Cultuur
Een hartverscheurend verhaal
Geplaatst: 08 september 2006 13:49, laatste wijziging: 08 september 2006 13:56
door Gert van de Wege
Bij het lezen van Achtendertig nachten van Janne IJmker heb ik regelmatig aan Knielen op een bed violen van Jan Siebelink moeten denken.
Beide boeken hebben de verteltrant en verhaalgegevens van de streekroman, maar ook qua thematiek is er overeenkomst: hoe iemand in de wurgende greep komt van krachten groter dan hijzelf en daardoor zichzelf en anderen te gronde richt. Bij Siebelink is dat het geloof van ds. Paauwe in de vertolking van enkele van diens discipelen, bij IJmker is het de gestalte van de grootmoeder ('Otie') van Elsjen Roelofs die, godsdienstig en menselijk imponerend, haar schaduw ver in de toekomst werpt. In beide boeken gaat het om personages die zichzelf innerlijk binden aan dat wat hun leven verwoest.
Maar de vergelijking met Siebelink maakt ook de verschillen duidelijk. Waar de personages, en vooral Hans Sievez zelf, in Knielen op een bed violen in het diepste duister eindigen, komt Elsjen in Achtendertig nachten uiteindelijk tot klaarheid over haar verleden, over de mensen om haar heen en over God. Ongetwijfeld laat IJmker daarmee zien een voluit christelijke schrijver te willen zijn. Of het verhaal ermee aan geloofwaardigheid inboet, moet iedere lezer voor zich beoordelen. Maar hoe dat oordeel ook uitvalt: de lezer gunt het Elsjen zeer. Ook voor hem is het het enige lichtpunt dat overblijft als hij haar hartverscheurende relaas gelezen heeft.
Kokhalzend
Het verhaal van Elsjen speelt in Drenthe, achttiende eeuw. Het zet in met een kokhalzende Jan Albers, de echtgenoot van Elsjen. Hij overlijdt na het eten van zijn avondpap, waar rattenkruit doorheen is gemengd. Elsjen wordt ervan verdacht de gifmengster te zijn en wordt, in afwachting van de rechterlijke uitspraak, in Assen gevangen gezet. Daar, in het 'gat', heeft ze de tijd om over zichzelf na de denken. Al schrijvende gaat ze haar verleden begrijpen, ontwaart ze een Elsjen waarvan ze het bestaan vergeten was. In het heden is haar enige geluk gelegen in haar twee kinderen; het jongste meisje is in het gevang geboren, en, zo ging dat blijkbaar bij gevangenen, direct van haar afgenomen.
Elsjen is groot geworden in een vrouwenhuishouding: de grootvader is overleden, de vader is overleden, de grootmoeder bestiert de boerderij. Zij is een vrouw met een strenge godsdienst, hard, hardwerkend en gesloten. Haar wil is wet voor Elsjen en haar broers. Elsjens moeder had misschien een tegenwicht kunnen bieden, door haar dochter te beschermen voor haar grootmoeder, door haar dochter een eigen leven te geven, maar zij is geestelijk en lichamelijk zwak en kan op geen enkele manier tegen de grootmoeder op. Bovendien legt ook zij een sterke claim op Elsjen: eerder heeft ze een dochtertje met die naam moeten verliezen, nu klampt ze zich met een ziekelijke intensiteit aan de tweede Elsjen vast.
Geknakt
Elsjen, als opgroeiend meisje, wordt heen en weer geslingerd tussen loyaliteit aan haar familie en de lonkende vrijheid, die op verschillende manieren gestalte krijgt. Haar oudtante Lieven met haar sprookjes en verhalen, de roep van een buizerd, het dansen van een zigeunermeisje - het zijn intense ervaringen die Elsjen beleeft en, in haar bedstee, herbeleeft. Na een tocht achter de buizerd aan, de woeste gronden op, treft ze thuis echter haar grootmoeder aan na een zware val; ze was de zolder opgeklommen waar Elsjen iets had moeten ophalen. Haar grootmoeder is letterlijk geknakt, haar moeder figuurlijk, gepijnigd als ze was door de angst dat Elsjen niet terug zou komen. Elsjen besluit zich dan met totale toewijding voor haar familie en de boerderij in te zetten. Ooit had haar werkkracht zelfs een waarderende opmerking van haar grootmoeder opgeleverd: ze waren uit hetzelfde hout gesneden.
Dit besluit moet ze omzetten in een belofte als, het is 1751, haar grootmoeder overlijdt. 'Ik heb met je moeder alles voor de toekomst doorgesproken. Jij bent sterk, mijn kind. Beloof je me te doen wat ik van je vraag?' Grootmoeders hand op die van Elsjen, haar hand op grootmoeders doodshemd, gelegd op de Bijbel die op de dorre benen van de stervende ligt. Elsjen belooft het, ondanks haar innerlijk verzet, en daarmee is de richting van haar verdere leven bepaald.
