Sluiten

ND.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Nederlands Dagblad

Ad de Boer wilde doen wat Jongeling deed

Woensdag vertrekt Ad de Boer als directeur van de EO; hij gaat met pensioen. De Boer staat bekend als een bevlogen journalist en omroepbestuurder, die zijn publiek met het Evangelie wil confronteren. Aan het eind van zijn loopbaan kijk De Boer in dankbaarheid terug. Hij is blij met de groeiende aandacht voor het werk van de Heilige Geest, zeker bij de gereformeerde orthodoxie, en kijkt vol vertrouwen in de toekomst, omdat de Geest werkzaam blijft. In Visie en voor de EO-microfoon getuigt hij er vaak en met vreugde van. De levensweg van Ad de Boer begon in een vrijgemaakt gezin en liep langs kerkelijke en politieke plooien en breuken.

A.P. de Boer is geboren in Den Haag in 1946, als eerste in een gezin dat uiteindelijk zeven kinderen zou tellen, vijf jongens en twee meisjes. Hij groeide op in de tijd van de wederopbouw. ,,We zijn enkele malen verhuisd, van Vlaardingen naar Alphen en Rotterdam, maar overal waar we woonden, werd er gebouwd. Als ik terugdenk aan mijn jeugd, zie ik heimachines heipalen in de zachte veengrond slaan.''

Zijn vader was leraar Frans, eerst aan het Christelijk Lyceum in Alphen aan den Rijn, later aan het Gereformeerd Lyceum in Rotterdam, een vrijgemaakte school. Het gezin De Boer was de vrijgemaakte zaak van harte toegedaan.

Wat betekende dat voor u?

,,M'n voornaamste herinneringen gaan terug naar Alphen aan den Rijn, waar ik van m'n zevende tot m'n zeventiende woonde. Bij gebrek aan vrijgemaakt onderwijs zat ik op een algemeen christelijke school met overwegend hervormde en synodaal-gereformeerde leerlingen. Ik was een van de weinige vrijgemaakten, want veel vrijgemaakten waren er niet in Alphen aan den Rijn, hooguit honderd man. Maar ik had wel het gevoel bij de ware kerk te horen. Dat wist je. Het werd me niet door mijn ouders of door de dominee ingepeperd, maar het rees op uit hun verhalen over de kerkgeschiedenis en vooral de kerkstrijd rond de Vrijmaking van 1944. 'De strik brak los en wij zijn vrij geraakt': dat was de grondtoon in het gesprek over de kerk bij ons thuis. Ik was me er sterk van bewust dat ik hoorde bij een kerk die, dwars door alle menselijke fouten en beperkingen heen, trouw was aan de Here en die in 1944 gehoorzaam de goede keuze had gemaakt.''

Was u er trots op?

,,Vandaag zouden we zeggen: 'het gaf me een goed gevoel', hoewel het consequenties meebracht. Ik mocht niet met niet-vrijgemaakte vriendjes naar hun kerk - zij mochten wel met mij mee. Het sterkst herinner ik me een voorval uit de zesde klas van de lagere school. We gingen op schoolkamp in Lunteren en zouden er op zondag naar de kerk gaan. Maar in Lunteren was geen vrijgemaakte kerk, we zouden dus een hervormde of een synodale kerk bezoeken en daarom mocht ik van m'n ouders niet mee op schoolkamp. Ik vond het vreselijk en nam het m'n ouders erg kwalijk. Uiteindelijk ben ik meegegaan, omdat het schoolhoofd beloofde met mij naar de vrijgemaakte kerk in Veenendaal te gaan. Let wel: mijn ouders waren helemaal niet extreem of radicaal, ze wilden gewoon trouw zijn, want de Here riep hen naar de vrijgemaakte kerk. En als de Here roept, moet je gehoorzaam zijn. Die eenvoudige gehoorzaamheid stempelde ons gezinsleven.''

Wat vonden uw klasgenoten hiervan?

