Commentaar
Kadafi verdient westers wantrouwen
Geplaatst: 23 juli 2007 09:46, laatste wijziging: 23 juli 2007 09:46
door John K. Cooley
De Libische leider Kadafi lijkt zijn dictatoriale mantel te hebben afgeworpen. Hij ontvangt daarvoor schouderklopjes van westerse leiders, die de banden met Libië graag willen aanhalen. Men mag echter niet voetstoots aannemen dat Kadafi al zijn mooie woorden meent en waarmaakt.
Bijna veertig jaar geleden, in september 1969, sprak ik in Tripoli met een 27-jarige luitenant uit het Libisch Koninklijk Leger, die kort daarvoor samen met enkele andere jonge revolutionaire officieren koning Idriss Snoussi tijdens een welhaast geweldloze coup had verdreven. Tegenwoordig kent de hele wereld dezelfde man, kolonel Moammar al-Kadafi, als een van de langst heersende leiders ter wereld.
In 2003 zwichtte hij voor de Amerikaanse druk om het geheime Libische wapenprogramma voor nucleaire en andere massavernietigingswapens op te geven. Sindsdien doen kolonel Kadafi met zijn hervormingsgezinde, in het Westen opgeleide zoon Saif en de Libanese diplomaten er alles aan om aan te tonen dat Libië veranderd is. Zij beweren dat het land niet langer geïnteresseerd is in het verkrijgen van massavernietigingswapens, het opblazen van westerse vliegtuigen of het financieren van bewapende guerrillabewegingen en terroristische organisaties van Zuid-Afrika tot Ierland.
Het resultaat van dit goede gedrag is dat de fnuikende economische sancties die in 1982 werden opgelegd, zijn opgeheven. Libië staat niet langer op de Amerikaanse zwarte lijst van terroristische naties en het heeft nieuwe handelsovereenkomsten en investeringen met betrekking tot zijn enorme, gedeeltelijk nog niet in kaart gebrachte, olie- en gasreserves kunnen bewerkstelligen.
De zojuist teruggetreden Britse premier Tony Blair bezocht het land tijdens zijn afscheidstournee door Afrika en sprak enthousiast over zijn 'prettige persoonlijke relatie' met Kadafi, die door de Amerikaanse president Ronald Reagan ooit 'een idioot' werd genoemd. Blair scoorde voor oliegigant British Petroleum een gaswinningscontract ter waarde van ruim 700 miljoen euro, nadat hij een nieuwe Britse wapenovereenkomst met Libië had goedgekeurd. Amerikaanse politiek analisten en regeringsfunctionarissen maakten zich vroeger ernstig zorgen over het Libische olieconcern Tamoil, dat raffinaderijen en tankstationketens in het Westen opkocht. Onlangs echter kocht de Amerikaanse investeerder Colony Capital een aandeel van 65 procent in Tamoil ter waarde van 4,3 miljard euro. Tamoil Africa blijft in het bezit van Libië.
Martelpraktijken
Maar dit verhaal kent ook zijn duistere kanten. Door Blairs 'welkom terug in de respectabele wereld', gevolgd door de beslissing van president Bush verleden jaar om de diplomatieke relaties tussen de VS en Libië volledig te herstellen, heeft Kadafi nu de kans - als nieuwe soldaat in de internationale 'oorlog tegen het terrorisme' - genadeloos op te treden tegen zijn tegenstanders.
De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) heeft de Verenigde Staten gewaarschuwd tegen het terugzenden van Guantánamo-gevangene Abdul Raouf al-Qassim naar Libië. Volgens HRW negeert de VS de angst van Qassim in Libië gemarteld te worden en verlaat men zich volledig op de belofte van het land dat er niet gemarteld zal worden. Libië is van oudsher berucht wegens zijn martelpraktijken. In april oordeelde een Brits immigratiegerechtshof dat Groot-Brittannië twee leden van de militante Libische Islamitische Strijdgroep, die anti-Kadafi is, niet terug mocht zenden naar Libië wegens het reële risico dat de Libische regering zich niet aan haar beloften van een humanitaire behandeling van deze mensen zou houden.
De afgelopen maanden hebben Amnesty International en andere mensenrechtengroeperingen herhaaldelijk gesteld dat honderden politieke tegenstanders van Kadafi in gevangenschap verblijven en gemarteld worden. President Bush en andere westerse leiders hebben zich aangesloten bij Bulgarije om er bij de Libische regering op aan te dringen de vijf Bulgaarse verpleegsters en de Palestijnse arts vrij te laten die al sinds 1999 in Libië gevangen zitten. De zes zijn tot twee maal toe ter dood veroordeeld en tijdens hun gevangenschap gemarteld voor het naar verluidt 'opzettelijk met het hiv-virus besmetten' van 426 Libische kinderen. Zij krijgen nu levenslang.
