« Terug naar voorpagina

Nederlands Dagblad, christelijk betrokken

Weekend


God, niet Jezus Christus zozeer

Dit artikel komt voor in dossier: In gesprek met

Geplaatst: 26 januari 2008 14:03, laatste wijziging: 02 december 2008 19:33

door Peter Bergwerff


Of hij wandelt met God? George Harinck gaat even verzitten. Hij herhaalt de vraag en proeft. ,,Wandelen met God? Dat zijn grote woorden.’’ Harinck houdt niet van religiositeit. En niet van grote religieuze woorden. Die schieten zijn werkelijkheid voorbij. ,,Ik ben geen religieus mens in de zin van een mens met een extraatje. Nee, ik ben een gewóón mens. Maar zonder God kan ik geen minuut leven.’’


1 waardering

Prof. dr. George Harinck (49) is historicus en zijn specialisme is het Nederlandse gereformeerde protestantisme. Als zodanig is hij directeur van twee belangrijke archief- en documentatiecentra: dat van de Vrije Universiteit (het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands protestantisme 1800-heden) en dat van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in Kampen. Bovendien bekleedt hij twee hoogleraarsposten: een aan de VU (waar hij collectievorming en geschiedenis van het neocalvinisme doceert) en een aan de Theologische Universiteit van de vrijgemaakte kerken in Kampen. Aan die laatste opleiding is hij bijzonder hoogleraar ‘geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in de context van het protestantisme’.

Als historicus kenmerkt hem de zekere afstand, afstandelijkheid soms zelfs, die ook journalisten vaak eigen is. Beiden registreren en beschrijven. Beter: vertellen, want dat is wat de goede historicus en journalist doen. Maar wie zij zelf zijn, hoe zij zelf oordelen, doet er minder toe. Is misschien zelfs wel wat bedreigend, want jezelf laten zien, maakt kwetsbaar.

Maar dan ontmoet je plots in de vuistdikke archiefmappen over Harinck te midden van talrijke verhandelingen over talrijke aspecten van het gereformeerd protestantisme en zijn grote vertegenwoordigers als Kuyper, Bavinck, Barth en – voor Harinck – vooral K. Schilder, in het literair tijdschrift Liter zijn Betoverde herinneringen: prachtig geboetseerde, veelszins teer getoonzette columns waarin de historicus prof. dr. G. Harinck zich brokje bij beetje biografisch laat openvouwen tot de mens George Harinck. ,,Is dat nu écht allemaal wel interessant?’’

Ik werd op die school niet in een dwangbuis gestopt

,,Ja, ‘George’ spreek ik op z’n Engels uit, hoewel ik het niemand kwalijk neem als hij Sjors zegt. Ik ben genoemd naar een Schotse voorvader, want mijn moeder was van Schotse afkomst. Geboren en opgegroeid ben ik in Rotterdam. Een doorsnee vrijgemaakt gezin vormden we niet. Pas medio de jaren zeventig kwam het Nederlands Dagblad voor het eerst bij ons in huis en omstreeks diezelfde tijd hing het eerste GPV-verkiezingsbiljet achter het raam. Wij lazen De Rotterdammer van Diemer, Trouw en de NRC, mijn vader had altijd ARP gestemd en hij was lid van het CNV. Mijn ouders waren wel overtuigd vrijgemaakt, overigens als enigen binnen de familie, maar niet op organisatievlak, en hun beste vrienden waren het niet. Ze hebben dus vanwege de kerk nooit banden verbroken. Bij de breuk rond 1967 lag de sympathie van mijn vader duidelijk bij wat nu de Nederlands-gereformeerden zijn. Wij lazen Opbouw en pas veel later De Reformatie. Hij zei altijd: ‘De besten worden Nederlands-gereformeerd’. Maar híj ging dus niet, voornamelijk vanwege mijn moeder, denk ik. Die had altijd iets van: blijf zitten waar je zit.

Ik ging pas vanaf de vierde klas van de basisschool naar het vrijgemaakte onderwijs. En daarna naar de Gereformeerde Scholengemeenschap in Rotterdam. Er zijn nogal wat vrijgemaakten die met weinig plezier terugkijken op hun verleden, maar ik heb dat in het geheel niet. Het was daar aan de Meindert Hobbemalaan in Kralingen de middelbare school op z’n best. Ik heb er heel goede herinneringen aan. Er kon over alles gesproken worden. En men leerde ons nadenken. Ik had dus helemaal niet het gevoel dat ik op die school in een dwangbuis werd gestopt. Integendeel, er ging voor mij een wereld open.

Een dergelijke ervaring had ik toen ik in 1976 geschiedenis ging studeren in Leiden. Wat ik het mooiste vond, was de vrijgemaakte studentenvereniging, Franciscus Gomarus. Ik ontmoette er mensen met wie je eindeloos kon praten, ze hadden hetzelfde type humor, ze lazen hetzelfde type boeken. Je had het gevoel dat je thuiskwam.’’

