren met een bladrozet, waarbij alle bladeren plat tegen de grond liggen. Onder een goed isolerende sneeuwdeken kunnen ze zich prima redden. Doorgaans zijn de bladeren flink behaard, zodat ze niet zo gemakkelijk uitdrogen. De viltige bladeren van toortsen vormen het mooiste voorbeeld.

De meest bekende tweejarige plant is het vingerhoedskruid. In de vorige zomer zijn de zaden gekiemd en dat heeft prachtige bladrozetten opgeleverd. Zelfs de grootste bladeren lagen maandenlang plat tegen de grond. Maar nu schieten de planten de lucht in en vormen ze bloeistengels. Over twee à drie maanden vliegen de hommels rond de enorme bloemtrossen en snoepen nectar in de paarse, klokvormige bloemen.

 

  • 17-03-2012 - 6.52
  • 16-03-2012 - 19.02

waardeer:

  • Waardeer dit artikel met 1 ster
  • Waardeer dit artikel met 2 sterren
  • Waardeer dit artikel met 3 sterren
  • Waardeer dit artikel met 4 sterren
  • Waardeer dit artikel met 5 sterren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen.

Reacties (0)