Cultuur
De opvolgers van Petrus
Geplaatst: 28 augustus 2009 09:51, laatste wijziging: 16 september 2009 15:52
door Klaas Wierenga
Pius IX, geboren in 1792, was paus van 1846 tot aan zijn dood in 1878 en wordt wel de langstzittende paus genoemd. |foto wikimediaSinds 19 april 2005 noemt men de heer J. Ratzinger in sommige kringen ook wel Benedictus XVI. Wie het hem zelf vraagt, zal waarschijnlijk te horen krijgen dat hij paus nummer 264 is.
5 reacties
5 waarderingen
Wie daarentegen de namen telt in de lijst uit Sleutelbewaarders. De geschiedenis van het pausdom, van Petrus tot Benedictus XVI moet tot zijn verrassing vaststellen dat genoemde prelaat nummer 295 is. De verklaring voor dit verschil van maar liefst 31 pausen is slechts een van de vele fascinerende zaken die in dit fraaie boek van Roger Collins aan de orde komen.
Het is onder protestanten geen traditie om prat te gaan op de met de Rooms-Katholieke Kerk tot 1521 gedeelde geschiedenis. Toch zijn er, sinds in dat jaar Maarten Luther tegen zijn excommunicatie aanliep, nog geen vijfhonderd jaren verstreken. Dit impliceert dat protestanten en rooms-katholieken 75 procent van de kerkgeschiedenis met elkaar delen. Nog minder glunderen de protestanten, wanneer men hen herinnert aan de 1054 jaren geschiedenis die zij delen met de oosters-orthodoxe kerken.
In het jaar 1054 namelijk, op 16 juli, stormde Humbert van Silva Candida, afgezant van paus Leo IX, kortaangebonden als immer, weg uit een vergadering in de kathedraal van Hagia Sophia in Constantinopel en legde een pauselijke excommunicatie van de patriarch van Constantinopel, Michaël Cerularius, op het hoogaltaar. Acht dagen later sprak Cerularius zijn anathema uit over de paus. De wederzijdse excommunicaties zouden pas in 1965 worden herroepen, zonder verdere toenadering overigens.
Petrus en Paulus
Niemand weet precies wanneer het fenomeen paus is ontstaan. In zijn werk Tegen de ketters uit circa 180 nam Irenaeus, de bisschop van Lyon, een lijst op van alle bisschoppen van Rome sinds de kerk van Rome was ,,gesticht en opgezet door die twee roemrijke apostelen, Petrus en Paulus'', over wie hij zegt dat ze ,,het episcopaat aan Linus hebben gegeven''. Irenaeus vergist zich volgens Collins, omdat het ambt van bisschop helemaal nog niet bestond in de tijd van Petrus en Paulus. Collins verraadt met deze opmerking dat hij enige verwantschap kent met de Rooms-Katholieke Kerk, want hoewel inderdaad het 'ambt van bisschop' in de rooms-katholieke gestalte ervan nog niet bestond in de eerste 150 jaren van het christendom, bestond de functie van episcopus, de Latijnse verbastering van het Griekse episkopos, waaruit het woord bisschop is ontstaan, wel: in het Nieuwe Testament komt het woord vijf keer voor in de betekenis van opzichter.
Marcellinus, bisschop van Rome van 296 tot 303, is de eerste die Papa (verbasterd tot paus) werd genoemd. Ondanks de latere populariteit van het koosnaampje werd het tot het einde van de elfde eeuw maar zelden gebruikt voor bisschoppen van Rome.
Hoe kwam de kerk ertoe het belang van de lijn van opvolging van Petrus te benadrukken? Volgens Collins was dit een centraal element in de strijd die de vroege kerk al snel moest leveren met gnostische christenen, die immers beweerden dat hun geheime kennis was geschonken, die evenwel niet in de heilige geschriften stond. De zuivere en betrouwbare lijn van opvolgers van Petrus stond met andere woorden garant voor de juistheid en de betrouwbaarheid van de orthodoxe, christelijke leer.
In de loop van de derde eeuw kregen sommige bisschopszetels meer gezag dan andere. In het oostelijke deel van het Romeinse rijk waren dat Antiochië en Alexandrië, later uitgebreid met Constantinopel, en in het westen was het Rome. Van de bekleders van deze zetels eiste de bisschop van Rome allengs het hoogste gezag op, omdat Petrus de eerste onder de apostelen was geweest. Toen zijn episcopale collegae deze claim unaniem afwezen, was de basis gelegd voor de tot nu toe voortdurende strijd over de vraag waar de bron van het kerkelijk gezag te vinden was: moest het gefundeerd worden in de opvattingen van de bisschop van Rome, of in die van de afzonderlijke bisschoppen (patriarchen) van de apostolische zetels, of in de oordelen die deze bisschoppen gezamenlijk vormden tijdens synodes?
