Sluiten

Als u doorsurft op deze website, gaat u akkoord met de plaatsing van cookies. Voor meer informatie, klik hier. [sluiten]

Nederlands Dagblad

In 1981 legden burgemeester Kleemans en hoogleraar J. Kamphuis een gedenksteen voor Klaas Schilder in het plaveisel voor het Kamper stadhuis. |foto Nederlands Dagblad

Van moed naar bevreemdend zwijgen

22 augustus 1940 werd Klaas Schilder, hoogleraar aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken, in zijn woning te Kampen gearresteerd door de Duitse politie.

Diezelfde dag werd bij uitgeverij Oosterbaan & Le Cointre te Goes door Duitsers beslag gelegd op de administratie van het door Schilder (1890-1952) geredigeerde weekblad De Reformatie. Ook werden de proeven van het komende nummer meegenomen en werd de verdere uitgave van het blad verboden.

Met deze ingrepen kwam een einde aan drie maanden spannende journalistiek. Deze afloop was al door menigeen voorspeld, want wie waagde het in die eerste oorlogsmaanden te zeggen wat Schilder op 28 juni schreef: 'Laat onze christelijke bladen om Godswille spréken. Laat ons vergaderingen beleggen, de nationaal-socialisten doen het ook'.

gerucht

Schilders' journalistiek in De Reformatie stond haaks op de schikkende en plooiende opstelling die de Nederlandse pers sinds mei 1940 kenmerkte. Vriend en vijand waarschuwden voor de gevolgen van Schilders vrijmoedige artikelen en inderdaad besloot de Sicherheitsdienst begin juli dat De Reformatie tijdelijk moest worden verboden.

Terwijl dit gerucht de ronde deed, maar een ingreep nog op zich liet wachten, bond Schilder niet in. Hij richtte zich op 19 juli rechtstreeks tot de Duitse persautoriteiten: 'Wij zijn meer dan gij, bang voor onrust in zware dagen. Weest gij desgelijks, mijne heeren. En weet dit: als dit nummer van ons blad in handen van onze lezers komt, zullen zij weten, dat het niet onmiddellijk in beslag genomen is - het spreekt nog steeds volkomen legaal - en dat uw looze dreigementen sabelgerinkel waren.' Eind augustus grepen de Duitsers in. Er volgden voor Schilder bijna vijftien weken gevangenschap in het huis van bewaring te Arnhem. Hij kwam 6 december 1940 vrij met de Duitse aanzegging zijn pen niet weer op te nemen. En daar hield hij zich aan.

omstreden verzetsheld

Kort na de bevrijding, in de zomer van 1945, werden Schilders bijdragen uit De Reformatie van 7 juni tot en met 16 augustus 1940 'als proeve van zuiver, geloovig verzet' gebundeld en in boekvorm uitgegeven. Daarmee werd onderstreept dat hij aan het begin van de oorlog op zijn post was gebleven, terwijl menig leider, ook in gereformeerde kring, het volk in de steek had gelaten. Enkele predikanten verzochten de regering die zomer - tevergeefs - om een koninklijke onderscheiding voor Schilder vanwege zijn 'trouw en dapper verzetswerk'.

Deze heruitgave en aanvraag zijn niet los te zien van de propagandaoorlog die na de bevrijding uitbrak over Schilders afzetting als hoogleraar en predikant van de Gereformeerde Kerken in augustus 1944. Schilder en zijn medestanders hadden daarop dit kerkgenootschap verlaten en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) gevormd. De vrijgemaakten zetten Schilders oorlogsartikelen in tegen hun kerkelijke tegenstanders, en met succes.

vrijgemaakt icoon

Toen Schilder eenmaal was bijgezet als vrijgemaakt icoon van het gereformeerde verzet heerste er veelal brede instemming over zijn optreden. Bij Schilders overlijden in 1952 schreef een kerkelijke tegenstander: 'Zijn moedig optreden tegen de bezetter van ons vrije land, blijft onvergetelijk.' Nog in 1967 prees de hervormde theoloog K.H. Miskotte Schilders oorlogsartikelen als een 'daad van dapperheid'.

