« Terug naar voorpagina

Nederlands Dagblad, christelijk betrokken

Kerk


Terug naar de heilige grond

Geplaatst: 13 maart 2009 08:00, laatste wijziging: 13 maart 2009 08:08

door onze redacteur Reina Wiskerke

Ds. Johan van Holten: Predikanten blijven bezig met de ‘standaard domineedingen’. |foto Eljee

WEZEP - Roeping. Predikanten betrekken het vooral op het verleden, toen ze kozen voor de theologiestudie. Roeping zou echter blijvend ter sprake moeten komen, stelt ds. Johan van Holten. 'Waartóe word je als predikant vandaag, in deze omstandigheden, geroepen?'


1 reactie
1 waardering

Het heeft vaak iets tobberigs, predikant zijn in deze tijd. Nogal wat predikanten lopen immers vast in hun werk. Kerken hebben maatregelen genomen, met als sleutelwoord 'professionalisering'. Maar het tij is daarmee nog niet gekeerd en dat lokt weer nieuwe vragen uit. Zit het wel goed met de spiritualiteit van de voorganger? In dat verband komt ook de roeping van de predikant ter sprake. Zou gebrek aan roepingsbesef het welbevinden van predikanten negatief beïnvloeden? Dergelijke vragen stonden aan zijn horizon, toen de predikant Johan van Holten (48) begon aan zijn promotiestudie, die hij vandaag verdedigt aan de Protestantse Theologische Universiteit.

Van Holten, predikant van de hervormde gemeente in Wezep, heeft gezocht naar de relatie tussen roepingsbesef en de wijze waarop een predikant zijn of haar 'rol' in de gemeente opvat. ,,Het begrip roeping is complex. Bij een bevestiging wordt gevraagd of de predikant zich door de gemeente en 'mitsdien door God' geroepen weet, maar wat is dat? Er zitten in elk geval twee kanten aan 'roeping': door wie word je geroepen en waartoe?''

Autoritair
,,Uit ons onderzoek blijkt dat 'roepingsbesef' vooral wordt betrokken op de keuze voor de theologiestudie met als doel het predikantschap.'' Roeping, benadrukt Van Holten, heeft echter ook een ,,dynamisch aspect''. ,,Roepingsbesef vraagt van een predikant voortdurende reflectie op zichzelf: waartoe wordt hij of zij vandáág - in deze tijd, cultuur en omstandigheden - geroepen? Roepingsbesef is daardoor niet alleen iets van het verleden, maar juist gericht op het heden en de toekomst.''

Hij waarschuwt in zijn proefschrift voor een ,,al te autoritair beroep op een buitengewone, en daarmee oncontroleerbare, roeping''. ,,In feite wordt men alleen geroepen een weg te gaan.'' Op die weg mag zoekend en tastend gezocht worden waar die roeping hier en nu gelegen is, tekent hij erbij aan. Met andere woorden: het 'waartoe' van de roeping is cruciaal en vraagt om blijvende openheid voor bijstelling van de doelen die een predikant zich stelt. Dat was voor hem een eyeopener.

Van Holten baseert zijn bevindingen op een enquête onder protestantse theologiestudenten, beginnende predikanten en oudere predikanten. Predikanten, concludeert hij, gaan tijdens hun loopbaan niet anders denken over hun takenpakket. En dat terwijl er van alles in beweging is in kerk en samenleving. Het verbaasde Van Holten. ,,Eenmaal werkzaam in de gemeente blijkt men de rol van predikant in te vullen volgens een vaststaand patroon, dat in de loop der eeuwen gegroeid is. Alle secularisatie ten spijt blijft men bezig met de 'standaard domi­needingen', die intern-kerkelijk gericht zijn.''

De preek en het leiden van de kerkdienst staan op de eerste plaats. Verder krijgen pastoraat en catechese prioriteit. De noodzaak van evangelisatie speelt bij de respondenten nauwelijks een rol - stellen predikanten wel de juiste prioriteiten?, vraagt Van Holten zich af. ,,Zíj zijn theologisch geschoold, ook in de apologetiek, de leer van de geloofsverdediging. Zij kunnen een belangrijke taak vervullen in de missionaire roeping van de gemeente.''

Van Holten brengt de onbeweeglijkheid van het takenpakket van de dominee in verband met het verwachtingspatroon van de gemeente, want dat verwachtingspatroon blijkt voor (aankomende) predikanten doorslaggevend.

