Commentaar
Probleem hbo-theoloog: bevoegdheden
Geplaatst: 27 mei 2008 07:29, laatste wijziging: 27 mei 2008 07:29
door Henk Post
Het kernprobleem van de hbo-theoloog is dat hij vaak voor taken wordt ingeschakeld waarvoor hij niet, of maar ten dele is bevoegd. De vraag is of de kerk afscheid wil nemen van de eeuwenoude traditie waarin de bediening van de sacramenten is gekoppeld aan de bediening van het Woord.
Afgelopen woensdag vond in Ede een belangrijk symposium plaats over de positie en werkzaamheden van de hbo-theoloog. In 2003 constateerde ik al in mijn afstudeeronderzoek aan de Christelijke Hogeschool Ede dat hbo-theologen opmerkelijk vaak voorgingen in kerkdiensten en preekten, vaak zonder daartoe bevoegd te zijn, dus zonder over preekconsent te beschikken. De trend heeft zich sindsdien voortgezet, wat te verwachten viel.
Hoe kunnen we de hbo-theoloog nu zien? Is hij of zij een hulpje van de predikant, een goedkope predikant, of een specialist?
De praktijk is, zoals al bleek uit mijn onderzoek en werd bevestigd op het symposium, dat de hbo-theoloog nogal eens wordt aangetrokken als vervanger voor de predikant of om een predikant bij te staan in zijn werk. Dus toch een goedkope variant van of hulp voor de predikant?
Professioneel
Op het symposium werd op deze vraag gereageerd door dr. B. Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk, en Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad. Plaisier zei dat de hbo'er over eigen beroepscompetenties beschikt en dat de kerk daarom veel meer aandacht moet geven aan differentiatie.
De lector gemeenteopbouw aan de CHE, Stefan Paas, vond echter dat hbo-theologen meer als specialist moeten worden ingezet, onder meer in pastoraat en jeugdwerk. Hij zag de hbo-theoloog in toenemende mate functioneren als zelfstandige professional.
Nu is het zeker waar dat de hbo-theoloog geen amateur is, maar over professionele competenties beschikt. Toch kan hij niet functioneren als specialist in de kerk. Misschien zonder dat hij het zich realiseerde, had Plaisier gelijk toen hij sprak van differentiatie. Daar zit het fundamentele probleem rond de positie van de hbo-theoloog in de kerk.
Ik geef een voorbeeld om dit te verduidelijken. Om al het werk dat in een complexe organisatie plaatsvindt te kunnen structureren, is het noodzakelijk te verbijzonderen. Als men verbijzondert naar de aard van de handelingen, taken of functies, dan is er sprake van differentiatie. Neem een röntgenafdeling in een ziekenhuis. Zij is er ten behoeve van de specialistische afdelingen, zoals die voor hart- en vaatziekten. Een specialistische afdeling levert een volledig pakket diensten aan de patiënt.
Woordbediening
De dienstverlening van de kerk is bediening van het Woord; dit is specialisatie. Daarbinnen zijn verschillende soorten taken te onderscheiden, zoals pastoraat en catechese; dit is differentiatie. In de kerkelijke structuur is de dienaar van het Woord, de beroepskracht predikant, de specialist. Hij is zelfstandig verantwoordelijk voor een samenhangend pakket taken die zijn specialisme uitmaken.
De positie van de hbo-theoloog in de kerkordelijke structuur is wezenlijk anders. Kerkordelijk is hij een hulpkracht. Een kerkelijk werker die als hulpkracht de predikant bijstaat of bij de uitvoering van taken vervangt, is per definitie zelf geen specialist.
Hij is wel een specialist als hij op een specifiek gebied - bijvoorbeeld het ouderenpastoraat - zelfstandig een volledige dienstenpakket levert. Maar dan is hij ook bevoegd in het verzorgingshuis het Woord en het avondmaal te bedienen. Dan is hij ouderenpastor. Nu is hij een bijstand in het pastoraat.
De kerk keurt geen opleidingstraject goed, waarbij de hbo-theoloog een zelfstandig werkend specialist wordt. De kerkordelijke structuur ontbreekt daartoe. Dat is de kern van de problematiek.
Misverstand
Er kunnen goede redenen zijn de hbo-theoloog in kerkdiensten te laten voorgaan. Maar als dit structureel gebeurt, is dit niet verstandig. Het roept het beeld op dat deze daartoe bevoegd is. Dat is hij vaak of ten dele niet. Een groot misverstand leeft er in de kerk over het preekconsent. Kerkgangers, maar ook theologen denken dat preken met preekconsent hetzelfde is als het bedienen van het Woord. En als iemand het Woord bedient, waarom zou hij dan ook niet de sacramenten mogen bedienen?
Al heel vroeg heeft de Reformatie vastgesteld dat de bediening van de sacramenten is verbonden aan de bediening van het Woord. De dienaar van het Woord bedient het Woord en de sacramenten. Iemand met preekconsent is geen dienaar van het Woord en is derhalve niet bevoegd de sacramenten te bedienen.
De kerk staat voor de vraag of zij deze eeuwenoude verbinding, die ook de katholieke traditie is, loslaat of handhaaft. Als de kerk deze wil handhaven, dan kan zij het preekconsent beter afschaffen en de hbo-theoloog een opleiding geven die hem bevoegdheid geeft werkzaam te zijn in het ambt van dienaar van het Woord, wat zijn naam dan ook mag worden, zoals bijvoorbeeld junior-pastor.