Bach en de Stones als correctie op Schilder

,,Mijn studie in Leiden heb ik afgesloten met een scriptie over K. Schilder en de oprichting van het weekblad De Reformatie en in 1993 ben ik ook op de geschiedenis van dat weekblad gepromoveerd. Dat was voor mij van huis uit dus bepaald geen vanzelfsprekende keuze. Maar ik was op Gomarus over Schilder gaan lezen en werd vooral gegrepen door zijn journalistiek. Wat kon die man schrijven! Ongelofelijk. Ik las nooit meditaties, en dat doe ik nog niet, maar als ik een meditatie van Schilder las, kon ik niet op m’n stoel blijven zitten. Wat een kracht, wat een dynamiek! Helemaal geen sjablonen, allemaal origineel voor mijn gevoel, ja ik vond het adembenemend. Vooral de jonge Schilder, dat was een en al gebruis, hij schopte tegen alle heilige huisjes aan. Ik genoot ervan.

Het was niet Schilders consequentisme dat me aansprak. Nee, eerder wat me ook in mensen als Marsman raakte: het vitale. Niet dat ‘dus, dus, dus-redeneren’, dus. Ik heb op Gomarus mensen ontmoet, die heel knap konden discussiëren. Je kon er als het ware niet aan ontsnappen. Maar toch geloofde ik niet dat het waar was wat ze beweerden. Dan draaide ik de Rolling Stones. Die waren dan een ontsnapping. Of Bach. Een van zijn cantates begint met dat openingskoor ‘Bleib bei uns’. Dat wordt tegen God gezegd. En het wordt op zo’n existentiële manier gezongen, daar heb ik precies hetzelfde gevoel bij als bij de Stones. Dan denk ik: ja, dit is het! Die handen, die graaien naar de hemel. God die dreigt weg te gaan of lijkt weg te gaan, en die we moeten vasthouden. Bach en de Stones als correctie op Schilder, dus.

Het zou goed zijn wanneer er nog eens een degelijke wetenschappelijke biografie van Schilder komt, maar ik zal die niet schrijven. Ik heb om zo te zeggen die kick met Schilder gehad en ik geloof niet dat ik nog de jeu heb om een boek van vierhonderd pagina’s over deze man te schrijven. Daarvoor vind ik hem op een bepaalde manier toch ook weer te beperkt of niet boeiend genoeg. Hij heeft mij in een bepaalde periode gefascineerd en als ik dan al een boek over hem zou willen schrijven, zou dat een krachtig boek zijn van tweehonderd pagina’s over ‘Schilder de modernist’. Schilder als de man die het gereformeerde geloof als vitalist en als existentialist beleefde. Ik vind hem een typische vertegenwoordiger van het modernisme.’’

Puchinger homoseksueel? Ik vind dat geen punt

,,George Puchinger was mijn voorganger op het Historisch Documentatiecentrum van de VU. Hij was mijn leermeester en ik had een sterke persoonlijke band met hem. Tot op de dag van vandaag ervaar ik soms bijna lijfelijk zijn aanwezigheid. Ik denk vaak: wat zou hij ervan vinden? Anderzijds had zijn aanwezigheid voor mij ook iets beklemmends. Na zijn overlijden durfde ik dingen te zeggen waarvoor ik bij zijn leven de moed niet had. Maar toen hij nog leefde, besefte ik dat niet. Mensen in mijn omgeving zeiden wel eens: die Puchinger legt wel veel beslag op je. En dan dacht ik: beslag, beslag? Het was heerlijk met hem, ik genoot. Ik ging elke week met hem eten en ik reed hem naar huis en we praatten eindeloos, allerlei historische figuren kwamen in die gesprekken met hem tot leven. Hij was zonder twijfel de boeiendste gesprekspartner die ik in mijn leven heb ontmoet. Dus ik ervoer dat beklemmende niet zo. Maar toen hij overleden was, zei een vriend van mij: hij moest toch wel eerst overlijden, voordat jij verder kon.

Hij was homoseksueel, althans dat neem ik aan, want hij heeft mij dat nooit meegedeeld. Maar anderen zeiden dat. Ik vind dat overigens helemaal geen punt. Ik heb er nooit last van gehad en nooit last mee gehad. Ik begrijp wel, zeker achteraf, dat hij een zekere genegenheid voor mij had. En dat was eigenlijk ook heel aangenaam. Hij voelde voor mij en als er wat was, zeker ook toen hij wat zwakker werd, dan belde hij mij op. Dan moest ik naar Den Haag komen om iets voor hem te doen.

