







Ik roep 'volluk'. Geen reactie. Naar binnen lopend, nog harder: volluk! Dan maar weer een deur openen, in dit grote huis waarin de tijd heeft stil gestaan. Opnieuw: volluk! De bewoner laat zich niet zien.
Intussen bonst het hart me in de keel. Wat, als ik nu zou worden betrapt? Ieder argument zou klinken als een smoes. Hoe kon een deelnemer aan een ND-fietsestafette zomaar tot een insluiper worden?Op het station Emmen, waar ik de fiets van mijn collega had ...