« Terug naar voorpagina

Nederlands Dagblad, christelijk betrokken

Buitenland


Geld als water in Suriname, maar weinig ontwikkeling

Geplaatst: 08 juni 2007 19:47, laatste wijziging: 08 juni 2007 19:55

door Nina Jurna en Berry van der Heijden

Geld als water in Suriname, maar weinig ontwikkeling
Hele dorpsgemeenschappen langs de rivieren in het binnenland van Suriname leken vorig jaar zomer door een watervloed verzwolgen. Nederland droeg zeker vier miljoen van de zeven miljoen euro aan hulpgelden bij. Een jaar later is het meeste geld op. In Suriname regent het klachten.

PARAMARIBO - Boven het Surinaamse regenwoud was vorig jaar dagelijks motorgeronk te horen. Vliegtuigen vlogen af en aan naar de gebieden die overspoeld waren door buiten hun oevers getreden rivieren. In die toestellen zaten vooral regeringsfunctionarissen, journalisten en ambtenaren, vertelt één van de piloten die in die weken handenvol werk had.

Hij keert een jaar later terug naar het rampgebied, opnieuw met een journalist aan boord. ,,Achteraf vond ik het wel vreemd dat ik meestal mensen in mijn toestel had, zelden hulpgoederen.''

Een jaar na de watersnood in Suriname, die niet alleen in Nederland voorpaginanieuws was, maar tot veel inzamelingsacties leidde, staan veel van de zeventig dorpen die toen om hulp smeekten weer onder water.

Driehonderdvijftig woningen zouden worden herbouwd, de akkertjes hersteld, schooltjes en ziekenhuizen opgeknapt. Maar de oogst die de zeven miljoen euro hulpgeld heeft opgeleverd, is mager. Sterker: het regent klachten in de tropen. De vraag dringt zich op waar al dat geld toch gebleven is?

Politieman en verpleegkundige David uit Stoelmanseiland heeft felle kritiek op de hulporganisaties die van alles beloofden. Met name project-Hoogland voor de herbouw van woningen is volgens hem een fiasco geworden.

,,Dat was met geld uit Nederland opgezet. Iedere bewoner moest twintig Surinaamse dollars, zo'n zeven euro, betalen en zich laten registreren. De geregistreerden zouden een nieuw huis krijgen, op de hoger gelegen gebieden. Er is al bijna een jaar niets meer gehoord van die organisatie en de aannemer. Het geld is weg.''

De school van Stoelmanseiland maakt een jaar na dato nog een vervallen indruk. Een aantal lokalen is onbruikbaar door gaten in het plafond. Kleuterleidster Sanel Imelda: ,,Met maar vier leerkrachten draaien we een hele basisschool en een kleuterschool. Normaal gesproken wil hier al vrijwel niemand werken, na de waterramp is het nog moeilijker om in Paramaribo leerkrachten te vinden die hier les willen geven. Er is hier niet eens een toilet. De kinderen moeten hun behoeften in de bosjes doen.''

Stoelmanseiland, bekend geworden als hoofdkwartier van ex-jungleleider Ronnie Brunswijk tijdens de Binnenlandse Oorlog (1986-1991), werd overigens niet het zwaarst getroffen. Het waren in Oost-Suriname vooral de dorpen Godo Olo, Drietabiki en Goninamofo waar mensen geëvacueerd moesten worden en huizen en schoolmateriaal verwoest werden. Ook in deze zwaar getroffen dorpen zijn de straten een jaar na de massale inzamelingsactie nog niet bepaald met goud geplaveid.

Schoolhoofd juffrouw Deel in Goninamofo wijst op het nog steeds haveloze schoolgebouw. ,,We hebben wel vijfhonderd euro gekregen van de organisatie Hulp Waterkant, die ook nog wat spullen bracht. De kinderen zijn snel tevreden, en hun ouders durfden niet aan de bel te trekken.'' Zelf sliep Deel het afgelopen jaar op de grond, omdat ze haar matras kwijtraakte door de waterramp.