Noodlottigheid
De afloop van het verhaal zal ik hier niet weggeven. Het ontvouwt zich met een noodlottigheid die niet anders kan eindigen dan bij een stervende Jan Albers. Niemand kan zich aan de greep van het verleden onttrekken, en zeker Elsjen niet. Pas later ziet ze in dat ze er zich ook niet aan wílde onttrekken. Het is sterk van IJmker dat ze deze innerlijke noodzakelijkheid voelbaar maakt, dat ze dit beklemmende proces niet alleen beschrijft, maar zorgt dat de lezer het ervaart. Je denkt: doe iets! Maar tegelijkertijd besef je de onmogelijkheid ervan. Elsjen kan haar lot niet ontkomen.
IJmker heeft haar voorwerk goed gedaan. Daarvan getuigt niet alleen de literatuurlijst achterin de roman. De couleur locale, de gang van zaken in de rechtspraak, maar ook het dagelijkse boerenleven, het reilen en zeilen van een Drentse buurschap: het is alles op een natuurlijke, onnadrukkelijke manier deel van het verhaal. Overigens heeft Elsjen Roelofs echt bestaan: IJmker is de archieven ingedoken en is in haar verhaal zo dicht mogelijk bij de feiten gebleven - misschien kun je beter zeggen: ze heeft alle bekende feiten rond het proces van Elsjen Roelofs gerespecteerd en er haar eigen verhaal omheen gemaakt. Achter in het boek zijn enkele archiefstukken weergegeven.
Zelfhulpproza
Achtendertig nachten wordt gepresenteerd als IJmkers debuut. Dat is niet geheel juist: ze is de schrijver van enkele kinderboeken, waarvan er enkele in de prijzen vielen. Achtendertig nachten is haar eerste roman voor volwassenen. Zou haar karaktertekening zo goed en overtuigend zijn, juist omdat ze (ook) kinderboekenschrijver is? Ik noemde Siebelink al, maar waar die regelmatig personen karikaturiseert en feiten vervormt, kan IJmker het af zonder die ingrepen. Anderzijds is haar stijl ver de mindere van die van Siebelink. Niet alleen is ze vaak te uitleggerig, of gaat ze over de grens van de sentimentaliteit, af en toe schrijft ze ook zinnen die ik maar zelfhulpproza noem, en dan niet op zijn best: 'Wat maakt nou dat wij datgene wat ons ten diepste raakt niet kunnen verwoorden naar elkaar?' Dat ik haar boek ondanks deze soms opzichtige feilen niet dichtsloeg, maar werkelijk geboeid verder las, zegt iets over de kwaliteiten van deze roman. Dit boek is al goed, en met relatief eenvoudige ingrepen had het nog veel beter kunnen zijn. Achtendertig nachten is een van de beste romans die in de afgelopen jaren door christelijke uitgeverijen zijn uitgebracht.
Achtendertig nachten (roman)
Uitg. Mozaïek, Zoetermeer 2006. 312 blz. ËC 18,90
Maar de vergelijking met Siebelink maakt ook de verschillen duidelijk. Waar de personages, en vooral Hans Sievez zelf, in Knielen op een bed violen in het diepste duister eindigen, komt Elsjen in Achtendertig nachten uiteindelijk tot klaarheid over haar verleden, over de mensen om haar heen en over God. Ongetwijfeld laat IJmker daarmee zien een voluit christelijke schrijver te willen zijn. Of het verhaal ermee aan geloofwaardigheid inboet, moet iedere lezer voor zich beoordelen. Maar hoe dat oordeel ook uitvalt: de lezer gunt het Elsjen zeer. Ook voor hem is het het enige lichtpunt dat overblijft als hij haar hartverscheurende relaas gelezen heeft.
Kokhalzend
Het verhaal van Elsjen speelt in Drenthe, achttiende eeuw. Het zet in met een kokhalzende Jan Albers, de echtgenoot van Elsjen. Hij overlijdt na het eten van zijn avondpap, waar rattenkruit doorheen is gemengd. Elsjen wordt ervan verdacht de gifmengster te zijn en wordt, in afwachting van de rechterlijke uitspraak, in Assen gevangen gezet. Daar, in het 'gat', heeft ze de tijd om over zichzelf na de denken. Al schrijvende gaat ze haar verleden begrijpen, ontwaart ze een Elsjen waarvan ze het bestaan vergeten was. In het heden is haar enige geluk gelegen in haar twee kinderen; het jongste meisje is in het gevang geboren, en, zo ging dat blijkbaar bij gevangenen, direct van haar afgenomen.
Elsjen is groot geworden in een vrouwenhuishouding: de grootvader is overleden, de vader is overleden, de grootmoeder bestiert de boerderij. Zij is een vrouw met een strenge godsdienst, hard, hardwerkend en gesloten. Haar wil is wet voor Elsjen en haar broers. Elsjens moeder had misschien een tegenwicht kunnen bieden, door haar dochter te beschermen voor haar grootmoeder, door haar dochter een eigen leven te geven, maar zij is geestelijk en lichamelijk zwak en kan op geen enkele manier tegen de grootmoeder op. Bovendien legt ook zij een sterke claim op Elsjen: eerder heeft ze een dochtertje met die naam moeten verliezen, nu klampt ze zich met een ziekelijke intensiteit aan de tweede Elsjen vast.