Belastingvrij
In de vierde eeuw bekeerde keizer Constantijn zich tot het christendom. Al spoedig begon hij de kerk te begunstigen ten koste van de heidense godsdiensten. De materiële en juridische positie van de kerk werd sterk bevorderd: geestelijken kregen allerlei vrijstellingen, kerken ontvingen landgoederen en andere bezittingen, en schenkingen aan de kerk werden belastingvrij. Na de keizer was de kerk plotseling de grootste grondbezitster. Bisschoppen kregen een plaats in de administratieve en juridische organisatie van het rijk. Van enige scheiding van kerk en staat was nauwelijks sprake: zo organiseerde Constantijn een synode die hij zelf ook voorzat over de ketterijen van Arius, die de gelijkheid van de drie goddelijke personen ontkende. Op de synode sprak men Grieks en het bleek al spoedig dat de fijnere nuances van de Griekse theologie niet zonder misverstanden op te roepen in het Latijn vertaald konden worden.
Later in dezelfde eeuw spraken de keizers van Oost en West uit dat de religie die de goddelijke apostel Petrus aan de bewoners van Rome had gegeven de maatstaf moest zijn voor orthodoxie. Slechts een jaar later echter sprak een kerkvergadering te Constantinopel uit dat de bisschop van deze stad gezag had zoals de bisschop van Rome, omdat Constantinopel het nieuwe Rome was. Dat beviel Damasus, toen de bisschop van Rome, allerminst. Vanaf dat moment verschenen er met enige regelmaat pauselijke brieven, decretalen, waarin disciplinaire kwesties door de paus alleen werden opgelost, zonder dat er een bisschoppelijke vergadering aan te pas was gekomen. Rome zag zichzelf meer en meer als de enige bron van gezaghebbende uitspraken.
Een tweede kwestie, die tot in de twintigste eeuw bleef voortwoekeren en nog altijd niet definitief is opgelost, betrof de verhouding tussen kerkelijke en wereldlijke macht. Paus Gregorius II (715-731) verklaarde: ,,Keizers die een vroom leven leidden, maakten zelden bezwaar tegen het gehoorzamen van pausen''. Ook de Frankische heersers kregen te maken met deze pauselijke aanspraak op hun zaak. In 754 werd Pepijn de Korte door paus Stefanus II met gewijde olie tot koning gezalfd. Het is niet onwaarschijnlijk dat in dezelfde eeuw Karel de Grote de kerk een groot deel van Noord-Italië in bezit gaf. Traditioneel ziet men dit als het moment waarop de kerkelijke staat werd gesticht.
Legeraanvoerder
In de eeuwen die volgden, speelde de kerk een grote politieke rol in Europa. Het streven naar bezit, invloed, macht en territorium nam bizarre vormen aan, variërend van de paus als legeraanvoerder tot schisma's waarbij er twee of zelfs drie pausen tegelijk aan de macht waren. De omvang van het grondgebied wisselde sterk, totdat in 1929 de Italiaanse staat onder leiding van Mussolini het Lateraans verdrag sloot met de pauselijke staat: rondom de Sint-Pieter werd een onafhankelijke staat van 44 hectare gecreëerd, waaraan enkele gebouwen in de stad werden toegevoegd.
Orthodoxe protestanten verheugen zich tegenwoordig over de waarden die de Rooms-Katholieke Kerk tegen alle seculaire verdrukking in hooghoudt en verdedigt. Zij hoeven zich echter geen illusies te maken over de visie van de roomse bisschop op hun 'gemeenschappen': ,,vanwege de afwezigheid van het sacramentale priesterschap hebben zij niet de waarachtige en integrale substantie van het Eucharistisch Mysterie bewaard'', aldus de door de heer Ratzinger in 2007 goedgekeurde uitspraak van de Congregatie voor de Geloofsleer (voorheen de Heilige Inquisitie). Zoals de Rooms-Katholieke Kerk nog altijd gebukt gaat onder dwalingen - denk aan de verbijsterende dogma's over Maria's geboorte, natuur en hemelvaart uit de laatste twee eeuwen, zo gaat de vertaling van Sleutelbewaarders mank aan vele taal- en vertaalfouten. De onschuldigste ervan doet Pius IX te kort: de ,,joviaal tabaksnuivende Pius IX'', was waarschijnlijk ook in andere opzichten een aangename kerel, dan alleen in de wijze waarop hij zijn - voor een paus bovendien tamelijk onschuldige - genotsmiddel tot zich nam.
