Weekend
Verheugd zuchten
Geplaatst: 30 januari 2010 06:00, laatste wijziging: 29 januari 2010 20:19
door Maarten Vermeulen
In het leven van Orlando Bottenbley spreekt God door het gebroken lichaam van een dove en blinde jongen. Dat zorgt ervoor dat hij bij zijn Bethelkerk blijft, in Drachten. Alle beroepen ten spijt, om niet te spreken van de kansen die hij elders ziet.
Aan de muur van de kleine gesprekskamer naast zijn woning hangt een uitvergrote foto van twee kano's langs een slordig riviertje. Op de achtergrond staan huisjes op palen. Daar weer achter rijst een ondoordringbare groene jungle op. Bottenbley straalt als hij vertelt over die plek, diep in het binnenland van Suriname. Vorig jaar maakte hij de foto, toen hij voor het laatst met zijn hele gezin op vakantie was. Nu zijn de kinderen volwassen en hebben ze het huis verlaten.
Dat stralen blijkt vaak voor te komen als hij praat. Zijn gezicht is rond, vol lachplooien en zijn Nederlands net niet helemaal zonder Surinaamse tongval. Hij is een migrantendominee in een witte kerk, die al jarenlang bekendstaat als de snelstgroeiende van Nederland. Maar aan de wieg van het wonder van Drachten stond een kleine man die opgroeide in de straten van Paramaribo. En dat, zegt hij zelf, houdt hem nederig. Hij moet het vaak uitleggen, want het is de meest gestelde vraag aan Orlando Bottenbley: loop je niet naast je schoenen?
Vooruit, loopt u naast uw schoenen?
,,Eerlijk waar, dat is een van mijn minste strijdpunten. Ik denk nog vaak aan die keer dat ik voorging in een baptistengemeente in Enkhuizen, jaren geleden, toen ik stagiair was in een Amsterdamse kerk. Als predikant heb je soms preken waarvan je denkt: mensen, dit loopt als een trein! Alles lukt en je ziet de boodschap als het ware landen. Dat gebeurde daar ook, in Enkhuizen. Tijdens het zingen van het laatste lied ging ik alvast naar de uitgang om de mensen na afloop een hand te geven. Een oude man kwam de kerkzaal uitlopen, gaf mij een stevige boerenhand en zei: dat was een geweldige preek. Hij trok zijn hand los, legde zijn vinger op mijn neus en sprak streng: maar o wee als je hoogmoedig wordt!''
Hij lacht bulderend. ,,Een geschenk uit de hemel, die man.'' Dan, starend naar de muur voor hem: ,,Maar die vinger zie ik als een vinger van God. Ik heb een gebed dat ik regelmatig bid: behoed mij ervoor u van uw eer te beroven.''
School
Terug naar het Surinaamse binnenland. Toen Bottenbley in het dorpje arriveerde, trommelde het dorpshoofd meteen de stamoudsten bij elkaar voor een vergadering. En natuurlijk wil de predikant uit Nederland dan een paar bemoedigende woorden spreken, hij is het gewend. Want overal waar hij komt, gaat het zo. ,,Ik denk dat ik vrijwel alle leiders in de Surinaamse kerk persoonlijk ken. Maar Suriname is niet zo groot, hoor.''
Bijna twintig jaar geleden werd Bottenbley, toen al voorganger in Drachten, gevraagd een leiderschapsconferentie te leiden aan boord van de Logos II, het schip van Operatie Mobilisatie, dat toen aanmeerde in Suriname. ,,Een historische gebeurtenis!'', zegt Bottenbley. Hij spande zich in voor de oprichting van een mbo-opleiding theologie in Suriname, samen met bevriende Nederlandse voorgangers. De beste studenten kregen een uitnodiging voor een vervolgopleiding aan een Nederlandse hogeschool en een stage bij Bottenbley in de Bethelkerk. De studenten keerden daarna terug naar Suriname om de leiding van de school over te nemen.
Zij gingen terug. Bottenbley niet.
U kwam ooit naar Nederland met de vaste overtuiging na uw opleiding terug te keren naar Suriname. Wat is er gebeurd?
