Sluiten

Als u doorsurft op deze website, gaat u akkoord met de plaatsing van cookies. Voor meer informatie, klik hier. [sluiten]

Nederlands Dagblad

Bidden behoort tot de kern van het geloof maar het is moeilijk om erover te
praten. In deze serie vragen we bekende gelovigen hoe zij bidden. Vandaag
deel 8: Dien de Haan (77), oud-eindredacteur van de Elisabethbode. |beeld Dick Vos

Bidden mag je doen in de taal van thuis

Dit artikel komt voor in dossier: Bidden

Bidden behoort tot de kern van het geloof maar het is moeilijk om erover te praten. In deze serie vragen we bekende gelovigen hoe zij bidden. Vandaag deel 8: Dien de Haan (77), oud-eindredacteur van de Elisabethbode.

‘Voor het bidden houd ik een vaste regelmaat aan: ik bid voor de maaltijden, en zeker voor het slapengaan. Een stuk discipline daarin vind ik belangrijk. Ik sprak een tijdje terug een jongere die zei dat ze bad naar dat ze daar behoefte aan had. Weet je zeker dat die behoefte blijft, heb ik haar gevraagd.

dialect

En tussen die vaste gebeden door? Och, ik moet denken aan een Veluwse mevrouw met een bevindelijk geloof die me ooit vertelde dat ze het met haar grote gezin veel te druk had om op vaste tijden te bidden. Dus sprak ze met God als ze bijvoorbeeld haar kind de borst gaf. En, zo voegde ze daar in dialect aan toe, zo proat ik met God de heule dag henne – zo praat ik met God de hele dag door…

Ik ga dagelijks met God om, al ben ik echt niet zo’n vrome tante die de hele tijd loopt te zingen. Het kan ermee te maken hebben dat ik alleen ben. Ik vraag dagelijks om hulp, om wijsheid.

Als een vriendin van de trap valt, roept ze haar man Jeroen om hulp. Ik heb geen Jeroen, dus ik moet met mijn hulpvraag meteen naar het hoogste adres. Daarin neem ik de heiligheid en eerbied voor God wel in acht, maar die komen niet in mindering op de persoonlijke, vertrouwelijke omgang met God.

Psalm 25

Als het over die omgang gaat, denk ik aan Psalm 25, die mij zeer dierbaar is. ‘Des Heren vertrouwelijke omgang is met wie Hem vrezen.’ Het gaat dus van Hem uit. Ik heb er eens een gedicht over geschreven: ‘Zijn vrede daalt in onze zielen / en maakt ons van verwachting stil. / De kamervloer wordt tempelplein, / en onze stil gevouwen handen / raken beschroomd de hemelwanden. Dat God ons zó nabij kan zijn…’ Het is iets mystieks, niet helemaal in woorden te vangen. Je kunt het wel ondergaan.

Onlangs hoorde ik een oudere broeder zeggen dat hij geestelijk een beetje droog stond. Ik denk dat wij dat allemaal wel herkennen: er zijn periodes dat het geloofsleven minder intensief is. Bonhoeffer zei daarover in zijn dagboek: bid dan maar een tijdje wat minder intensief, het komt wel weer.

Het heeft er misschien mee te maken dat we in deze tijd een sterke hang hebben naar ervaring en gevoel. Maar het geloof is meer, het is ook zeker weten. Als je het geloof een tijd niet ervaart, mag je op die andere ‘poot’ van het geloof steunen.

taal van thuis

De indringendste gebeden in de Bijbel tellen vaak maar enkele woorden, heb ik geleerd van een bekende legerpredikant: ‘Here, help mij’, of ‘Heer, ik roep tot U’. Gebeden hoeven dus niet lang te zijn, en ze hoeven ook niet op een andere toon uitgesproken te worden. Het mag in de taal van thuis. Dat deed Jezus ook, toen Hij aan het kruis de woorden ‘mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? uitschreeuwde in het Aramees. Dat was zijn moedertaal.

Toen ik een kind was, werd bij ons thuis ‘stil gebeden’. Op een gegeven moment kwam mijn vader op tal te staan voor ouderling, toen vond hij het belangrijk ook ons voor te gaan in het gebed. Dat deed hij vertrouwelijk en ootmoedig; hij was gewoon de zaken die speelden aan God voor te leggen. Ik was een jaar of vijftien en maakte die verandering bewust mee, die toch wel diepe indruk op me maakte.

aanvaarden

Ik ben nogal een doe-mens, maar in mijn gebed maak ik tegenwoordig minder mijn wensen bekend. Ik heb bijvoorbeeld een versleten rug, om die reden ben ik gestopt met het spreken in kerkelijke ontmoetingsdiensten en het geven van spreekbeurten. ‘Als dat uw weg is, wilt U daar dan kracht voor geven’, heb ik gebeden. Dat heeft niets met berusten te maken – dat woord komt in de hele Bijbel niet voor. Eerder met aanvaarden, en meer nog met vertrouwen.

Mag je boos worden op God, is een vraag die me regelmatig tijdens spreekbeurten en in het pastoraat is gesteld. Jawel hoor, daar kan Hij wel tegen. Als je het dan maar rechtstreeks tegen Hem zegt, en niet achter zijn rug om over Hem roddelt. Bij mijzelf zit die boosheid niet zo in mijn genen. Ik ben het niet altijd met zijn leiding eens, maar dan zeg ik: ‘Heer, moet dit nu zo?’ Dat mag, dat is een vorm van klagen waar ook de Psalmen vol mee staan.

gereformeerd

De vraag of het geloof echt is, overvalt ons bijna allemaal wel eens, denk ik. Zelf twijfel ik meer aan mijn eigen geloof dan aan de inhoud van het geloof. Is het groot genoeg, is het echt genoeg? Toch is dat gevaarlijk. Voor je het weet ga je de grond voor je geloof in jezelf zoeken. Daarin ben ik heel gereformeerd: geloven is van jezelf afzien en je geborgenheid in God zoeken.

Mijn vader bad op vrijdag en zaterdag altijd voor de predikanten die zich voorbereiden op de bediening van het Woord. Dat heb ik van hem overgenomen. Bid je daar pas op zondag voor, dan ben je te laat, dan hoort de preek al af te zijn.

Maak al je wensen bij God bekend, staat er in de Bijbel. De grote en de kleine wensen, door te bidden en te smeken, onder dankzegging. Krijg je dan alles? Nee, maar wel de vrede van God die alle verstand te boven gaat.’

  • 19-04-2012 - 11.32
  • 11-07-2012 - 12.15

waardeer:

  • Waardeer dit artikel met 1 ster
  • Waardeer dit artikel met 2 sterren
  • Waardeer dit artikel met 3 sterren
  • Waardeer dit artikel met 4 sterren
  • Waardeer dit artikel met 5 sterren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen.

Reacties (0)