,,M'n klasgenoten accepteerden me gewoon. Ik was ook heel strijdbaar, ging de discussie met hen aan en zei dat ze kerkelijk gezien niet goed zaten. Tegelijk voelde ik me wel eens een beetje minderwaardig tegenover de hervormden en de gewone gereformeerden met hun grote kerken. Wij van 'artikel 31' kerkten 's zondags met een klein groepje in een cafézaal of in een kleuterschool, zij zaten met honderden in een groot kerkgebouw. Ik zal nooit vergeten dat ik in 1960 bij de buren de tv-serie De Bezetting zag. De serie werd gepresenteerd door dr. L. de Jong en een van de eerste afleveringen ging over prof.dr. K. Schilder en diens verzet tegen de Duitsers. Ik herinner me nog dat ik na afloop naar huis holde en tegen m'n ouders riep: 'Onze kerk was op televisie en wij waren goed!' Het was zalf op mijn toch wel schrijnend minderwaardigheidsgevoel.''

Gevormd
De Boer deed eindexamen gymnasium en ging politicologie studeren aan de Vrije Universiteit. Zijn politieke belangstelling vloeide voort uit zijn vrijgemaakte opvoeding. ,,Bij ons thuis lazen we het Gereformeerd Gezinsblad, de voorloper van het Nederlands Dagblad. De artikelen van hoofdredacteur P. Jongeling hebben mij zeer gevormd. Ik werd erdoor gepokt en gemazeld. Hij verbond de wereld van God, zoals de Bijbel die tekende, duidelijk en direct met politiek en samenleving, en ik dacht: dat wil ik later ook doen.

Het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) was onze partij. Nog herinner ik me de grote vreugde toen Jongelings voorganger Laning in 1959 in de Tweede Kamer gekozen werd en de diepe teleurstelling toen hij bij hertelling 25 stemmen te kort bleek te komen. Ik was twaalf en vond het vreselijk, vre-se-lijk.

Verder was ik diep onder de indruk van de Russische inval in Hongarije in 1956. We luisterden op zondag nooit naar de radio, maar op zondag 4 november 1956 kwamen we uit de kerk en zette mijn vader de radio aan om te horen hoe het in Hongarije ging. Ik hoorde verslaggever Alfred van Sprang vertellen hoe de Russische tanks door de straten van Boedapest reden en de herwonnen vrijheid van de Hongaren verpletterden. Het maakte diepe indruk op mij. Ik raakte mateloos geboeid door de politiek.''

De Boer werd lid van de vrijgemaakte studentenvereniging VGSA, waar hij een andere kant van zijn kerk leerde kennen. ,,Ik werd er geconfronteerd met de geweldige spanningen in de vrijgemaakte wereld. Van huis uit hoorde ik bij de hoofdstroom van de vrijgemaakten, die het Gereformeerd Gezinsblad en het weekblad De Reformatie las en die vond dat je geen ouderling kon worden als je niet op het GPV stemde, al dachten mijn ouders daar anders over. De VGSA bevond zich buiten deze hoofdstroom, men dacht er genuanceerder over de 'ware kerk' en de noodzaak van vrijgemaakte organisaties. Ik werd er het Reformatie-mannetje genoemd, omdat ik De Reformatie las.

Veel VGSA'ers zijn bij de kerkscheuring van 1967 buiten het kerkverband geraakt, ikzelf later ook, omdat ik vond dat er na de synodebesluiten schriftgetrouwe predikanten en ouderlingen waren geschorst of afgezet en gemeenten afgesneden van het kerkverband. Ik wist zeker: dit is niet Gods wil. Toen mijn vrouw en ik in 1972 naar Garderen verhuisden, hebben we ons aangesloten bij de dichtstbijzijnde gemeente van Jezus Christus, de vrijgemaakte kerk buiten verband in Voorthuizen. Sindsdien zijn we 'buiten verband' of Nederlands gereformeerd, zoals de 'buitenverbanders' nu heten.''

