Vier pilaren tekende mijn godsdienstleraar op het bord. Enigszins grillig van vorm. Geen heipalen, zoals ik die in Amstelveen veel gezien had. De pilaren stonden half in het water.
Water dat over de volle breedte van het bord met één wilde krijtstreep werd getekend. Die pilaren weerstonden immers de kracht van de wild stromende oervloed. Bovenop de pilaren schetste hij de aarde in de vorm van een platte pannenkoek. Met een boog spande hij boven de aarde een tent van ...