Sluiten

Nederlands Dagblad

De vertrouwde titel ligt weer in de boekhandel: De Tornado van B. Nijenhuis. De zesde druk (maar dat staat er niet in). Het verhaal is licht bewerkt: ‘doch’ werd ‘maar’, ‘thans’ werd ‘nu’, dat soort dingetjes. Achterin staat een inzichtgevend nawoord van Tjerk de Reus.

‘Het zwartst denkbare calvinisme’, noemde Kunststof Radio de geloofswereld waarin Gerard Koolschijn opgroeide. Koolschijn is een bekend classicus. Minder bekend was dat hij opgroeide in de kring rond dom...

In dit handzame boekje contrasteert ds. Jan Swager, predikant in de Gereformeerde Kerk (PKN) van Doornspijk het Nieuwe Testament met alternatieve geschriften uit de vroegchristelijke tijd die pretenderen de echte Jezus aan het woord te laten.

Het laatste hoofdstuk van John Stotts 51e en laatste boek gaat over de dood, als weg naar een nieuw leven. Een jaar later overleed hij.

‘Schaamte gaat over de kern van je zijn. Niet over iets wat je hebt gedaan of gezegd, maar over wie je bent’, stelt de Amerikaan Lewis B. Smedes (1921-2002), met Nederlandse wortels en een calvinistische achtergrond (Christian Reformed).

De ene na de andere Amerikaanse vrouw waagt zich aan het schrijven van een boek. De nieuwste christelijke schrijfster waarmee Nederland kan kennismaken, is Ginny Yttrup. Debuutroman over misbruik, drugs,...

Hoe werkt liefde? En hoe blijft ze? Een wetenschappelijke blik op aantrekkelijke vrouwen, een gelukkig huwelijk, sleur, seks en een blauwtje lopen. En op dat mysterieuze fenomeen: verliefdheid. Dinsdag i...

De maand januari is voorbij. Vijftig procent kans dat uw goede voornemens inmiddels aan de wilgen hangen. Hoe komt het dat ­mensen afhaken? De maand van goede voornemens is voorbij, het grootste deel van...

Dit boek is een bundel doorwrochte, maar toegankelijke opstellen over conservatieve denkers in de achttiende en negentiende eeuw, geschreven door kenners die zich verwant voelen met de hoofdpersoon.

‘Hoe jammer! ’t Was toch zoo mooi, ’t was toch nog veel mooier dan al de vleermuizen en de spinnen en de vogels en de ratten, zoo’n jongen aan een gootpijp met zulke sterke, bloote beenen…Nu was hij er niet meer. En ’t was opeens stil geworden, ook op ’t verborgen plekje.’