« Terug naar voorpagina

Nederlands Dagblad, christelijk betrokken

Weekend


Naar een nieuw begin

Dit artikel komt voor in dossier: Geloof en Wetenschap

Geplaatst: 13 december 2008 05:00, laatste wijziging: 12 december 2008 17:24

door Maarten Vermeulen

Tot pakweg dertig jaar geleden deed christelijk Nederland niet zo moeilijk over de precieze invulling van de scheppingsdagen. |foto EPA/Karl-Josef Hildenbrand

Tot pakweg dertig jaar geleden deed christelijk Nederland niet zo moeilijk over de precieze invulling van de scheppingsdagen. God schiep, dat was genoeg. Nu de banden van het creationisme langzaam verslappen, daagt een onzekere toekomst. Waar blijven de 'volgelingen' van Intelligent Design, nu de man die het concept in Nederland introduceerde er afstand van neemt? Tijd voor een nieuwe zoektocht naar ons begin. Of juist niet.


1 reactie

Na jarenlange relatieve stilte, wordt in christelijk Nederland weer vurig gediscussieerd over het ontstaan van de aarde. Het begon in 2005, met de publicatie van het boek Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp? , onder redactie van onder anderen de Delftse wetenschapper Cees Dekker, die speelde met de gedachte van Intelligent Design. Sindsdien verscheen er elk jaar een nieuw boek waarbij Dekker betrokken was. In het meest recente verlaat de wetenschapper definitief de stellingen van het intelligente ontwerp en noemt zichzelf 'theïstisch evolutionist'. En dat laatste woordje werkt als een rode lap.

Ver van de universiteit, in een kleine radiostudio, werd vorige week ook geschiedenis geschreven. Predikant Willem Smouter haalde uit naar de Evangelische Omroep en de Evangelische Hogeschool, die christelijk Nederland volgens hem dertig jaar lang op een verraderlijk spoor hebben geleid. Hij was niet de enige. Een paar weken daarvoor beklaagde Andries Knevel zich in een radio-interview tegenover Willem Ouweneel over de stelligheid waarmee de theoloog en bioloog het creationisme had verdedigd. ,,Ik was in de jaren zeventig een leerling van Ouweneel op het punt van schepping en evolutie'', zegt Knevel in het interview. ,,En dan verandert Ouweneel van mening en denk je: ben ik gek of is hij gek? Eindigt hij bij ongeloof?'' Ouweneel antwoordt begrijpend. Hij kan nogal stellig overkomen, zo zit hij in elkaar, zegt hij. ,,Maar staar je nooit blind op wie dan ook. Niet op de Ouweneel van toen, niet op de Ouweneel van nu.''

Het activistische creationisme van de evangelische beweging lijkt voorbij, in elk geval waar het de Evangelische Omroep en de Evangelische Hogeschool betreft. Tegelijkertijd werkt een bonte coalitie van creationisten aan een folder om rond de geboortedag van Darwin door heel Nederland te verspreiden.

In het klein heeft de geschiedenis zich de afgelopen jaren herhaald. Met Intelligent Design was er na het creationisme opnieuw een wetenschappelijk model waarin God een plaats kon hebben. Maar wat bij het creationisme bijna dertig jaar duurde, is bij ID na drie jaar al gebeurd: de voorman - die zelf altijd heeft geprotesteerd tegen die aanduiding - haakt af. Toen vooraanstaande creationisten hun eigen theorie lieten vallen, zorgde dat voor verwarring onder gelovigen. Dekker zou wel eens dezelfde verwarring kunnen veroorzaken bij mensen die ID omarmden om afscheid te kunnen nemen van het creationisme. Hij voelt de vraag al aankomen: ,,Moet ik dan mijn mond houden totdat ik een jaar voor mijn dood een definitief antwoord kan formuleren? Ik zoek de waarheid, ik ben voortdurend aan het nadenken: wat weet ik uit de wetenschap en wat weet ik uit de Bijbel? Dat probeer ik bij elkaar te brengen.''

Natuurlijk is hij zich bewust van de beroering die hij veroorzaakt, zegt Dekker. ,,Maar het is ook niet goed als er twintig jaar stilte is, waarin niks gebeurt. Ja, ik ben opgeschoven en drijf verder weg van het creationisme. Ik vind dat gezond, ik hoop dat mensen die beweging meemaken en de orthodoxie van het christelijk geloof behouden.''

