« Terug naar voorpagina

Nederlands Dagblad, christelijk betrokken

Opinieplein


Gelovige wetenschapper moet vooral relativeren

Dit artikel komt voor in dossier: Geloof en Wetenschap

Geplaatst: 02 december 2008 08:00, laatste wijziging: 02 december 2008 22:56

door prof. dr. ir. E. Schuurman

Dr. Cees Dekker schreef in een voorpublicatie van zijn boek 'Geleerd en Gelovig' afgelopen zaterdag in deze krant over zijn persoonlijke zoektocht naar de waarheid achter het ontstaan van de wereld. Zijn antwoord: God is schepper en Hij heeft zijn werk voltrokken met evolutionaire processen. Vandaag de reactie van een wetenschapper die niet in dat antwoord gelooft.


1 reactie

Als je 40 jaar college reformatorische wijsbegeerte hebt gegeven, weet je uit ervaring dat het vraagstuk geloof en wetenschap blijft boeien. Elke nieuwe studentengeneratie stelt daarover vragen. Terecht. Vooral als daarbij de verhouding van wetenschap en schepping aan de orde is.

In het artikel van prof. Cees Dekker van zaterdag 29 november wordt de levensloop van vele christenwetenschappers getekend. Tegenover het atheïstische evolutionisme wordt eerst gekozen voor het wetenschappelijk creationisme. Met wetenschappelijke modellen wil men de harmonie tussen wetenschap en Genesis vaststellen. Dat lukt niet. De theorie van Intelligent Design probeert tot een harmonie te komen tussen wetenschap en God de Schepper. Ook dat faalt, want er is zoveel 'stupid design'. Het theïstisch evolutionisme ligt vervolgens voor de hand. God als Schepper heeft middels evolutie geschapen. Ik geloof niet dat er langs die weg vrede komt tussen geloof en wetenschap, zoals de titel van het artikel van professor Dekker suggereert.

Als reformatorisch filosoof heb ik met deze ontwikkeling altijd een 'haat-liefde-verhouding' gehad. 'Liefde', omdat overtuigde en integere christenen met het vraagstuk van wetenschap en christelijk geloof worstelen. 'Haat', omdat ik een aantal redenen had en heb om duidelijk afstand te houden.

Beperkt
Allereerst wordt er over het algemeen in de kringen van de wetenschap - en zelfs in wetenschapsfilosofische kringen - weinig onderzoek gedaan naar de structuur van de wetenschap. Wetenschappelijke kennis is als universele kennis altijd abstract en functioneel - ze betreft niet de volheid van de werkelijkheid - en is daarom beperkt, betrekkelijk, voorlopig en staat open voor correctie. De werkelijkheid als geschapen werkelijkheid is als een diamant: een kleine draaiing zorgt voor weer een andere kleur. Je kunt op zoveel verschillende manieren naar de werkelijkheid kijken. Wetenschappers, ook evolutionisten, zouden daarom moeten toegeven dat hun kennis maar beperkt is.

Kaders
Omdat men ook de betrekkelijkheid van wetenschappelijke kennis niet ziet, wordt ze nogal gemakkelijk met waarheid verbonden. Christenwetenschappers moeten veel kritischer zijn. In de Bijbel is waarheid geen gebeurtenis en geen gegeven en al helemaal geen theorie. Bijbelse waarheid is een persoon: Christus, de Volheid van God die de schepping is binnengekomen. Dat is het grootste wonder in de geschiedenis. In dat licht is wetenschappelijke kennis geen waarheid, maar is ze hoogstens binnen bepaalde vooringenomen kaders juist.

Speculatie
Het is onmogelijk om met wetenschappelijke experimenten het ontstaan van het leven te bewijzen, evenmin als de overgang van de ene soort in de andere.

Van deze onmogelijkheid uitgaan, is speculatie. Toch heeft de invloed van het evolutionistisch denken minstens op één punt iets positiefs opgeleverd. Darwin heeft ervoor gezorgd dat we inzien dat alles op elkaar lijkt, dat er orde en regelmaat is. Daar heeft hij gelijk in.

De evolutionistische conclusie is echter dat alle soorten dus voortkomen uit één levensvorm, maar de christenwetenschapper ziet juist de hand van de scheppende God in deze overeenkomsten, zoals het gebruik van DNA als informatiedrager in alle levende wezens.

Die gemeenschappelijke grondpatronen zijn vanuit de schepping heel goed te verstaan. Reformatorische wijsbegeerte spreekt daarom over: universaliteit in eigen kring. Daar hoor je niet zo veel over, maar dit begrip is wel heel fundamenteel. God is een God van orde, de Schepper van orde en niet van wanorde.

Oppervlakkig
De wetenschap gaat veel te ver als zij op basis van, soms speculatieve, vooronderstellingen een alomvattende evolutietheorie opstelt en zelfs tot een wereldbeschouwing komt. Binnen de wetenschap gaat men zodoende voorbij aan fundamentele vragen, zoals bijvoorbeeld 'wat is tijd?' In de wetenschap wordt altijd uitgegaan van het lineaire tijdsbeeld: begin en eind en klaar zijn we. Het begrip tijd wordt heel onkritisch gebruikt. We kunnen tijd niet definiëren. Tijd als schepping van God is ten diepste een goddelijk geheim dat wij niet in de greep kunnen krijgen. Aandacht voor de verhouding van tijd en eeuwigheid brengt ons mensen helemaal aan het duizelen. Ook eeuwigheid is zo'n door ons mensen niet te doorgronden goddelijk geheim. Evolutionistische schema's getuigen daarom van ontstellende oppervlakkigheid.

