Sluiten

Als u doorsurft op deze website, gaat u akkoord met de plaatsing van cookies. Voor meer informatie, klik hier. [sluiten]

Nederlands Dagblad

‘Woest en ledig’. |foto EPA

Adam en Eva en het moderne taalparadijs

Een vrouw op een terras vertelt haar vriendin over de rampspoed die haar op vakantie heeft getroffen. De reis liep niet voorspoedig en overal was het druk.

Alles was vol, zegt ze, nergens konden we meer een hotelkamer vinden. We leken Adam en Eva wel! Je kunt erom lachen, maar er zijn vast ook mensen die dit heel erg vinden... maar het kan 'erger': een paar weken later hoor ik een hoogleraar vertellen dat hij studenten heeft, die nog nooit van Adam en Eva gehoord hebben!

Het was die hoogleraar blijkbaar het vermelden waard, omdat hij het niet verwachtte. Bijbelse figuren als Adam en Eva horen immers al eeuwen tot ons culturele erfgoed en zij figureren niet alleen in Bijbelverhalen of teksten die daar onmiddellijk verband mee houden, maar ook in grappen, in liedjes, en in uitdrukkingen en woorden die helemaal los van het bijbelse gedachtegoed staan.

Grondbeginselen

Beginnen bij Adam en Eva bijvoorbeeld, kan gezegd worden door iemand die een overzicht van de inhoud van de Bijbel geeft, maar het kan ook heel in het algemeen betekenen: 'beginnen bij het allereerste begin, bij de grondbeginselen of basis van iets'. Zo vond ik op internet op een site die voorlichting geeft over borstvoeding: ,,Ik zal beginnen bij Adam en Eva: aanleggen en het ontstaan van tepelkloven. Daarna behandel ik de overige opties''.

Een ander voorbeeld staat in een verslag van een ziekenhuisorganisatie. De woordvoerster zegt van een meer ervaren zusterorganisatie: ,,Zij zijn al een tijd op weg. Wíj moeten vanaf Adam en Eva beginnen. We kunnen veel profijt hebben van de basis die zij al hebben gelegd". Toevallig dat deze twee citaten uit de gezondheidszorg komen? Vast wel, want de figuren Adam en Eva komen we ook tegen in populaire stripverhaaltjes, in cartoons en zelfs computerspelletjes, met vrolijke poppetjes als illustratie, een appel in de hand en natuurlijk helemaal of bijna bloot.

Aanfluiting

Het komt vaker voor dat Bijbelse uitdrukkingen gebruikt worden zonder dat men zich bewust is van de afkomst. Met de verzamelterm 'Bijbelse uitdrukkingen' bedoel ik woorden en uitdrukkingen die f op Bijbels taalgebruik uit een of andere vertaling teruggaan, f op de inhoud van de Bijbel. Enkele voorbeelden met recente internetcitaten uit allerlei zeer aardse gebruikssferen, van handel tot toerisme, van politiek tot popmuziek:

- Van de daken schreeuwen. Een reclame: ,,Het effect van een actie is het grootst wanneer u het van de daken schreeuwt''. Let wel, het gaat om een verkoopactie!

- Een doorn in het oog: ,,Grondprijzen Amsterdam zijn ontwikkelaars doorn in het oog", een geweldige bron van ergernis dus voor geldverdieners.

- Aanfluiting. ,,Het is een aanfluiting dat Zimbabwe is verkozen tot voorzitter van een VN-commissie die duurzame ontwikkeling nastreeft". Van fluiten is in dit hoge gezelschap geen sprake. Dat zou het wel kunnen zijn bij een verkeerde trap in een voetbalwedstrijd, maar als we dat dan een aanfluiting noemen, denken we ng niet aan fluiten.

Dan nog een paar voorbeelden van profaan gebruik van Bijbelse uitdrukkingen om weer aan te sluiten bij Adam en Eva:

- Paradijs: dat is inmiddels een heel gewoon woord voor een vakantieoord: googel maar eens op 'subtropisch paradijs': 75.000 hits. Ik heb het niet gecontroleerd, maar er zal er wel geen een van verwijzen naar het allereerste, ook subtropische paradijs.

- Een lust voor het oog, dus 'een genot om te zien', zo wordt in de Bijbel de boom in het paradijs genoemd, waar Adam en Eva niet van mochten eten. Het nieuwe album van een popgroep lijkt erop: ,,Nieuwe U2 ook een lust voor het oog."