Sleutelbewaarders. De geschiedenis van het pausdom, van Petrus tot Benedictus XVI
Roger Collins. Uitg. Bert Bakker, Amsterdam 2009. 513 blz. € 34,95
Reageren
Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.
Reacties (5)
helen (28 augustus 2009 17:33)
Zo zo, en in déze krant van een gemeente (geen kerk) publiceert
de Rooms-Katholieke bisschop De Korte. Fraai is dat, als een journalist
elk fatsoen ontbreekt jegens de leider van de Enige Ware Heilige
Katholieke Kerk.
Ongehoord dat dit zo gepubliceerd mag worden van de hoofdredactie. Ik
sta echt versteld. Op de ridicule en uiterst beledigende inhoud ga ik
natuurlijk niet in.
Jos (28 augustus 2009 22:07)
Het begrip "paus" was onbekend bij de eerste christenen !
"Er is vrijwel geen zekerheid over opvolging van degenen die tot
ongeveer 225 na Christus leiding hebben gegeven aan de gemeente in Rome.
Ik denk dat vanaf 150 vanuit de losse groepen gemeente-vorming gaat
ontstaan. Dan zal er voor het eerst een gemeenteleider zijn geweest, een
opziener, die aan het hoofd staat van de verschillende kerkhuizen, die
langzamer evolueren tot grotere kerken.
Bisschop betekent letterlijk opziener. “Rond 160 tot 180
verschijnen de eerste bisschopslijsten. Zo heeft Ireneus van Lyon rond
180 een lijst opgesteld van gemeenteleiders van Rome die zover mogelijk
teruggaat. De lijst heeft vooral als functie degene die op dat moment de
gemeente leidt, te legitimeren. Een bisschopslijst laat zien dat hij
voortbouwt op voorgaande leiders. De lijst is MEER IDEOLOGSCH dan
historisch van aard, denk ik. Op verschillende lijsten wordt Linus als
eerste bisschop van Rome genoemd. Dat is in mijn ogen echter een
anachronisme: er is in die beginjaren van het christendom nog geen echte
gemeentestructuur en eenhoofdig leiderschap.'' zegt de R.K. theoloog /
kerkhistoricus Jacobs.
Jos (28 augustus 2009 22:15)
Richting-aanwijzers uit Gods Woord:
HET FUNDAMENT van ons geloof is de leer van Jezus (en zijn TWAALF
apostelen).
“Want een ánder fundament, dan dat er ligt,
NAMELIJK JEZUS CHRISTUS,
kan niemand leggen.” zegt Paulus (1Cor.3:11)
“Daarom, niemand beroeme zich op MENSEN; ! ! !
alles is immers het uwe:
hetzij Paulus, Apollos of Kefas, hetzij wereld, leven of dood,
hetzij heden of toekomst, het is alles het uwe;
DOCH GIJ ZIJT VAN CHRISTUS,
en Christus is van God. “ zegt Paulus (1Cor.3:21-23)
“En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg,
en hij toonde mij de heilige stad, Jeruzalem,
nederdalende uit de hemel, van God;
(de Gemeente !) en zij had de heerlijkheid Gods.....” (Efez.
5:26,27 !)
“En de muur der stad had TWAALF FUNDAMENTEN
en daarop de twaalf namen van de TWAALF apostelen des Lams.”
schrijft de apostel Johannes (Openb.21:10-14)
A. van Delfzijl tot Duinkerken (29 augustus 2009 13:24)
Dit artikel is, evenals de pseudo-historische argumenten van Roger
Collins (die hedendaagse opvattingen tegen de hiërarchie terugwerkt
naar de eerste van het christendom), een aanfluiting voor het Nederlands
Dagblad. Mede naar haar katholieke lezers.
Het bisschopsambt en de bisschopswijding zijn al door Ignatius van
Antiochië duidelijk weergegeven, vóór 150 n. Chr. In
het evangelie komt ook het woord episkopos (opzichter) voor, vanwaar het
woord bisschop komt. Reeds op het apostelconcilie van Jeruzalem zweeg
eenieder, nadat Petrus het woord genomen had. Hoe de paus genoemd wordt,
is van ondergeschikt belang.
De geestelijke opperste autoriteit van de bisschopszetel van Rome is
duidelijk te bewijzen. Dat Constantinopel politiek gezien dichter bij de
machtseenheid stond na ca. 476 n. Chr., is een feit, maar heeft geen
godsdienstige waarde. Beweren dat het primaat van Rome door de
'collegae' vroeger 'unaniem' werd afgewezen is een leugen.
Dit artikel is duidelijk fel anti-katholiek geschreven. Een historische
objectiviteit ontbreekt erin. De sacramentalieën van de rk Kerk
worden bewust belachelijk gemaakt - hoewel zelfs de Engelse koningin die
lang als beschermvrouw van de protestant gold, gezalgd wordt.