Creationisme is niet het Bijbelse verhaal
Als Willem Smouter catechisatie geeft, zitten er wel eens jongeren bij die evolutionisten afserveren als 'stomkoppen'. Eerst was er niks en dat is toen ook nog ontploft, lachen ze. ,,Ik ga dan niet zeggen dat het zo niet is gegaan. Als ze wat ouder zijn, kom ik erop terug. Veel mensen denken ten onrechte dat creationisme het Bijbelse verhaal is. Maar het is niet geloven in de schepping, maar een wetenschappelijk model, een alternatief voor het evolutiemodel om het ontstaan van aarde en heelal te verklaren.''

Ook emeritus hoogleraar Reformatorische Wijsbegeerte Egbert Schuurman wijst op de plaats die het creationisme volgens hem heeft: ,,Met het Bijbels verstaan van de schepping heeft het weinig te maken.''

Tegelijkertijd merkt Schuurman dat de overtuiging dat de aarde in zes keer 24 uur geschapen is, diep is doorgedrongen in de kerk. In sommige kringen geldt het als middel om 'waar geloof' te onderscheiden: wie niet aan de zes dagen wil, is niet rechtzinnig. ,,Houd toch op! Die 24 uur is ontleend aan onze klok en het is maar zeer de vraag of dat overeenstemt met de Goddelijke tijd. Tijd is een schepping van God, daar krijgen we geen grip op en toch menen we te weten hoe het zit.''

Ermee leven dat er geen omvattend antwoord is
Toen in de jaren zeventig het creationisme in Nederland werd geïntroduceerd, verzette Schuurman zich ertegen. Hij werd stevig aangepakt door creationisten, maar dat is niet de reden dat hij zich bij de presentatie van Intelligent Design stilhield. ,,Ik heb al gevochten tegen het wetenschappelijke creationisme, ik vond dat anderen moesten spreken. Ik ben ook geen bioloog. Ik hoopte dat collega's erop in zouden springen.''

Toen Dekker met zijn standpunt over het theïstisch evolutionisme kwam, werd het Schuurman alsnog te gortig, zegt hij. Hij klom in de pen om het zwijgen te doorbreken. En hij kreeg veel bijval op zijn pleidooi om de wetenschap te relativeren, zegt hij. ,,Steeds verschuiven naar een ander model is geen oplossing. De oplossing is erkennen dat geloven meer is dan wetenschappelijk denken.''Mensen willen graag dat theorieën die in strijd lijken met de Bijbel ontzenuwd worden, zegt oudtestamenticus Gert Kwakkel. En het is de zucht naar bewijs voor Bijbelse waarheid, die ervoor zorgt dat er steeds weer wordt gezocht naar een kloppend verhaal rond de schepping. ,,Vergelijk het met het enthousiasme waarmee sommige gelovigen Gods beloften voor Israël werkelijkheid zien worden. Mensen hebben graag iets waarmee ze geloof nader kunnen beargumenteren. De grote valkuil is dat je jezelf zo afhankelijk kunt maken, dat zonder bewijs je geloof wankelt.''

Een rietstaf die de eigen hand doorboort, noemt Smouter dat. ,,Je geloof kan daarop niet steunen omdat geloof domweg niet wetenschappelijk te bewijzen valt.''

Volgens Kwakkel biedt de Bijbel geen input voor natuurwetenschappelijk onderzoek. ,,De gegevens zijn gewoon niet nauwkeurig genoeg. Maar de natuurwetenschap is weer zo modelmatig, dat Goddelijk ingrijpen er niet in past. Het zijn twee kennisstromen die elkaar niet kruisen.''

Het creationisme is iets voor het laboratorium en niet voor de kerk, vindt de oudtestamenticus. Maar hij ziet ook een gevaar als mensen opschuiven in de richting van evolutie: ,,Meer dan eens heeft iemand de evolutietheorie aanvaard en het geloof in de betrouwbaarheid van de Bijbel overboord gezet.''

Tegelijkertijd noemt predikant Smouter het opmerkelijk dat het in de praktijk vaak anders is: mensen blijven geloven, ook als ze het creationisme vaarwel zeggen. ,,Gelukkig hangt het geloof aan andere dingen dan een versteende boomstam die dwars door vijf sedimentlagen steekt. Er is geen omvattend antwoord op de vraag naar het ontstaan, en daar leven we mee.''

