« Terug naar voorpagina

Nederlands Dagblad, christelijk betrokken

Kerk


‘Hollandse calvinisten waren pragmatisch’

Dit artikel komt voor in dossier: Calvijn

Geplaatst: 12 januari 2009 20:45, laatste wijziging: 13 januari 2009 09:17

door onze redacteur Gerald Bruins

AMSTERDAM – Met de presentatie van twee boeken gaf de Vrije Universiteit maandag het startsein van haar nationale Calvijnweek. Tegelijk werd een tentoonstelling geopend met werken uit de Calvijncollectie van de universiteit.


De bescheiden expositie in een zaal op de eerste etage van het VU-gebouw – een kleine greep uit een collectie van een paar honderd Calvijndrukken – illustreert de opkomst van de calvinistische beweging in onze contreien.

Achter glas ligt onder meer de eerste Nederlandse vertaling uit 1554 van een geschrift waarin Calvijn afrekent met het nicodemisme – uiterlijk rooms, innerlijk calvinist – en oproept radicaal en openlijk te breken met de roomse leer en gebruiken. Daarbij een boekje uit 1554 dat de titel voor de tentoonstelling leverde: Van dat scuwen der afgoderie (scuwen = mijden, red.) Ze zijn klein van formaat. Bovendien ontbreken de namen van de schrijver en de uitgever. ,,De calvinistische beweging stond nog aan het begin. Het was haar clandestiene, ondergrondse periode’’, legt Mirjam van Veen uit. De VU-docente en Calvijnkenner is een van de samenstellers van de tentoonstelling.

Ze wijst naar een vertaling uit 1670 van het boek waar de reformator het bekendst mee is geworden, de Institutie, in een vitrine even verderop. Van bescheidenheid is geen sprake meer. Het boek is kloek uitgevallen, voorzien van de naam van de schrijver, en daarbij een tekening waarop Calvijn staat afgebeeld als het toonbeeld der deugd. ,,De calvinistische beweging stond toen al lang op eigen benen, was een gevestigde macht geworden’’, commentarieert Van Veen.

Calvijn schreef niet alleen voor geleerden, maar ook voor ‘gewone gelovigen’, zei August den Hollander, hoofdconservator van de VU-afdeling bijzondere collecties. Daarom schreef hij ook in het Frans en al gauw verschenen vertalingen van zijn Bijbelcommentaren en polemieken in het Engels. Zo niet in het Nederlands. ,,De Nederlandstalige Calvijnuitgaven verschenen opvallend genoeg relatief laat en beperkt in aantal. Op deInstitutie na zijn weinig van zijn werken vertaald in het Nederlands.’’

Hoe dat komt? Nederland bouwde een eigen calvinistische traditie op, geeft hij desgevraagd als uitleg. Van Veen legt een verband met het Calvijnonderzoek. Dat kwam pas echt van de grond bij Abraham Kuyper, de stichter van de VU en motor van het neo-calvinisme. Toen kwamen er ook meer vertalingen op de markt.

Calvinistische identiteit
In Een nieuwe tijd, een nieuwe kerk, een uitgave van Meinema, beschrijft Van Veen hoe de jonge calvinistische beweging vrijwel uit het niets kwam en in korte tijd een sterke identiteit wist te ontwikkelen. Dit succes is deels te danken aan de zwakte van anderen, zei ze bij de presentatie van haar boek. Luthersen eerbiedigden het wettige katholieke gezag, de dopers gingen aan hun eigen verdeeldheid ten onder en ,,de katholieken waren te nauw verbonden aan het Spaanse gezag om mee gestalte te kunnen geven aan het ideaal van een nieuwe vrije Republiek.’’

Calvinisten konden dat wel, hun lot was verbonden met de de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje. ,,Zij gaven aan de opstand een religieuze lading (…) God zelf bevrijdde de inwoners van de lage landen uit de duisternis van het pausdom, opdat aan de Noordzee het nieuwe Israël zou worden gebouwd.’’ De calvinistische beweging paste naadloos bij de opkomst van de stedelijke burgerij. Zelfbewuste burgers eisten hun plek op, ook in de jonge kerk. De calvinisten waren pragmatisch ingesteld. Ze stonden door hen verafschuwde rituelen toe die inmiddels tot het calvinistisch erfgoed behoren: het orgel in de kerk (ooit als een lawaaiige afgod gezien), het luiden van kerkklokken (volgens synodes een paaps gebruik) en de begrafenisdiensten (een teken van bijgelovigheid).

Sober
Sober, Strict and Scriptural, is in het Engels uitgegeven bij uitgeverij Brill, onder redactie van Johan de Niet, Herman Paul en Bart Wallet. De beeldvorming rond de persoon van de reformator in de periode 1800 tot 2000 staat centraal in de diverse bijdragen. Paul, verbonden aan de Universiteit Leiden, wees bij de presentatie op verschillen in Calvijnherdenkingen: in 1909 werd stilgestaan werd bij het calvinisme, in 1958 riep de toenmalige VU-rector op in Calvijns voetsporen te treden door noeste Bijbelstudie en dit jaar kent ook zoiets als Calvijnwijn- en bier – vijftig jaar geleden ondenkbaar.

Elke tijd zijn eigen Calvijn, onderstreepte Paul. Voor die beelden speurden de scribenten rond in diverse landen, maar gingen ze ook te rade bij vrijdenkers als de negentiende eeuwse Antonius van der Linde, ooit begonnen als piëtist die Calvijn onder meer een watertandende wolf en een gereformeerde antichrist noemde.

De Calvijnexpositie in de VU is tot 1 april op werkdagen geopend.

 
Bookmark and Share
Waardeer Waardeer dit artikel met 1 sterWaardeer dit artikel met 2 sterrenWaardeer dit artikel met 3 sterrenWaardeer dit artikel met 4 sterrenWaardeer dit artikel met 5 sterren



Reageren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.

Reacties


Nog geen reacties geplaatst.

Overige Kerk

gebruikersnaam


wachtwoord


wachtwoord vergeten nog geen account?
Tekstgrootte

do 09-09-2010 09:37:44