Homoseksualiteit is natuurlijk in mijn kring een omstreden zaak, maar ik sta er helemaal niet negatief tegenover. Mijn beeld ervan wordt overigens veel meer bepaald door het feit dat mijn jongste broer homoseksueel is. Ik geloof er geen woord van dat het een ziekte is. Homoseksuelen zijn er altijd geweest en dat vind ik geen enkel probleem. Mannenvriendschappen: prima.

Aan die discussies over een Bijbels verbod en zo doe ik niet mee. Dat geanalyseer is niet mijn stijl. Relaties? Geen probleem. En die bekende teksten, die slaan op een concrete situatie, op liederlijkheid en dat soort dingen? Dat ligt hetzelfde met die teksten over vrouwen die voortdurend van stal worden gehaald in discussies over de vrouw in het ambt. Daar heb ik echt helemaal niets mee. Dat vind ik onzin. De vrouw in het ambt had gisteren al gemoeten.’’

niet veel verwachten; Máár op een dag gaat de zon op!

,,Ja, toch blijf ik in de vrijgemaakte kerken. Het belangrijkste is niet of ik het er honderd procent mee eens ben, maar of er iets is dat mij bindt. En dat is de gereformeerde traditie. Ik ben er groot geworden, ik heb er het geloof overgedragen gekregen, wat zou ik spuwen in die bron? Wat voor mij telt, is dat in die kerk de gereformeerde traditie is bewaard en doorgegeven. Ik heb via die kerk contact gekregen met Schilder, met Abraham Kuyper, met Bavinck en dat is een traditie die mij dierbaar is.

Ik heb ook veel gehad aan bepaalde predikanten. Heel veel preken gaan volstrekt over mijn hoofd heen. Maar met ds. Ad Kooij uit Capelle aan de IJssel bijvoorbeeld had ik dat niet. Die man kon geweldig preken. Hij kwam naast je staan, legde een arm op je schouder, want de kern van de preek was altijd: hou vol jongens, hou vol. Het enige wat Paulus in zijn brieven zegt, is: volhouden! Hij was kortom bemoedigend, troostvol en hij liet zien dat het belangrijk is dat je gelooft, zonder al die dogmatische rimram, die hij natuurlijk allemaal wel in z’n binnenzak had, maar waarover hij het op de kansel niet had.

Ja, de vrijgemaakte kerken zijn enorm veranderd. Ik waardeer die ontwikkeling overigens niet in alle opzichten positief. Er was altijd al te weinig band met de traditie en daardoor hebben die kerken iets zenuwachtigs. Zo van: als er iets verandert, stort het gebouw in. Altijd dat angstige. Nu is dat wel een beetje aan het wegebben, maar daar is niet de rust van de traditie voor teruggekomen, maar het evangelische. En dat is weer net zo actualistisch. Altijd maar dat spreken over bekering en zo, nee dat spreekt me helemaal niet aan. Mij spreekt aan – en dat vind ik heel mooi in bijvoorbeeld de Anglicaanse Kerk of de Hervormde Kerk en ook in de Psalmen – dat je je voegt in de rij van getuigen. Dat prachtige moment in de middagdienst dat gezegd wordt: we gaan nu staan om ons geloof te belijden, met de kerk van alle plaatsen en alle tijden. Dat vond ik als kind al prachtig, dat gaf zo’n ruimte.

Ik heb overigens ook grote sympathie voor de Rooms-Katholieke Kerk. Ik vind het ook geen probleem als gereformeerden aan een mis deelnemen als het zo uitkomt. Natuurlijk, er zijn verschillen, maar die zijn toch maar betrekkelijk. Wat me daar aantrekt, is het verstilde mysterie. Ja, misschien zijn er wel mensen die schrikken bij de gedachte dat een vrijgemaakt hoogleraar aan de mis zou deelnemen. Ach, wellicht gebeurde dat vroeger ook wel, maar zei men het niet hardop. Vroeger waren de hoogleraren uit Kampen toch veel sterker dan vandaag mensen die een voorbeeldfunctie hadden, die leidinggaven. Nu is het hoogleraarschap vooral een vak.

Met het evangelische dat zich nu bij ons baan breekt, heb ik weinig. Kleine kringen, gebedsgroepen, nee daar doe ik niet aan mee. Ik word er ook een beetje kregel van. Wij lezen de Bijbel aan tafel en we praten daar, als het nodig is, even over door, maar dat is het. Dat is genoeg. Ik hoop dat mijn kinderen van mijn vrouw en mij proeven dat we ons geborgen weten. Daar zit onze troost. Dat geeft ons moed. Maar we gaan niet met hen praten over algemene genade of zo.