Roepingsbesef
'Roepingsbesef' kan een predikant helpen, in samenspraak met de gemeente, doelbewuste keuzes te maken, in plaats van zich te conformeren aan verwachtingspatronen, stelt hij daartegenover.

Hiervoor is leiderschap nodig. Een cursus 'inspirerend leiderschap' kan daarbij helpen. Bovendien ziet hij heil in kerkelijke beleidsplannen: ook een gemeente moet voortdurend nadenken over haar roeping hier en nu en telkens opnieuw doelen vaststellen.

Flexibilisering is nodig, concludeert hij. ,,Waarom zou iedere predikant zich primair moeten richten op de prediking?'' En: ,,Aan een goede officemanager kun je op een bepaald moment meer hebben dan aan een extra predikantsplaats.'' Of: ,,Er zijn veel competente kerkenwerkers beschikbaar.''

Draagt roepingsbesef bij aan het welbevinden van de predikant? Die vraag reikt verder dan Van Holtens studie. ,,Daarvoor is nog veel meer onderzoek naar roepingsbesef nodig. Ik denk wel dat het positieve effect van het aanvankelijke gevoel geroepen te zijn, later opnieuw betekenis kan krijgen. Door opnieuw na te denken over je roeping hier en nu als je al langer predikant bent, komt het enthousiasme van de aanvankelijke roepingservaring wellicht opnieuw tot bloei. Dan heeft het iets van 'terug naar de heilige grond'.''

----------------------------------------------

Man, vrouw en roeping
Ongeveer de helft van de respondenten geeft aan dat 'roepingsbesef' aanleiding is (geweest) om predikant te worden. Roepingsbesef speelt bij mannen intussen een veel grotere rol dan bij vrouwen, concludeert Van Holten uit zijn enquête onder (aankomende) protestantse predikanten.

Kan een tegenstander van 'de vrouw in het ambt' hierin een bevestiging zien van zijn (of haar) overtuiging dat God vrouwen niet roept tot het predikantschap? ,,Nee, want er zijn wel vrouwelijke respondenten met roepingsbesef. Het ligt niet zo zwart-wit.''

,,Mannen hebben meer de neiging zich te identificeren met figuren uit de Bijbel, zoals Mozes, Jesaja of Jeremia. Ze lopen echter het gevaar zich te véél met deze personen, en zelfs met God, te identificeren, alsof er geen verschil in niveau is tussen de roeping van Mozes toen en een predikant nu.'' Van Holten ziet er daarom ook voordelen in dat vrouwen zich voor hun roepingsbesef minder gemakkelijk herkennen in Bijbelse figuren.

Roepingsbesef blijkt het sterkst van invloed op de 'rolopvatting van de predikant' bij theologiestudenten uit grote gemeenten met veel kerkgangers. ,,Zij koppelen roepingsbesef aan een centralistische rol van de predikant en een positie tegenóver de gemeente. Gezien het grote aantal kerkgangers in de gemeente waar zij vandaan komen, is het goed mogelijk dat ze een orthodoxe achtergrond hebben.''

,,Centralistisch leiderschap kan allerlei verborgen verleidingen hebben. Bij de overtuiging geroepen te zijn, kunnen persoonlijke verlangens meespelen zoals het overwinnen van je eigen schuchterheid: als dominee ben je toch maar iemand.''

Van Holten concludeert dat ook in het algemeen mannelijke predikanten meer gericht zijn op centralistisch 'leiden', en vrouwelijke meer op 'begeleiden'. ,,Ik denk dat mannelijke predikanten op dit punt van hun vrouwelijke collega's - en trouwens ook van parttimers - kunnen leren.''

De predikant uit Wezep wijst op drie vormen van leiderschap, gerangschikt van meer naar minder centralistisch: directief, participerend en laisser faire. ,,Participatie is de beste stijl van leiderschap: de leider schakelt anderen in om verantwoordelijkheid te nemen. Het doel in de kerk is toch om sámen gemeente te zijn. Door centralistisch leiderschap schakel je eerder de inzet van anderen uit.''

 
Bookmark and Share



Reageren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.

Reacties (1)


Hero de Jong (24 maart 2009 12:08)

Volgens het Evangelie, dienen macht & leiderschap te worden gedeeld door >
"... apostelen, profeten, evangelisten, herders, en leeraars ..." {Efeze_4:11} --- zie ook >

http://www.protestant.nl/discussies/dominee-de-weg-kwijt#comment

Overige Kerk

gebruikersnaam


wachtwoord


wachtwoord vergeten nog geen account?
Tekstgrootte

za 13-03-2010 19:04:01