Geroyeerd
De Boer was enige tijd medewerker geweest van de GPV-fractie in de Tweede Kamer en voelde zich nog steeds ,,in hart en nieren'' GPV'er. Na zijn verhuizing naar Garderen sloot hij zich aan bij de GPV-kiesvereniging in Voorthuizen, die geheel uit 'buitenverbanders' bestond. Een jaar later werd de kiesvereniging geroyeerd, want een meerderheid in de partij was van mening dat het lidmaatschap aan vrijgemaakten voorbehouden was. De Boer: ,,Het royement vond plaats in de Simonsstraatkerk in Rotterdam, waar de partij haar 25-jarig bestaan herdacht. Ik heb er hartstochtelijk tegen het royement gepleit, want hoewel we 'buitenverbanders' waren, stonden we onverminderd en vol overtuiging achter het GPV. Maar we zijn er met een overweldigende meerderheid uitgezet.''

Is het royement later teruggenomen?

,,Nee, het is nooit teruggenomen.''

U bent nu prominent lid van de ChristenUnie, de voortzetting van het GPV en de RPF. Juridisch gezien bent u lid van een partij waaruit u geroyeerd bent. Is dat niet halfhartig van u?

,,Ach... Ik zal er twee dingen van zeggen.

Eén: kennelijk is het voor kerken en partijen ongelofelijk moeilijk publiekelijk te erkennen dat ze fouten hebben gemaakt. Dat is de dramatiek van de vrijgemaakte kerk, waar nu dingen gezegd en geschreven kunnen worden die in de jaren zestig tot schorsing en afzetting zouden hebben geleid. Maar er is nog steeds geen synode die de schorsingen, afzettingen en buitenverbandplaatsingen van toen ter discussie stelt, laat staan herroept.

Twee: de breuk van de jaren zestig raakte me heel diep, maar ik heb geen persoonlijke verwijten naar welke vrijgemaakte dan ook. Ik kan onbekommerd met ze omgaan en me oprecht verblijden in wat God doet in de vrijgemaakte kerk.

Maar het raakt niet alleen u.

,,Ik vind het erg voor predikanten die toen geschorst en afgezet zijn, hoewel ze geen centimeter afweken van de Bijbel of de belijdenis. Daar kan ik om huilen. Elke keer als er een overlijdt, denk ik: er is er weer een gestorven, tegen wie niet gezegd is: 'Jij bent ten onrechte door ons uit de kerk gezet'. Ik dacht het bij het overlijden van ds. O. Mooiweer, bij het overlijden van ds. J.D. Houtman, en zovelen meer. Men moet wel snel zijn, want straks is er niemand meer aan wie men zijn verontschuldigingen kan aanbieden.

Maar nogmaals: zelf ik heb geen grammetje hard feelings over het royement van 1973. In de ChristenUnie werk ik fantastisch samen met GPV'ers van vroeger. Het gaat geweldig samen, prijs de Heer!''

Vrijgemaakten waren destijds zelfbewust, antithetisch en profetisch. Zo gezien is er een goede vrijgemaakte aan u verloren gegaan.

,,Ja, zo is het. Het bewijst weer hoe onzinnig en absurdistisch die breuk is geweest. Het schisma was een leugen. Daarom ben ik nog steeds zo betrokken op de vrijgemaakten. Ik surf al hun websites af, van links tot rechts. De evangelische en charismatische bezieling die Gods Geest onder hen losmaakt, verheugt me zeer.''

Eeuwig onheil
De Boer werkt sinds 1973 bij de Evangelische Omroep, achtereenvolgens als chef actualiteiten radio, hoofd informatieve programma's, adjunct-directeur en sinds 1993 als programmadirecteur. In die tijd verloren de kerken steeds meer leden en richtte de EO zich steeds sterker op de verkondiging van het Evangelie.

Bent u bekommerd om het eeuwig onheil dat de goddelozen wacht?