Dat zegt ook Schuurman, die oproept om 'in wijsheid' onwetend te zijn. Maar dat antwoord past niet in de bomvolle collegezaal met overwegend biologiestudenten, waar Cees Dekker verdedigt dat hij christen is én wetenschapper, op een congres over wetenschap en religie. De boodschap landt maar moeilijk. Na een uiteenzetting van bijna een uur, is de eerste vraag die gesteld wordt hoe Dekker denkt onafhankelijk te kunnen werken als hij in God gelooft. En te midden van andere wetenschappers die hun spreektijd vooral vullen met argumenten om elke vorm van religie van tafel te vegen, is verweer lastig. ,,We moeten strijd voeren'', zegt Dekker na afloop van het congres. ,,Maar wel de goede. Niet tegen evolutie, maar voor het christelijk geloof. Ik heb niet alleen een rol in de kerk, ik wil het publieke debat aan over geloof in God.''

Zijn missie is niet het creationisme te ontmantelen, maar hij hoopt wel dat het gebeurt. ,,Creationisten zijn mijn geliefde broeders en zusters, maar ik denk dat ze een verkeerde weg bewandelen. Hun theorie strookt niet met de feiten.''

Wat we leren moet kloppen met wat we van God weten
Afgelopen week zat Dekker samen met een creationist bij een televisieopname van de Evangelische Omroep, ter ere van het Darwinjaar in 2009. Stel dat morgen blijkt dat de evolutietheorie waar is, vroeg Dekker hem, verlies je je geloof dan? ,,Tot mijn schrik zei hij ja. Hoe kun je nou je geloof afhankelijk maken van een wetenschappelijke theorie?''

En leven in onwetendheid dan? Een zwaktebod, vindt Dekker. Hij zoekt naar een verbinding tussen Genesis en natuurwetenschap. ,,Wat we leren in de wereld moet toch kloppen met wat we van God weten? Er is één werkelijkheid en één God.''

Er is een verschil tussen evolutie als atheïstisch wereldbeeld en evolutie als biologisch verschijnsel, zegt de hoogleraar. ,,Met dat laatste zouden christenen geen moeite moeten hebben, maar dat eerste moet worden bestreden.''

Het is de vraag of christelijk Nederland volwassen genoeg is om het zoeken en duiden wat bij wetenschap hoort, op waarde te schatten. Of, zoals Ouweneel het zei, zich niet blindstaart op de theorie van één persoon.

Dekker: ,,Ik voel die verantwoordelijkheid en ik probeer met wijsheid te opereren, maar het is onontkoombaar dat ik zelf een ontwikkeling doormaak.''

Schuurman denkt niet dat dit het laatste is. ,,Mensen moeten er rekening mee houden dat er over een tijdje weer iets anders komt. Het is nodig dat er meer voorlichting komt over de aard van natuurwetenschappelijke kennis. Die is altijd begrensd.''

Ook Dekker pleit voor meer onderwijs, maar dan vooral over de wijze waarop christenen de eerste hoofdstukken van Genesis moeten lezen. ,,Ik ben uiterst geïnteresseerd, maar ik ben geen theoloog. Dat onderwijs moeten anderen doen.''In de grote collegezaal van de Universiteit van Amsterdam zijn de sprekers op het congres het over één ding eens: ooit gingen religie en wetenschap hand in hand. Het was de geestelijkheid die de natuurwetenschap ondersteunde en verder hielp. Kennis van de natuur brengt God dichterbij, was de opvatting. Maar dat is al lang geleden.

 
Bookmark and Share



Reageren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.

Reacties (1)


Wiendelt Steenbergen (13 december 2008 09:55)

'... onderwijs ... over de wijze waarop christenen de eerste hoofdstukken van Genesis moeten lezen': het zou de moeite waard zijn te denken aan enkele boeken van 'lang geleden':B.J. Oosterhoff, hoe lezen wij Genesis 2 en 3 (1972), en eerder al: N.H. Ridderbos, Beschouwingen over Genesis 1 (1954, 2e gewijzigde dr. 1963). Laatstgenoemde verdedigt de kader-opvatting: de zes dagen als kader waarin de geïnspireerde schrijver Gods werken bij de schepping verhaalt (p. 66). Die opvatting was indertijd niet onomstreden. Het is de vraag of de eerste zin vanVermeulen's artikel (waarin ongeveer staat dat er tot plm. 30 jaar geleden niet zoveel disussie was over hoe de dagen van Genesis 1 op te vatten)niet een wat vertekend beeld geeft

Overige Weekend

gebruikersnaam


wachtwoord


wachtwoord vergeten nog geen account?
Tekstgrootte

do 11-03-2010 21:44:22