« Terug naar voorpagina

Nederlands Dagblad, christelijk betrokken

Opinieplein


Tijd voor een tegenoffensief tegen de moderne geloofstwijfel

Dit artikel komt voor in dossier: Klaas Hendrikse

Geplaatst: 22 augustus 2009 06:10, laatste wijziging: 21 augustus 2009 21:18

door Wim Rietkerk

Alles wat over boven gezegd wordt, komt van beneden, zegt Boele Ytsma. |foto Nederlands Dagblad/Jaco Klamer

Wat moeten we met onze twijfel? Wie God en de Bijbelse geschiedenis alleen maar ziet als een bron voor menselijke geloofservaring en niet meer als een reëel bestaande en gebeurde realiteit, zit op een dwaalspoor.


26 reacties
16 waarderingen

Boele Ytsma heeft naar aanleiding van eigen ervaring een boek geschreven over zijn twijfel onder de titel Van de kaart . Ytsma zag zijn zekerheid als een stelsel van waarheden die hij los van ervaringen met zich meedroeg. Heel dor. Heel vanzelfsprekend. Hij heeft die 'kathedraal van zeker weten' achter zich gelaten.

In wat Ytsma drijft, staat het koninkrijk centraal, met Jezus! Alleen wie Jezus was, mag niet nader worden ingevuld. Ieder vulle dat in aan de hand van eigen ervaring. 'Het Koninkrijk is niets als het niet door mij hier en nu wordt ingekleurd'.

Dat is waar, maar los van zijn verworteling in de geschiedenis, in kruis en opstanding, in een verkondigd Woord dat betrouwbaar is overgeleverd, is dit ook gevaarlijk eenzijdig.

Deze denkwijze vindt echter gretig gehoor: wat jij ervaart, dat is wat God tegen je wil zeggen. 

Op zichzelf ben ik wel blij dat Boele Ytsma het heeft aangedurfd om ontwapenend over zijn twijfel te schrijven. Bij veel mensen wordt het verdrongen. Veel jongeren weten er geen weg mee. Mooi dat hij dit zo gevoelig en moedig gedaan heeft!

Bij Ytsma was het een louteringsproces waar hij beter uit tevoorschijn kwam.  Andries Knevel schrijft in een bijlage van Ytsma's boek dat zij samen bij een ruwhouten kruis mochten terugvallen op de kern van het evangelie dat zij op hun bezinningsreis met nieuwe ogen gingen lezen. Ik meen het als ik zeg dat ik dat heel bijzonder vind.

Verkeerde richting
Toch is het tijd voor een tegenoffensief. Er ligt iets in de manier waarop hier met twijfel wordt omgegaan, wat ons niet echt verder helpt en ons in de verkeerde richting leidt. In reactie op Ytsma's eigen woorden: ik durf het sterk te betwijfelen of twijfelaars nu ineens pioniers en profeten moeten worden genoemd. Maar laat mij mijn tegenbeweging een beetje filosofisch beginnen.

Een beroemd geworden schilderij uit de twintigste eeuw heet 'Ceci, n' est pas une pipe' van Renee Magritte. Dit schilderij is een statement. De schilder wilde zeggen: je ziet hier wel een pijp, maar het is er niet een. En hij heeft groot gelijk. Uit deze pijp kun je niet roken. Het is namelijk alleen maar de afbeelding van een pijp. Tegelijk heeft hij totaal ongelijk: de afbeelding van die pijp verwijst wel degelijk naar een reëel bestaand object: de pijp. Die is niet imaginair. Er is sinds de aanvang van menselijke cultuur een soort van verbond tussen woord en zaak  en dat is dat er een reëel verband tussen die twee bestaat. Dat was eeuwen lang zo sterk dat de aandacht van de lezer of de beschouwer alleen uitging naar die relatie. De relatie tussen woord en feit, beeld en verbeelde realiteit. Als je dat toepast op hedendaagse geloofstwijfel, zie je dat de twijfel van onze eeuw is of er achter de symbolen, woorden en beelden wel een werkelijkheid bestaat. Voor gelovigen komt dat soms als een schok. Dat geldt extra voor orthodoxe gelovigen. Zou God er wel echt zijn? Of: zou Hij wel zo zijn als er van Hem gezegd of geschreven wordt?