Verschuiven
Al sinds de Griekse tijd leeft de westerse mens met de gedachte dat denken en 'zijn' hetzelfde zijn. Het menselijk - wijsgerig en wetenschappelijk - denken bepaalt alles wat er is. Dat leeft ook in het evolutiedebat ontzettend sterk. Het heeft ook christenwetenschappers erg beïnvloed. Het is opmerkelijk dat in christelijke kring hierover zo weinig wordt nagedacht, terwijl het heel fundamenteel is. Men vliegt bij opdoemende problemen meteen af op nieuwe theorieën, maar de voorliggende vraag over grenzen aan en van het denken wordt niet besproken. Er dreigt een gevaar. Gaat een christenwetenschapper los van de Bijbelse waarheid aan het redeneren, dan gaat hij vanzelf schuiven. De rede staat dan boven het geloof. Dat is de belangrijkste reden waarom veel christenen opschuiven van wetenschappelijk creationisme via Intelligent Design naar theïstisch evolutionisme. Elke ontspannen, relativerende visie op de wetenschap ontbreekt.

Harmoniseren
Eén van de grootste fouten die gemaakt worden rond de uitleg van de teksten over de schepping in de Bijbel, is dat we gaan harmoniseren tussen wat we geloven en wetenschappelijk denken. Wie logisch gaat harmoniseren loopt het gevaar het geloven onder de wetten van de wetenschap te laten vallen. Dat kan niet. We moeten liever blijven zitten met problemen, die door ons mensen ten diepste niet zijn op te lossen, dan dat we meegaan met pretentieuze oplossingen. Calvijn spreekt dan over ,,wijze onwetendheid''. Van mij mag dat ook vragende onwetendheid zijn. Vragen staat vrij, maar definitieve antwoorden met ons denken zijn niet te geven. Ook aan ons denken zijn grenzen gesteld.

We stuiten op goddelijke geheimen. Dat besef maakt ons wijzer, vromer en zorgt voor groeiende verwondering. We moeten diep ontzag hebben voor God de Schepper en bescheiden zijn in onze kennis over wat Hij geschapen heeft. Neem daarom afstand van gekunstelde evenwichtsconstructies tussen geloof en wetenschap. Onbereikbaar is wat bestaat, en onpeilbaar, wie kan het doorgronden? ,,Ver is alles wat er is geweest, dieper nog dan diep. Wie zal ooit inzicht vinden?'' (Predikter 7:24).

Aan wetenschappelijk onderzoek komt daarom ook geen eind. We zullen universiteiten niet gaan sluiten, omdat we klaar zijn met onderzoeken. Bovendien kunnen nieuwe wetenschappelijke benaderingen zich aankondigen, die oude theorieën achter zich laten. Wetenschap beoefenen en tegelijk haar kennis relativeren, is te verkiezen boven enige vorm van logische harmonisatie met de inhoud van het christelijk geloof, in welke wisselende 'christelijke' theorie dan ook. Het christelijk geloof reguleert de wetenschap: die wetenschap is betrekkelijk, beperkt, voorlopig en staat daarom altijd open voor herziening. In dat besef kun je uit geloof en tot geloof ontspannen wetenschap beoefenen.

Prof. dr. ing. Egbert Schuurman is emeritus hoogleraar Reformatorische Wijsbegeerte.

 
Bookmark and Share



Reageren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.

Reacties (1)


Jeroen Lansink (02 december 2008 22:53)

Ik ben het helemaal eens met prof. Schuurman wanneer hij stelt dat wetenschappelijk verkregen kennis gerelativeerd dient te worden. Ik denk overigens dat de meeste wetenschappers, ook seculiere, dat heel goed beseffen. Vandaar ook dat het woord 'waarheid' nooit voorkomt in wetenschappelijke publicaties. Iedere wetenschappelijke theorie bestaat bij de gratie van het ontbreken van een betere.

Wanneer het gaat over de materiële werkelijkheid, hier op aarde en in het heelal, inclusief de ontstaansgeschiedenis daarvan, zou ik echter willen stellen dat ALLE kennis gerelativeerd zou moeten worden. Ook geopenbaarde kennis, zoals we die kennen uit Genesis.
Dat betekent dat zowel evolutionisten als creationisten zouden moeten toegeven dat hun kennis maar beperkt is en dat kennis (wetenschappelijk of geopenbaard) niet de volheid van de werkelijkheid betreft.
Omdat ik dit niet lees in het artikel van prof. Schuurman kan me meer vinden in de standpunten van de wetenschapper Dekker dan in die van de filosoof Schuurman.

Overige Opinieplein

gebruikersnaam


wachtwoord


wachtwoord vergeten nog geen account?
Tekstgrootte

ma 15-03-2010 14:04:10