- Een rib uit zijn lijf dat was Eva uit Adam, maar dat is ook een fors geldbedrag voor iemand die dat niet graag kwijt wil: ,,"Nieuwe schoenen; nieuwe broek en een nieuw colbertje... Een rib uit zijn lijf zei-ie nog". Deze man trok duidelijk iets anders aan dan een vijgenblad, en ook hier is van een bewuste Bijbelse verwijzing geen sprake.

Judasstreek

Heel wat Bijbelstof dus, zonder dat we ons dat altijd bewust zijn. En ook als we het Nederlands van onze voorouders bekijken zien we die invloed. Vaak wordt gewezen op ,,de invloed van de Statenbijbel", maar al lang voor dat die zich kon doen gelden, was het christendom in onze taal doorgedrongen.

Al in de Middeleeuwen werd in de Lage Landen het evangelie gepreekt en leerden de gelovigen de Bijbelse geschiedenissen kennen. Veelal ging dat door horen zeggen, en de vertellingen sloten aan bij de kleurrijke afbeeldingen die in kerkgebouwen in ramen, op altaren en gewelven te zien waren. Naast heiligenlegendes kwamen er op den duur ook allerlei verhalen rond Bijbelse personen in omloop die hun sporen nalieten in de taal. In vergelijkingen bijvoorbeeld: zo arm als Job of zo oud als Metusalem. Zeker ook in prototypische figuren zoals Judas, die drager werd van heel wat vermeende of historische kwalijke eigenschappen. Alles wat slecht was kon, én kan, benoemd worden door naar Judas te verwijzen. Een judasstreek, judaskus, judasloon, allemaal verraad en valsheid.

In een latere fase van de geschiedenis gaan geschreven teksten, zelf gelezen of voorgelezen, een steeds grotere rol spelen, ook voor gewone mensen. Steeds meer drong de tekst van een Bijbelverhaal in de specifieke bewoordingen van een bepaalde vertaling in het taalgebruik door. Dat begon al bij de eerste Bijbelvertalingen, maar vooral door de Statenvertaling werden de formuleringen erin geprent. Natuurlijk alleen bij een deel van de bevolking, want niet iedereen hing het gereformeerde geloof aan, maar net zoals ook uitdrukkingen uit het boerenbedrijf of de scheepvaart door jan en alleman werden gebezigd, gebeurde dat met taal uit de Heilige Schrift.

Woest en ledig

Wat was er nu aantrekkelijk aan om zo'n stukje Bijbel over te nemen? Vroomheid, gehechtheid aan het Bijbelse geloof, dat zeker. Maar ook het versieren van de eigen taal, iets op een nieuwe of andere manier zeggen. Dat is immers van alle tijden. Dat doet men voor zijn plezier, maar ook om beter gehoord te worden volgens de beste retorische tradities. We kunnen dan putten uit allerlei domeinen, ook niet-Bijbelse. Denk aan de vele overbekende zegswijzen, zoals ,,Ik ruik de stal," door iemand die van vakantie terugkomt, of ,,we moeten alle zeilen bijzetten" als ieders uiterste inspanning is gewenst. De agrarische sector en de zeevaart zijn rijke bronnen geweest voor de versierende taalgebruiker. Ook de Bijbel was dat.

Speciaal de wat plechtige, archaïsche Bijbeltaal uit de zestiende- en zeventiende-eeuwse vertalingen had het in zich om ons taalgebruik te verrijken. Een paar voorbeelden: ,,Weer naar de kapper - dat is toch ijdelheid der ijdelheden", of ,,in het zweet mijns aanschijns heb ik die muur staan schilderen". En weer uit het scheppingsverhaal: ,,dat natuurgebied was woest en ledig, 't was echt indrukwekkend." Hierin horen we woorden die verouderd zijn, en naamvalsvormen die gewoonlijk niet meer gebruikt worden. Zo beklijven die formuleringen door hun bijzondere vorm.

