Sluiten

Als u doorsurft op deze website, gaat u akkoord met de plaatsing van cookies. Voor meer informatie, klik hier. [sluiten]

Nederlands Dagblad

Drie keer bidden is genoeg

Paulus schrijft in 2 Korintiërs 12 dat hij God driemaal gesmeekt heeft om van een pijnlijke doorn in zijn vlees verlost te mogen worden.

Er is natuurlijk eindeloos gespeculeerd over wat die doorn geweest kan zijn. Maar Paulus geeft zelf het antwoord als hij zegt dat het om een bode van Satan gaat. We moeten dus niet denken aan een lichamelijke ziekte of mentale handicap waar Paulus mee kampte, maar aan een concrete tegenstander van het Evangelie die zijn pijlen nogal persoonlijk op Paulus gericht had. De hele brief is immers vol van Paulus' missionaire inzet en van de tegenstand die hij daarbij ervoer, en nog maar even geleden heeft hij z'n tegenstanders afgeschilderd als dienaren (dus zeg maar boden) van Satan (11:13-15). Kennelijk was de desbetreffende doorn-meneer of -mevrouw - Paulus is nog wel zo liefdevol dat hij het anoniem houdt - degene die het daarbij het bontst maakte. Kennelijk ging hij (het zal wel een man geweest zijn) zich zelfs te buiten aan fysiek geweld, want Paulus schrijft erbij dat hij met vuisten geslagen wordt.

Intrigerend is nu dat Paulus vertelt hierover driemaal te hebben gebeden, of eigenlijk zelfs gesmeekt. We zijn intuïtief al gauw geneigd daarbij op te merken dat dat getal natuurlijk niet letterlijk genomen moet worden. Drie is immers een bijzonder getal, het getal van de volheid. Dus het zal hier wel betekenen dat Paulus een heleboel gebeden aan de kwestie gewijd heeft. Calvijn schrijft bijvoorbeeld, dat Paulus 'herhaaldelijk of dikwijls' dit punt in zijn gebeden aan de orde heeft gesteld. En de Kanttekeningen bij de Statenvertaling merken droogjes op: 'driemaal, dat is meermalen'. Tja, daar valt natuurlijk geen speld tussen te krijgen. Maar driemaal is geen viermaal, laat staan nog vaker. Toch wordt in talloze verklaringen, preken et cetera de symbolische uitleg overgenomen. En dat is raar. Want waarom laten we de letterlijke uitleg hier zo makkelijk los, terwijl we daar bij allerlei andere Bijbelplaatsen juist zo aan hechten? Is het niet een nuchtere regel pas voor een symbolische uitleg te kiezen als daar een concrete aanleiding voor is?

Het is niet duidelijk wat die aanleiding hier zou zijn. Mij lijkt: als Paulus drie keer zegt dan bedoelt hij ook drie keer. Paulus heeft er dus goed over nagedacht. Hij voegde het pijnpunt niet altijd spontaan maar even toe aan elk gebed dat hij deed. Hij overwoog van tevoren juist zorgvuldig of dit iets was om aan zijn God voor te leggen. Pas nadat hij besloten had dat dit inderdaad zo was, stelde hij het aan de orde. Met aandrang, dat wel, want hij smeekte God om van zijn plaaggeest bevrijd te mogen worden.

Later (was hij opnieuw in elkaar geslagen?) deed hij het nog eens. Zoals je elkaar in een onderlinge relatie er ook wel eens aan kunt herinneren dat iets je echt heel hoog zit.Toen er vervolgens nog niets veranderde, zal Paulus zich afgevraagd hebben of hij er nog een derde keer over kon beginnen. Was dat niet op het beledigende af? Je doet dan immers of de Here God het nog altijd niet gehoord heeft, en komt gevaarlijk dicht bij de veelheid van woorden waartegen Jezus waarschuwde. Maar het voorbeeld van diezelfde Jezus in Gethsemané zal hem over de streep gehaald hebben: drie keer kan nog net. Kortom, Paulus dacht na over wat hij bad, hij legde zichzelf een zekere ascese op, en wist ook weer van ophouden. Want hij wist, geen antwoord op het gebed is ook een antwoord: 'Mijn genade is u genoeg'. Dat alles getuigt van een volwassen geloof.

Waarom willen wij er dan niet aan dat drie hier gewoon drie is, en dat je dus ook in het bidden maat moet houden? Ik denk: omdat andere Bijbelteksten iets anders lijken te zeggen. Bijvoorbeeld dat je moet bidden zonder ophouden, of dat je al je verlangens door bidden en smeken bekend moet maken bij God. Dat is natuurlijk ook waar - vooral als het om het welzijn van anderen gaat. Daar zijn we niet gauw te veel mee bezig. Hier gaat het om iets wat Paulus voor zichzelf nodig denkt te hebben. Nu, ook daar mag je Gods aandacht voor vragen. Al gaat het om iets kleins als een spijker of een speld, zegt Kohlbrugge, als je die nodig hebt is het goed erom te bidden. Maar het getuigt wel van veel geloof als je het een beetje beperkt weet te houden. We hoeven Jezus niet van het kruis te bidden om een wat aangenamer leven te krijgen.

Soms wordt gezegd dat het van kleingeloof of ongeloof getuigt als je na aanhoudend gebed om genezing nog altijd niet beter wordt. Maar misschien getuigde juist dat aanhoudend gebed al wel van een klein en onvolgroeid geloof.

Dr. G. van den Brink is bijzonder hoogleraar namens de Gereformeerde Bond aan de Universiteit Leiden en universitair hoofddocent dogmatiek aan de Vrije Universiteit. Momenteel werkt hij op het Centrum voor Theologisch Onderzoek in Princeton (VS).

  • 14-03-2011 - 8.40
  • 03-12-2012 - 14.47

waardeer:

  • Waardeer dit artikel met 1 ster
  • Waardeer dit artikel met 2 sterren
  • Waardeer dit artikel met 3 sterren
  • Waardeer dit artikel met 4 sterren
  • Waardeer dit artikel met 5 sterren