Verder is de breuk tussen Rome en Constantinopel in 1054 weliswaar
opgetreden, maar intussen meermaals geheeld, en in 1453 stierf de
laatste Oost-Romeinse (niet "Oost-Roomse" - een germanisme)
keizer als Grieks-katholiek in eenheid met de paus bij de slag tegen de
Turken.
Het byzantijnse volk was met gelijke goedkope anti-'Roomse' vooroordelen
en haatzaaierij geïndoctrineerd als Klaas Wierenga - die geen snars
van Kerkgeschiedenis weet en snapt.
Op het Concilie van Chalcedon, wilden de Byzantijnen vrije macht, maar
Constantinopel werd als tweede zetel na Rome genoemd, in de 28e canon
van dit concilie. Tegen de schending van de rechten van Jeruzalem,
Alexandrië en Antiochië (patriarchaten) trad paus Leo I fel
op. Dus niet om zijn eigen rechten te beschermen. (F. Schaefer, 1908,
Council of Chalcedon) In 450 n. Chr. was het al duidelijk, dat
Constantinopel of Nova Roma als Oost-Romeinse machtscentrum invloedrijk
was.
Maar autonomie en tweede in rang, is geen weerlegging van het
primaatschap van de zetel van Rome.
Het is de heer Wierenga die noch de patriarchaten erkent waarmee hij
'Rome' wil bestrijden, en die uit de kerkgeschiedenis zaken uit de
context rukt, om er zijn huidige strijd tegen de 'Roomsen' mee te
voeren. Voorwaar ongeloofwaardig. Er bestaat overigens geen dogma over
Maria's natuur. Slechts over haar gevrijwaard-zijn van de erfzonde als
voorgeschiedelijke toepassing van het heilswerk van haar Goddelijke
Zoon; zij is naar natuur volledig mens. Wie haar tenhemelopneming niet
erkent, moet de analogie van de oudvaders eens aannemen, die Maria als
ark van het nieuwe verbond noemen - en deze ark wordt in het boek
Openbaring genoemd. In de hemel. Met lichaam en ziel. Over de geboorte
van Maria is niets gedefinieerd in de laatste twee eeuwen.
Bij Klaas Wierenga staat alles ten dienste van anti-katholieke
propaganda, zo lijkt het.
Het ware goed, als hij ook even Augustinus van Hippo, bisschop, leest
over het heilig misoffer, de martelaren en de relieken. In de 4e en 5e
eeuw na Chr.
Klaas Wierenga hangt een religie van mensen aan. En gebruikt onheuse
argumenten. Lees Augustinus eens, zonder papenhaterbril s.v.p.
Wie zijn eigen reformatorische kerkgenootschap nog altijd met onware
puriteinse propaganda tegen 'Rome' moet laten standhouden, heeft van de
uitdagingen van deze tijd niets begrepen. Wierenga is blijkbaar bang,
dat de katholieke moraalleer mensen tegen de 'Roomse dwalingen' zou
kunnen misleiden. Niets is ergere dwaling, dan eigen leugens op de
kerkgeschiedenis toe te passen.
Dr. Roger Collins staat overigens zelf vast in reeds lang weerlegde
aannames, zoals over het bisschopsambt. Zijn 'traditie' van aanvallen op
de bisschopszetel van Rome en de rk Kerk maakt zijn wetenschappelijke
werk zeker niet geloofwaardiger.
De Donatio Constantini mag zeker weerlegd worden - en is niet voor niets
door katholieke historici weerlegd. Maar wie het katholieke geloof
aanvalt, omdat hij het er zelf niet mee eens is, en daar dan historische
'bewijzen' bij zoekt, is niet wetenschappelijk bezig.
A. van Delfzijl tot Duinkerken (29 augustus 2009 13:31)
"Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen"
(Mt. 16, 18).
16e eeuwse controverses en machtswellust tussen theologen heeft
christenen van de Kerk afgescheiden. Ook zgn. 'katholieke' professoren
als Jan Jacobs speculeren maar in het rond. Hij 'denkt', noemt de
episcopos 'gemeenteleider' i.p.v. het Nederlandse bisschop, en
speculeert maar wat in het rond. Wie Ignatius van Antiochië
("waar de bisschop is, daar is de Kerk" ca. 110 n. Chr.) en de
geschriften van de kerkvaders en de eerste eeuwen kent, weet wel beter.
Jan Jacobs wil zijn eigen kerkbeeld, evenals andere kerkhistorici dat
pogen, rechtvaardigen vanuit de geschiedenis. Totaal niet geloofwaardig.





RSS