Daarna kwam de klad er in. Hoezeer Schilder ondanks de brede waardering toch vooral de verzetsheld van de vrijgemaakten was geworden, bleek toen Lou de Jong aandacht schonk aan Schilders oorlogsartikelen. Eerst stelde hij in oktober 1960 in de tv-serie De bezetting dat niemand in gereformeerde kring in 1940 'scherper en principiëler' schreef. Vervolgens wijdde De Jong in 1972 enkele pagina's in deel IV van zijn oorlogsgeschiedenis aan de Reformatie-artikelen: ,,Schilder schreef scherp, vaak ook met ironie en sarcasme - en voor zijn lezers bevattelijk. Er ging van zijn artikelen een bevrijdende werking uit''. Toch stelde De Jong een kritische vraag. Waarom was Schilder na zijn vrijlating in december 1940 zo gehoorzaam geweest aan het Duitse schrijfverbod? Had de gevangenschap hem op andere gedachten gebracht?

publiek protest

Deze vraag lokte een publiek protest uit van vrijgemaakte zijde. De hoogleraar J. Kamphuis maakte duidelijk dat Schilders houding jegens de bezetter gedurende heel de oorlog dezelfde was gebleven. De Jong retireerde daarop. Hij erkende dat er ook na Schilders gevangenschap verzetsimpulsen van hem waren uitgegaan, al hield hij staande dat het 'onverhulde getuigenis' van 1940 toen achterwege was gebleven.

Was Schilders kerkelijke erfenis al sinds 1944 omstreden, dertig jaar later was ook zijn nationale bijdrage gedurende de oorlog niet meer boven discussie verheven. In de jaren tachtig van de vorige eeuw verschoof de aandacht voor de Tweede Wereldoorlog. Voor wat de gereformeerden betreft kwam in plaats van hun forse aandeel in het verzet de ontoereikendheid van de hulp aan de Joden en de onbegrijpelijkheid van een kerkscheuring in 1944 centraal te staan. Dit waren in 1987 de oorlogsthema's in de IKON-documentaire De nazaten, over een halve eeuw gereformeerden. Daar dook ook Schilders naam weer op.

ongerijmd

Hoewel ook andere door de Duitsers gevangen gezette journalisten bij hun vrijlating 'jede schriftstellerische und journalistische Tätigkeit' was verboden, wekte dit in het geval Schilder wantrouwen: de betreffende verklaring is in zijn geval nooit teruggevonden. Daarom keerde de vraag van De Jong in de documentaire terug: als Schilders oorlogsartikelen de lezers zo'n hart onder de riem hadden gestoken, waarom was hij er vanaf 1941 dan niet mee doorgegaan, bijvoorbeeld in de illegale pers? Dit zwijgen werd des te verwonderlijker gevonden naarmate de kerkscheuring van 1944 sterker als ongerijmd werd geoordeeld.

Schilders oorlogsuitgever had in 1970 in een interview dit tij nog trachten te keren met wensdenken: 'als Schilder door de kerkelijke strijd niet zo aan handen en voeten was gebonden geweest, had hij "zeker in de ondergrondse pers bij voorbeeld in Trouw of in anonieme brochures ook zijn aandeel genomen" in het verzet'. Maar in de documentaire werd deze ontlastend bedoelde redenering juist een belastend feit. Want toen de kerkelijke perikelen in 1944 hun hoogtepunt bereikten en Schilder op 23 maart van dat jaar werd geschorst als predikant en hoogleraar, kreeg hij van de Duitsers ineens toestemming om op te duiken en weer te publiceren. Schilder maakte van deze mogelijkheid onmiddellijk gebruik en sprak en publiceerde vanaf de zomer van 1944 her en der; niet echter over nationale, maar over kerkelijke zaken.

nd Het volledige artikel kunt u lezen in Het Katern bij het Nederlands Dagblad van vrijdag 16 april 2010. Een los digitaal nummer kunt u hier kopen en lezen.

  • 16-04-2010 - 8.49
  • 22-06-2012 - 13.31

waardeer:

  • Waardeer dit artikel met 1 ster
  • Waardeer dit artikel met 2 sterren
  • Waardeer dit artikel met 3 sterren
  • Waardeer dit artikel met 4 sterren
  • Waardeer dit artikel met 5 sterren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen.

Reacties (0)