Binnenland
'Echt interessante taal bevindt zich op straat'
Geplaatst: 27 februari 2009 06:00, laatste wijziging: 27 februari 2009 06:32
door onze redacteur Rien van den Berg
GENT - Veel dialecten dreigen te verdwijnen. Het grote dialect-onderzoek dat donderdag in Gent werd gepresenteerd, is ,,de laatste kans de dialecten vast te leggen zoals die eeuwenlang in de Lage Landen gesproken werden''. Maar er zijn ook tekenen van hoop.
In het gebouw van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen in Gent denk je niet aan verschraling. Werkelijk ieder architectonisch detail is versierd met krullen en tierlantijnen. Het gebouw, een oude patriciërswoning in het hartje van de stad, is een eerbiedwaardige verzameling lopers, tapijten, stuc- en houtsnijwerk en kroonluchters. Eindeloze rijen bustes van beroemde wetenschappers kijken er al even eerbiedwaardig bij.
Maar de vijftig dialectspecialisten die hier bij elkaar zijn, hebben het wel degelijk over verschraling. Ze hebben hun laatste kans gepakt, gelooft dr. Gunter De Vogelaer, onderzoeker van de Universiteit Gent. Hij legt uit dat onderzoekers dertig jaar hebben gedaan over het maken van de drie grote atlassen van de Nederlandse dialecten. Van de dialecten in 267 dorpen in Nederland, België en het Nederlandstalige deel van Frankrijk zijn de woorden, de zinsbouw en de uitspraak in kaart gebracht. Na de Tweede Wereldoorlog werden mensen veel mobieler. Dorpelingen trokken naar de stad, stedelingen kochten een huisje op het dorp. De Vogelaer: ,,Wij hebben de laatste generatie sprekers van de lokale talen in beeld gebracht.''
Dat leidde tot mooie ontdekkingen, zegt de Nederlandse hoogleraar Sjef Barbiers. ,,Er wordt vaak gedacht dat dialecten een simpele versie van de standaardtaal zijn. Dat is niet zo. Dialecten zijn ook grammaticaal net zo goed ontwikkeld als de standaardtaal. Net zo goed als je op de basisschool Nederlands kunt leren, kun je het dialect van je dorp onderwijzen. Taalkundig is dat net zo interessant.''
Interessanter misschien nog wel, zegt De Vogelaer. ,,Er is wel gedacht dat dialecten verbasteringen zijn van standaardtalen, terwijl de standaardtalen veel jonger zijn. Hele hordes wetenschappers houden zich alleen bezig met de standaardtaal. Maar dialecten zijn de meest natuurlijke vorm van taal, en de variatie aan dialecten binnen het Nederlands zijn veel groter dan we voor mogelijk hadden gehouden. De écht interessante taal zit niet in boeken, die bevindt zich op straat.''
Is die taalrijkdom geen aflopende zaak? Spreken we binnenkort niet allemaal Standaardnederlands of - erger nog - Engels? De Vogelaer: ,,Als wetenschappers dit onderzoek over honderd jaar herhalen, zullen ze waarschijnlijk binnen dialecten minder variatie aantreffen. Het zullen meer regiolecten worden.''
Maar er is ook een andere ontwikkeling gaande, vermoedt Barbiers. ,,In het grote Europa worden grenzen minder belangrijk. Bepaalde gebieden blijken dan ineens taalkundig hechter met elkaar verbonden te zijn dan de landsgrenzen doen vermoeden. Zo kon het West-Vlaams wel eens nauwer dan nu verwant raken aan het Zeeuws-Vlaams in Nederland.'' Ook de Brabantse dialecten aan weerskanten van de grens zullen naar elkaar toe groeien, en de Limburgse, vermoedt Barbiers.
Calimero-complex
De dialecten in het Oosten zullen wellicht vrij natuurlijk toegroeien naar de Duitse. Het verschil tussen Nederlands en Duits is klein. Dat het Nederlands een Duits dialect is, is een vorm van arrogantie, zegt Barbiers, en denken dat Duits een dialect van het Nederlands getuigt van een calimero-complex. ,,Maar taalkundig is er eigenlijk geen enkel argument om de Duitse taal van de Nederlandse te scheiden. De basisstructuur van deze talen is identiek.''
Met het Engels is dat wel het geval, bewijst het onderzoek. Tot verrassing van de onderzoekers kun je in geen enkel Nederlands of Fries dialect zeggen: 'ik denk dat hij eet het'. Je zegt 'ik denk dat hij het eet'. Toch is in het verwante Engels 'I think that he eats it' eigenlijk de enige manier om die zin uit te spreken.
De Vogelaer denkt zelfs dat streektalen misschien wel weer belangrijker kunnen worden. ,,In het West-Vlaams kun je tegenwoordig zeggen 'ik ben met ghi naar de markt geweest' in plaats van 'ik ben met u naar de markt geweest'. Voor de Tweede Wereldoorlog kon je dat onmogelijk doen. Het zijn vaak de jongeren die deze taal ontwikkelen. Ze drukken er een regionale identiteit mee uit die kennelijk heel belangrijk voor ze is. Juist in tijden van globalisering ontstaat kennelijk een tegenbeweging.''
Reageren
Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.





RSS