,,Het is niet mijn voornaamste drijfveer, het schemert op de achtergrond. Als ik de woorden van de Here Jezus lees, kan ik er niet omheen dat er eeuwig leven zonder God zal zijn voor wie Hem verwerpen. Ik kan dat niet wegredeneren.

Tegelijk is het zo ingrijpend en zo gruwelijk, dat ik me er geen gedetailleerde voorstelling van probeer te maken. Het is voor mij een realiteit op de achtergrond, waar ik verder weinig over nadenk. Het heeft te maken met het overlijden van mijn broer, Gert, zestien jaar geleden. De laatste keer dat ik bij hem was, keken we samen naar de Roemeense dictator CeauËcescu, die door zijn volk werd weggejouwd. Gert had vanaf z'n tienerjaren steeds meer afstand van het geloof genomen. Hij werd ziek en is gestorven zonder - laten we zeggen - zichtbare tekenen van bekering.

Als ouders en als broers en zussen zaten we na z'n overlijden bij elkaar om een tekst voor het overlijdensbericht te maken. Dan huil je, dan stamel je, dan zoek je naar teksten waarin staat dat God groter is dan ons hart, dat Hij niet verlaat wat Zijn hand begonnen is.

Ik laat de gedachte niet toe, dat... Nee, ik wil niet nadenken over de vraag waar Gert nu is. Volgens mij kan een mens niet leven met de wetenschap dat iemand van wie je houdt, niet bij de Here is, maar in eeuwige verlorenheid verkeert. Daar valt haast niet mee te leven. Ik kan het nauwelijks in mijn gedachten toelaten. Ik zou er heel somber van worden. En bovendien: het oordeel is niet aan mij, maar aan God. En wat nut het ons om dagelijks stil te staan bij het bestaan van de hel? De Here zegt dat we aan Hem moeten denken, van Hem moeten zingen en met Hem moeten leven. Dat probeer ik dan maar.''

Wat je wel hoort tegenwoordig: geloven gaat alleen nog om de kick en van het eeuwige onheil hoor je weinig meer.

,,Onbegrijpelijke onzin. Kletspraat. Ik heb er een bloedhekel aan als er karikaturen getekend worden. Christelijke journalistiek houdt zich aan de Waarheid met een grote W en aan de waarheid met een kleine w, en dan mogen zulke dingen niet gezegd worden. Ik herken er helemaal niets van. Niets! Met een geestelijke kick op een Jongerendag is niks mis, maar je kunt er het huis van je leven niet op bouwen. Dat kun je alleen op de beloften van God, op het kruis van Jezus. Dat staat bij de EO en in veel kerken centraal.''

U vindt dat EO-programma's voldoende wijzen op wat iedereen wacht: hemel of hel?

,,Luister: als het gaat over de toorn van God, hoeft het toch niet over de hel te gaan? Als het gaat over de toorn van God, moet ik beginnen met de vraag: wat vindt God van mij? Dan moet ik niet gaan wijzen naar de hoeren en de tollenaars. Mijn God is een God die de goddelozen rechtvaardigt, en een van die goddelozen ben ik. Jezus is niet gekomen voor vromen en voor braveriken, maar voor zondaars, voor zondaars zoals ik. Bij Gods toorn en oordeel gaat het om te beginnen over mij, over alles waarin ik niet deug en waarvoor Jezus aan het kruis gestorven is. Even denk ik er niet aan, en ik verval weer in mijn oude zonden en gebreken.

Natuurlijk toornt God over de seksualisering van de samenleving, die kinderen en jongeren kapotmaakt. Maar laten we eerst naar onszelf kijken. Ik bedoel: wat maken we als christenen nou van ons christelijk leven? De bakken geld die we uitgeven aan dure kleren, uitgaan en cosmetica, ik vind het een verschrikking.''

Men dankt God voor het vele goede.

,,Ik ben grootgebracht door ouders die de hongerwinter hebben meegemaakt. Dat zal het zijn. Maar eigenlijk heel simpel. Als ik voor driehonderd euro een pak moet kopen, dan kan ik kiezen: of ik koop voor driehonderd euro een pak, of ik wacht tot de uitverkoop en koop er één voor de halve prijs en geef de resterende honderdvijftig euro aan mensen die het nodig hebben.

