Sluiten

ND.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Nederlands Dagblad

Nederland is ook van Angolezen

Van wie is ons land? In de felle discussies over het Nederlandse vreemdelingenbeleid wordt die vraag nauwelijks gesteld. Of je nu een ruimhartige asielprocedure voorstaat of vluchtelingen en gelukzoekers graag buiten de deur houdt, over één ding lijkt iedereen het eens. Nederland is van de Nederlanders.

Elk volk heeft een eigen land en is daar zelf de baas. Een Angolees past in principe in Angola en Irak is voor de Irakezen. Buitenlanders hebben geen vanzelfsprekend recht op ons land. We kunnen ze toelaten om bijzondere redenen, waarover we onderling verschillen, maar daarover gaan wij zelf. Nederland is van de Nederlanders.

Toch zouden christenen dit anders moeten zien. Zelfs zo anders dat anderen hen daardoor ervaren als maatschappelijke spelbrekers. Christenen kunnen weten hoe God het eigenlijk bedoelde. De hele aarde is van Hem. Daarom heeft geen mens of geen volk een natuurlijk recht op eigen land. Sinds de zondeval al helemaal niet meer. Bovendien werkt God toe naar een nieuwe wereldbevolking, waarvan je vandaag in de wereldwijde christelijke gemeente het begin ziet.

Over die nieuwe wereldbevolking zegt Jezus in Matteüs 5 dat zij ‘de aarde zal beërven’. God bedoelde mensen niet om over landen en volken verdeeld te worden en zich vervolgens achter grenzen te verschansen. Mensen zijn wereldburgers in spe. Samen krijgen wij de hele aarde toevertrouwd. Die vormt ons gemeenschappelijke thuis. Ook ons land is niet van ons alleen.

Natuurlijk moeten we meer zeggen. Want zover is het nog niet. God werkt hier geleidelijk naartoe. Sinds de zondvloed en de torenbouw van Babel houdt Hij de opstandige mensheid voorlopig klein door haar te verdelen over een meervoud van landen en volken. Tegen die achtergrond begint Hij zijn bedoelingen vooralsnog met één volk en in één land uit te werken, namelijk met Israël in Kanaän. Daar geeft Hij elke familie een eigen stukje grond in beheer. Dit beleid gaat lijnrecht in tegen wat toen de gangbare gedachte was, namelijk dat het land van de koning is. Het is niet van de koning én het is niet van het volk, maar van God.

Het Nieuwe Testament verbreedt deze landbelofte tot heel de aarde. Rond Jezus groeit uit Israël een nieuwe gemeenschap van mensen die samen eens de aarde van de toekomst toevertrouwd krijgen. Zo rondt God af wat Hij bij de eerste mens Adam begon. Dan is ook de verdeeldheid tussen landen en volken voorbij. Maar tot het zover is, houden deze bestaande naties nog een functie. Ook christenen moeten dat beseffen en zichzelf zo veel mogelijk gedragen als constructieve burgers van hun eigen landen. Toch mogen zij zich daarmee niet restloos identificeren. Juist christenen moeten de relativiteit en voorlopigheid van de grenzen tussen volken en landen beseffen. Als wereldburgers van de toekomst weten zij zich principieel vreemdelingen in hun aardse natie.

In de vroege kerk kozen christenen veelal voor deze opstelling. Geen wonder dat hun omgeving hen, ondanks hun positieve maatschappelijke inzet, vaak als spelbrekers zag. In de moderne tijd hebben christenen zich echter te vanzelfsprekend geïdentificeerd met het eigen land en volk. Ze namen eerst de vroegmoderne gedachte over dat de vorst soeverein is op het eigen grondgebied. Vervolgens maakten ze ook de omslag mee waarin deze soevereiniteit van de vorst werd overgebracht op het volk. Daarom gaan ook christenen er vaak zonder meer vanuit dat Nederland van de Nederlanders is.

Toch staan deze moderne gedachten haaks op de Bijbelse grondlijnen die ik hiervoor trok. In deze nationale en soms zelfs nationalistische oriëntatie openbaart zich een vaak niet herkende vorm van secularisatie, die juist orthodoxe christenen nogal eens parten speelt. Daardoor ervaren links en rechts hen helaas te weinig als spelbrekers.

Zolang de aarde van de toekomst er nog niet is, moeten christenen de relatieve waarde van de grenzen tussen landen en volken honoreren. Het is maar goed dat de menselijke behoefte om ergens de baas te zijn, daardoor minstens nog begrensd wordt. Gods verdeel-en-heerspolitiek zorgt op de oude aarde voor een zeker evenwicht. Dat mogen wij niet negeren en abrupt doorkruisen, bijvoorbeeld door geseculariseerde naties te bewegen tot een al te idealistisch vreemdelingenbeleid. Tegelijk zullen wij beseffen dat onze veiligheid en onze welvaart bedoeld zijn om te delen met andere volken, en dat ook zo veel mogelijk voorleven. Daarbij past een profetisch protest tegen de huidige nadruk op Nederlands eigenbelang, ongastvrije afweermechanismen en verabsolutering van de eigen natie. Uiteindelijk is Nederland ook van Angolezen.

Dr. A.L.Th. de Bruijne is hoogleraar Ethiek en Spiritualiteit aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Kampen.

  • 14-04-2012 - 8.20
  • 14-04-2012 - 8.24

waardeer:

  • Waardeer dit artikel met 1 ster
  • Waardeer dit artikel met 2 sterren
  • Waardeer dit artikel met 3 sterren
  • Waardeer dit artikel met 4 sterren
  • Waardeer dit artikel met 5 sterren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen.

Reacties (1)

johann (19 april 2012 9:27 uur)

Mijn reactie betreft met name het ingezonden artikel van Klaas Harink in het ND van woensdag 18 april 2012. De bijdrage van Harink vind ik zeer verrassend en het stemt tot nadenken. In de tijd van slavernij en apartheid kon men zich een tijdperk zonder deze fenomenen niet voorstellen. Het scheen hooguit een utopie. Toch is het zover gekomen. Hoe is het zover gekomen? Doordat mensen begonnen erover te praten en te schrijven, dat het anders moest. Iedere grote beweging begint klein. Het wordt nooit van bovenaf opgelegd, maar begint altijd als particulier initiatief. Daarom is een bijdrage als dat van Harink, hoe onpraktisch het ook schijnt, zo waardevol.