« Terug naar voorpagina

Nederlands Dagblad, christelijk betrokken

Opinieplein


Waarom ik een christen ben

Geplaatst: 06 november 2009 07:40, laatste wijziging: 06 november 2009 12:18

door Dick Schinkelshoek

Na de Tweede Wereldoorlog gebruikt de Britse filosoof Bertrand Russell herhaaldelijk het voorbeeld van de theepot om het bestaan van God te ontkrachten. |Beeld Nederlands Dagblad

De mens is toeval. Nog even en hij zal door de zoveelste kosmische ramp weer tot stof vergaan. Om die vreselijke zinloosheid te vergeten, bedacht de mens zijn goden.


6 reacties
4 waarderingen

Het beroemde essay van de Britse filosoof Bertrand Russell (1872-1970), Waarom ik geen christen ben, uit 1927 is opnieuw in het Nederlands verschenen. Waarom overtuigen atheïstische pamfletten niet?

Het christelijk geloof is niet alleen onzinnig (dat zou zo erg niet zijn), het is bovendien schadelijk. Die stelling verdedigt filosoof Bertrand Russell in maart 1927 tijdens een lezing in het Britse Battersea voor een afdeling van de National Secular Society . Eenmaal gepubliceerd onder de titel Waarom ik geen christen ben wordt het een van 's werelds meest bekende schotschriften voor het atheïsme, tot vandaag talloze malen vertaald en herdrukt. Ook nu weer, door uitgeverij Meulenhoff, samen met enkele andere essays.

Russell, belooft de achterflap, analyseert religieuze en ethische gevoelens ,,tot op het bot'', en zijn klassieke essay ,,heeft niets aan actualiteit ingeboet''. Dat roept grote verwachtingen op. Immers, een buitenstaander heeft soms een beter zicht dan iemand die er, misschien al vanaf zijn geboorte, middenin zit. Bovendien was Russell - behalve filosoof ook wiskundige - iemand die met grote precisie argumenteert. Atheïsten, onder wie minister van Onderwijs Ronald Plasterk, beweren verregaand door Russell te zijn beïnvloed.

Een christen is iemand, stelt Russell, die ten minste in God, de onsterfelijkheid van de ziel en Christus gelooft. Eigenlijk hoort het geloof in de hel daar ook bij, hoewel - meldt Russell in 1927 - op dat punt in de kerken grote verschuivingen zichtbaar zijn. Voor het bestaan van God en een leven na de dood is echter geen enkel wetenschappelijk bewijs. De zogenoemde 'Godsbewijzen' uit de theologie en de filosofie (bijvoorbeeld dat van de eerste oorzaak, het 'intelligent design', of ter onderbouwing van de moraal) probeert Russell met logica en wetenschappelijke waarnemingen te weerleggen. De idee dat uiteindelijk in de wereld recht moet worden gedaan, wijst Russell bijvoorbeeld af met zijn voorbeeld van de kist sinaasappels: ,,Als u bij het openen merkt dat de bovenste rot zijn, dan zult u niet zeggen: de onderste lagen moeten goed zijn, om de harmonie te herstellen. U zou zeggen: vermoedelijk is de hele partij slecht. Zo redeneert een wetenschapsmens in werkelijkheid over het universum.'' Godsdienstigheid wordt ingegeven door angst, door een (wan)hoop dat het heelal toch gewild is, en mijn leven toch 'zin' heeft. Door in de onsterfelijkheid te geloven hebben christenen echter het leven (vooral dat van anderen) ernstig verwaarloosd.

Planeet Mars
Na de Tweede Wereldoorlog gebruikt Russell herhaaldelijk het voorbeeld van de theepot om het bestaan van God te ontkrachten: je zou kunnen zeggen dat ergens in de buurt van de planeet Mars een theepot rond de zon draait. Dat je de theepot met telescopen niet kunt zien, wil immers niet zeggen dat die er niet is. Toch gelooft niemand dat die ruimtereizende theepot bestaat. Totdat oude, heilige boeken het gaan beweren, verzucht de filosoof. Dan zijn massa's mensen opeens om.

