Kerk
Kom je zondag ook?
Dit artikel komt voor in dossier: Calvin College
Geplaatst: 10 mei 2006 09:22, laatste wijziging: 01 april 2010 13:11
door Ron van der Spoel
Ds. P.L.R. van der Spoel, protestants predikant in Harderwijk, verblijft twee maanden in de Verenigde Staten. Als directeur voor het Europese Centrum voor Bijbelse Prediking is hij te gast op het preekcentrum van het Calvin College in Grand Rapids. Wekelijks schrijft hij een logboek.
Inmiddels zijn we eraan gewend, maar de eerste keren stonden we toch wel een beetje raar te kijken. Wie je hier in Grand Rapids ook ontmoet, ze beginnen allemaal over hun kerk. De buurvrouw die zich komt voorstellen, de caissière bij de megastore, de studenten op Calvin Seminary, allemaal vragen ze waar je naar de kerk gaat. Nee, niet óf je naar de kerk gaat, maar waar. Ze gaan er namelijk automatisch van uit dat je christen bent.
Dat is ook niet verwonderlijk in dit land, waar bijna 85 procent van de bevolking actief christelijk is. Het is dan ook belangrijker voor mensen te weten waar je kerkt, dan waar je werkt. De vraag wordt overigens steevast gevolgd door een uitnodiging zondag met hen mee te komen naar hun eigen kerk. Ze zijn hier allemaal trots op hun kerk, houden van hun gemeente en hebben in de meeste gevallen hun dominee behoorlijk hoog staan.
Wij leven mee in de First Christian Reformed Church, ook weer zo'n hechte gemeenschap met elkaar. Nu we dit zo meemaken hier, vraag je je onwillekeurig af wat de overeenkomsten en verschillen zijn met de manier waarop wij in Nederland, binnen de gereformeerde traditie, kerk zijn met elkaar.
Eerlijk gezegd zie ik vooral overeenkomsten. De manier waarop mensen met elkaar omgaan, is zoals dat in een levende kerkgemeenschap in Nederland ook gebeurt. Je kent elkaar, leeft mee met elkaars lief en leed, komt op zondag samen om God te eren en opgebouwd te worden en na afloop ontmoet je elkaar nog even voor een kop koffie en een praatje.
Als hier iemand nieuw is, is het vanzelfsprekend dat mensen zich even aan hem of haar gaan voorstellen. Een kleine moeite, maar met grote gevolgen: je weet je opgenomen in hun midden. Dan kan het zelfs gebeuren dat je uit een gebouw komt lopen vlak bij een grote zesbaansweg. Het stoplicht staat op rood en drie rijen dik staan de auto's te wachten. Ik loop over de parkeerplaats naar m'n auto, als ik opeens een harde brul hoor uit een van de auto's: 'He, Ron!!' Verbaasd om midden in de drukte m'n naam te horen kijk ik op en ja hoor, iemand hangt uit het raampje van z'n auto enthousiast naar me zwaaien. Ik herken hem ook, van zondag, uit de kerk en brul verrast terug. In een stad met 300.000 mensen wordt je na twee weken al over de highway toegeroepen. Tja, dan voel je je toch echt een beetje thuis.
Er zijn natuurlijk ook verschillen tussen de kerk hier en in Nederland. Er is hier meer ruimte in de liturgie dan ik in Nederland in mijn gereformeerde traditie gewend ben. Gemeenteleden werken mee door mee te spelen en te zingen in de muziek- of zanggroep die er in iedere kerk is. Jongeren doen de schriftlezingen. Voor de voorbede worden gebedspunten gevraagd, die de gemeenteleden voor in de kerk komen toelichten. Het is allemaal wat dynamischer dan bij ons.
Er is nog een opmerkelijk verschil, ontdekten we afgelopen zondag. Het bleek een dienst met daarin de openbare geloofsbelijdenis van een meisje uit de gemeente. Dat gebeurde in een gewone dienst, voor de preek. Compleet met formulier, met haar jawoord en met het jawoord van de gemeente om haar in hun midden op te nemen. Het meisje, Autumn, was net twaalf jaar oud! Sinds een aantal jaar mogen kinderen die bewust in Jezus Christus geloven, openbare geloofsbelijdenis doen. Ze krijgen dan ter voorbereiding daarop een mentor of mentrix in de gemeente, meestal een gelovige twintiger, die een paar maanden met de jongen of het meisje optrekt. Ze praten samen veel over God, geloof en christen zijn en zo wordt het jonge gemeentelid voorbereid op de belijdenis en het avondmaal vieren.
Ik heb daar deze dagen veel over gedacht. Ik kom namelijk ook steeds meer heel bewust gelovige tieners tegen, jongeren die vol van de liefde van Jezus zijn. Ze verlangen ernaar belijdenis te doen, aan het avondmaal te mogen, maar zijn nog maar elf of twaalf jaar jong, dus vragen we hun nog even te wachten. Waarom eigenlijk? Het klinkt misschien wel wijs als wij, ouderen, dan zeggen dat je eerst moet afwachten of het niet een jeugdige gril is, dat het eerst meer wortel moet schieten, maar is dat wel zo wijs? Geldt juist hier niet: laat de kinderen tot Mij komen en verhindert hen niet?
Na haar jawoord gaf de jonge, fragiele Autumn haar getuigenis. Een klein meisje op een groot podium. De piano begon een lied over Jezus' sterven en opstanding te spelen en zij danste erbij op een heel beheerste, maar tegelijkertijd heel expressieve manier en iedereen ervoer hoe ze God eerde om wat Hij had gedaan voor haar. Het raakte me diep en toen we weer thuiskwamen dacht ik: ik ga m'n buurvrouw uitnodigen zondag mee te komen naar deze kerk.
Reageren
Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.





RSS