« Terug naar voorpagina

Nederlands Dagblad, christelijk betrokken

Opinieplein


Het NEV, vroege voorloper van de ChristenUnie

Geplaatst: 22 januari 2010 09:50, laatste wijziging: 22 januari 2010 16:56

door Remco van Mulligen en Ewout Klei

In 1976 werd op vele plaatsen de sterfdag van Guillaume Groen van Prinsterer herdacht. Zo ook door de Groen van Prinstererstichting, het wetenschappelijk bureau van het GPV. Achter de katheder de toenmalige voorzitter, Bart Verbrugh, de 'architect' van het NEV. |foto archief Nederlands Dagblad

Voor de politieke samenwerking in orthodox-protestantse kring is 22 januari een belangrijke datum. Er is vooral veel aandacht voor de tiende verjaardag van de ChristenUnie.


4 reacties

Aan de meeste mensen zal echter voorbij gaan dat precies vierenveertig jaar geleden het Nationaal Evangelisch Verband (NEV) werd opgericht.

Dit NEV was een vroege voorvader van de ChristenUnie en het werd op 22 januari 1966 opgericht met de bedoeling om het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) aan extra stemmen te helpen bij de Kamerverkiezingen van 1967.

Waar het GPV zichzelf exclusief op vrijgemaakt-gereformeerden richtte, was het NEV juist interkerkelijk van opzet. Het bond zich aan het GPV door het programma van 'nationaal gereformeerde politiek' van die partij onvoorwaardelijk te steunen. Groot werd het NEV nooit, maar wat opvalt is de kerkelijke diversiteit onder haar leden: gereformeerden en hervormden, maar ook baptisten, evangelischen en leden van de pinkstergemeenten. De beweging ontwikkelde zich na de verkiezingen van 1967 tot een nieuwe politieke partij die zowel de reformatorische als de evangelische tak van het protestantisme aan zich wilde binden. Het NEV was de belangrijkste voorvader van de in 1975 opgerichte Reformatorische Politieke Federatie.

Verbrughs volksbeweging
Architect van het NEV was GPV-ideoloog Bart Verbrugh. Het was hem een doorn in het oog dat het GPV een partij voor vrijgemaakten was. In de praktijk konden namelijk alleen leden van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) lid van de partij worden. Door zich alleen tot deze groep te beperken zou het GPV altijd klein blijven en veroordeelde de partij zich tot een plek in de marge. Verbrugh wilde dat het GPV politieke invloed zou uitoefenen. Omdat het in GPV-kringen echter onmogelijk was om te pleiten voor openstelling van de partij voor mensen van een andere kerk, maakte hij een onderscheid tussen samenwerking met 'broeders' van de eigen kerk en samenwerking met 'bondgenoten'. Broeders en bondgenoten vormden samen een 'volksbeweging' die het regeerkasteel moest veroveren. Als dat gebeurd was moest er een regering komen die de staat grondwettelijk hervormde in christelijke zin, zodat God publiekelijk werd geëerd.

Het achterliggende idee dat aan het NEV ten grondslag lag was dus heel ambitieus. Het GPV was echter veel te klein om te regeren, laat staan om het beleid te dicteren en verregaande hervormingen uit te voeren. De partij had van 1963 tot 1971 namelijk maar één zetel in het parlement. Degene die deze zetel bezette, journalist en kinderboekenschrijver Pieter Jongeling, beschikte echter over veel politiek talent en charisma waardoor hij ook buiten eigen kring populair werd.

De entree van Jongeling in de Kamer viel samen met een periode van onrust in de Anti-revolutionaire Partij (ARP), waar 'radicalen' steeds meer invloed kregen. Deze radicalen wilden af van het rechts-conservatieve imago van de christelijke politiek en zochten aansluiting bij de PvdA. In reactie hierop spraken steeds meer conservatieve protestanten hun verontrusting uit. Deze verontrusten herkenden in Jongeling een vertolker van het 'ware' anti-revolutionaire gedachtegoed.