Hoe overtuigend is Russell nu? Is het werkelijk een gevaarlijk boek, zoals bange christenen en hoogmoedige atheïsten in het verleden wel hebben beweerd? Om eerlijk te zijn: dat valt erg tegen. Er zal best een aantal overtuigde christenen zijn die door dit boek zo uit het lood is geslagen dat ze atheïst of agnost werden. Zoals andersom door boeken van christenen uit de Angelsaksische wereld die dezelfde methode van rationele bewijsvoering gebruiken (zoals C.S. Lewis en Alister McGrath) ook een aantal atheïsten is bekeerd. Lewis zelf is een voorbeeld.

Toch zal de grote meerderheid van de lezers door een opeenstapeling van argumenten niet worden geraakt. Zo zit geloven (en niet-geloven) namelijk niet in elkaar. Verschillende psychologen en ethici wijzen erop dat mensen zelden of nooit de grote beslissingen van hun leven rationeel nemen. Dat doen ze eerder gevoelsmatig, of in sociaal verband ('wat de groep doet, doe ik'). Dat wil niet zeggen dat mensen geen redenen hebben voor hun beslissing. Alleen: die komen bijna altijd achteraf. Heel vaak is het zo dat iemand eerst een morele of religieuze positie inneemt ('God bestaat' of 'ik ben tegen de oorlog in Afghanistan') en daarna pas zijn argumenten vindt.

Sprong in het duister
In de meer piëtistische of bevindelijke hoeken van het christelijk geloof is dat oud nieuws: ik word geen christen omdat ik overtuigd raak van de waarheid van het christelijk geloof, of de goedheid van de christelijke moraal. Ik word christen, omdat ik door God gegrepen ben. Wat er ook waar is van Russells betoog, ik volg Christus. Geloven is, stelt de existentialistische theologie in het spoor van Kierkegaard, een sprong in het duister. Uiteindelijk is er geen andere reden dan 'daarom'.

Dat geldt voor het atheïsme evenzeer. Russell is ook gegrepen, maar door iets anders. De hemelen vertellen Gods eer, zingt de psalmdichter. Maar als Russell en zijn geestverwanten naar de hemel kijken, zien ze iets anders: een angstaanjagende leegte, sterrennevels die voortrollen van de ene kosmische ramp naar de andere. Tegenover die leegte willen ze eerlijk zijn. Gelovigen lopen weg voor de verschrikkelijke waarheid dat alles zinloos is, vinden ze.

,,Het leven van de mens is een lange mars door de nacht'', schreef de jonge Russell in 1903 vol pathos in zijn essay 'A Free Man's Worship', dat vermoedelijk een van de literair meest hoogstaande pleidooien voor het atheïsme is (en helaas niet in de bundel staat). ,,Hij is omringd door onzichtbare vijanden, geplaagd door moeheid en pijn, op weg naar een einddoel dat maar weinigen weten te bereiken en waar niemand lang verblijft. Onderweg verdwijnen een voor onze vrienden uit ons zicht, te grazen genomen door de stille horden van de almachtige Dood.'' Tegenover dat vreselijke noodlot pleit Russell voor een leven van innerlijke beschaving, van waardigheid zoals een Brit die voor het vuurpeloton zijn laatste kopje thee drinkt.

Atheïsten zoals Russell staan zo ver af van christenen, zijn door zoiets totaal anders gegrepen, dat communicatie vrijwel onmogelijk is geworden. Toch zouden christenen wel degelijk het debat met atheïsten moeten zoeken. Alleen al vanwege de stuitende arrogantie en het idee dat atheïsten het ,,monopolie op nadenken'' hebben, zoals schrijver Kluun het vorige week stelde. Dat debat vindt ook plaats. Een wetenschapper als Cees Dekker mengt zich in het evolutiedebat, en een theoloog als Gijsbert van den Brink zoekt een aanwijzing voor Gods bestaan in het atropisch principe: de kans op de voorwaarden die leven mogelijk maken in het heelal, zijn zo verwaarloosbaar klein dat toeval vrijwel uitgesloten is. Niet dat het veel atheïsten zal overtuigen, maar op Russells betoog blijkt het een en ander af te dingen.

Invloed
Een voorbeeld uit de ethiek. Hoewel atheïsten vaak beweren dat wie niet in God gelooft, wel degelijk een moreel goed leven kan leiden, heeft de positie van Russell en zijn geestverwanten grote invloed gehad op de westerse moraal. Waar Russell zich nog bekleedde met het soort victoriaanse waardigheid dat hij zelf verafschuwde (lees zijn betoog in de bundel over de seksuele ethiek), heeft in zijn voetspoor een vrijblijvend relativisme zich een weg door de sociale verhoudingen gevreten.

