« Terug naar voorpagina

Nederlands Dagblad, christelijk betrokken

Dossier


Jezus, vier evangeliën, Marcion en de canon

Dit artikel komt voor in dossier: Hete Hangijzers

Geplaatst: 21 oktober 2008 09:56

door Arie Zwiep

Wie de vier evangeliën zorgvuldig leest, komt vroeg of laat voor de vraag te staan hoe het mogelijk is dat ze soms zo sterk van elkaar afwijken. Neem alleen al maar de zgn. Tempelreiniging: vond die nu plaats aan het begin (Johannes 2:13-22) of aan het einde van Jezus’ openbare optreden (Marcus 11:15-19)?


In de vierde eeuw na Christus schreef Augustinus al een boek over die overeenkomsten en verschillen onder de wat suggestieve titel ‘Over de overeenstemming van de evangelisten’.

Zowel voor als na het ontstaan van de vier evangeliën circuleerden er vele andere ‘evangeliën’ en teksten over het leven van Jezus; een flink aantal daarvan is tot op de dag van vandaag bewaard gebleven en iedereen kan ze lezen. Dan Brown laat in De Da Vinci Code één van zijn karakters, Teabing, zeggen dat er in de tijd van keizer Constantijn ‘duizenden documenten bestonden waarin Jezus’ leven als sterveling werd beschreven’. Nu is dat schromelijk overdreven, maar dat het er aanzienlijk meer waren dan de vier canonieke evangeliën, staat vast. Dat roept de vraag op waarom juist deze vier dan als canoniek erkend werden en andere niet. En waarom niet maar één in plaats van vier (dan was er immers nooit gedoe geweest over de verschillen tussen de evangeliën) of waarom niet maar allemaal? Zoveel zijn het er nu ook weer niet.

Een deel van het antwoord ligt in wat ik maar noem ‘de kwestie Marcion’. Marcion (ong. 85-165 n.Chr.) geloofde dat er een scherpe tegenstelling was tussen de God die zich in het Oude Testament openbaart - de toornende, wrekende God, Schepper van hemel en aarde - en de nieuwe ‘onbekende God’ van het Nieuwe, die zich als God van liefde geopenbaard heeft in Jezus Christus. Hij verklaarde dat het Oude Testament voor de christelijke gemeente had afgedaan. En ook een deel van het Nieuwe Testament moest de kritiek van Marcion ontgelden: alles wat er joods in was, was volgens hem een product van de god van het Oude Testament, die kennelijk zelfs de apostelen nog had weten te misleiden. Aan het oorspron­kelijke evangelie, zoals Paulus dat gekend en geleerd had, hadden de belangen­behartigers van het Jodendom talloze teksten weten toe te voegen en Marcion zag het als zijn taak het evangelie in zijn zuivere, oorspronkelijke vorm te herstellen. Dat zuivere evangelie was volgens hem alleen nog te vinden in de brieven van Paulus en in het evangelie van Lucas, het (volgens Marcion) minst joodse evangelie, dat vanouds met Paulus in verband werd gebracht. Zo probeerde Marcion helderheid te scheppen over wat de kern van het Evangelie was: ‘dit is (zei Marcion) de lijn die we moeten volgen’.

Met Marcion begint een zoektocht naar het centrum van de Schrift en de kern van het Evangelie. Door zijn optreden werd de christelijke kerk gedwongen zich openlijk rekenschap te geven van de aard en de omvang van de canon en haar identiteit te bepalen: wat zijn nu precies de identiteitsbepalende documenten van de christelijke kerk en welke niet? Welke documenten dienen leer en leven te normeren en welke niet? Op welke geschriften kun je je in geval van onenigheid beroepen en op welke niet?

Onze huidige (protestantse) canon van negenendertig oudtestamentische en zevenen­twintig nieuwtestamentische boeken is het resultaat van een lange historische zoektocht naar het antwoord op deze vragen. In het licht van Marcions poging om het evangelie te reduceren tot één enkel perspectief, namelijk dat van Paulus, is het veelzeggend dat de vroege kerk de geschriften van Johannes en Jakobus en andere apostelen aanvaardde naast de brieven van Paulus (ook al zegt Jakobus volstrekt andere dingen over geloof en werken dan Paulus), vier evangeliën canoniek verklaarde in plaats van één (en daarmee de verschillen pijnlijk zichtbaar maakte), en het Oude Testament een volwaardige plaats gaf naast het Nieuwe Testament (ook al was de verleiding misschien groot om dat niet te doen).

Men koos, met andere woorden, in de confrontatie met Marcion voor diversiteit binnen de canon in plaats van uniformiteit. Daarmee wil niet ontkend zijn dat de canon ook een afbakenende functie heeft - dat zit tenslotte per definitie in het canonbegrip ingebakken - maar historisch gezien is dat in ieder geval niet het enige motief tot canonvorming geweest: de canon schept juist ook ruimte en bewegingsvrijheid. Het is ‘een huis met vele woningen’ met ruimte genoeg voor iedereen die er onderdak zoekt (en bereid is die ruimte ook aan andere te geven). Me dunkt, reden genoeg om elkaar ook nu nog in onze kerkelijke controverses en meningsverschillen de nodige ruimte te gunnen!

Dr. Arie Zwiep is universitair docent Nieuwe Testament en Hermeneutiek aan de Vrije Universiteit en doceert daarnaast aan de Christelijke Hogeschool Ede.

 
Bookmark and Share



Reageren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.

Reacties


Nog geen reacties geplaatst.

Dossier

gebruikersnaam


wachtwoord


wachtwoord vergeten nog geen account?
Tekstgrootte

di 09-02-2010 12:41:59