Verbrugh wilde deze verontrusten achter het GPV krijgen en riep eind 1965 niet-vrijgemaakte GPV-sympathisanten op om een 'steunbeweging' op te richten die Jongeling aan extra stemmen moest helpen. Hoogleraar reformatorische wijsbegeerte J.P.A. Mekkes en accountant P. Siebesma gaven hieraan gehoor. Zij kwamen beide uit antirevolutionaire kringen maar hadden uit onvrede inmiddels de ARP verlaten. In het oprichten van een nieuwe politieke partij zagen ze geen heil en dus bleef er in hun ogen maar één optie over: steun geven aan Jongeling. Onder toeziend oog van Verbrugh richtten zij op 22 januari 1966 het NEV op.

Al in 1966 wilde Verbrugh dat het NEV kandidaten zou leveren voor de GPV-lijst voor de verkiezingen van een jaar later. Daarna moest het NEV uitgroeien tot een volwaardige partij en trouwe bondgenoot van het GPV. Binnen het NEV kwam al snel een groep op die streefde naar volledige onafhankelijkheid van het GPV. De gereformeerde NEV-propagandist Kees Smits moest niet hebben van het vrijgemaakte exclusivisme en zocht namens zijn partij contact met veel prominenten in reformatorische en evangelische kring. Hierdoor kwam het NEV in een netwerk te staan, waardoor het minder afhankelijk werd van het GPV.

Op aandringen van het GPV ging het NEV begin 1970 over tot de vorming van eigen lokale afdelingen. De eerste afdeling was de kiesvereniging 'Groen van Prinsterer' uit Dronten. Deze bestond op het moment van haar toetreding al enkele jaren, werkte samen met de SGP en had een slechte relatie met het lokale GPV. Bovendien botste het tussen Verbrugh en A. Kadijk, die namens 'Groen van Prinsterer' in de Drontense gemeenteraad zat. Smits en Kadijk wilden dat het GPV het NEV als gelijkwaardige partner erkende. Ook waren zij hartstochtelijke pleitbezorgers van de vorming van een brede orthodox-protestantse coalitie, waarvan ook de SGP en verontrusten uit de ARP en de CHU deel moesten uitmaken.

Nee tegen het NEV
In vrijgemaakte kring waren er vanaf het begin af aan veel bezwaren tegen het NEV. Door samenwerking te zoeken met het NEV zou het GPV uit zijn op de macht van het getal en niet meer op de kracht van het zuivere getuigenis. Met name de predikanten Joh. Francke en P. van Gurp verzetten zich fel tegen de 'supportersorganisatie'. Het partijbestuur wilde de samenwerking met het NEV voortzetten, maar vreesde dat als aan de bezwaren niet voldoende zou worden tegemoet gekomen de verontrusten het GPV de rug zouden toekeren. Om deze reden wees het bestuur lijstineenschuiving met het NEV bij de Tweede Kamerverkiezingen af. De algemene vergadering van het GPV van 4 maart 1972 besloot evenzo.

De compromiskoers van het GPV werd door voor- en tegenstanders van het NEV niet op prijs gesteld. Francke en Van Gurp vonden het verkeerd dat het GPV de samenwerking voortzette en zegden daarom hun lidmaatschap op. De groep NEV'ers die naar bundeling zocht voelde zich daarentegen in de steek gelaten. De ledenvergadering van het NEV van 29 april 1972 besloot een motie van de afdeling Dronten aan te nemen, waarin werd uitgesproken dat er niet alleen met het GPV, maar ook met de SGP en 'rechts ARP/ CHU' contact moest worden gelegd. Voor het GPV vormde dit besluit de aanleiding om de samenwerking met het NEV op te zeggen. De supportersorganisatie had namelijk haar exclusieve steun aan de GPV-politiek opgegeven voor een veel breder streven naar orthodox-protestantse samenwerking.