Dat is terug te zien in de lauwe houding tegenover milieuproblemen. Mensen leven op deze planeet alsof ze eindgebruikers zijn: na ons de zondvloed, het uitdoven van de zon, het in elkaar klappen van het heelal. Ons raakt het niet. Wij leven ons eigen leven, en dat is al zo kort. 'Zin' is voor veel postmoderne mensen alleen nog maar van toepassing op hun eigen individuele leven. Het is geen woord meer dat op wereldniveau iets te zeggen heeft. Hoe zou dat ook kunnen als de wereld vooral noodlot en vijand is, en geen goede schepping die de mens in beheer is gegeven?

De mens werd een dier onder de andere. De biologie heeft de plaats van de theologie en de filosofie overgenomen, en vertelt vandaag wie mensen zijn. Zie de vele populaire verklaringsmodelletjes over de 'oertijd', toen mensen nog op mammoeten jaagden. Mannen zijn 'nu eenmaal' polygaam, wordt dan gezegd. Of in de hulpverlening: zo ben ik 'nu eenmaal'. Wie tegen zijn driften ingaat, is 'verknipt'.

Zondagmiddagconcert
De kosmische leegte eerlijk onder ogen zien, meende Russell, zou leiden tot de verheffing van de mens, tot de ware vrijheid. Maar terwijl de bovenklasse (waar atheïsten zich bovengemiddeld vaak bevinden) in de kunst en het zondagmiddagconcert haar nieuwe religie heeft gevonden, hangt in veel volkswijken waar nauwelijks nog een gezin bij elkaar is, een nihilistische leegte. Als de mens vrij is, dacht Russell (en met hem bijvoorbeeld talloze onderwijsvernieuwers), dan gaat hij op onderzoek uit. Dan ontwikkelt hij zich, en schept hij nieuwe dingen.

De praktijk leert dat die vrije mens evenzeer op de bank voor de televisie gaat hangen om zich te laven aan programma's die te stompzinnig zijn voor woorden. Kinderen hangen op straat en wijken worden onleefbaar omdat er geen sociale samenhang meer is. Het zou wel eens ontzettend elitair kunnen zijn om dat bevrijding te noemen.

Was dat allemaal de bedoeling van Russell en de zijnen? Zeker niet. Maar het atheïsme is wel indirect verantwoordelijk te houden. Zijn morele orde en sociale samenhang een argument voor het christelijk geloof? Wellicht. Maar weinig mensen zullen er christen door worden.

N.a.v. Waarom ik geen christen ben
Bertrand Russell, Uitg. Meulenhoff, Amsterdam 2009. 155 blz. € 17,95

 
Bookmark and Share
Waardeer Waardeer dit artikel met 1 sterWaardeer dit artikel met 2 sterrenWaardeer dit artikel met 3 sterrenWaardeer dit artikel met 4 sterrenWaardeer dit artikel met 5 sterren



Reageren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.

Reacties (6)


Erwin MdR (06 november 2009 10:31)

Ah, iemand die zich heeft verdiept in de argumenten tegen het gods-geloof.

De rest van het artikel is alleen wel teleurstellend.
U poogt het atheïsme (an sich) belachelijk te maken door dit te onderbouwen met annecdotisch bewijs en het creëren (en vervolgens afbranden) van z.g.n. stromannen.
Zodoende uw eigen positie te legitimeren.

Jammer.

Goof (06 november 2009 13:05)

