« Terug naar voorpagina

Nederlands Dagblad, christelijk betrokken

Opinieplein


Grote daden van God gedenken

Geplaatst: 29 januari 2010 08:05, laatste wijziging: 29 januari 2010 10:01

door Roel Sikkema

Een band in de kerk, voor de een een schrikbeeld, voor de ander een logisch gevolg van de steeds grotere diversiteit in kerkelijke gemeenten. |foto Nederlands Dagblad/Jaco Klamer

Waarom gaan mensen 's zondags naar de kerk? Om God te loven en te prijzen; om naar Gods Woord te horen en zo weer gesterkt te worden voor de week; om tot God te bidden en om vergeving te vragen voor hun zonden.


Zo maar een boeketje antwoorden die je kunt horen, maar het belangrijkste wordt vaak niet genoemd. Daarover zijn deze drie boeken het in ieder geval wel eens: het gaat allereerst om het gedenken van Gods grote daden.

De vormgeving van protestantse erediensten is momenteel sterk in beweging. In veel gemeenten worden al lang niet meer alleen psalmen en traditionele gezangen gezongen. Naast het orgel heeft de muziekgroep zijn intrede gedaan, die veelal opwekkingsliederen begeleidt. Overal zijn discussies over hoe de ideale kerkdienst eruit moet zien, met of zonder vernieuwingen. De vraag is: welke wel en welke niet?

Nieuwe liederen

Voor dr. Jan Smelik is de uitkomst duidelijk: hij betoont zich een voorstander van de klassieke gereformeerde liturgie, waarin het evangelische opwekkingslied geen plaats zou moeten krijgen. Dat betekent niet dat er niets mag veranderen. Nieuwe liederen, andere instrumenten naast of in plaats van het orgel en andere liturgische vormen vindt Smelik prima, wanneer dat maar geen verplatting van de eredienst tot gevolg heeft. Dat gevaar dreigt volgens hem wanneer te veel evangelische elementen worden toegevoegd. Liederen uit die traditie drijven te veel op emotie en hebben vaak een 'theologie van de overwinning' als ondertoon, aldus Smelik. Steeds zal het doel van de liturgie in het oog moeten worden gehouden. Het gaat om wat God heeft gedaan, en wij moeten onze erediensten zo inrichten dat we Hem behagen en dat die tot opbouw van de gemeente dienen.

Smelik stelt dat er sprake is van 'liturgisch analfabetisme'. Veel mensen weten niet precies wat en waarom er iets in een dienst gebeurt. Hier heeft Smelik zeker een punt. Ook Evert van de Poll meent dat in zijn (evangelische) achterban te weinig liturgisch besef leeft.

Hoogliturgisch

Smelik voert een pleidooi voor het ordinarium, de liturgische indeling die uit de middeleeuwen stamt en nog steeds als basis voor rooms-katholieke en anglicaanse erediensten geldt. Ten onrechte wordt deze liturgische vorm vaak als 'rooms' terzijde geschoven, terwijl het in werkelijkheid een schema is dat er voor zorgt dat alles wat nodig is in een eredienst - niet alleen de lofzang van het Gloria, maar ook de verootmoediging van het Kyrie - een plaats krijgt. Dat kun je met hoogliturgische vastgestelde vormen doen, maar ook afwisselend met steeds andere formuleringen en liederen.

Eredienstwaardig biedt een goed overzicht van de diverse elementen van een gereformeerde eredienst. Het is in de eerste plaats voor een vrijgemaakt-gereformeerd publiek geschreven, maar veel van de liturgische discussies die daar gevoerd worden, komen ook in andere kerken voor. Dat maakt dit boek bruikbaar als een soort basisgids voor meer geïnteresseerden.

Lichamelijkheid

Om te gedenken is afkomstig uit de brede middenstroom van de Protestantse Kerk in Nederland. Het is een verzameling tamelijk los van elkaar staande artikelen. Boeiend zijn interviews met twee 'grand old men': Willem Barnard en Rudolf Boon. Interessant is het artikel van Wim Kloppenburg, die een pleidooi voert voor meer 'lichamelijkheid' in de eredienst. Dat die nu nauwelijks een rol speelt bij veel protestanten, illustreert hij met een - volgens hem 'fascinerende' - foto van een ChristenUnie-bijeenkomst, waarop kopstukken als Tineke Huizinga, André Rouvoet en Eimert van Middelkoop tijdens het gebed weliswaar hun ogen dicht hebben en hun handen gevouwen, maar er verder onderuitgezakt en met de benen over elkaar bijzitten.

