« Terug naar voorpagina

Nederlands Dagblad, christelijk betrokken

Kerk


Brokstukken van vroeg christendom in China

Geplaatst: 16 november 2007 20:12, laatste wijziging: 16 november 2007 20:12

door onze redacteur Wim Houtman

Het christendom kwam in China niet pas in de zeventiende of negentiende eeuw, vanuit Europa. In twee perioden daarvóór leefden er ook al christenen. Tjalling Halbertsma speurde naar hun nalatenschap - nu het nog kan.

ZEIST - In het jaar 2000 deed Tjalling Halbertsma een ontdekking in een antiekwinkeltje in Peking, die hem de volgende zeven jaar zou bezighouden. Het was een reisverslag, met zelfgeschetste illustraties en plattegrondjes, van Bettina Lum uit 1937. Zij had het jaar daarvoor in de provincie Binnen-Mongolië rondgereisd op zoek naar christelijke grafstenen uit de dertiende eeuw.

Toen leefden er dus christenen in China, in het noorden tegen de grens met Mongolië. Halbertsma, die op dat moment voor de regering in Mongolië werkte, besloot erop uit te trekken als hij vrij was, en meer van die grafmonumenten op te sporen. Hij deed tientallen verrassende vondsten, die hij documenteerde in zijn proefschrift Nestorian Remains of Inner Mongolia . Hij promoveert er komende dinsdag op als antropoloog in Leiden.

De geschiedenis van het christendom in China begint dus niet met Hudson Taylor in 1865 of de jezuïeten in de zeventiende eeuw. Er is ook een vroege Chinese kerkgeschiedenis, die in twee delen uiteenvalt.

In 635 vroeg een nestoriaanse monnik, Aluoben, aan de keizer toestemming het christendom te verbreiden. Een steen in een tempel in Xian, toen de hoofdstad, vertelt over de 'Stralende Religie uit Da-Qin', een naam waarmee Byzantium, Rome of een soort utopisch westers rijk kan zijn bedoeld.

China beleefde toen een periode van grote culturele bloei en openheid; ook boeddhisme, de volgelingen van Zarathustra uit Perzië en de islam kregen er toegang. Met een nieuwe keizerdynastie rond 800 kwamen er vervolgingen en begin tiende eeuw was het met de buitenlandse invloeden en met het christendom afgelopen.

Halbertsma's proefschrift gaat over de tweede periode dat er christenen in China kwamen, in de dertiende eeuw.

President
'Adviseur van de president van Mongolië', het staat goed op het cv van Tjalling Halbertsma (1969). Hij studeerde rechten en antropologie en werkte in 1999 in China voor een bureau dat de Wereldbank van informatie voorzag. Daar leerde hij een politicus uit Mongolië kennen die een pr-adviseur zocht. Er kwamen verkiezingen aan in het jaar 2000, Nambar Enkhbayar won die en werd premier, later president. Halbertsma werd zijn mediastrateeg voor buitenlandse reizen en contacten met donorlanden en hulporganisaties.

,,Die liggen soms gevoelig'', vertelt Halbertsma. ,,De president kwam een keer terug van een rondreis door Europa met een heleboel geld dat hij van bevriende regeringen had gekregen. Onze president is als een bedelaar in Europa rondgegaan, smaalden sommige kranten.''

De trots van het volk van Genghis Khan, dat ooit een rijk van China tot diep in Europa beheerste, was een beetje gekrenkt.

Vorig jaar nam hij een sabbatical om zijn proefschrift te schrijven. Of hij hierna teruggaat, weet hij nog niet. ,,We missen Mongolië wel - de ruimte, de rust, en de sterren die je 's nachts kunt zien omdat het dan echt donker is. En het is een heel saamhorig volk. Dat moet ook wel, in een leeg land waar het zo koud kan zijn. Als er iemand bij min veertig graden bij je aanklopt, kan die ook nergens anders heen.'' Een nadeel is de enorme luchtvervuiling in de hoofdstad Ulanbaatar, die onstuimig groeit, met veel oude auto's en huizen die stoken op kolen en hout. ,,We weten niet of we daar met kleine kinderen nog willen wonen.''

Hij leerde in Mongolië zijn Duitse vrouw kennen en ging in zijn vrije tijd over de grens in China christelijke grafstenen zoeken. Het viel nog niet mee als buitenlandse toerist het gebied binnen te komen. En hij moest haast maken, merkte hij. ,,Ik heb meegemaakt dat ik een steen die ik in het veld had gevonden, twee jaar later in een antiekwinkel zag.''