Dr. Henk Post studeerde in 2003 af aan de CHE als hbo-theoloog en promoveerde in 2006 in de theologie op het proefschrift 'De kerkelijk werker en het ambt', dat is uitgegeven door Kok te Kampen. Vraag is of kerk afscheid wil nemen van eeuwenoude traditie
Hoe kunnen we de hbo-theoloog nu zien? Is hij of zij een hulpje van de predikant, een goedkope predikant, of een specialist?
De praktijk is, zoals al bleek uit mijn onderzoek en werd bevestigd op het symposium, dat de hbo-theoloog nogal eens wordt aangetrokken als vervanger voor de predikant of om een predikant bij te staan in zijn werk. Dus toch een goedkope variant van of hulp voor de predikant?
Professioneel
Op het symposium werd op deze vraag gereageerd door dr. B. Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk, en Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad. Plaisier zei dat de hbo'er over eigen beroepscompetenties beschikt en dat de kerk daarom veel meer aandacht moet geven aan differentiatie.
De lector gemeenteopbouw aan de CHE, Stefan Paas, vond echter dat hbo-theologen meer als specialist moeten worden ingezet, onder meer in pastoraat en jeugdwerk. Hij zag de hbo-theoloog in toenemende mate functioneren als zelfstandige professional.
Nu is het zeker waar dat de hbo-theoloog geen amateur is, maar over professionele competenties beschikt. Toch kan hij niet functioneren als specialist in de kerk. Misschien zonder dat hij het zich realiseerde, had Plaisier gelijk toen hij sprak van differentiatie. Daar zit het fundamentele probleem rond de positie van de hbo-theoloog in de kerk.
Ik geef een voorbeeld om dit te verduidelijken. Om al het werk dat in een complexe organisatie plaatsvindt te kunnen structureren, is het noodzakelijk te verbijzonderen. Als men verbijzondert naar de aard van de handelingen, taken of functies, dan is er sprake van differentiatie. Neem een röntgenafdeling in een ziekenhuis. Zij is er ten behoeve van de specialistische afdelingen, zoals die voor hart- en vaatziekten. Een specialistische afdeling levert een volledig pakket diensten aan de patiënt.
Woordbediening
De dienstverlening van de kerk is bediening van het Woord; dit is specialisatie. Daarbinnen zijn verschillende soorten taken te onderscheiden, zoals pastoraat en catechese; dit is differentiatie. In de kerkelijke structuur is de dienaar van het Woord, de beroepskracht predikant, de specialist. Hij is zelfstandig verantwoordelijk voor een samenhangend pakket taken die zijn specialisme uitmaken.
De positie van de hbo-theoloog in de kerkordelijke structuur is wezenlijk anders. Kerkordelijk is hij een hulpkracht. Een kerkelijk werker die als hulpkracht de predikant bijstaat of bij de uitvoering van taken vervangt, is per definitie zelf geen specialist.
Hij is wel een specialist als hij op een specifiek gebied - bijvoorbeeld het ouderenpastoraat - zelfstandig een volledige dienstenpakket levert. Maar dan is hij ook bevoegd in het verzorgingshuis het Woord en het avondmaal te bedienen. Dan is hij ouderenpastor. Nu is hij een bijstand in het pastoraat.
De kerk keurt geen opleidingstraject goed, waarbij de hbo-theoloog een zelfstandig werkend specialist wordt. De kerkordelijke structuur ontbreekt daartoe. Dat is de kern van de problematiek.
Misverstand
Er kunnen goede redenen zijn de hbo-theoloog in kerkdiensten te laten voorgaan. Maar als dit structureel gebeurt, is dit niet verstandig. Het roept het beeld op dat deze daartoe bevoegd is. Dat is hij vaak of ten dele niet. Een groot misverstand leeft er in de kerk over het preekconsent. Kerkgangers, maar ook theologen denken dat preken met preekconsent hetzelfde is als het bedienen van het Woord. En als iemand het Woord bedient, waarom zou hij dan ook niet de sacramenten mogen bedienen?
Al heel vroeg heeft de Reformatie vastgesteld dat de bediening van de sacramenten is verbonden aan de bediening van het Woord. De dienaar van het Woord bedient het Woord en de sacramenten. Iemand met preekconsent is geen dienaar van het Woord en is derhalve niet bevoegd de sacramenten te bedienen.
De kerk staat voor de vraag of zij deze eeuwenoude verbinding, die ook de katholieke traditie is, loslaat of handhaaft. Als de kerk deze wil handhaven, dan kan zij het preekconsent beter afschaffen en de hbo-theoloog een opleiding geven die hem bevoegdheid geeft werkzaam te zijn in het ambt van dienaar van het Woord, wat zijn naam dan ook mag worden, zoals bijvoorbeeld junior-pastor.
Dr. Henk Post studeerde in 2003 af aan de CHE als hbo-theoloog en promoveerde in 2006 in de theologie op het proefschrift 'De kerkelijk werker en het ambt', dat is uitgegeven door Kok te Kampen. Vraag is of kerk afscheid wil nemen van eeuwenoude traditie
Reageren
Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.




RSS