Ik wil me niet als modelchristen neerzetten, omdat ik bij de Aldi voor twee euro een Kaapse Pracht koop. Maar ik vind wel dat we met groot gemak te veel geld uitgeven aan eten, kleding en luxegoederen. Kan het iets minder onder ons, christenen? Als het gaat om toorn en oordeel, moeten we eerst denken aan onze manier van leven.

En wat mijzelf betreft: laat ik dan denken aan mijn botte manier van reageren, aan mijn chagrijn en aan mijn onvermogen om op een goede manier met mijn boosheid om te gaan.''

Homo's
De laatste tijd neemt De Boer geregeld afstand van standpunten die hij 25 jaar geleden met verve verdedigde. Hij denkt nu genuanceerder over de manier waarop je de Bijbel kunt lezen en over homoseksualiteit: ,,Ik zie nog steeds geen ruimte in de Bijbel voor homorelaties, maar vind dat kerken maar eens moeten beginnen naar de levensverhalen van homo's te luisteren.'' Hij heeft spijt van zijn harde oppositie tegen het synodaal-gereformeerde rapport God met ons, over de aard van het Schriftgezag, en bood een van de opstellers, ds. J. Vlaardingerbroek, per brief zijn excuses aan en zocht hem op in Charlois. De Boer: ,,Woensdag ben ik bij hem geweest, samen met Andries Knevel. Het was geweldig, hartverwarmend. We hebben gezegd dat we hem in 1981 te hard hebben aangepakt: 'We hebben u als een ketter neergezet, en dat was u niet en dat bent u niet', hebben we gezegd. Op onderdelen trok Vlaardingerbroek in 1980 dezelfde lijnen als orthodoxe gereformeerde theologen nu, zoals Ad de Bruijne in Kampen en Eric Peels in Apeldoorn.''

De tijd verandert en u verandert mee. Waar ligt de grens, wat u betreft?

,,Ik denk daar heel ontspannen over. Als ik terugkijk op mijn leven, zie ik dat de continuïteit overheerst. Ik neem de Bijbel op een paar punten iets minder letterlijk en ben iets gematigder geworden. Ik schiet minder vanuit de heup en ben niet meer zo'n argumentenmitrailleur. En ik heb er het nodige bij gekregen: mijn relatie met God is veel persoonlijker geworden; ik heb in bidden en zingen veel van evangelischen geleerd! Maar verder ben ik vooral mezelf gebleven.

Uiteindelijk hangt het niet aan mij. God houdt mij vast. Zijn Geest is er bij. Dus waarom zou ik me zorgen maken? Waar de EO staat over twintig jaar, weet ik niet, maar ik heb er alle vertrouwen in, omdat ik God vertrouw. We zijn als kinderen van God altijd ook kinderen van onze tijd, onontkoombaar: vroeger, nu en straks. En als Gods Geest de tijdgeest van vroeger en van nu kon gebruiken om mensen te winnen, zou Hij dat dan over tien of twintig jaar niet kunnen?''

U hebt veel vanuit de heup geschoten. Hebt u nu veel vijanden?

,,Pfff... Ik heb wel mensen pijn gedaan, ik ben heel bot geweest, maar ik heb ook tegen mensen kunnen zeggen, tegen m'n kinderen, tegen mensen die ik heb gekwetst: dat deugde niet. Dus ik denk dat ik aan het eind van m'n loopbaan zeggen mag: nee, veel vijanden heb ik niet.''



  • 24-02-2006 - 20.41
  • 22-09-2011 - 13.32

waardeer:

  • Waardeer dit artikel met 1 ster
  • Waardeer dit artikel met 2 sterren
  • Waardeer dit artikel met 3 sterren
  • Waardeer dit artikel met 4 sterren
  • Waardeer dit artikel met 5 sterren


Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen.

Reacties (0)