Geknakt
Elsjen, als opgroeiend meisje, wordt heen en weer geslingerd tussen loyaliteit aan haar familie en de lonkende vrijheid, die op verschillende manieren gestalte krijgt. Haar oudtante Lieven met haar sprookjes en verhalen, de roep van een buizerd, het dansen van een zigeunermeisje - het zijn intense ervaringen die Elsjen beleeft en, in haar bedstee, herbeleeft. Na een tocht achter de buizerd aan, de woeste gronden op, treft ze thuis echter haar grootmoeder aan na een zware val; ze was de zolder opgeklommen waar Elsjen iets had moeten ophalen. Haar grootmoeder is letterlijk geknakt, haar moeder figuurlijk, gepijnigd als ze was door de angst dat Elsjen niet terug zou komen. Elsjen besluit zich dan met totale toewijding voor haar familie en de boerderij in te zetten. Ooit had haar werkkracht zelfs een waarderende opmerking van haar grootmoeder opgeleverd: ze waren uit hetzelfde hout gesneden.
Dit besluit moet ze omzetten in een belofte als, het is 1751, haar grootmoeder overlijdt. 'Ik heb met je moeder alles voor de toekomst doorgesproken. Jij bent sterk, mijn kind. Beloof je me te doen wat ik van je vraag?' Grootmoeders hand op die van Elsjen, haar hand op grootmoeders doodshemd, gelegd op de Bijbel die op de dorre benen van de stervende ligt. Elsjen belooft het, ondanks haar innerlijk verzet, en daarmee is de richting van haar verdere leven bepaald.
Noodlottigheid
De afloop van het verhaal zal ik hier niet weggeven. Het ontvouwt zich met een noodlottigheid die niet anders kan eindigen dan bij een stervende Jan Albers. Niemand kan zich aan de greep van het verleden onttrekken, en zeker Elsjen niet. Pas later ziet ze in dat ze er zich ook niet aan wílde onttrekken. Het is sterk van IJmker dat ze deze innerlijke noodzakelijkheid voelbaar maakt, dat ze dit beklemmende proces niet alleen beschrijft, maar zorgt dat de lezer het ervaart. Je denkt: doe iets! Maar tegelijkertijd besef je de onmogelijkheid ervan. Elsjen kan haar lot niet ontkomen.
IJmker heeft haar voorwerk goed gedaan. Daarvan getuigt niet alleen de literatuurlijst achterin de roman. De couleur locale, de gang van zaken in de rechtspraak, maar ook het dagelijkse boerenleven, het reilen en zeilen van een Drentse buurschap: het is alles op een natuurlijke, onnadrukkelijke manier deel van het verhaal. Overigens heeft Elsjen Roelofs echt bestaan: IJmker is de archieven ingedoken en is in haar verhaal zo dicht mogelijk bij de feiten gebleven - misschien kun je beter zeggen: ze heeft alle bekende feiten rond het proces van Elsjen Roelofs gerespecteerd en er haar eigen verhaal omheen gemaakt. Achter in het boek zijn enkele archiefstukken weergegeven.
Zelfhulpproza
Achtendertig nachten wordt gepresenteerd als IJmkers debuut. Dat is niet geheel juist: ze is de schrijver van enkele kinderboeken, waarvan er enkele in de prijzen vielen. Achtendertig nachten is haar eerste roman voor volwassenen. Zou haar karaktertekening zo goed en overtuigend zijn, juist omdat ze (ook) kinderboekenschrijver is? Ik noemde Siebelink al, maar waar die regelmatig personen karikaturiseert en feiten vervormt, kan IJmker het af zonder die ingrepen. Anderzijds is haar stijl ver de mindere van die van Siebelink. Niet alleen is ze vaak te uitleggerig, of gaat ze over de grens van de sentimentaliteit, af en toe schrijft ze ook zinnen die ik maar zelfhulpproza noem, en dan niet op zijn best: 'Wat maakt nou dat wij datgene wat ons ten diepste raakt niet kunnen verwoorden naar elkaar?' Dat ik haar boek ondanks deze soms opzichtige feilen niet dichtsloeg, maar werkelijk geboeid verder las, zegt iets over de kwaliteiten van deze roman. Dit boek is al goed, en met relatief eenvoudige ingrepen had het nog veel beter kunnen zijn. Achtendertig nachten is een van de beste romans die in de afgelopen jaren door christelijke uitgeverijen zijn uitgebracht.
Achtendertig nachten (roman)
Uitg. Mozaïek, Zoetermeer 2006. 312 blz. ËC 18,90
Reageren
Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.





RSS