Lockerbie
Gerenommeerde internationale experts bestempelen deze beschuldigingen als vals en als dekmantel voor de slechte omstandigheden in het ziekenhuis in Benghazi waar de arts en verpleegkundigen werkten. In het Britse Lagerhuis noemde universitair docent George Joffee deze kwestie 'een van de tragische tegenstrijdigheden' die voortvloeien uit het eenmansleiderschap in Libië.
De families van de besmette kinderen eisen tien miljoen euro compensatie per kind. Libië overweegt de veroordeelden in vrijheid te stellen als er een financiële overeenkomst bereikt is. Joffee stelt dat deze claim bedoeld is als terugbetaling van het geld dat Libië heeft betaald - en nog ten dele moet betalen - voor de 'legale verantwoordelijkheid' (maar geen schuld) voor het opblazen van Pan Am vlucht 103 boven het Schotse Lockerbie in december 1988.
Om alles nog ingewikkelder te maken, eisen de familieleden van de slachtoffers van deze vliegtuigramp, dat het Amerikaanse congres het ministerie van Buitenlandse Zaken opdraagt de fondsen ter verbetering van de Amerikaans-Libische betrekkingen achter te houden, totdat Tripoli de vertraagde afbetalingstermijnen van de schadevergoeding aan de families van de 270 overledenen heeft uitbetaald. De regering-Bush wil negentig miljoen euro uitgeven voor de bouw van een ambassade in Tripoli en nog eens bijna een miljoen euro aan hulpverlening om de relatie met Libië te normaliseren.
Bovendien stellen nu verschillende Schotse rechters en aanklagers in het proces tegen de inmiddels veroordeelde Ali Megrahi - een van de twee Libiërs die ervan beschuldigd zijn het Pan Am-toestel te hebben opgeblazen - dat het proces door vervalst en flinterdun bewijsmateriaal ongeldig was. Als het Schotse Hooggerechtshof Megrahi onschuldig verklaart en hem vrijlaat, kan dit het gehele compensatieproces in gevaar brengen.
Alles overziende, zouden westerse regeringen erop moeten staan dat Kadafi zijn goede wil inzake democratische en juridische hervormingen bewijst. Kadafi kan daarmee een goede start maken door de onfortuinlijke arts en verpleegkundigen vrij te laten en de feiten te publiceren over de honderden opponenten die in de gevangenis zitten of 'verdwenen' zijn.
John K. Cooley is een Amerikaanse oud-journalist die ruim 45 jaar lang gebeurtenissen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika versloeg. Hij schreef onder meer het boek Libyan Sandstorm over Kadafi's revolutie.
In 2003 zwichtte hij voor de Amerikaanse druk om het geheime Libische wapenprogramma voor nucleaire en andere massavernietigingswapens op te geven. Sindsdien doen kolonel Kadafi met zijn hervormingsgezinde, in het Westen opgeleide zoon Saif en de Libanese diplomaten er alles aan om aan te tonen dat Libië veranderd is. Zij beweren dat het land niet langer geïnteresseerd is in het verkrijgen van massavernietigingswapens, het opblazen van westerse vliegtuigen of het financieren van bewapende guerrillabewegingen en terroristische organisaties van Zuid-Afrika tot Ierland.
Het resultaat van dit goede gedrag is dat de fnuikende economische sancties die in 1982 werden opgelegd, zijn opgeheven. Libië staat niet langer op de Amerikaanse zwarte lijst van terroristische naties en het heeft nieuwe handelsovereenkomsten en investeringen met betrekking tot zijn enorme, gedeeltelijk nog niet in kaart gebrachte, olie- en gasreserves kunnen bewerkstelligen.
De zojuist teruggetreden Britse premier Tony Blair bezocht het land tijdens zijn afscheidstournee door Afrika en sprak enthousiast over zijn 'prettige persoonlijke relatie' met Kadafi, die door de Amerikaanse president Ronald Reagan ooit 'een idioot' werd genoemd. Blair scoorde voor oliegigant British Petroleum een gaswinningscontract ter waarde van ruim 700 miljoen euro, nadat hij een nieuwe Britse wapenovereenkomst met Libië had goedgekeurd. Amerikaanse politiek analisten en regeringsfunctionarissen maakten zich vroeger ernstig zorgen over het Libische olieconcern Tamoil, dat raffinaderijen en tankstationketens in het Westen opkocht. Onlangs echter kocht de Amerikaanse investeerder Colony Capital een aandeel van 65 procent in Tamoil ter waarde van 4,3 miljard euro. Tamoil Africa blijft in het bezit van Libië.