We zijn in een tijd gekomen waarin onze relatie met het woord belangrijker gevonden wordt dan onze relatie met de realiteit waar dat woord voor staat.

Daar zitten wij nu midden in. En de ellende is niet te overzien. In zijn meest extreme vorm onder woorden gebracht: alles wat over boven gezegd wordt, komt van beneden. Door Boele Ytsma ook met instemming aangehaald. Het betekent: de relatie tussen het woord en de door de woorden beschreven zaak doet er niet toe. Het enige wat ertoe doet is de relatie tussen het subject (u, ik, de auteur) en het woord.

Ik was op een christelijke studentenbijeenkomst en sprak er over 'twijfel'. In de inleiding op de avond werd de Bijbelkring aangekondigd en de voorzitter zei: let wel op dat je bij een Bijbelkring niet in allerlei vervelende gesprekken verzeild raakt over wat die tekst toen en daar betekende. Je kunt dat beter voorkomen door eerst de vraag te stellen: wat doet die tekst jou! En daar kun je dan op doorgaan. Dan krijg je een goede avond.

Dit is een voorbeeld van wat ik bedoel: het enige wat telt, is wat het beeld of de tekst doet in relatie tot mij. Niet of de werkelijkheid beantwoordt aan die tekst of dat beeld. Sterker: er is geen werkelijkheid waarnaar de tekst verwijst. God bestaat niet, zegt dominee Hendrikse.

Maar met God verdwijnen ook de hemel en de hel. Met God verdwijnt de zondeval en de historiciteit van de Bijbelse boodschap. Het speelt zich af tussen jou en het woord, in het hoofd van de schrijver en de lezer.

Dat is geen geringe twijfel om doorheen te worstelen. Hendrikse lukt het: hou het bij de ervaring. Wat er achter de woorden ligt, zal geen sterveling ooit weten. Echt religieuze ervaring is te vinden in de symbolen die de mens zelf aanbrengt bij het leven. Je ondergaat een natuurervaring en haast ongemerkt rolt er uit je mond: God, wat mooi. God is er niet, maar Hij gebeurt.

Die terugval op de ervaring zie ik als een pendelbeweging. Niet alleen bij Hendrikse. Ook bij Boele Ytsma en bij Andries Knevel. Bij alle drie heb ik dezelfde waarneming: zij zitten in dezelfde pendelbeweging en ik kan op dat spoor geen andere consequentie trekken dan die van prof. Kuitert: alles wat van boven gezegd wordt, komt van beneden.

Pendelbeweging
Het wordt tijd dat deze stelling wordt tegengesproken. Niet door in de pendelbeweging nu lekker stoer de tegenovergestelde kant te kiezen. Ik begon al bij de 'pijp van Magritte' te zeggen dat hij gelijk heeft: dat beeld is geen pijp. Dus wij moeten het gelijk van de bovengenoemde stelling erkennen. Vanzelf is er geen 'gouden tablet' te vinden dat regelrecht uit de hemel kwam. Alle waarheid is door mensenhand gegaan. Geen waarheid uitgesloten. Dat betekent dat het er alles toe doet om die mensenhand goed in het oog te houden. Het is grote winst dat wij vandaag veel meer weten van de menselijke auteur, van wat een oude oosterling dacht, wat een mythe is of een fabel. Het heeft ons inzicht gegeven in fijnzinnige details en de tekst van de Bijbel beter doen verstaan.

Maar dat verstaan is tenslotte toch gericht geweest op realiteit! Wie dit mystificeert, neemt de kern weg van wat geloven is. De kern is nu juist die totaal anderssoortige schok. C.S. Lewis zegt in het boekje Miracles : ,,U hebt een soortgelijke schok eerder meegemaakt in verband met veel kleinere zaken: toen ineens bij het vissen voor het eerst de lijn strak trok in je hand, of als je ineens iemand hoort ademen naast je op een eenzame nachtelijke wandeling in het bos. Zo gaat het hier ook: de schok komt precies op het moment dat de sensatie van leven wordt gecommuniceerd langs de lijn die we volgden. Het is altijd schokkend als we leven ontmoeten waar wij dachten alleen te zijn. Pas op, roepen we: het leeft! Daarom zijn er zo velen die zich juist op dit punt terugtrekken en niet verdergaan met het geloof''.

Wat ik met dit citaat en mijn artikel wil bepleiten, is de realiteit in het oog te houden en niet te vallen in de valkuil van de introspectie.