God heeft duizend kanten en daarom – om Hem te leren kennen – lezen we de Bijbel. Niet om informatie te vergaren, maar om een relatie op te bouwen. Ik vind het onvolwassen, kinderachtig zogezegd, om bij elk willekeurig probleem in de Bijbel te gaan zitten neuzen. Natuurlijk heeft de Schrift goddelijk gezag en ook normatieve waarde, maar niet formeel. Het is geen wetboek. De vraag of de vrouw in het ambt mag, kun je niet met de Bijbel in de hand beantwoorden. Daar moet je christelijke fijngevoeligheid voor hebben. Je moet veel in de Bijbel lezen om te begrijpen wat God met ons voorheeft. En zoals ik God heb leren kennen, vind ik het veel aannemelijker dat het ‘in Christus is man noch vrouw’ in deze discussie beslissend is. Daar herken ik Hem in. Hij maakt geen onderscheid, dat is een belangrijke rode lijn in de Bijbel. Onderscheid maken heeft altijd met macht te maken. En dat is heel link. Daarvan hebben we in de geschiedenis veel kwaad gezien. Nee, het gaat om de rode lijnen. Om te leren onderscheiden waar het op aankomt. En we moeten beducht zijn voor al dat schaken met Bijbelteksten.

Geloven is je afhankelijk weten van het erbarmen van God en het is verlangen naar God en naar de wederkomst. Als bij Bach: het is bij hem altijd: hoop! Het gaat bij hem altijd omhoog: het komt goed. Ik heb een somber mensbeeld: de mens is niet te vertrouwen en ik verwacht niet veel van het leven. Máár: op een dag gaat de zon op! Dat geloof ik.

Stel dat ik als niet-christen moest leven, ik zou het niet uithouden. Maar dat leidt bij mij niet tot een opzettelijk missionaire instelling. Ik ben niet weg van die mode dat we missionaire kerk moeten zijn. Eerlijk gezegd weet ik niet wat dat is. ‘Gaat dan heen...’ ? Daar kan ik niet een, twee, drie iets mee. Ik geloof wel dat mijn leven een getuigenis moet zijn. Dat ik eerlijk moet zijn en trouw. Maar ik heb niet zo de drang om uit te leggen: Jezus redt.’’

niet religieus, maar ik kan geen minuut zonder God

,,Zonder geloof in God zou ik het hier niet uithouden. En dan is God toch vooral de God van het Oude Testament, de God van de Psalmen. Niet Jezus Christus zozeer. Niet dat ik Hem wegstreep natuurlijk. Maar als ik denk aan God, dan denk ik toch vooral aan Hem als mijn Váder. Natuurlijk, Jezus Christus is voor mij ook God, Hij is niet alleen mens en ik geloof ook al die gereformeerde dingen over Hem. Maar Jezus Christus boeit mij vooral als God die verkeert met de mensen, die met ze in gesprek gaat, die ze vragen stelt. Natuurlijk, ik kan me bij Luthers ontdekking – Hij heeft het voor mij gedaan – van alles voorstellen, maar ik kan niet zeggen dat het bij mij echt een snaar raakt. Ik denk niet: Hij heeft daar gehangen, anders had ik er moeten hangen.

Wij hebben als gereformeerden altijd gezegd dat het lijden van Jezus Christus niet uitsluitend bestaat in zijn kruisdood, maar in zijn hele leven. Dat Hij onder de mensen rondliep en dat Hij moest huilen om al die misère en om al die mensen die op de verkeerde weg werden gestuurd. Voor mij verdicht het christelijk geloof zich niet naar het kruis.

Als mensen mij zouden vragen: ‘Ben je een religieus mens?’, zou ik nee zeggen, maar ik kan geen minuut zonder God. Ik ben geen religieus mens in de zin van een mens met een extraatje. Nee, ik ben een gewoon mens. De mens is zo geschapen en ingericht dat hij God zou kennen. En dat ik Hem ken, is – laten we zeggen – doodgewoon. Dat hoort bij de mens namelijk.

Religieus doen, daar houd ik niet van. Maar ik wandel inderdaad met God. En ik ken ook heel goed dat gevoel van Adam, als je iets verkeerds gedaan hebt, dat je wilt wegkruipen voor God. Dus God is er voor mij niet pas op het moment dat ik ga bidden. Zo van: O ja, God! Nee, ik bén christen, de hele dag. Ik denk dat ik zo leef. Ik vind het wel heel lastig het te articuleren en erover te praten. Maar ik weet van mezelf dat ik christen ben tot in mijn vezels.’’

-----------------------------------------
Radio-interview via GrootNieuwsRadio

Luister hier naar het eerste deel van het gesprek

Luister hier naar het tweede deel van het gesprek
 

 
Bookmark and Share



Reageren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.

Reacties


Nog geen reacties geplaatst.

Overige Weekend

gebruikersnaam


wachtwoord


wachtwoord vergeten nog geen account?
Tekstgrootte

do 18-03-2010 09:04:23