Beste meneer Schinkelshoek
U schreef een interressant artikel. Maar aan het eind glijdt U uit over vooroordelen. Hoezo volkswijken waar geen gezin meer bij elkaar is? Ik woon in zo'n volkswijk, maar hier leven juist veel hechte gezinnen, die samen een sterk sociaal vangnet hebben opgebouwd, dat vaak vele generaties oud is. Laatst bv, diep in de nacht, hadden de overburen ruzie. Dan gaan er overal deuren open. Een paar mannen helpen op straat de overbuurman tot rust komen, een paar vrouwen doen in de achtertuin hetzelfde met de overbuurvrouw, terwijl een paar andere even boven gaan kijken hoe de kinderen alles meemaken.
Ik ben hier min of meer toevallig komen te wonen, en ik verbaas me nog regelmatig over de grote saamhorigheid waarmee de mensen hier leven, en het grote respect dat hier heerst voor gezinsverbanden. Voor je koters ga je door het vuur. Er heerst hier, anders dan U schrijft, juist grote sociale samenhang. Die wordt helaas verstoort door overheidsingrijpen in het kader van herstructurering. Families die al generaties lang zij aan zij leven worden gedwongen over de stad verspreid. Voor hen in de plaats komen hoger opgeleiden, die helaas vaak net zo negatief tegen deze bevolkingsgroep aankijken als U. Ze zetten hoge hekken om hun appartementen, en versplinteren de wijk zo verder.
Jammer. Een sociaal zeer rijke manier van samenleven dreigt verloren te gaan, omdat veel mensen slechts de ruwe woordkeus en luidruchtige omgangsvormen zien, maar niet de enorme samenhang die daaronder verborgen gaat.

siger (06 november 2009 18:00)

Dat Kluun aangehaald wordt ter verdediging vind ik niet sterk. Die presteert het namelijk om zonder ook maar enig bewijs van allerhand te debiteren over wetenschappers die ontkennen dat God bestaat. Hij schetst een bijzonder negatief misplaatst beeld van atheïsten. Geen echte atheïstisch wetenschapper ontkent absoluut het bestaan van God. Wel zullen zij zeggen: voor 99,9% aannnemelijk dat God niet bestaat, enz. Atheïsten wordt dat niettemin steeds voor de voeten geworpen. maar het is zoals met alles: de bewijslast ligt bij degene die iets voor waar, echt, waarachtig houdt. Ik geloof bijv. niet in die vliegende theepot. Het bewijs ervan moet geleverd worden door Russell. Die, in tegenstelling tot ene Kluun, mijn achting houdt. Russell voert die theepot aan als analogie met God. Het bis stuitend te moeten constateren dat atheisten op één lijn worden gesteld met milieuvervuiling, relativisme enz. Hoe zou schrijver het vinden als christendom gelijk werd gesteld met kruistochten, inquisitie, heksenverbranding en Apartheid?

tristan (06 november 2009 22:25)

@siger
Ik maak bezwaar tegen de langzamerhand vervelend wordende gebruikte cliché's:
De kruistochten waren in principe een volkomen te rechtvaardigen oorlogvoering. De Inquisitie is een eerwaardig instituut wat nog steeds bestaat, maar in een bepaalde periode door de vermenging van kerkelijke en staatsbelangen een foute rol heeft gespeeld. De apartheid was een aanvankelijk goed bedoeld systeem om de rechten van de negers te waarborgen door de vorming van thuislanden, toen dit systeem achterhaald was, is het zeker nog te lang blijven voortbestaan. De eerste Christelijke wetgeving in Europa ( tijd.Karel de Grote) verbood heksenverbrandig, waarmee is aangetoond, dat het verbranden van heksen een rudiment was uit een een heidens verleden. .

siger (07 november 2009 19:24)

@tristan. Inderdaad gebruikte ik clichés. Zo wordt atheïsme (ten onrechte) altijd weer in verband gebracht met Hitler (n.b. katholiek, nooit ge ex-communiceerd, geen enkele nazi trouwens, op één na, maar dat was vanwege een huwelijk met een protestantse vrouw), of Stalin (ous-seminariestudent). Het artikel maakt gebruik van clichés, en van ongefundeerde beschuldigingen, zoals de milieu-catastrofe. De Apartheid in Zuid-Afrika heb ik altijd religieus horen funderen. Ook door de voorlopers van de CU. Of was dit volgens u ook een rudiment uit heidense tijden?

althusius (08 november 2009 19:44)

@ Siger,
Gaat u alleen in op 'vooroordelen' die u makkelijk kunt weerleggen, en laat u de grote vooroordelen maar vallen?
En nog iets: het verzet tegen de apartheid was, zeker in Zuid-Afrika, ook voor een belangrijk deel religieus gefundeerd.
De oorsprong van de apartheid is een mix van koloniale praktijken, rassenleer, nationalisme, socialisme, protestantisme, en overlevingspolitiek. De zgn. fundering naar buiten toe komt immer later en wordt altijd toegesneden op het publiek.

Overige Opinieplein

gebruikersnaam


wachtwoord


wachtwoord vergeten nog geen account?
Tekstgrootte

vr 30-07-2010 00:35:58