Geldkraan
Als op 7 mei 2006 de eerste berichten doorsijpelen dat Suriname getroffen is door een watersnoodramp, gaat de geldkraan in Nederland al snel open. Inzamelingsacties komen snel van de grond. Getroffen zijn vooral Boslandcreolen of Marrons, nakomelingen van gevluchte plantageslaven die in de zeventiende eeuw in het oerwoud leefgemeenschappen stichtten.

Veel Surinaamse en Nederlandse organisaties, particulieren en gemeenten besluiten hun bijdrage over te maken naar het voor kleine rampen gebruikte gironummer 797 van de Samenwerkende Hulporganisaties SHO. De tv-actie Doekoe voor Suriname levert aanvankelijk een voor Nederland schamele 500.000 euro op. Uiteindelijk gaat vanuit Nederland zo'n vier miljoen euro naar Suriname. Internationale hulporganisaties leggen daar nog eens drie miljoen euro bij.

Zeven miljoen euro voor hooguit 25.000 getroffen burgers met een lage levensstandaard lijkt veel, en dat is het ook. ,,Op wereldschaal stelde de overstroming niets voor'', zegt Peter Vasterman van de Universiteit van Amsterdam. De mediasocioloog die gespecialiseerd is in berichtgeving over rampen begrijpt wel dat de wateroverlast in Nederland veel aandacht kreeg.

,,Overstromingen doen het goed in ons waterland. Bovendien hebben we een grote bezorgde Surinaamse gemeenschap, die direct hulp wil bieden.'' Vasterman vergelijkt het met een vliegwiel dat als het eenmaal op gang komt, nauwelijks meer af te remmen is. De ware proporties van de ramp werden daarbij uit het oog verloren.

Teamleider Sjaak Seen van de zes Nederlandse deskundigen die van 13 tot en met 25 mei de eerste noodhulp verleenden, spreekt tegen dat alle aandacht overtrokken was. ,,De situatie was echt nijpend. Duizenden mensen waren van hun akkertjes langs de rivier verdreven en hadden niets te eten en te drinken. Zij waren de oogst voor een heel jaar kwijt.''

Seen kijkt met veel voldoening terug op het werk dat zijn team in twee weken heeft verricht. ,,Na de eerste week ging het veel beter. We konden een luchtbrug opzetten met onder meer vier Lynxhelicopters van Nederland en een Alouette van België. Dagelijks is continu gevlogen en is dertig ton aan hulpgoederen verstrekt.''

,,We zijn projecten gestart voor watermanagement, verbetering van drinkwatervoorzieningen en voedselveiligheid. Zo is met hulp van Delftse studenten een simpel meetsysteem met palen gemaakt in het water. Daardoor kan vanuit de bovenloop van de rivieren via radiocontact eerder gewaarschuwd worden voor een naderende watervloed.''

Magere oogst
Toch is de oogst van het ontwikkelingswerk na een jaar mager. De noodhulp is wel verleend, maar de toegezegde wederopbouw hapert. De Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) hebben zich deze week teruggetrokken uit een project om 350 door het water verwoeste huizen opnieuw te bouwen. Een jaar na de overstromingen was het papierwerk nog steeds niet in orde.

,,Onze partner in Suriname kreeg de administratie niet rond. Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt'', zegt woordvoerster Marlou Geurts van de SHO. ,,Het proces was al zo vertraagd dat we niet langer wilden wachten en ons terugtrokken. Misschien hadden we eerder in actie moeten komen, toen duidelijk werd dat er niets gedaan werd met het geld.''

Geurts vindt het allemaal erg vervelend, maar het gaat om noodgeld, een bedrag van 175.000 euro, dat volgens de regels uiterlijk binnen twee jaar besteed moet zijn. ,,We steken het nu waarschijnlijk in de wederopbouw van scholen, want daar hebben we nog te weinig geld voor.''

Kleine projecten blijken eenvoudiger te verwezenlijken. Zo is daar André Pokosie, een Marron uit Utrecht, en voorzitter van de Stichting Sabanapeti. Hij heeft met 25.000 euro van de gemeente Utrecht en 3500 euro van de Stichting Gooiland Mavo in Bussum tien woningen laten bouwen in Agidi Paandasi. Vier woningen zijn nog in aanbouw.