Ik begon met een anekdote die wees op het verloren gaan van de Bijbelse kennis in onze maatschappij. Deze teloorgang heeft zijn effect op het taalgebruik. Toen Karina van Dalen en ik ons Bijbels Lexicon samenstelden met Bijbels erfgoed ,,in het Nederlands van nu", dat wil zeggen de tweede helft van de 20ste eeuw, en we daarbij bestaande en oudere verzamelingen nazochten, kwamen we heel wat verdwenen uitdrukkingen tegen die we dus moesten laten liggen. Ook uit ander onderzoek blijkt de teruggang overduidelijk. Is dat reden om te treuren? Ik vind van niet!

Bijbelse beelden

Ooit was er een tijd dat er niets christelijks in de Nederlandse cultuur en dus ook niet in de (Voor)nederlandse taal, te bekennen was. Kinderen werden toen niet Maria genoemd of Johannes naar Bijbelse personen, maar Rijkharde of Gerbrand, Germaanse, 'heidense' namen dus. Het woord dopen betekende nog gewoon 'onderdompelen' en had met een christelijk ritueel niets van doen.

Van Adam en Eva had zeker nog niemand gehoord! Geen enkel Bijbels spoortje was in de taal van onze vroege voorouders te vinden. Ooit was het gebruik van Bijbelse uitdrukkingen dus iets nieuws, en vanuit die vernieuwing ontwikkelde het zich tot een zekere bloei.

En nu, wat verwachten we nu? Het gebruik van Bijbelse beelden en Bijbelse taal bloeit nog in de literatuur. In een bundeltje met recente gedichten dat ik onlangs kreeg, viel me zomaar op ,,stenen voor brood", ,,welzalig de vrouw", en, als derde citaat, ,,Jericho is ver weg, de muren staan nog overeind". Deze dichters kennen hun Bijbel! Ook bij journalisten en politici kunnen we nog regelmatig oude frasen en nieuwe vondsten horen. Maar het is maar een kleine groep meer die zijn woordkeus rechtstreeks door de Heilige Schrift laat inspireren. Op een kaart van Europa met overheersende godsdiensten per land, uitgegeven door National Geographic in Washington, staat Nederland als enige land in een grijstint afgebeeld tussen andere landen in kleur. In de legenda is dat grijs verklaard als (letterlijk geciteerd:) 'Overig, o.a. agnostisch, atheïstisch'.

Weliswaar moet men zo'n kaart met een korreltje zout nemen, maar dat de invloed van de christelijke godsdienst in het dagelijkse leven sterk afgenomen is, kan niemand ontkennen, en allicht werkt dat door in het taalgebruik.

Voorlopig echter zijn allerlei Bijbelse uitdrukkingen nog stevig verankerd in het Nederlands van alledag. De Nederlandse taal zonder woorden als muggenzifter en talent, zonder de uitdrukkingen de dood in de pot en de inwendige mens, en zonder spreekwoorden als ere wie ere toekomt of wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in is niet goed voor te stellen. Misschien hebben die juist, paradoxaal genoeg, levenskracht wegens de onzichtbare relatie tot Bijbel.

Marijke Mooiaart werkt bij het Instituut voor Nederlandse Lexicologie en is mede-auteur van het Bijbels Lexicon (uitg. Prometheus). Dit artikel is een bewerking van een lezing die zij hield bij de presentatie van het boek Van Ambt tot Zonde van Rolf Bremmer, een bundeling van bijdragen die eerder zijn gepubliceerd in Het Katern, te verkrijgen bij G. de Groot Heerenveen: Protestantse Pers. 128 blz., 14,95 euro.

  • 27-11-2009 - 9.20
  • 12-12-2012 - 16.35

waardeer:

  • Waardeer dit artikel met 1 ster
  • Waardeer dit artikel met 2 sterren
  • Waardeer dit artikel met 3 sterren
  • Waardeer dit artikel met 4 sterren
  • Waardeer dit artikel met 5 sterren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen.

Reacties (2)

geo (06 maart 2010 11:02 uur)

sjz
"Helaas voor deze mevrouw moet ik melden dat Adam en Eva niet in het paradijs woonden, maar in de Hof van Eden."

helaas sjz, "de Hof van Eden." is, volgens de bijbel, de (aardse) tuin van God.


http://nl.wikipedia.org/wiki/Boom_van_de_kennis_van_goed_en_kwaad

zoek maar op paradijs
http://www.hispage.nl/bijbel/index.php



SJZ (27 november 2009 22:45 uur)

Helaas voor deze mevrouw moet ik melden dat Adam en Eva niet in het paradijs woonden, maar in de Hof van Eden.