Het beursjaar 2011 zal door beleggers vooral herinnerd worden als een periode van tergende onzekerheid en toenemende volatiliteit, als gevolg van de voortwoekerende Europese schuldencrisis.
Europese staatsobligaties -decennialang beschouwd als een van de meest risicovrije beleggingen- kunnen niet langer rekenen op het onvoorwaardelijke vertrouwen van financiële markten.
”Riscovrij rendement is vervangen door rendementsvrij risico”, schamperden handelaren. Telkens weer zagen de financiële markten zich geconfronteerd met vage, onuitgevoerde of onuitvoerbare plannen van politici, die zeiden haast te willen maken met de oplossing van de schuldencrisis in de eurozone.
Grote woorden over beheersing van besmettingsgevaar ten spijt, moesten politici herhaaldelijk terug in onderhandeling om weer een nieuw reddingsplan op te tuigen, waarbij de over tafel gaande bedragen steeds verder opliepen.
Het gebrek aan politiek vermogen vooruit te zien werd keer op keer door de markt afgestraft. Oplopende rendementen op staatsobligaties dwongen Griekenland, Ierland en Portugal aan te kloppen bij Europese en internationale instanties voor hulp. Ook Spanje en Italië kwamen in de gevarenzone - iets waar marktwaarnemers al lange tijd voor hadden gewaarschuwd.
Deze ontwikkelingen overschaduwden ook de aandelenmarkten, die zich bij vlagen niets meer aan leken te trekken van bedrijfsnieuws, winstwaarschuwingen daargelaten. Daarmee stonden vooral kleine beleggers vaak op het verkeerde been.
”Als er iets dit jaar duidelijk werd, was het wel dat de aandelenmarkten, vooral door het sterk gegroeide digitale en dus zeer snelle karakter ervan, absoluut geen terrein voor particuliere beleggers waren”, aldus een vermogensbeheerder.
De AEX startte op 3 januari hoopvol gestemd met een winst van 3 punten op 357,91 punten. Veel partijen, ook bedrijven, geloofden toen nog in een economisch herstel. Niemand dacht dat kredietbeoordelaars de rating van de VS konden verlagen en niemand speculeerde openlijk op uittreding van landen uit de euro.
In februari stoomde de AEX op tot boven de 370 punten. Echter, in de tweede helft van die maand begon een daling tot onder het slot van 2010 met als dieptepunt bijna 344 punten op 15 maart. Daarna klom de index weer op om de hele maand april erg veel moeite te ondervinden met de 370-puntengrens. Daar kwam de index maar niet doorheen.
Beleggers lieten herhaaldelijk hun irritaties blijken over het vermeende gebrek aan slagvaardigheid van politieke leiders. Die onvrede tekende zich met name in de tweede jaarhelft af en dan met name in augustus en september.
In mei, doorgaans een maand die de rustige zomerperiode inluidt, kwamen koersen al flink onder druk te staan. Het dieptepunt lag op 268,74 punten, het laagste niveau van 19 augustus. In de periode ervoor was de AEX begin juli nog wel in staat gebleken een lagere top neer te zetten.
Bij niet of nauwelijks uitgevoerde plannen wezen marktexperts meteen naar 21 juli. Toen kwam er een plan op tafel, waar de wereld volgens Jose Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, niet omheen kon. De looptijd op Griekse staatsleningen werd verlengd tot een minimum van vijftien en een maximum van dertig jaar. Ook kreeg het noodlijdende land een extra financiering van 109 miljard euro, waar ook de private sector zijn bijdrage aan zou leveren.
Het plan zelf werd ingehaald door de actualiteit en leek de onrust op de financiële markten alleen maar te vergroten. Beleggers reageerden verschrikt op de bijdrage van de private sector, en in het bijzonder op de quasi-verplichte afschrijving op Griekse staatsobligaties. Het gevolg was dat banken, verzekeraars en pensioenfondsen massaal hun beleggingen in de staatsschuld van met name Spanje en Italië afbouwden, wat de problemen in het eurogebied alleen maar deden verergeren.
Europese markten zakten in mum van tijd door de hoeven. De AEX sloot op 21 juli op bijna 337 punten, en na verdere verliezen in augustus, bewoog de graadmeter zich in september tussen circa 295 en 262 punten. In oktober was het niet veel beter, ofschoon de index wel even boven de 300 punten uitkwam.
De schuldencrisis verhevigde ondertussen zienderogen en hand in hand daarmee de macro-economische vooruitzichten. In toenemende mate lieten kredietwaardigheidsbeoordelaars van zich horen met als voorlopig hoogtepunt het weekend van 6 en 7 augustus. Toen vermocht Standard & Poor’s het in de ogen van de Amerikanen de historische ‘vergissing’ te begaan om de rating van de Verenigde Staten te verlagen naar AA+ van AAA. De AEX reageerde de maandag daarop met een verlies van 13 punten. De Dow Jones Industrial Average liet die dag maar liefst 5,6 procent gaan.
Marktvorsers waren het er intussen over eens dat de beweging van de AEX bewees dat een gang naar 200 punten of lager vrijwel uitgesloten was. “Iedereen die aandelen had, heeft de afgelopen drie jaar alle gelegenheid gehad er uit te stappen. Veel dramatischer dan wat we tot nu toe gezien hebben kan het niet worden”, stelde een handelaar.