Op zaterdag 19 augustus 1972 vergaderde het NEV over hoe men nu verder moest. Tweederde van de aanwezigen wilde als onafhankelijke organisatie doorgaan, de rest (waaronder Mekkes en Siebesma) wilde het NEV opheffen en een nieuwe steunorganisatie voor het GPV oprichten. In overleg met Verbrugh richtte die laatste groep de Nationaal-Christelijke Werkgemeenschap op, die ongeveer 25 leden telde en later werd omgedoopt in de Stichting voor Nationale Christelijke Politiek (NCP).

Het NEV had nu de handen vrij en kon zich volledig toeleggen op het creëren van een orthodox-protestants politiek en maatschappelijk netwerk. Dit leidde reeds in 1975 tot een samengaan van het NEV en enkele groepen van verontrusten uit de ARP in de RPF. Aanvankelijk was het niet de bedoeling om een nieuwe rechts-reformatorische splinterpartij te lanceren. De RPF wilde liever streven naar samenwerking met SGP en GPV om vervolgens als 'beweging' de samenleving te wijzen op de dwaalwegen die zij was ingeslagen. Dat idee van een maatschappelijke beweging verdween al snel naar de achtergrond en in 1977 nam de partij voor het eerst zelfstandig deel aan de verkiezingen. Ze zette zich vooral af tegen het nieuwgevormde CDA, maar vormde nooit een serieuze bedreiging voor die partij.

De erfenis van het NEV
GPV en RPF traden, ondanks het feit dat beide partijen bijna dezelfde politiek voorstonden, apart van elkaar op. In de jaren tachtig kwamen beide partijen niettemin nader tot elkaar en werkte het GPV lokaal en provinciaal dikwijls met de RPF (en de Staatkundig Gereformeerde Partij) samen. In de jaren negentig kwam organisatorische samenwerking weer in beeld nadat het GPV met de 'openstelling' van 1993 zijn exclusief-vrijgemaakte identiteit had opgegeven. Samensprekingen tussen GPV en RPF leidden in 2000 tot de ChristenUnie, een confederatie waarin beide partijen voorlopig apart bleven voortbestaan. Pas op 1 januari 2004 fuseerden beide partijen. Hiermee werd het doel van een orthodox-protestantse krachtenbundeling eindelijk bereikt.

Hoe klein het NEV ook was, het was een cruciale schakel in de voorgeschiedenis van de ChristenUnie. Deze steunbeweging dankt haar bestaan aan het ideaal van Verbrugh om ook buiten vrijgemaakte kring steun te genereren voor het GPV. Maar had het NEV zich gehouden aan de eisen die het GPV stelde dan was zij net zo geëindigd als de NCP: met 25 aanhangers ergens in een voetnoot van de politieke geschiedenis. Juist door zijn ambitie, tegendraadsheid en bundelingsideaal kon het NEV boven zichzelf uitstijgen. Het droeg zijn idealen over aan de RPF, die op haar beurt een zwaar stempel drukte op de grondslag en doelstelling van de ChristenUnie. De kandidatenlijst met GPV-ers en NEV-ers broederlijk naast elkaar, waar Verbrugh al in 1966 naar streefde, was toen de ChristenUnie in mei 2002 aan de verkiezingen deelnam eindelijk een feit.

Ewout Klei en Remco van Mulligen doen een promotieonderzoek naar respectievelijk het GPV en het netwerk rondom de EO en de RPF. Ze hebben allebei meegeschreven aan de bundel 'Van de marge naar de macht: de ChristenUnie 2000-2010' die op 30 januari verschijnt.

 
Bookmark and Share



Reageren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.

