Commentaar
Als de inhoud maar goed is?
Geplaatst: 12 december 2005 09:05, laatste wijziging: 12 december 2005 09:05
door dr. G. van den Brink
Toen ik onlangs voor een theologenconferentie een weekje in het centrum van Philadelphia (VS) verbleef, bleek zich op enkele tientallen meters van mijn hotel een presbyteriaanse kerk te bevinden.
Ik besloot niet verder te zoeken naar een geschikte plek om die zondag naar de kerk te gaan (er was nogal wat keus!), maar deze Tenth Presbyterian Church te bezoeken.
Het kerkgebouw viel enigszins weg tussen de wolkenkrabbers, maar was groter dan het op afstand leek. Het bleek er een drukke en levendige bedoening. Elke zondag werden er drie diensten gehouden. Tijdens de hoofddienst zat de kerk tot de gaanderij toe vol. De liturgie was niet alleen op papier gezet, maar werd waar nodig ook toegelicht voor buitenstaanders. Uitvoerig werd vooral de collecte aangekondigd, die bestemd was om de kinderen te helpen van degenen die in de plaatselijke gevangenissen verbleven. De kerkgangers maakten een betrokken indruk; velen van hen (jongeren maar ook ouderen) maakten aantekeningen van de preek.
Geheim
Wat zou nu het geheim zijn van zo'n kerk? Misschien de combinatie van een door en door gereformeerde inhoud en een eigentijdse liturgie (met inbreng van andere muziekinstrumenten naast het kerkorgel etc.)? Of zat het toch meer in de preekstijl van de voorganger? Het viel me na afloop op dat ik de preek van a tot z beluisterd had zonder ook maar één moment afgeleid te zijn door de presentatie ervan. De senior minister hield de aandacht er helemaal bij, maar zonder allerlei kunstgrepen toe te passen. Geen grootse gebaren of onnatuurlijke stembuigingen dus, die ongetwijfeld goed bedoeld zijn, maar zo gemakkelijk irriteren. Maar ook geen saai oplezen van tevoren uitgeschreven tekst. Wel ging zijn grondige uitleg van de tekst gepaard met een levendige presentatie, met persoonlijke betrokkenheid, met narratieve elementen - korte verhalen en voorbeelden die de tekst illustreren - en ook met een behoorlijke vleug humor, die overigens aan de ernst niets afdeed. Nog afgezien van de inhoud zat de preek dus ook qua vormgeving knap in elkaar (voor wie het na wil luisteren: http://www.tenth.org/index.php?id=190&tx_tfcmedia_pi1[uid]=18 - ook digitaal heeft men de zaken goed voor elkaar).
Voetbalwedstrijd
Naderhand vernam ik waar de desbetreffende voorganger, dr. Philip Ryken, zijn homiletische gaven had ontwikkeld: in zijn middelbare schooltijd had hij voetbalwedstrijden verslagen voor de regionale radio, en als student had hij deelgenomen aan nationale debatteercompetities. Een gelukkige omstandigheid dus dat hij als jongere kennelijk voor andere zaken warm liep dan voor het geloof? Nee, want in dezelfde tijd ging hij trouw naar de kerk en leidde hij een jeugdclub. Die dingen gaan in de VS gewoon samen op. En waarom eigenlijk ook niet?
Maar kom er in Nederland eens om! Ik zie het in elk geval niet direct gebeuren dat studenten theologie bij wijze van stage live sportwedstrijden gaat verslaan. Ook al zou zoiets buitengewoon nuttig zijn, daarvoor is er in de meeste theologie-opleidingen gewoon te weinig aandacht voor de technische kant van de communicatie van het Evangelie.
Gemeenteleden en kerkenraden daarentegen hebben hier naar mijn indruk juist wel veel aandacht voor. In sommige gemeenten schijnen zelfs commissies te bestaan die van tijd tot tijd met de eigen voorganger doorpraten over diens prediking - en dan niet over de inhoud, maar uitsluitend over de presentatie ervan.