,,Mijn vrouw en ik waren volledig gericht op Suriname. Niets in ons verlangde hier te blijven, maar de geboorte van onze zoon Joël veranderde alles. Hij bleek zo ernstig gehandicapt dat terugkeer onmogelijk werd. We hebben het wel geprobeerd. Twee keer zijn we in Suriname geweest om te bekijken hoe het zou kunnen, maar langzaam drong het door dat het niet ging lukken. Artsen raadden het ons af, de zorg die Joël nodig heeft, de operaties, dat kan daar niet. We ontdekten dat Suriname in veel opzichten nog een derdewereldland is. Onze wereld stortte in.''
U wijdt uw leven aan God en dan gebeurt dit.
,,Ik heb nooit gebeden om een ziek kind. En ja, ik heb het God buitengewoon kwalijk genomen. Hoe kan dit? We staan midden in de bediening - ik was net begonnen als voorganger in een kleine gemeente in Lemmer -, hebben we ons vergist? 'U heeft mij lelijk te pakken', riep ik. Die moeite zie ik nog steeds bij veel gelovigen, met name binnen evangelische kringen. Het evangelie is vervormd tot een certificaat dat belooft dat je niets overkomt.
Het was als een tweede bekering, het moment dat ik God leerde kennen door de gebrokenheid heen. Dieper. Reëler. Het nochtans van het geloof, zo noem ik het, was een aspect van geloven waarbij ik nooit had stilgestaan. Zoals Habakuk het zegt: al zou, al zou, al zou, en dan volgt een lijst met tegenslagen. Nochtans zal ik juichen voor de Heer, jubelen in de God van mijn heil. Dát is de kracht van het evangelie. Er is geen garantie op voorspoed. Zeker, God zegent, maar je leeft in een kapotte wereld. En ook daar is God.''
Wel en niet
Veeg de wonderen niet uit. Want Bottenbley maakt bijzondere dingen mee. Er was een man, vertelt hij, die leed onder versleten nekwervels. ,,De pijn was soms zo hevig dat hij bewusteloos raakte.'' Tijdens een bidstond op een van de vele huiskringen die de Bethelgemeente heeft, legde een gemeentelid zijn hand in de nek van de man en sprak een eenvoudig gebed uit. ,,Er gebeurde wat, de man voelde wat over zich heen komen. Hij ging terug naar de specialist en bleek compleet genezen! Ja, God geeft wonderen, maar het gevaar is dat je denkt dat het altijd zo gaat. Nee, het is het 'wel en niet' van het koninkrijk van God, daar moet je doorheen. En er is ook het vooruitzicht dat lijden niet het laatste woord heeft. Het is niet makkelijk - zo van 'straks komt het goed' - dat ervaar ik nog steeds met onze zoon.''
U bent ogenschijnlijk een succesvolle voorganger van een succesvolle kerk. Bent u geneigd te kijken naar wat goed gaat?
,,Deze week zei ik tegen iemand: voor mij is het verheugd zuchten. Dat lijkt tegenstrijdig. Ik kan spreken over de enorme blijdschap die ik ervaar in mijn relatie met God, maar het zuchten is daarbij. Dat moet je niet wegmoffelen.
Jaren geleden, toen de gemeente nog veel kleiner was, overleed de oudste zoon in een gezin door een tragisch ongeluk. Hij was gehandicapt en kwam om het leven door een brand in een zorginstelling. Zijn vader zag hem overlijden op de intensive care. Ik zat 's avonds bij het gezin op de bank in de huiskamer. De jongste zoon was kapot van verdriet. Af en toe sloop hij naar boven, waar een televisie stond. Die avond speelde Ajax een spannende wedstrijd tegen Feyenoord en de jongen was een echte Ajaxfan. Hij vloog ineens naar beneden en riep: ze hebben gescoord! Zo ging het de hele tijd: beneden raakte hij onder de indruk van het verdriet, boven was er het enthousiasme over de wedstrijd. Die omslag was steeds zo natuurlijk, het hoorde bij elkaar.''
Bottenbleys broer Imro kwam enkele jaren geleden om het leven bij een roofoverval in Suriname. Woedend was Orlando. Hij reisde af naar Paramaribo en drong door tot de cel waarin de dader zat opgesloten. De deur ging open en hij sprong naar binnen.
Het volledige portretinterview met Orlando Bottenbley kunt u lezen in de bijlage ZoZ van het Nederlands Dagblad van zaterdag 30 januari 2010. Een los digitaal nummer kunt u hier kopen en lezen.
Reageren
Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.






RSS