Kloppenburg noemt dat een 'merkwaardige vorm van spiritualisme '. ,,Het geloof is blijkbaar helemaal vergeestelijkt; bij de omgang met de Schepper (!) doet het lichaam niet mee...'', is zijn commentaar.

Belangrijk is een opmerking van Ariaan Baan, een predikant-in-opleiding uit Kampen: ,,Het gaat in de liturgie niet om wat de liturg of de gemeente leuk vindt. Het draait in de liturgie om de God van Israël. In haar samenkomsten stelt de gemeente zich voor de Allerhoogste''.

Zangdienst

Evert van de Poll staat vrij kritisch tegenover allerlei evangelische gewoontes die intussen soms bijna dezelfde onaantastbaarheid hebben gekregen als de tradities in de meer gevestigde kerken. Eenzijdigheid, oppervlakkigheid, gebrek aan kennis moeten het bij hem ontgelden. Toch ziet Van de Poll ook lichtpuntjes. Er wordt in evangelische kringen meer nagedacht over liturgische vraagstukken, er is soms toenadering tot de gevestigde kerken, over en weer willen ze van elkaar leren.

Voor hem is echtheid belangrijk, veel belangrijker dan allerlei modieuze nieuwigheden of versimpelingen voor mensen die uit nieuwsgierigheid eens een kerk binnenlopen. ,,Vaak denken we dat we iets speciaals moeten organiseren om buitenstaanders te 'trekken'. Wat de ander interesseert, is misschien juist wel wat we gewoonlijk met elkaar beleven wanneer we samenkomen. Week in, week uit.'' Verregaande muzikale aanpassingen zijn volgens Van de Poll ook niet altijd nodig. ,,Onze liederen, de stijl van de muziek, de manier waarop we zingen, daarmee 'zeggen' we iets. Muziek betrekt hen (de buitenstaanders, RS) bij wat de gelovigen met elkaar beleven, over de barrières van de taal heen. Muziek hoeft trouwens niet 'eigentijds populair' van stijl te zijn om onze tijdgenoten te kunnen raken.''

Van de Poll is nuchter en evenwichtig. Zo is hij kritisch over de grote aandacht die sommige evangelische gemeenten geven aan de 'zangdienst', het vaak langdurige deel waarmee veel samenkomsten beginnen. De preek dreigt in het gedrang te komen en er kan bij veel lofprijzing maar al te gemakkelijk een ,,theologie van goede werken'' in sluipen. Toch moet hij ook niet veel hebben van de nogal formele erediensten bij veel kerken, waar alles van te voren vast ligt en daardoor saaiheid dreigt. Terecht wijst hij erop dat in het Nieuwe Testament weinig liturgische aanwijzingen worden gegeven en dat er daarom een grote vrijheid is in het inrichten van de samenkomsten.

Bricolage

Waar moeten die discussies uiteindelijk op uitdraaien? Ariaan Baan heeft een klassiek-gereformeerde opvoeding gehad, kwam als jongere onder de indruk van de vrolijke liedjes die hij op Youth for Christkampen leerde kennen, maar leerde tijdens zijn theologiestudie het Liedboek voor de kerken weer te waarderen. Hij heeft echter nooit afscheid genomen van een evangelische manier van vieren en geloven, ,,terwijl de evangelical theologie mij nooit heeft kunnen overtuigen''. Zijn diensten zijn een vorm van wat de liturgiedeskundige Marcel Barnard 'bricolage' noemt, het aan elkaar plakken van elementen uit diverse liturgische tradities. De grondvorm is klassiek, maar meer eigentijdse elementen - met vlottere liederen, met een muziekgroep naast het orgel - krijgen daarin ook een plaats.

Van de Poll wijst als voorbeeld voor zulke diensten onder meer naar de Anglicaanse Kerk, waar evangelische voorgangers vaak onbekommerd opwekkingsachtige liederen in traditionele kerkdiensten inpassen. Wie wel eens naar het zondagse BBC-programma 'Songs of Praise' kijkt, ziet hoe zoiets muzikaal soms tot fraaie resultaten kan leiden.