Daarnaast zijn naaimachines gekocht en schoolpakketten voor kansarme leerlingen. Ook is in het binnenland een mobiele zaagmolen neergezet, zodat planken niet meer helemaal uit de hoofdstad hoeven te worden aangevoerd.

Pokosie werkt niet samen met de SHO. ,,Ik heb geen goede ervaring met een massale aanpak'', zegt hij zonder in details te treden. Wel verbaast hij zich over de hoge transportkosten, die soms de waarde van de voedselpakketten overstegen. ,,Daar zet ik in enkele gevallen grote vraagtekens bij.''

Zo was een transport van Drietabiki, waar niet geland kon worden, uitgeweken naar Laduani, vanwaar men met de boot naar Drietabiki is gevaren. Tenminste: zo staat het in verslag nummer 6 van een speciale Surinaamse onderzoekscommissie. ,,Alleen, er is helemaal geen waterweg tussen die twee plaatsen, die echt vele kilometers uit elkaar liggen'', aldus Pokosie.

Ook verslag nummer 4 (10 mei 2006) roept vragen op. De transportkosten voor Godo Olo en omgeving (600 gezinnen) bedragen na twee of drie dagen al 18.070 dollar. ,,Vluchten naar het binnenland zijn duur. Maar als je 800 dollar per vlucht telt dan zouden er in totaal 23 zijn geweest. Daarmee kun je een aanzienlijke hoeveelheid hulpgoederen vervoeren. Waarom zouden mensen dan nog klagen?''

Fraude?
Was er sprake van fraude? In Suriname zelf is daarvoor niet veel bewijs gevonden, al werd vorig jaar wel een districtscommissaris betrapt, toen hij een truck met hulpgoederen naar een garage in Paramaribo liet rijden. En dat terwijl de 276 getroffen dorpen toch echt in het binnenland van Suriname liggen, rond de rivieren Tapanahoni, Lawa, Marowijne, een gebied zo groot als Nederland.

De administratie van de vele hulporganisaties is te versnipperd en te incompleet om echt inzicht te bieden in de effectiviteit van de hulp. Vastgesteld is wel dat van tien tot vijftien procent van de voedselhulp niet duidelijk is waar die terecht is gekomen. De miljoen euro van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken is via de Verenigde Naties besteed aan noodhulp. De Nederlandse hulporganisaties hebben ongeveer éénderde van de overige drie miljoen euro opgehaalde hulpgelden nog op de plank liggen.

De bij de SHO aangesloten organisaties erkennen dat veel geld opgaat aan transportkosten. Aart Schalkwijk van het Zeister Zendingsgenootschap: ,,Als je spullen naar een afgelegen gebied moet brengen, ben je zo een kwart van je budget kwijt aan het vervoer. Dat is pijnlijk, maar onvermijdelijk.''

Guus Paardekooper van ICCO/Kerkinactie zegt: ,,Zeker, er zijn mensen rijk geworden van de overstromingen. De kleine baasjes, de eigenaren van vliegtuigjes in het binnenland en mensen die een grotere boot bezitten, hebben misbruik gemaakt van hun monopoliepositie.''

Na een korte stilte voegt hij eraan toe: ,,En misschien ook van de onervarenheid van sommige hulporganisaties.''

De Surinaamse minister Michel Felisi van Regionale Ontwikkeling, zelf Marron, coördineerde de hulpverlening in zijn land. Hij beaamt dat er nog veel moet gebeuren. ,,Niet al het geld dat is toegezegd is door Suriname al ontvangen, en niet al het beschikbare geld is besteed. We zijn nog steeds bezig om in kaart te brengen wat precies nodig is om de situatie in het getroffen gebied echt te verbeteren.''


 
Bookmark and Share



Reageren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.

Reacties


Nog geen reacties geplaatst.

Overige Buitenland

gebruikersnaam


wachtwoord


wachtwoord vergeten nog geen account?
Tekstgrootte

di 09-02-2010 14:11:22