Reacties (4)


cornelis jan smits (26 januari 2010 16:41)

Met grote interesse heb ik het artikel gelezen van Ewout Klei en Remco van Mulligen. Met beiden heb ik uitvoerig contact gehad.
Zelf ben ik ook in het voorjaar van 1966 lid en propagandist van het NEV gworden (mijn naam wordt in het artikel ook genoemd) en ik ben blij dat hier op een zuiverdere wijze met de geschiedenis wordt omgegaan als in het verleden. Toch staan er een aantal onjuistheden in. Allereerst dat in Dronten de eerste NEV afdeling is opgericht. Dat is onjuist. Allereerst werd de afdeling Zoetermeer opgericht (mijn toenmalige woonplaats), daarna de afdeling Den Haag en vervolgens de afdeling Urk. Bij alle drie afdelingen ben ik betrokken geweest. Daarna heeft de zelfstandige kiesvereniging in Dronten zich als vierde afdeling bij het NEV aangesloten.
Het feit dat ik vele prominenten zocht had te maken met het feit dat ik een breed interkerkelijk comité van aanbeveling zocht.
Tenslotte. Ik was als lid van het NEV bestuur van 1968 tot en met 1975 altijd een grote voorstander van samenwerking met het GPV. Maar niet tegen elke prijs. Ons stond voor ogen om met gezamenlijke lijsten met het GPV op plaatselijk niveau uit te komen. Mochten die plaatselijke GPV-kiesverenigingen (het GPV was een verbond van zelfstandige kiesverenigingen) geen gezamenlijke lijsten wensen met het NEV, dan wilde het NEV het recht hebben met een zelfstandige lijst uitkomen. Dat was voor het GPV onaanvaardbaar. En dat heeft in 1972 geleid tot de breuk. Het GPV verbrak toen de band met het NEV. Volgend op de breuk heeft het NEV vervolgens contacten gelegd met de Gespreksgroep van AR-gezinden, de Centrumgespreksgroep binnen de CHU en met de SGP. Dit leidde vervolgens tot gezamenlijke lijsten tussen SGP en NEV in Friesland, Noord-Holland en Noord-Brabant. Ik heb zelf met ds. Abma die de drie provinciale afdelingen van de SGP bezocht.

Kees Smits, voormalig propagandist van NEV en RPF

BeautifulBlues (28 januari 2010 13:32)

Leuk dat er nu wat debat ontstaat en dat één van de direct betrokkenen reageert! Ik wil er graag op reageren, om het beeld dat ik in bovenstaand artikel als historicus geef, nader uit te leggen. De beperkte ruimte die het ND nu eenmaal heeft, liet niet toe een genuanceerd betoog neer te zetten. Met alvast excuses voor de lengte van deze reactie, hier een reactie op de vermeende onjuistheden:

1. Dat Dronten de eerste NEV-afdeling is baseer ik op Staat en Evangelie, het blad van het NEV, waarin in februari 1970 een artikel stond getiteld 'Dronten bijt het spits af', waaruit ik citeer: "Inmiddels is nu de eerste plaatselijke NEV-afdeling tot stand gekomen. In Dronten trad de reeds bestaande (vrije) Kiesvereniging 'Groen van Prinsterer' toe tot het NEV."
Wel zie ik in het NEV-archief duidelijke bewijzen dat er op dat moment ook nieuwe afdelingen in oprichting waren in andere plaatsen. Eind 1969 werd besloten om nu eindelijk werk te maken van het oprichten van lokale afdelingen, iets wat al in 1967 op de agenda was gezet (apart genoeg, vooral door GPV-ers als Van der Jagt). Het is dus goed mogelijk dat wij beide gelijk hebben: andere afdelingen zoals in Zoetermeer, Den Haag en Urk waren misschien eerder opgericht, maar het NEV zelf erkende als eerste officiële afdeling Dronten.

2. Het klopt zonder meer, dat het NEV al voor 1972 aan lokale verkiezingen wilde meedoen, ook als het GPV weigerde daar met het NEV samen te werken. In de praktijk is dit echter nooit gebeurd. In 1970 wilde het NEV in enkele provincies meedoen aan de Statenverkiezingen, maar lag uiteindelijk het GPV dwars. Die partij wilde geen gecombineerde lijst met het NEV en dus ging het NEV door de knieën en zag af van deelname. In die zin was het NEV-besluit van april 1972 een breuk met het verleden. Toen sprak het duidelijk uit, richting het GPV: zo doen we het bij de volgende verkiezingen dus niet meer, als jullie niet willen samenwerken, dan doen we wel zelfstandig mee. Dat zal mede onder invloed van de in 1971 toegetreden afdeling Dronten zijn geweest. Die werkte immers al samen met de SGP en niet met het GPV en had in de persoon van Kadijk een raadslid. Het besluit van april 1972 is misschien nog het beste te zien als een formele vastlegging van een feit, dat in de praktijk al het NEV was binnengekomen met de toetreding van de afdeling Dronten.