Uiteindelijk zullen kerken moeten kiezen en dan ligt zo'n bricolage voor de hand. Al zullen in gereformeerde kerken andere accenten worden gelegd dan in evangelische gemeenten. Zo is denkbaar dat in een vrij sobere gereformeerde liturgie met klassieke kerkliederen ook liederen uit de evangelische traditie een plaats krijgen, terwijl omgekeerd in wat uitbundiger evangelische diensten wellicht klassiekere liederen, maar ook andere liturgische onderdelen een plaats krijgen. Zoiets kan ook bevorderd worden door liedbundels, zoals de Evangelische Liedbundel of het (vrijgemaakte) Gereformeerd Kerkboek waarin liederen uit diverse tradities staan. Zal het nieuwe liedboek in 2012 er zo ook uit gaan zien? Dat zou in ieder geval wel in lijn zijn met nieuwe buitenlandse kerkelijke liedbundels.

Breder aanbod

Vaak lijkt het alsof de discussies gaan over het klassieke kerklied (zoals uit het Liedboek voor de kerken ) enerzijds en Opwekking anderzijds. Alsof niets anders bestaat, zoals Psalmen voor Nu , liederen van Frank den Bakker, Kees van Setten en Dirk Zwart of de bundel Tussentijds , om maar iets te noemen. Het zou goed zijn wanneer voor dergelijk werk meer oog kwam.

Van de Poll noemt in zijn boek een aantal valse tegenstellingen die in discussies over liturgie vaak een rol spelen. Dan gaat het om begrippenparen als vrijheid en regels, wel of niet formuliergebeden, kwaliteit en eenvoud, stijlvol en gewoon. Om er eentje uit te pikken: kwaliteit. Zou het feit dat nogal wat jongeren niets met het orgel hebben, niet voor een belangrijk deel daarmee te maken hebben? Als je elke week krakkemikkig orgelspel hoort, komt er een keer een eind aan je incasseringsvermogen. Maar... zou hetzelfde niet gebeuren wanneer de muziekgroep wekelijks maar wat aan klungelt? Kwaliteit betekent niet dat alle kerkmusici voortaan een conservatoriumdiploma op zak moeten hebben. Laten ze eenvoudige muziek maar zo goed en smaakvol mogelijk uitvoeren, dan is al heel wat gewonnen.

Kennis

Een ander punt is dat niet alles wat mag, ook altijd moet... in die zondagse eredienst. Waarom niet meer aandacht voor andere vormen van samenkomst, deels ook doordeweeks? Waarom zou er niet een breder aanbod kunnen komen aan vespers, evensongs, cantatediensten maar ook van Taizé-diensten, praise-avonden, sing-ins?

Belangrijk is ook kennis. Wat zijn belangrijke onderdelen van de eredienst, waarom worden die steeds herhaald, wat is waardevol uit vroeger dagen? Laten mensen daarover met elkaar in gesprek gaan. Zo kun je eenzijdigheden voorkomen en weten waarom de ander bepaalde liturgische onderdelen en liederen wel of niet waardeert. Deze drie boeken kunnen helpen om dat gesprek om gang te krijgen.

Uiteindelijk gaat het er niet om dat ieder in elke kerkdienst aan zijn trekken komt, maar dat God de eer krijgt die Hem toekomt. Voor zover mensen in staat zijn om die te geven, dat zal steeds gebrekkig zijn. Maar wanneer de focus op Hem gericht is, op de grote daden die Hij deed en nog steeds doet, is in onderling overleg en gerichtheid op Hem heel wat mogelijk.

Naar aanleiding van:

Eredienstwaardig
Dr. J. Smelik. Uitg. Woord en Wereld, Bedum 2009. 112 blz. € 10,50 (voor abonnees op de cahierreeks € 8,-)

Om te gedenken. Over de noodzaak van liturgie
Rinse Reeling Brouwer, Wim Kloppenburg e.a. (red.). Uitg. Kok, Kampen 2009. 144 blz. € 18,50

Samen in de naam van Jezus. Over evangelische liturgie en muziek
Evert W. van de Poll. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 2009. 246 blz. € 21,50

 
Bookmark and Share



Reageren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.

Reacties


Nog geen reacties geplaatst.

Overige Opinieplein

gebruikersnaam


wachtwoord


wachtwoord vergeten nog geen account?
Tekstgrootte

wo 17-03-2010 00:17:30