Ds. Wim Rietkerk is auteur van 'In dubio: Handboek voor de twijfelaar'.

Dit artikel is een samenvatting van een bijdrage in het tijdschrift 'Lev' van L'Abri Nederland.

 
Bookmark and Share



Reageren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.

Reacties (26)


pkpit (22 augustus 2009 14:25)

Ik waardeer het feit dat collega ds. Rietkerk naar beide kanten wil luisteren en niet alleen het tegenovergestelde gaat beweren van wat Boele Ytsma zegt. Maar Boele Ytsma was zo volledig ondergedompeld in de voor waar aangenomen zekerheden, dat ik heel goed kan begrijpen dat hij op een dag de vragen over die zekerheden niet meer van zich afschuift, maar ze doordenkt en doorleeft. Hij trekt nu de consequenties uit het feit dat er heel veel door mensenhanden heen is gegaan, ik zeg het niet goed: dat alles door mensenhanden heen is gegaan. Van de mensen die hun Godservaringen en openbaringen in mensenwoorden uitgedrukt hebben tot aan de vele soorten handschriften en manuscripten van de bijbel tot aan de vertalers van vandaag. En dan heb ik het nog geeneens over de vele manieren van uitleg en interpretatie van die woorden. Kan ds. Rietkerk ergens aanwijzen waar er zuivere en pure openbaring is, onbedorven door menselijke bemoeienis?

Het gebeurt nog weinig in de orthodoxe reformatorische, katholieke en evangelische wereld dat de nieuwe ontdekkingen over de bijbel verdisconteerd worden in de visie op de bijbel. En ik zie ook niet dat ds. Wim Rietkerk ten volle de consequenties daarvan (durft) te trekken. Hij heeft het alleen over "details" en een beter verstaan van de tekst, maar met Boele Ytsma vind ik wel dat er veel meer vragen te stellen zijn. Bijvoorbeeld: gaan we uit van de "historiciteit van de Bijbelse boodschap" of erkennen we dat er ook in de bijbel sprake is van "een mythe of een fabel" Welk Onze Vader heeft Jezus ons als voorbeeld gegeven: die van Matteüs of Lucas ?

De realiteit is voor velen verduisterd door allerlei Godsbeelden en invullingen van hoe God precies zou zijn. Daardoor past de term "mystificatie" net zo goed (of beter) bij de orthodoxie dan bij Boele Ytsma.

Ik vind het ook jammer dat ds. Rietkerk met de slechte en oppervlakkige behandeling van Hendrikse meegaat door te zeggen: "God bestaat niet, zegt Hendrikse". Je doet daarmee geen recht aan Hendrikse. "God bestaat niet zoals andere dingen bestaan" zou beter en van meer respect en inzicht getuigd hebben.

We moeten oppassen dat we niet net als kinderen zijn die denken dat iets leeft onder hun bed of dat er leven zit in een vlaggetje dat beweegt of als volwassene schrikken van een blaadje dat naast je valt. We denken als mensen ook wel eens dat iets bestaat, terwijl het er niet is (een platte aarde, de aarde als middelpunt waaromheen de zon draait, etc.)

Dus waarop baseert Wim Rietkerk zijn kennis van die realiteit en hoe onderscheidt hij tussen die realiteit en de mystificatie? Die vraag gaat het toch om?

sparta (22 augustus 2009 18:34)

Nee mijnheer Rietkerk, dit schilderij van René Magritte heet La Trahison des Images...

willemtel (22 augustus 2009 18:38)

@pkpit

"of erkennen we dat er ook in de bijbel sprake is van "een mythe of een fabel" Welk Onze Vader heeft Jezus ons als voorbeeld gegeven: die van Matteüs of Lucas ?"

Maar dit is weer een staaltje van "begging the question". Zo kom je er niet. Want als dat zo is er geen twijfel meer mogelijk: dan is toch alles mythisch en fabelachtig. Mythes en fabels hebben best ware dingen, maar het totale verhaal is in principe niet waar. Als je al uit gemaakt hebt dat de bijbel mythisch is, dan heb je daarmee al een oordeel uitgesproken.