Martelpraktijken
Maar dit verhaal kent ook zijn duistere kanten. Door Blairs 'welkom terug in de respectabele wereld', gevolgd door de beslissing van president Bush verleden jaar om de diplomatieke relaties tussen de VS en Libië volledig te herstellen, heeft Kadafi nu de kans - als nieuwe soldaat in de internationale 'oorlog tegen het terrorisme' - genadeloos op te treden tegen zijn tegenstanders.
De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) heeft de Verenigde Staten gewaarschuwd tegen het terugzenden van Guantánamo-gevangene Abdul Raouf al-Qassim naar Libië. Volgens HRW negeert de VS de angst van Qassim in Libië gemarteld te worden en verlaat men zich volledig op de belofte van het land dat er niet gemarteld zal worden. Libië is van oudsher berucht wegens zijn martelpraktijken. In april oordeelde een Brits immigratiegerechtshof dat Groot-Brittannië twee leden van de militante Libische Islamitische Strijdgroep, die anti-Kadafi is, niet terug mocht zenden naar Libië wegens het reële risico dat de Libische regering zich niet aan haar beloften van een humanitaire behandeling van deze mensen zou houden.
De afgelopen maanden hebben Amnesty International en andere mensenrechtengroeperingen herhaaldelijk gesteld dat honderden politieke tegenstanders van Kadafi in gevangenschap verblijven en gemarteld worden. President Bush en andere westerse leiders hebben zich aangesloten bij Bulgarije om er bij de Libische regering op aan te dringen de vijf Bulgaarse verpleegsters en de Palestijnse arts vrij te laten die al sinds 1999 in Libië gevangen zitten. De zes zijn tot twee maal toe ter dood veroordeeld en tijdens hun gevangenschap gemarteld voor het naar verluidt 'opzettelijk met het hiv-virus besmetten' van 426 Libische kinderen. Zij krijgen nu levenslang.
Lockerbie
Gerenommeerde internationale experts bestempelen deze beschuldigingen als vals en als dekmantel voor de slechte omstandigheden in het ziekenhuis in Benghazi waar de arts en verpleegkundigen werkten. In het Britse Lagerhuis noemde universitair docent George Joffee deze kwestie 'een van de tragische tegenstrijdigheden' die voortvloeien uit het eenmansleiderschap in Libië.
De families van de besmette kinderen eisen tien miljoen euro compensatie per kind. Libië overweegt de veroordeelden in vrijheid te stellen als er een financiële overeenkomst bereikt is. Joffee stelt dat deze claim bedoeld is als terugbetaling van het geld dat Libië heeft betaald - en nog ten dele moet betalen - voor de 'legale verantwoordelijkheid' (maar geen schuld) voor het opblazen van Pan Am vlucht 103 boven het Schotse Lockerbie in december 1988.
Om alles nog ingewikkelder te maken, eisen de familieleden van de slachtoffers van deze vliegtuigramp, dat het Amerikaanse congres het ministerie van Buitenlandse Zaken opdraagt de fondsen ter verbetering van de Amerikaans-Libische betrekkingen achter te houden, totdat Tripoli de vertraagde afbetalingstermijnen van de schadevergoeding aan de families van de 270 overledenen heeft uitbetaald. De regering-Bush wil negentig miljoen euro uitgeven voor de bouw van een ambassade in Tripoli en nog eens bijna een miljoen euro aan hulpverlening om de relatie met Libië te normaliseren.
Bovendien stellen nu verschillende Schotse rechters en aanklagers in het proces tegen de inmiddels veroordeelde Ali Megrahi - een van de twee Libiërs die ervan beschuldigd zijn het Pan Am-toestel te hebben opgeblazen - dat het proces door vervalst en flinterdun bewijsmateriaal ongeldig was. Als het Schotse Hooggerechtshof Megrahi onschuldig verklaart en hem vrijlaat, kan dit het gehele compensatieproces in gevaar brengen.
Alles overziende, zouden westerse regeringen erop moeten staan dat Kadafi zijn goede wil inzake democratische en juridische hervormingen bewijst. Kadafi kan daarmee een goede start maken door de onfortuinlijke arts en verpleegkundigen vrij te laten en de feiten te publiceren over de honderden opponenten die in de gevangenis zitten of 'verdwenen' zijn.
John K. Cooley is een Amerikaanse oud-journalist die ruim 45 jaar lang gebeurtenissen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika versloeg. Hij schreef onder meer het boek Libyan Sandstorm over Kadafi's revolutie.
Reageren
Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.




RSS