Hij stelde dat vrijwel alle rampscenario’s, behalve een kolossale ramp of oorlog, al in de koersen zaten verwerkt. De volatiliteit op de financiële markten zou ook de beleidsmakers wakker schudden. De Europese Centrale Bank begon in toenemende mate staatsobligaties op te kopen van Spanje en Italië om ervoor te zorgen dat de lange rentestanden van die landen niet al te veel opliepen.
Voor Griekenland was de oplopende rente al een tragedie, voor Italië zou het een nog grotere ramp kunnen veroorzaken. Italië moest niet alleen dit jaar, maar vooral in 2012, grote sommen geld ophalen. Een rente van meer dan 7 procent werd door velen als onhoudbaar gezien.
Eurolanden, het Internationaal Monetair Fonds, de Europese Centrale Bank, het Europese noodfonds EFSF, BRIC-landen -iedereen en alles werd gemobiliseerd om de eurocrisis, die nog niet eens zo lang geleden begon met Griekenland, te bedwingen.
Op 26 oktober, na de uitgelopen eurotop in Cannes werd het EFSF-noodfonds uitgebreid, terwijl de banken in de eurozone hun Griekse schulden op de balans nog meer zouden afwaarderen. De politiek had geen keus: de financiële markten lieten de rentes van perifere landen zo sterk oplopen, dat een land als Griekenland geen enkele toegang meer tot de kapitaalmarkten had. Angela Merkel, bondskanselier van Duitsland, stelde subiet dat de afspraken van 21 juli niet meer golden.
Griekse premier George Papandreou en zijn Italiaanse ambtgenoot Silvio Berlusconi verlieten besmuikt het toneel. Maar ook Merkel bleef niet buiten schot. Ze kreeg veel kritiek vanwege haar starre houding ten aanzien van het mandaat van de ECB dat prijsstabiliteit voorop stelt, en in eigen land waar men juist erg attent is op inflatierisico’s gezien de ervaringen uit de vorige eeuw.
Oktober werd gekenmerkt door een ongekende opleving. Op 23 september was het laagste punt van 2011 neergezet op 256,36 punten en kennelijk was dat het moment om weer eens omhoog te kijken. De actualiteit, gekleurd door politieke ontwrichting en onenigheid, de nasleep van natuurrampen in Japan, zwakke macrodata, met name in Europa, leerden dat een economische opleving op zijn best een schamel karakter zou dragen. Bezuinigingen in alle eurolanden deden de rest. Maar dat zat volgens marktvolgers allemaal al in de koersen. In oktober kreeg de AEX er bijna 40 punten bij.
Het ging in 2011 dus meer dan ooit over landen met hoge overheidsschulden, of het nu de VS met een verlaging van de kredietwaardigheid van Standard & Poor’s, of Griekenland, Japan of Italië betrof. Zelfs Nederland, toch een veilige haven als het gaat om inflatie en lange rente, bleek in november ineens niet meer zo immuun voor oplopende rente en spreads.
In die maand werd toegeleefd naar weer een top, nu in Brussel. Iedereen was er nu echt van overtuigd dat er een oplossing moest komen voor de eurocrisis. Griekenland deed er al niet eens meer toe. Het ging om de toekomst van de euro, die moest worden veiliggesteld en regeringsleiders lieten steeds vaker horen er rekening mee te houden dat Griekenland niet bij de munt kan blijven.
Bedrijven wilden dat allemaal niet afwachten en hadden in verscheidene gevallen al een scenario klaar liggen voor als de euro ter ziele zou gaan.
De AEX leverde in november zijn oktoberpunten weer netjes in en de hoop was gevestigd op een solide uitkomst van de top in Brussel op 9 en 10 december. Anticiperend daarop veerde de AEX weer wat op.
Brussel werd het terrein van nogal wat oud Europees zeer; de Britten deden niet mee met een intergouvernementele overeenkomst, volgens welke strenger wordt toegezien op de naleving van de begrotingsregels. De Britten hadden de nodige eisen en daar paste Europa voor. In Londen ging de ruzie nog even door, want de coalitiegenoot van de Torries was furieus over de halsstarrigheid van de premier David Cameron.
De aandelenmarkten lieten na het pact van begin december te hebben verwerkt blijken de meest recente afspreken niet erg overtuigend te vinden, waardoor de AEX weer onder de 300 punten uitkwam. Beleggers kijken wachten af, en critici vragen zich af of de parlementen van alle lidstaten hun goedkeuring aan de nieuwe begrotingsafspraken zullen geven. Naar verwachting zal dat rond maart van 2012 duidelijk moeten worden.
De laatste paar weken van het jaar besloot menig belegger de boeken vast te sluiten en waren de volumes laag. De AEX wist wat op te krabbelen en het verlies wat te beperken.
Economen rekenen inmiddels op een milde recessie in de eerste helft van 2012 en veel van wat daarna gebeurd zal afhangen van het vermogen van de politiek leiders om de begrotingen van hun landen op orde te krijgen of te houden. Daarnaast zullen zij een overtuigende, gezamenlijke aanpak moeten zien te vinden voor de Europese schuldencrisis.
Als dat het geval is, kan de economie zich volgens velen gedurende de tweede helft van 2012 weer wat herstellen.
In 2011 verloor de AEX uiteindelijk 11,9 procent om te eindigen op 312,47 punten, 42 punten lager dan het slot van 31 december 2010.
Reacties (0)