
Het huis leefde. Opeens waren ze overal. Honderden. Wekenlang lagen de eitjes voor dood onder in de glazen pot. Bewegingloze miniatuurgranaatjes. Nu waren ze ontploft. Wist ik veel wat parthenogenese was? Mijn moeder kon er wel om lachen: een invasie door een leger van één centimeter lange wandelende takjes. Mijn wandelende tak was vader en moeder geworden.
Er zijn wel mannetjeswandelende takken, maar die lijken er voor de sier te zijn, alsof de Schepper wil zeggen: het had ook andersom ...