3. Wat de breuk betreft: dat is een dermate complex verhaal, dat dit niet terug te voeren is op één oorzaak. Het besluit om in het vervolg zonder overleg met het GPV NEV-lijsten te gaan vaststellen en om desnoods zonder het GPV aan verkiezingen deel te nemen, speelde uiteraard een zeer grote rol. Maar het was niet de enige factor. Het is onderdeel van het streven van het NEV om "op voet van gelijkheid" met het GPV te staan. In de afscheidsbrief die het GPV in juni 1972 naar het NEV stuurde wordt als voornaamste steen des aanstoots vermeld dat het NEV had besloten om op voet van gelijkheid te willen samenwerken, niet alleen met het GPV, maar ook met de SGP en "rechts AR/ CHU". Daardoor was het GPV haar exclusieve relatie met het NEV kwijt en werd de weg naar interkerkelijke bundeling van krachten ingeslagen. Dat kon het GPV niet uitleggen naar haar leden toe. Maar dat zijn "slechts" de aanleidingen, het ging in feite al jaren richting een breuk, omdat binnen het NEV de behoefte aan erkenning groeide en in het GPV de weerstand tegen samenwerking met niet-vrijgemaakten.

4. Contacten met de Gespreksgroep AR-gezinden werden voor het eerst gelegd eind 1971, maar werden inderdaad pas net na de breuk met het GPV concreet. Dat geldt ook voor de Centrumgespreksgroep. Contacten met de SGP bestonden er al, onder andere via Kadijk in Dronten en via Siebesma die in 1969-1970 in Friesland heeft geprobeerd een GPV-SGP-NEV-lijst tot stand te brengen (dit nadat de SGP contact had gezocht met hem).

Het zou waarschijnlijk veel toevoegen als we nog eens grondig over de NEV-historie spreken om alles tot in de puntjes helder te krijgen. Voor zover archiefmateriaal een scherp beeld geeft is dat mooi, maar voor wat minder duidelijke zaken zijn gesprekken met betrokkenen een prachtige bron. En ook als iemand vindt dat archief een verkeerd beeld geeft, is het goed om dat vast te leggen.

Mvg,
Remco van Mulligen

Ewout81 (28 januari 2010 16:18)

Remco kent het NEV beter dan ik. Ik heb mij voor mijn onderzoek en mijn deel van bovenstaande verhaal alleen gebaseerd op de NEV-stukken in het GPV-archief. Daar staat veel in maar is beperkt. Dat notulen af en toe verkeerde feitelijke informatie geven klopt denk ik, maar het is ondoenlijk om dit allemaal te checken. Bij controversiële onderwerpen doe ik dit natuurlijk wel en als er gerede twijfel bestaat of iets wel waar is, maar niet bij alles. En zeker als verschillende bronnen iets als een feit beschouwen ga ik hieraan niet twijfelen. Anders kun je wel aan de gang blijven.

Overigens wil ik net als Remco mijn waardering uitspreken voor uw reactie. Blij dat er sommige mensen zijn die je onderzoek de moeite waard vinden.

Ewout81 (30 januari 2010 17:47)

Gisteren heeft Quirijn Visser in het dagblad Trouw ook over het NEV geschreven: http://www.trouw.nl/religie-filosofie/nieuws/religie/article2974858.ece

Overige Opinieplein

gebruikersnaam


wachtwoord


wachtwoord vergeten nog geen account?
Tekstgrootte

wo 17-03-2010 03:49:17