Hij laat foto's zien van een ander grafmonument dat hij bij een volgend bezoek in gruzelementen aantrof. ,,Uit een kraan gevallen'', denkt hij. ,,Mensen hebben geprobeerd het weg te halen. Of misschien wilden ze het openbreken, om te zien of er kostbaarheden binnenin zaten.''

Binnen-Mongolië, eeuwenlang een lege steppe en later militair spergebied, raakt gaandeweg dichter bevolkt. Boeren verwerken eeuwenoude stenen in hun huizen en erfmuurtjes, en grafrovers slepen ermee naar een antiekhandelaar.

Halbertsma neemt het hen niet eens zo kwalijk. ,,Er zijn in 1999 en 2000 heel strenge winters geweest en mensen moeten brood op de plank hebben. Rijk worden ze er niet van. Veel geld wordt er pas voor betaald als de voorwerpen naar Peking of het Westen gaan.''

Zelf liet hij alles netjes liggen wat hij vond. ,,Misschien had ik ze wel moeten verzamelen om ze onder te brengen bij een Chinees instituut.''

Kerktaal
De grafstenen zijn haast de enige bron van informatie over het middeleeuwse christendom in China. Wat voor kerk het was, wat haar geloofspapieren waren, hoe ze kwam en weer verdween, er is weinig over bekend.

Hun grafschriften zijn Turks, in Syrisch schrift, en er staat ook Chinees bij. De kruisen zijn onmiskenbaar christelijk, maar er worden soms (boeddhistische) lotusbladeren en (taoïstsiche) draken bij afgebeeld. De christenen behoorden tot een minderheid, de Öngüt, een volk van Turkse afkomst. Syrisch was hun kerktaal. Het waren nestorianen, volgelingen van de Syrische bisschop Nestorius, die in 436 uit de kerk werd gezet vanwege een tot op de dag van vandaag niet helemaal helder conflict over de twee naturen - God en mens - van Christus. Nestorius werd naar het oosten verbannen; zijn kerk breidde zich uit tot in Syrië, andere Arabische landen, India en China.

,,Wat we over de nestorianen in China weten, komt uit een gekleurde bron'', zegt Halbertsma. ,,Voor Chinese geschiedschrijvers waren de Öngüt handlangers van de Mongolen. Rond 1300 komt er een Italiaanse zendeling, die erg neerbuigend over de nestorianen schrijft.''

Op de grafstenen staat niets over hun geloof, wel christelijke namen of een kerkelijke functie als ze die hadden. ,,Het was de elite van de steden waar ze woonden. Ze waren zeer loyaal aan de heersers van Mongolië, de khans. Ze trouwden zelfs met hun dochters.''

De jongste zerk die hij vond, dateert uit 1328. Veertig jaar later trad in China de Ming-dynastie aan en raakte het Mongoolse rijk in verval. China verdreef de Mongolen naar het noorden en bouwde de Muur om hen voorgoed buiten de grenzen te houden. Halbertsma's theorie is dat met hen ook de christenen uit China verdwenen. ,,En misschien heeft een pestepidemie een handje geholpen; daarvan wordt af en toe op de grafstenen melding gemaakt.''

Heeft China dus toch een - deels - christelijke geschiedenis? Dat gaat Halbertsma te ver. ,,Aan de taal op de grafstenen kun je zien dat het christendom binnen het Öngüt-volk is gebleven. Ze hebben de Chinezen én de Mongolen niet kunnen overhalen.'' Er is een theorie dat in het Chinese schrift bepaalde christelijke symbolen te vinden zijn. Het lijkt hem erg sterk. ,,Dan zie je iets wat je wilt zien. Het christendom is in de Chinese geschiedenis een voetnoot, een incident.'' 

 
Bookmark and Share
Waardeer Waardeer dit artikel met 1 sterWaardeer dit artikel met 2 sterrenWaardeer dit artikel met 3 sterrenWaardeer dit artikel met 4 sterrenWaardeer dit artikel met 5 sterren



Reageren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.

Reacties


Nog geen reacties geplaatst.

Overige Kerk

gebruikersnaam


wachtwoord


wachtwoord vergeten nog geen account?
Tekstgrootte

ma 06-09-2010 05:51:49