Trucjes
Nu is het niet zo moeilijk om zoiets af te doen als ongepaste bemoeizucht van een veel te mondig geworden gemeente. Als de inhoud maar goed is, daar gaat het om! En als we echt dankbaar zijn voor die inhoud, dan hoeven we niet per se ook nog verwend te worden door de zoetgevooisde klanken van een aangename spreekstijl. Schrijft Paulus niet dat hij niet gekomen is 'met uitnemendheid van woorden' (1 Kor.2:1; Nieuwe Bijbelvertaling: 'met uitzonderlijke welsprekendheid'), maar slechts met Jezus Christus en dien gekruisigd? Welnu, zo kan God ook vandaag wonderen doen door een eenvoudig, wat stuntelig gebracht maar welgemeend woord van een weinig flitsende voorganger.
Wanneer we het gaan verwachten van retorische trucjes en foefjes, van verhaaltjes, vondsten en voorbeeldjes, dan gaat de uiterlijke vorm al gauw maskeren wat de preek aan inhoud mist... Bovendien treedt voor je het weet inflatie op: de lat komt steeds hoger te liggen, men moet steeds meer uit de kast halen om gemeenteleden bij de les te houden...
Beter doorkomen
Nu, er zit denk ik veel waars in dit soort overwegingen. Toch geloof ik steeds minder dat alles ermee is gezegd. Aandacht voor de presentatie van de preek hoeft immers niet te betekenen dat deze de inhoud gaat verdringen. Als het goed is, zal ze er juist op gericht zijn de inhoud des te beter door te laten komen. Bij dr. Ryken in Philadelphia was het zelfs zo dat de presentatie niet opviel, zozeer stond deze in dienst van de verkondiging.
Dat is dus wat anders dan de 'uitzonderlijke welsprekendheid' die Paulus afwijst, omdat die de aandacht juist op de verkondiger richt. De schat van het Evangelie vraagt niet om een flitsende, maar wel om een zorgvuldige verpakking. Daar zal het in de toekomst alleen nog maar meer op aankomen. Dan is immers heel de gemeente opgegroeid in de internet- en zapcultuur met haar korte boodschappen en snel wisselende beelden. Al moet de kerk daar vooral niet mee willen concurreren, we moeten het ons wel aantrekken. Bijvoorbeeld door te overwegen of het geen tijd wordt voor enige rehabilitatie in de predikantsopleidingen van de oude liefde van Augustinus: het vak retorica.
Dr. G. van den Brink is universitair docent dogmatiek in Leiden namens de Protestantse Kerk in Nederland. Hij schrijft op deze plaats maandelijks een column.
Het kerkgebouw viel enigszins weg tussen de wolkenkrabbers, maar was groter dan het op afstand leek. Het bleek er een drukke en levendige bedoening. Elke zondag werden er drie diensten gehouden. Tijdens de hoofddienst zat de kerk tot de gaanderij toe vol. De liturgie was niet alleen op papier gezet, maar werd waar nodig ook toegelicht voor buitenstaanders. Uitvoerig werd vooral de collecte aangekondigd, die bestemd was om de kinderen te helpen van degenen die in de plaatselijke gevangenissen verbleven. De kerkgangers maakten een betrokken indruk; velen van hen (jongeren maar ook ouderen) maakten aantekeningen van de preek.
Geheim
Wat zou nu het geheim zijn van zo'n kerk? Misschien de combinatie van een door en door gereformeerde inhoud en een eigentijdse liturgie (met inbreng van andere muziekinstrumenten naast het kerkorgel etc.)? Of zat het toch meer in de preekstijl van de voorganger? Het viel me na afloop op dat ik de preek van a tot z beluisterd had zonder ook maar één moment afgeleid te zijn door de presentatie ervan. De senior minister hield de aandacht er helemaal bij, maar zonder allerlei kunstgrepen toe te passen. Geen grootse gebaren of onnatuurlijke stembuigingen dus, die ongetwijfeld goed bedoeld zijn, maar zo gemakkelijk irriteren. Maar ook geen saai oplezen van tevoren uitgeschreven tekst. Wel ging zijn grondige uitleg van de tekst gepaard met een levendige presentatie, met persoonlijke betrokkenheid, met narratieve elementen - korte verhalen en voorbeelden die de tekst illustreren - en ook met een behoorlijke vleug humor, die overigens aan de ernst niets afdeed. Nog afgezien van de inhoud zat de preek dus ook qua vormgeving knap in elkaar (voor wie het na wil luisteren: http://www.tenth.org/index.php?id=190&tx_tfcmedia_pi1[uid]=18 - ook digitaal heeft men de zaken goed voor elkaar).