Wanneer je stelt dat: "We moeten oppassen dat we niet net als kinderen zijn die denken dat iets leeft onder hun bed", dan zou ik maar eens oppassen dat je niet overal waar je iets niet begrijpt (bijv. de Jezus in Mattheus en Lukas) of "historisch kunt plaatsen" een mythe leeft......

pkpit (22 augustus 2009 23:35)

@ Willem Tel

Dank voor uw reactie en uw waarschuwingen. Het doet mij er nog beter over nadenken.

Eerst een misverstand. Ik zei niet: "dat de bijbel een mythe of fabel" is, maar "dat er IN de bijbel een mythe of fabel is." U maakt er van dat dan alles mythisch wordt.

Ik haalde met die woorden waar u vragen over heeft, gewoon de woorden van ds. Rietkerk aan (daarom plaatste ik ze ook tussen aanhalingstekens). Ds. Rietkerk schreef namelijk: "Het is grote winst dat wij vandaag veel meer weten van de menselijke auteur, …, wat een mythe is of een fabel. Het heeft ons inzicht gegeven in fijnzinnige details en de tekst van de Bijbel beter doen verstaan."

Ik vroeg me daarbij af wat ds. Rietkerk bedoelde met “mythen” en “fabels”. Dat er mythen en legenden in de bijbel staan (volgens velen Genesis 1 en de 'Godenzonen' uit Genesis 6 bijvoorbeeld?)? Of dat er een groot verschil bestaat tussen buitenbijbelse mythen en bijbelse historiciteit? Maar waarom zou daar dan een verschil tussen zijn?

En de verschillen tussen het Onze Vader bij Matteüs en Lucas zijn helemaal niet onbegrijpelijk of mythisch, maar verklaarbaar door de verschillende theologie van de evangelisten en de gebrekkige overlevering van de manuscripten. Wij spreken in de kerk een oordeel uit in het voordeel van Matteüs, maar waarom eigenlijk? En in de orthodoxe visie op de bijbel levert het een probleem op dat zulke belangrijke woorden van Jezus niet eensluidend zijn overgeleverd. Zo zijn er nog veel meer punten en Boele Ytsma gaat juist open en eerlijk op veel van die punten in.

En dan vind ik (maar wie ben ik?) het antwoord ("tegenoffensief" zelfs) van collega Rietkerk ontoereikend. Ik heb het idee dat ds. Rietkerk in een soort spagaat zit (ik hoor graag als het niet klopt). De bijbel is voor hem de uiteindelijke bron voor het besef dat er realiteit achter de woorden zit, maar tegelijkertijd is die bron volledig door feilbare en beperkte mensenhanden heengegaan? Daarom mijn vraag: waar vinden we dan nog pure openbaring?

Ik verschil trouwens met u van mening dat mythen in principe niet waar zijn. J.R.R. Tolkien en C.S. Lewis hebben uitgebreid nagedacht over waarheid en mythen. Tolkien vond dat “mythen helemaal geen leugens zijn, maar juist de beste manier om waarheid over te dragen. De mythen reflecteren een fragmentje van Gods licht. Mythen mogen fouten bevatten, maar ze sturen ons wel naar de ware haven.” Ik ben het wel met hem eens. Dichter dan in mythen en poëtische taal kunnen we soms niet bij de waarheid komen, omdat de waarheid (en helemaal God zelf) niet te vangen is in de termen van kleine mensjes op een kleine planeet.

Jeroen Lansink (23 augustus 2009 00:42)

Ds. Rietkerk stelt: "Wat ik met dit citaat en mijn artikel wil bepleiten, is de realiteit in het oog te houden en niet te vallen in de valkuil van de introspectie."

Ik krijg sterk de indruk dat wanneer Rietkerk het heeft over 'de realiteit' hij toch vooral (of alleen) de bijbelse realiteit bedoelt.
Zonder in introspectie te vervallen stel ik dat er nog veel meer realiteiten zijn. Bijvoorbeeld de honderden andere godsdiensten met een claim op de waarheid. Of de alsmaar groter wordende kloof tussen geopenbaarde kennis uit de bijbel (Genesis 1 en 2) en de door wetenschappelijk onderzoek verkregen kennis over de natuur (in brede zin).

Alle reden dus voor oprechte twijfel en petje af voor Boele Ytsma dat hij zijn twijfels openlijk uitspreekt en publiceert.

vorige - volgende

Overige Opinieplein

gebruikersnaam


wachtwoord


wachtwoord vergeten nog geen account?
Tekstgrootte

di 09-02-2010 16:06:49