Voetbalwedstrijd
Naderhand vernam ik waar de desbetreffende voorganger, dr. Philip Ryken, zijn homiletische gaven had ontwikkeld: in zijn middelbare schooltijd had hij voetbalwedstrijden verslagen voor de regionale radio, en als student had hij deelgenomen aan nationale debatteercompetities. Een gelukkige omstandigheid dus dat hij als jongere kennelijk voor andere zaken warm liep dan voor het geloof? Nee, want in dezelfde tijd ging hij trouw naar de kerk en leidde hij een jeugdclub. Die dingen gaan in de VS gewoon samen op. En waarom eigenlijk ook niet?
Maar kom er in Nederland eens om! Ik zie het in elk geval niet direct gebeuren dat studenten theologie bij wijze van stage live sportwedstrijden gaat verslaan. Ook al zou zoiets buitengewoon nuttig zijn, daarvoor is er in de meeste theologie-opleidingen gewoon te weinig aandacht voor de technische kant van de communicatie van het Evangelie.
Gemeenteleden en kerkenraden daarentegen hebben hier naar mijn indruk juist wel veel aandacht voor. In sommige gemeenten schijnen zelfs commissies te bestaan die van tijd tot tijd met de eigen voorganger doorpraten over diens prediking - en dan niet over de inhoud, maar uitsluitend over de presentatie ervan.
Trucjes
Nu is het niet zo moeilijk om zoiets af te doen als ongepaste bemoeizucht van een veel te mondig geworden gemeente. Als de inhoud maar goed is, daar gaat het om! En als we echt dankbaar zijn voor die inhoud, dan hoeven we niet per se ook nog verwend te worden door de zoetgevooisde klanken van een aangename spreekstijl. Schrijft Paulus niet dat hij niet gekomen is 'met uitnemendheid van woorden' (1 Kor.2:1; Nieuwe Bijbelvertaling: 'met uitzonderlijke welsprekendheid'), maar slechts met Jezus Christus en dien gekruisigd? Welnu, zo kan God ook vandaag wonderen doen door een eenvoudig, wat stuntelig gebracht maar welgemeend woord van een weinig flitsende voorganger.
Wanneer we het gaan verwachten van retorische trucjes en foefjes, van verhaaltjes, vondsten en voorbeeldjes, dan gaat de uiterlijke vorm al gauw maskeren wat de preek aan inhoud mist... Bovendien treedt voor je het weet inflatie op: de lat komt steeds hoger te liggen, men moet steeds meer uit de kast halen om gemeenteleden bij de les te houden...
Beter doorkomen
Nu, er zit denk ik veel waars in dit soort overwegingen. Toch geloof ik steeds minder dat alles ermee is gezegd. Aandacht voor de presentatie van de preek hoeft immers niet te betekenen dat deze de inhoud gaat verdringen. Als het goed is, zal ze er juist op gericht zijn de inhoud des te beter door te laten komen. Bij dr. Ryken in Philadelphia was het zelfs zo dat de presentatie niet opviel, zozeer stond deze in dienst van de verkondiging.
Dat is dus wat anders dan de 'uitzonderlijke welsprekendheid' die Paulus afwijst, omdat die de aandacht juist op de verkondiger richt. De schat van het Evangelie vraagt niet om een flitsende, maar wel om een zorgvuldige verpakking. Daar zal het in de toekomst alleen nog maar meer op aankomen. Dan is immers heel de gemeente opgegroeid in de internet- en zapcultuur met haar korte boodschappen en snel wisselende beelden. Al moet de kerk daar vooral niet mee willen concurreren, we moeten het ons wel aantrekken. Bijvoorbeeld door te overwegen of het geen tijd wordt voor enige rehabilitatie in de predikantsopleidingen van de oude liefde van Augustinus: het vak retorica.
Dr. G. van den Brink is universitair docent dogmatiek in Leiden namens de Protestantse Kerk in Nederland. Hij schrijft op deze plaats maandelijks een column.
Reageren
Indien u geregistreerd bent, kunt u hieronder reageren op het artikel. Hiertoe dient u in te loggen. Dit inloggen is mogelijk na een eenmalige registratie.




RSS